Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Hilversum, krachtens artikel 30a van de Luchtvaartwet

Handhavingsvoorschrift Hilversum

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gezien het advies van de Commissie ex artikel 28 van de Luchtvaartwet voor het luchtvaartterrein Hilversum van 22 december 2003 met kenmerk CMH2003-9;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit handhavingsvoorschrift wordt verstaan onder:

  • a.

    aanwijzingsbesluit: het besluit krachtens artikel 24, in samenhang met artikel 27, van de Luchtvaartwet waarbij de luchthaven is aangewezen als luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van de Luchtvaartwet en waarbij de geluidszones zijn vastgelegd;

  • b.

    bkl: de rekeneenheid voor de geluidbelasting kleine luchtvaart zoals vermeld in het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart: de geluidsbelasting op een bepaalde plaats veroorzaakt door de gezamenlijke op een luchtvaartterrein landende en opstijgende vaste-vleugel luchtvaartuigen met schroefaandrijving en een toegelaten totaal massa die hoger is dan 390 kg doch niet hoger dan 6.000 kg, uitgedrukt in bkl en vastgesteld volgens de in het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart opgenomen formule. Voor zover deze luchtvaartuigen gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van tenminste 6.000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van tenminste 6.000 kg, wordt de geluidsbelasting conform artikel 25, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet in de berekening van de Ke-geluidszone meegenomen;

  • c.

    (luchtverkeers)circuit: de vliegbaan voor luchtvaartuigen in de nabijheid van het luchtvaartterrein zoals is aangegeven in de Regeling betreffende standaard luchtverkeerscircuits en voor het betreffende luchtvaartterrein is vastgesteld op grond van de Regeling procedures en is gepubliceerd in de Luchtvaartgids;

  • d.

    Commissie-28: de krachtens artikel 28 van de Luchtvaartwet ingestelde commissie;

  • e.

    Inspecteur-Generaal: De Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

  • f.

    exploitant: degene te wiens naam ingevolge de Luchtvaartwet het luchtvaartterein is aangewezen;

  • g.

    feitelijk opgetreden geluidsbelasting: de geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, veroorzaakt door het feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein in de verstreken periode van het gebruiksplanjaar;

  • h.

    geautomatiseerde systeem: het rekensysteem waarmee de feitelijk opgetreden geluidsbelasting en zich ontwikkelende geluidsbelasting in Ke of bkl kan worden gevolgd en kan worden vergeleken met de verwachte geluidsbelasting en met de maximaal toelaatbare geluidsbelasting;

  • i.

    gebruiksplan: het gebruiksplan als bedoeld in artikel 30b van de Luchtvaartwet;

  • j.

    gebruiksplanjaar: de periode als bepaald in het aanwijzingsbesluit;

  • k.

    geluidscontour: de lijn die punten verbindt waar de geluidsbelasting een gelijke waarde heeft;

  • l.

    geluidszone: het gebied rond een luchtvaartterrein waarbuiten de geluidsbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen de grenswaarde, die krachtens artikel 25, eerste of vierde lid, van de Luchtvaartwet, wordt vastgesteld, niet mag overschrijden;

  • m.

    jaarberekening: de geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt van het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein over een geheel gebruiksplanjaar;

  • n.

    Kosteneenheid (Ke): de rekeneenheid voor de geluidsbelasting grote luchtvaart zoals vermeld in het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart: de geluidsbelasting op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke op een luchtvaartterrein landende en opstijgende luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet, vastgesteld volgens de in het Besluit Geluidsbelasting Grote Luchtvaart opgenomen formule;

  • o.

    klein luchtvaartterrein: een aangewezen luchtvaartterrein ten behoeve van kleine luchtvaart;

  • p.

    Luchtvaartpolitie: het Korps Landelijke Politiediensten, Afdeling Bijzondere Taken, Luchtvaartpolitie;

  • q.

    maximaal toelaatbare geluidsbelasting: de maximaal toelaatbare geluidsbelasting per jaar in Ke of bkl in een netwerkpunt, zoals vastgelegd bij de berekening van de geluidszone;

  • r.

    Minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • s.

    Minister van VROM: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • t.

    netwerkpunt: het voor de handhaving relevante punt waarvan de coördinaten zijn vermeld in bijlage B bij deel 2 van dit handhavingsvoorschrift;

  • u.

    route: een bepaalde (luchtverkeers)route voor de grote luchtvaart, vastgesteld om de verkeersstroom te kanaliseren, waar dat nodig is voor de verzorging van de luchtverkeersdienstverlening;

  • v.

    verwachte gebruik van het luchtvaartterrein: het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein zoals vermeld in het gebruiksplan;

  • w.

    verwachte geluidsbelasting: de geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, berekend aan de hand van het in het gebruiksplan vermelde verwachte gebruik van het luchtvaartterrein;

  • x.

    zich ontwikkelende geluidsbelasting: de geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, veroorzaakt door het feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein in de verstreken periode van het gebruiksplanjaar, gevoegd bij de verwachte geluidsbelasting in dat netwerkpunt in de resterende periode van dat jaar.

De berekening van de geluidsbelasting geschiedt volgens de krachtens artikel 25g, eerste lid, van de Luchtvaartwet vastgestelde regels.

Hoofdstuk

2

Verzameling van gegevens

Artikel

2

Artikel

3

Indien de exploitant de in artikel 2 bedoelde gegevens over de feitelijke opgetreden geluidsbelasting niet tijdig heeft verstrekt, vordert de Inspecteur-Generaal, binnen een door hem te bepalen termijn doch uiterlijk binnen vier weken, dat de exploitant deze gegevens alsnog verstrekt.

Artikel

4

Artikel

5

De Inspecteur-Generaal bewaart de door hem verkregen gegevens ten minste 5 jaar.

Hoofdstuk

3

Relevante actoren

Artikel

6

Over de periode vanaf de aanvang van de gebruiksplanperiode tot de in artikel 2, tweede lid, van toepassing zijnde periode toetst de Inspecteur-Generaal de door de exploitant verstrekte gegevens volgens artikel 2, eerste lid, aan de gegevens over dezelfde periode die betrekking hebben op de verwachte geluidsbelasting van het luchtvaartterrein in het vastgestelde gebruiksplan en aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Indien uit de op grond van artikel 2, derde lid, verstrekte gegevens, dan wel uit de in artikel 6 genoemde toets, blijkt, dat op enig moment gedurende het gebruiksplanjaar in enig netwerkpunt de feitelijk opgetreden geluidsbelasting groter is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie-28.

Hoofdstuk

4

Beperken van hinder

Artikel

10

Artikel

11

Indien de Inspecteur-Generaal constateert dat door de exploitant, de gezagvoerder of anderen niet is gehandeld conform de bepalingen en voorschriften in het aanwijzingsbesluit, onderzoekt de Inspecteur-Generaal de oorzaak daarvan, maakt hiervan binnen twee weken na het constateren van het voorval rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de exploitant en aan de voorzitter van de Commissie-28.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Dit handhavingsvoorschrift is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.

Artikel

15

De Inspecteur-Generaal geeft met reden aan indien hij is afgeweken van een voorschrift van dit handhavingsvoorschrift. De Inspecteur-Generaal deelt zijn besluit af te wijken van een voorschrift uiterlijk binnen één week mee aan de voorzitter van de Commissie-28.

Artikel

16

Dit Handhavingsvoorschrift wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Hilversum.

Het Handhavingsvoorschrift Hilversum treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de toelichting en bijlagen die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Staatssecretaris van Verkeer en WaterstaatM.H.Schultz van Haegen

Bijlage

A

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

B

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.