Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 1 juli 2004 houdende regels over de bestrijding van erosie op tuinbouwgronden (Verordening PT bestrijding erosie tuinbouwgronden 2004)

Verordening PT erosiebestrijding tuinbouwgronden 2004

HET BESTUUR VAN HET PRODUCTSCHAP TUINBOUW,
gehoord de Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen d.d. 30 maart 2004; gehoord de Commissie voor groenten en fruit d.d. 8 april 2004 ;
gehoord de Commissie voor boomkwekerijproducten d.d. 12 mei 2004;
gehoord de Commissie voor bloemkwekerijproducten d.d. 19 mei 2004.

BESLUIT:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

§

2

Gebied

Artikel

2

§

3

Algemene verplichtingen

Artikel

3

Artikel

4

De ondernemer die tuinbouwgrond in gebruik heeft, is verplicht:

  • a.

    na elke oogst een op het voorkomen van bodemerosie gerichte grondbewerking uit te voeren, met een minimale diepte van 20 centimeter, behoudens bij de toepassing van grasondergroei en bij de aanwezigheid van meerjarige teelten;

  • b.

    de onder a bedoelde grondbewerking dient zo spoedig mogelijk na de oogst te worden uitgevoerd, doch vóór 1 oktober na de oogst van granen en vóór 1 december na de oogst van de overige gewassen;

  • c.

    bij het inzaaien van bieten of mals de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode wordt toegepast;

  • d.

    na de teelt van maïs en granen een groenbemester toe te passen, tenzij het korrelmaïs, ccm of mks betreft, dan wel bij de oogst van granen alle stro op het land achterblijft, waarbij de verplichting zoals opgenomen in onderdeel a niet mag leiden tot een verwijdering van de gewasresten;

  • e.

    bij de teelt van een erosiebevorderend gewas aan de onderzijde van het gewasperceel een waterremmende voorziening te realiseren, tenminste in de vorm van een berm, graft, heg, houtwal, sloot, schot, bloemrijke akkerrand of niet-erosiebevorderend gewas meteen minimale breedte van 3 meter.

§

4

Verbodsbepalingen

Artikel

5

§

5

Nadere voorschriften knelpuntgebieden

Artikel

6

Artikel

7

De ondernemer die voornemens is om tuinbouwgronden, in gebruik als grasland en gelegen in een gebied als bedoeld in artikel 6, te scheuren met het doel die gronden in het volgende groeiseizoen weer in te zaaien als grasland (graslandvernieuwing) meldt dit voornemen tenminste vier weken voorafgaand aan het scheuren aan de Limburgse Land- en Tuinbouwbond.

Artikel 6, tweede lid, is niet van toepassing

§

6

Overige bepalingen

Artikel

8

Het bestuur kan op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 3, 4, 5 en 7 en kan daarbij nadere voorschriften vaststellen.

Artikel

9

Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, tevens mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover zij handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen plegen te worden verricht.

Artikel

10

§

7

Slotbepalingen

Artikel

11

Deze verordening treedt in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

12

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT erosiebestrijding tuinbouwgronden 2004.

Deze verordening, de daarbij behorende toelichting, en de bijlagen zullen worden gepubliceerd in het Verordeningenblad bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer
J. van der Veen voorzitter
J.M. Gerritsen secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 7 oktober 2004.

Bijlage

1

als bedoeld in artikel 1, onder n, behorende bij het besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 1 juli 2004 houdende regels over de bestrijding van erosie op tuinbouwgronden (Verordening PT bestrijding erosie tuinbouwgronden 2004) (tekeningen hellingspercentage)

Bijlage

2

als bedoeld in artikel 1, onder m, behorende bij het besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 6 mei 2003 houdende regels over de bestrijding van erosie op tuinbouwgronden (Verordening PT bestrijding erosie tuinbouwgronden 2003) (kaartje knelpuntgebieden)