Regeling van 15 januari 2004, nr. EA2003/86484, DGOOV/Pol/BJZ, houdende de organisatie van de nationale en bovenregionale recherche en bepalingen over de samenwerking tussen de nationale en bovenregionale recherche en de regionale politiekorpsen

Regeling nationale en bovenregionale recherche

De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie,

Besluiten:

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ministers: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Justitie;

  • b.

    DNR: de Dienst Nationale Recherche van het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 3;

  • c.

    Bovenregionale recherche: een organisatorisch onderdeel binnen een centrumkorps waarvan een bovenregionaal rechercheteam, een interregionaal fraudeteam en een interregionaal milieuteam onderdeel uitmaken, met uitzondering van het centrumkorps Utrecht, waar dit slechts bestaat uit een bovenregionaal rechercheteam;

  • d.

    samenwerkingsgebieden: gebieden van de samenwerkende regio’s, zoals opgenomen in bijlage I;

  • e.

    centrumkorps: het regionale politiekorps, waar een bovenregionaal rechercheteam als bedoeld in artikel 7 beheersmatig is ondergebracht;

  • f.

    hoofdofficier van Justitie van het centrumkorps: de hoofdofficier van Justitie van het arrondissement waarin het centrumkorps is gelegen;

  • g.

    horizontale fraude: fraude in het particuliere geld- en goederenverkeer, met een particuliere partij als benadeelde;

  • h.

    aandachtsgebieden: het geheel van delictsoorten of clusters van delictsoorten, dadergroepen, aanpakstrategieën of geografische gebieden waarop de activiteiten van de DNR kunnen worden gericht;

  • i.

    taakaccent: gebied binnen de horizontale fraude, waarop expertise wordt ontwikkeld door een Bovenregionaal rechercheteam;

  • j.

    bovenregionaal rechercheoverleg (BRO): het overlegorgaan bedoeld in artikel 9.

Paragraaf

2

Beleidsprogramma georganiseerde criminaliteit

Artikel

2

Vaststelling beleidsprogramma

Paragraaf

3

Instelling, taak en sturing Dienst Nationale Recherche

Artikel

3

Instelling Dienst Nationale Recherche

Er is een DNR die als afzonderlijke en herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid deel uitmaakt van het Korps landelijke politiediensten en onder gezag staat van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket.

Artikel

4

Vaststellen, aandachtsgebieden en criteria voor de toedeling van opsporingsonderzoeken

Artikel

5

Taak Dienst Nationale Recherche

De DNR heeft tot taak:

  • a.

    het binnen vooraf bepaalde aandachtsgebieden verrichten van onderzoeken naar zware en georganiseerde criminaliteit die naar aard of organisatie een landelijk of internationaal karakter hebben en die de rechtsstaat in ernstige mate bedreigen.

  • b.

    het afhandelen van gecompliceerde internationale rechtshulpverzoeken op de aandachtsgebieden van de DNR en van gecompliceerde rechtshulpverzoeken die niet zijn terug te brengen op een specifieke regio of opsporingsinstantie;

  • c.

    het verrichten van onderzoeken van nationaal belang zoals die door het College van procureurs-generaal als zodanig zijn aangewezen en die naar aard of methodiek aansluiten bij de dienst;

  • d.

    het leveren van capaciteit ten behoeve van internationale samenwerkingsverbanden;

  • e.

    het vervullen van een landelijke expertisefunctie op de voor de DNR vastgestelde aandachtsgebieden, ten behoeve van het opstellen van criminaliteitsbeeldanalyses en het nationaal dreigingsbeeld alsmede het vervullen van deze functie ter ondersteuning van de bestrijding en voorkoming van zware en georganiseerde criminaliteit en van de operationele onderzoeken van de dienst en andere opsporingseenheden;

  • f.

    de bestrijding van de productie en verspreiding van XTC, de bestrijding van terrorisme en het verrichten van onderzoeken naar oorlogsmisdrijven.

Artikel

6

Huisvesting van de DNR

De DNR wordt, naast een centrale vestiging, gedeconcentreerd gehuisvest binnen de samenwerkingsgebieden, genoemd in bijlage I. Wijzigingen worden ter vaststelling voorgelegd aan de ministers.

Paragraaf

4

Instelling, taak en sturing bovenregionale recherche

Artikel

7

Instelling bovenregionale recherche

Artikel

8

Taak bovenregionale recherche

De bovenregionale recherche heeft tot taak:

  • a.

    het verrichten van tactische en financiële opsporingsonderzoeken, alsmede het afhandelen van internationale rechtshulpverzoeken, naar vormen van middencriminaliteit die criminele groeperingen betreffen die in verschillende politieregio’s actief zijn of criminele verschijnselen betreffen die zich in samenhang voordoen in het gehele land en de regionale recherchedienst van een politiekorps gedurende te lange tijd te zwaar zouden belasten;

  • b.

    het verrichten van zware en middelzware opsporingsonderzoeken, alsmede het afhandelen van internationale rechtshulpverzoeken, naar horizontale fraude in het samenwerkingsgebied of binnen het toegewezen taakaccent;

  • c.

    het vervullen van een expertisefunctie op het gebied van horizontale fraude en financieel rechercheren;

  • d.

    het in stand houden van een fraudemeldpunt op het aangewezen taakaccent;

  • e.

    het verrichten van tactische opsporingsonderzoeken naar complexe bovenregionale en ketengerelateerde milieudelicten. Deze taak wordt binnen de bovenregionale recherche opgedragen aan het interregionaal milieuteam.

Artikel

9

Bovenregionaal rechercheoverleg

Artikel

9a

Milieukamer

Artikel

10

Bekostiging bovenregionale recherche

Artikel

11

Huisvesting

De bovenregionale rechercheteams kunnen binnen het samenwerkingsgebied gedeconcentreerd worden gehuisvest. De korpsbeheerder van het centrumkorps stelt, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie van het centrumkorps, de vestigingsplaats(en) van het bovenregionale rechercheteam vast, gehoord de korpsbeheerders van de korpsen alsmede de hoofdofficieren van justitie van de parketten behorend tot het samenwerkingsgebied.

Paragraaf

4a

Instelling, taak en sturing landelijk internationaal rechtshulpcentrum

Artikel

11a

Instelling landelijk internationaal rechtshulpcentrum

Er is een landelijk internationaal rechtshulpcentrum dat als afzonderlijke en herkenbare organisatorische en bedrijfsmatige eenheid deel uitmaakt van het Korps landelijke politiediensten en onder gezag staat van de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket.

Artikel

11b

Taak landelijk internationaal rechtshulpcentrum

Het landelijk internationaal rechtshulpcentrum heeft in ieder geval tot taak:

  • a.

    de registratie van rechtshulpverzoeken ten behoeve van het Korps landelijke politiediensten en de bijzondere opsporingsdiensten;

  • b.

    de uitvoering van eenvoudige rechtshulpverzoeken ten behoeve van het Korps landelijke politiediensten, alsmede de coördinatie van de uitvoering en het toezicht op de kwaliteit van de afhandeling van overige rechtshulpverzoeken ten behoeve van dit korps;

  • c.

    de uitvoering van eenvoudige rechtshulpverzoeken ten behoeve van de bijzondere opsporingsdiensten;

  • d.

    het zijn van kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationale rechtshulp;

  • e.

    het beheer van de informatiekanalen genoemd in bijlage III.

Paragraaf

4b

Instelling, taak en sturing internationaal rechtshulpcentrum

Artikel

11c

Instelling internationaal rechtshulpcentrum

Artikel

11d

Taak Internationaal rechtshulpcentrum

Een internationaal rechtshulpcentrum heeft in ieder geval tot taak:

  • a.

    registratie van rechtshulpverzoeken;

  • b.

    de uitvoering van eenvoudige rechtshulpverzoeken, alsmede de coördinatie van de uitvoering en het toezicht op de kwaliteit van de afhandeling van overige rechtshulpverzoeken;

  • c.

    het zijn van kennis- en expertisecentrum op het gebied van internationale rechtshulp.

Artikel

11e

Bekostiging Internationaal rechtshulpcentrum

Artikel

11f

Huisvesting

De korpsbeheerder van het centrumkorps stelt, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie van het centrumkorps de vestigingsplaats van het internationale rechtshulpcentrum vast, gehoord de korpsbeheerders van de korpsen alsmede de hoofdofficieren van justitie van de parketten behorend tot het samenwerkingsgebied.

Paragraaf

5

Afstemming tussen de nationale recherche en bovenregionale recherche alsmede samenwerking met regionale politiekorpsen

Artikel

12

Overleg driehoek Korps landelijke politiediensten – BRO

Artikel

13

Personeel

De korpsbeheerders van het Korps landelijke politiediensten, de centrumkorpsen en de overige regionale politiekorpsen maken afspraken over het te voeren personeelsbeleid voor het personeel dat te werk wordt gesteld bij de DNR en het landelijk internationaal rechtshulpcentrum, respectievelijk de bovenregionale rechercheteams en de internationale rechtshulpcentra bij de centrumkorpsen.

Artikel

14

Beheersmatige samenwerking en operationele samenwerking

De korpsbeheerders van het Korps landelijke politiediensten en van de centrumkorpsen maken afspraken over beheersmatige en operationele samenwerking.

Artikel

15

Informatiehuishouding

Ten behoeve van de ontwikkeling van het nationaal dreigingsbeeld, als bedoeld in artikel 2, alsmede van de taakuitvoering van de DNR en de bovenregionale recherche leveren de regionale politiekorpsen en het Korps landelijke politiediensten informatie aan bij de Dienst Nationale Rechercheinformatie van het Korps landelijke politiediensten volgens door de ministers vastgestelde eisen.

Paragraaf

6

Overgangsbepalingen

Artikel

16

Financiering DNR en bovenregionale recherche

Artikel

16b

Formatie internationaal rechtshulpcentrum

De ministers stellen de formatie van de internationale rechtshulpcentra bij de centrumkorpsen voor het jaar 2005 vast overeenkomstig bijlage IV.

Artikel

17

De aandachtsgebieden/ werkzaamheden teams

Vervallen

Artikel

18

Intrekken div. regelingen

De Regeling kernteams en de Regeling landelijk rechercheteam worden ingetrokken.

Artikel

19

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Artikel

20

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nationale en bovenregionale recherche.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesJ.W.Remkes
De Minister van JustitieJ.P.H.Donner

Bijlage

I

Indeling samenwerkingsgebieden en aanwijzing centrumkorpsen

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps IJsselland, behoren de volgende politieregio’s:

Groningen

Fryslân

Drenthe

IJsselland

Twente

Noord- en Oost-Gelderland

Gelderland-Midden

Gelderland-Zuid

Flevoland, voor zover het betreft de taken, bedoeld in artikel 8, onder b tot en met e

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Kennemerland, behoren de volgende politieregio’s:

Utrecht, voor zover het betreft de taken, bedoeld in artikel 8, onder b tot en met e

Noord-Holland Noord

Zaanstreek-Waterland

Kennemerland

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Amsterdam-Amstelland, voor zover het betreft de taken, bedoeld in artikel 8, onder b tot en met e, behoren de volgende politieregio’s:

Amsterdam-Amstelland, dat daarnaast zelfstandig een bovenregionaal rechercheteam vormt

Gooi en Vechtstreek

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Haaglanden, behoren de volgende politieregio’s:

Haaglanden

Hollands Midden

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Rotterdam-Rijnmond, behoren de volgende politieregio’s:

Rotterdam-Rijnmond

Zuid-Holland-Zuid

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Brabant Zuidoost, behoren de volgende politieregio’s:

Zeeland

Midden- en West-Brabant

Brabant-Noord

Brabant-Zuid-Oost

Limburg-Noord

Limburg-Zuid

Tot het samenwerkingsgebied, behorend bij centrumkorps Utrecht, met als taak het verrichten van tactische en financiële opsporingsonderzoeken naar vormen van middencriminaliteit als bedoeld in artikel 8, onder a, door middel van een bovenregionaal rechercheteam, behoren de volgende politieregio’s:

Utrecht

Gooi en Vechtstreek

Flevoland

Bijlage

II

  • A.

    Unit Synthetische Drugs, zoals ingesteld bij Convenant landelijke Unit Synthetische Drugs d.d. 1 september 1997;

  • B.

    Unit Mensensmokkel, zoals ingesteld bij Convenant Unit Mensensmokkel, inwerking getreden d.d. 1 december 1998;

  • C.

    XTC-teams zoals ingesteld bij de korpsen IJsselland, Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden en Brabant-Zuid-Oost.

Bijlage

III

Internationale politiële informatie-uitwisseling vindt plaats:

  • A.

    door Liaison officiers die beheersmatig onder het KLPD vallen en werkzaam zijn bij door het Ministerie van Buitenlandse Zaken beheerde ambassades buiten Nederland;

  • B.

    door buitenlandse verbindingsofficieren, bedoeld in de Regeling Buitenlandse Verbindingsofficieren van 8 maart 2002;

  • C.

    door tussenkomst van het Nationaal Centraal Bureau Interpol, bedoeld in de artikelen 31 en 32 van de Interpol Constitution;

  • D.

    door tussenkomst van Bureau Sirene, bedoeld in artikel 34 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst;

  • E.

    door tussenkomst van Dutch Desk Europol, bedoeld in artikel 5 van de Europol Overeenkomst.

Bijlage

IV

IJsselland

21,7

Kennemerland

12,3

Amsterdam-Amstelland

12,3

Haaglanden

11,5

Rotterdam-Rijnmond

11,8

Brabant Zuidoost

16,9