Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 9 juni 2004, houdende regels terzake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het voegbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing voor het jaar 2004 (Heffingsverordening voegbedrijf 2004)

Heffingsverordening voegbedrijf 2004

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gezien het advies van de Vereniging Nederlandse Voegbedrijven;

Besluit:

§

1

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel

2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het voegbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

DE HEFFING

Artikel

3

Artikel

4

§

3

VERMINDERING VAN HEFFING

Artikel

5

De voorzitter vermindert de opgelegde heffing met 25% indien van de omzet in de onderneming over het jaar 2003, minder dan 25% is behaald bij de uitoefening van het voegbedrijf.

Artikel

6

Artikel

7

Vermindering als bedoeld in artikel 5 en 6 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont ten genoegen van de voorzitter aan dat aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. De voorzitter kan de ondernemer daartoe verzoeken een accountantsverklaring te overleggen.

§

4

Overige bepalingen

Artikel

9

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 4, vijfde lid.

Artikel

10

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

11

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening voegbedrijf 2004.

Deze verordening wordt afgekondigd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 4 augustus 2004 en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 27 augustus 2004,

nr. AV/CAM/2004/54975.