Regeling houdende nadere regels met betrekking tot de veiligheid en certificering van in de Nederlandse Antillen en Aruba geregistreerde zeeschepen (Regeling veiligheid Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen)

Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en de Minister van Toerisme en Transport van Aruba;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Schepenbesluit 2004;

  • Caribische handelszone: Caribische handelszone (Caribbean Trading Area) als omschreven in de CCSS-Code;

  • CCSS-Code: in het kader van het op 9 februari 1996 te Barbados tot stand gekomen Memorandum van overeenstemming inzake toezicht op schepen door de havenstaat vastgestelde Code voor de veiligheid van vrachtschepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Satefy for Caribbean Cargo Ships);

  • DSC-Code: bij resolutie A.373(X) van de Algemene Vergadering van de IMCO aangenomen Code voor de veiligheid van dynamisch ondersteunde schepen (Dynamically Supported Craft Code);

  • EmS-Gids: bij circulaire MSC/Circ.1025 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO vastgestelde Noodmaatregelen en -procedures voor schepen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd (Emergency response procedures for ships carrying dangerous goods; EmS Guide);

  • Houtvaartcode: bij resolutie A.715(17) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor het veilig vervoer van deklast hout (Code of Safe Practice for Ships Carrying Timber Deck Cargoes);

  • IMDG-Code: bij resolutie MSC.122(75) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Maritieme Code inzake gevaarlijke stoffen (International Maritime Dangerous Goods Code);

  • IMSBC-Code: bij resolutie MSC.268(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Maritieme Code voor het vervoer van vaste lading in bulk (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code);

  • IS-Code: bij resolutie A.749(18) van de Algemene vergadering van de IMO aangenomen Code betreffende stabiliteit in onbeschadigde toestand voor alle scheepstypen waarvoor IMO-voorschriften bestaan (Intact Stability Code);

  • IS-Code 2008: bij resolutie MSC.267(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Code betreffende de stabiliteit in onbeschadigde toestand 2008 (Intact Stability Code, 2008);

  • LY2-Code: bij circulaire nr. 2950 van 23 maart 2009 bij de IMO genotificeerde Code voor grote commerciële jachten (Large Commercial Yacht Code);

  • LY3-Code: de bij GISIS Equivalent nr. XQ7989 van 13 april 2016 bij de IMO genotificeerde Grote Commerciële Jachten Code (The Large Commercial Yacht Code);

  • MODU-Code 1979: bij resolutie A.414(XI) van de Algemene Vergadering van de IMCO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 1979 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 1979);

  • MODU-Code 1989: bij resolutie A.649(16) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 1989 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 1989);

  • MODU-Code 2009: bij resolutie A.1023(26) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 2009 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 2009);

  • resolutie MSC.235(82): de bij resolutie MSC.235(82) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het ontwerp en de bouw van offshore bevoorradingsschepen (2006) (Guidelines for the design and construction of offshore supply vessels, 2006);

  • resolutie A.468(XII): de bij resolutie A.468(XII) van de Algemene Vergadering van de IMO voorgeschreven maatregelen ter beperking van geluidhinder aan boord van schepen (Code on noise levels on board ships);

  • resolutie A.673(16): de bij resolutie A.673(16) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het vervoer en de behandeling van beperkte hoeveelheden gevaarlijke en schadelijke vloeistoffen in bulk door offshore ondersteuningsschepen (Guidelines for the transport and handling of limited amounts of hazardous and noxious liquid substances in bulk on offshore support vessels);

  • SCV-Code: in februari 2001 onder auspiciën van de IMO opgestelde en bij circulaire 396(SLS14) als equivalente regeling voor het Koninkrijk der Nederlanden genotificeerde Code voor de veiligheid van kleine commerciële schepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Safety for Small Commercial Vessels);

  • SPS-Code: bij resolutie A.534(13) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de veiligheid van schepen voor bijzondere doeleinden (Special Purpose Ships Code);

  • SPS-Code 2008: bij resolutie MSC.266(84) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Code voor de veiligheid van schepen met bijzondere doeleinden 2008 (Special Purpose Ships Code, 2008).

Artikel

2

Bouwdatum van een schip

Artikel

3

Toepassingsbereik

Deze regeling is van toepassing op schepen die op grond van Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren.

Hoofdstuk

2

Certificaten en onderzoeken

§

1

Benodigde certificaten

Artikel

3a

Model nationaal veiligheidscertificaat

Artikel

3b

Certificaten op grond van CCSS-Code (CMOU)

Artikel

3c

Certificaten voor passagiersschepen op grond van SCV-Code (IMO)

Artikel

3d

Certificaten voor vrachtschepen op grond van SCV-Code (IMO)

Artikel

3e

Certificaten op grond van LY2-Code en LY3-Code (MCA)

Artikel

3f

Certificaten voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)

Artikel

4

Certificaten voor verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)

Artikel

5

Certificaten op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO)

Artikel

6

Bij certificaten behorende uitrustingsrapporten, aanhangsels e.d.

De in de artikelen 3a tot en met 5 bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende uitrustingsrapporten en aanhangsels, alsmede van de in de desbetreffende Codes voorgeschreven stabiliteitsgegevens of andere gegevens met betrekking tot schip of lading.

§

2

Onderzoeken

Artikel

6a

Onderzoeken op grond van CCSS-Code (CMOU)

Artikel

6b

Onderzoeken van passagiersschepen op grond van SCV-Code (IMO)

Artikel

6c

Onderzoeken van vrachtschepen tot 24 m op grond van SCV-Code (IMO)

Artikel

6d

Onderzoeken op grond van de LY2-Code en LY3-Code (MCA)

Artikel

7

Onderzoeken van verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)

Verplaatsbare offshore booreenheden als bedoeld in de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de MODU-Code 2009 worden ter verkrijging van de voor die schepen benodigde certificaten en gedurende de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan de in de desbetreffende Code voorgeschreven onderzoeken.

Artikel

7a

Onderzoeken van offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)

Een offshore bevoorradingsschip als bedoeld in resolutie MSC.235(82), onderscheidenlijk een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in resolutie A.673(16), wordt ter verkrijging van de voor die schepen benodigde certificaten en gedurende de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan onderzoeken ter vaststelling dat is voldaan aan de in de resoluties opgenomen richtlijnen.

Artikel

8

Onderzoeken op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO)

Artikel

9

Tijdstippen van onderzoek

De in de artikelen 6a tot en met 8 bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende Codes en resoluties voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat.

Artikel

10

Uitvoering van onderzoeken

Artikel

11

Aantekening van onderzoeken

Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 7 en 8 tijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat.

§

3

Afgifte en geldigheid van certificaten

Artikel

12

Certificaten op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)

Hoofdstuk

3

Eisen aan schip en bedrijfsvoering

§

1

Eisen aan schepen

Artikel

13

Eisen op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)

Artikel

14

Eisen voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)

Artikel

15

Nadere regels betreffende de stabiliteit van schepen (IMO)

Artikel

16

Nadere regels betreffende werktuiglijke en elektrische installaties

Artikel

17

Nadere regels betreffende de veiligheid van navigatie

Artikel

18

Medische uitrusting

Artikel

19

Nadere regels in relatie tot benodigde certificaten

Artikel

20

Gelijkwaardige voorzieningen

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes, resoluties en circulaires is bepaald, afwijking toestaan van de in de artikelen 13 tot en met 17 bedoelde eisen, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening.

§

2

Eisen aan de bedrijfsvoering over schepen

Artikel

21

Veiligheidscommissie (ILO)

Artikel

22

Nadere regels betreffende de beveiliging van schepen

§

3

Toelatingseisen voor scheepsuitrusting

Artikel

23

Typegoedkeuringen voor scheepsuitrusting

§

4

Vrijstellingen

Artikel

23a

Vrijstelling voor bepaalde schepen ten aanzien van het standaard en reserve magnetisch kompas en kompaspeiltoestel

Artikel

23b

Vrijstellingen voor vrachtschepen van minder dan 500 GT

Vrachtschepen van minder dan 500 GT, doch met een lengte van 24 meter of meer, waarvoor een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is, zijn vrijgesteld van de navolgende voorschriften of eisen van het SOLAS-verdrag:

  • a.

    voorschrift II-1/3-2;

  • b.

    de aanwezigheid van een machinekamertelegraaf als bedoeld in voorschrift II-1/37;

  • c.

    de eis dat de in de voorschriften II-1/43.2.2, II-1/43.2.3 en II-1/43.2.4 genoemde ruimten en voorziening gedurende ten minste 18 uur van energie kunnen worden voorzien, mits die ruimten en voorzieningen gedurende ten minste 6 uur van energie kunnen worden voorzien;

  • d.

    de voorschriften II-1/43.2.5, II-1/43.2.6.1, II-1/43.2.6.2, II-1/43.3.1.2 en II-1/43.3.1.3, II-1/43.3.3, II-1/43.3.4 en II-1/43.4;

  • e.

    de voorschriften II-2/10.2.2.3.3, II-2/13.3.4 en II-2/13.4.3, alsmede:

    • 1°.

      voorschrift II-2/10.2.3.3.3, mits is voorzien in een straalpijp waarmee de in voorschrift II-2/10.2.1.6 genoemde druk kan worden gehandhaafd en een straal water, waarbij slechts gebruik wordt gemaakt van één slanglengte;

    • 2°.

      voorschrift II-2/10.10, mits ten minste één brandweerbijl aanwezig is;

  • f.

    voorschrift III/31.2 met betrekking tot de aanwezigheid van een hulpverleningsboot, mits alternatieve voorzieningen zijn getroffen om een drenkeling binnen 15 minuten horizontaal binnenboord te brengen;

  • g.

    voorschrift III/32.1.1 met betrekking tot de verplichte hoeveelheid reddingboeien aan boord, mits er niet minder dan 3 reddingboeien aan boord zijn waarvan ten minste 1 met lijn en 1 met licht.

Artikel

24

Vrijstelling op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)

Artikel

25

Zeilschepen en niet-werktuiglijk voortbewogen schepen

Artikel

25a

Vrijstellingen betreffende de veiligheid van navigatie

Wachtalarminstallaties op de brug, die voor 1 juli 2011 zijn geplaatst, zijn vrijgesteld van de eisen van resolutie MSC.128(75) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO, inhoudende uitvoeringsnormen betreffende de wachtalarminstallatie op de brug (Performance standards for a bridge navigational watch alarm system (BNWAS)), of van daaraan gelijkwaardige uitvoeringsnormen.

Hoofdstuk

4

Vervoer van lading

Artikel

26

Vervoer van deklast hout (IMO)

Artikel

27

Bevoegde autoriteiten IMSBC-Code (IMO)

De bevoegde autoriteiten, bedoeld in de op grond van de hoofdstukken VI, deel A, en VII, deel A-1, van het SOLAS-verdrag toepasselijke IMSBC-Code, zijn voor de in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten geregistreerde schepen: de onderscheidenlijke Ministers, verantwoordelijk voor scheepvaartaangelegenheden.

Artikel

28

Nadere regels betreffende het vastzetten van lading (IMO)

Artikel

28a

Methode berekening geverifieerde brutomassa van een beladen container ingevolge voorschrift 2, vierde lid, onder 2, deel A, hoofdstuk VI, van het SOLAS-verdrag

Artikel

28b

Toegestane afwijkingsmarge geverifieerde massa van een beladen container

De geverifieerde brutomassa van een beladen container bedoeld in voorschrift 2, vierde lid, deel A, hoofdstuk VI, van het SOLAS-verdrag wijkt niet meer af van de werkelijke massa dan:

  • a.

    ten hoogste 500 kilogram indien de werkelijke massa van de geverifieerde beladen container minder dan 10 ton bedraagt;

  • b.

    ten hoogste 5 massaprocent indien de werkelijke massa van de geverifieerde beladen container 10 ton of meer bedraagt.

Artikel

29

De bevoegde autoriteiten, bedoeld in de op grond van Hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag toepasselijke IMDG-Code zijn voor de in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten geregistreerde schepen: de onderscheidenlijke Ministers, verantwoordelijk voor scheepvaartaangelegenheden.

Artikel

30

EmS-Gids (IMO)

Hoofdstuk

5

Verplichtingen van de kapitein

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

31

Voorschriften voor bijzondere scheepstypen (IMO)

De kapitein van een schip waarvoor op grond van artikel 3d of 4 het certificaat, behorende bij de SCV-Code, de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de MODU-Code 2009, benodigd is, of ten aanzien waarvan op grond van artikel 6a, 6b, 6d of 8 voor toepassing van de CCSS-Code, de SCV-Code, de LY2-Code, de LY3-Code, de DSC-Code, de SPS-Code of de SPS-Code 2008 is gekozen, draagt er zorg voor dat aan boord van het schip de in de desbetreffende Code opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd.

Artikel

32

Beheer medische uitrusting

Artikel

33

Incidenten met gevaarlijke stoffen (IMO)

Artikel

34

Bijhouden dagboeken

De kapitein draagt er zorg voor dat de aan boord aanwezige dagboeken worden bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes is bepaald.

§

2

Vrijstellingen

Artikel

35

Beproeven van stuurinrichting op korte reizen (SOLAS)

Schepen waarmee geregeld korte reizen als bedoeld in voorschrift III/3.22 van het SOLAS-verdrag worden ondernomen, zijn vrijgesteld van de in voorschrift V/26 van dat verdrag opgenomen verplichting om voorafgaand aan elke reis de stuurinrichting te beproeven, met dien verstande dat de stuurinrichting ten minste eenmaal per week wordt beproefd.

Artikel

36

Niet-werktuiglijk voortbewogen schepen

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

36a

Artikel

37

Bekendmaking van Codes e.d.

Van de wijze van bekendmaking van de op grond van deze regeling toepasselijke Codes, resoluties en circulaires wordt mededeling gedaan in de Landscourant van Aruba, in de Curaçaosche Courant en de Landscourant van Sint Maarten.

Artikel

38

Wijzigingen van Codes e.d.

Artikel

40

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs

Bijlage

1

Model nationaal veiligheidscertificaat

Vervallen

Bijlage

2

Medische uitrusting

(bijlage als bedoeld in de artikelen 18 en 32 van de Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen)

Artikel

1

Toepassing op vissersvaartuigen

  • 1.

    Deze bijlage is tevens van toepassing op vissersvaartuigen.

  • 2.

    Voor de toepassing van deze bijlage wordt met de kapitein van een schip gelijkgesteld de schipper van een vissersvaartuig.

Artikel

2

Benodigde medische uitrusting

  • 1.

    Aan boord van een schip zijn de in de tabellen 1 en 2 voorgeschreven geneesmiddelen, verpleeg- en verbandmiddelen, handboeken en overige benodigdheden aanwezig. Voor schepen waarmee gevaarlijke stoffen als bedoeld in hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag worden vervoerd, kunnen afwijkende hoeveelheden gelden. Deze afwijkende hoeveelheden staan tussen haakjes vermeld.

  • 2.

    De in de kolommen A tot en met E genoemde hoeveelheden gelden voor schepen met een gemonsterde bemanning tot en met 15 personen. Bij een bemanningssterkte van meer dan 15 personen, worden deze hoeveelheden voor elke volgende groep van ten hoogste 15 personen steeds met honderd procent vermeerderd, met dien verstande dat daarbij de in de tabellen vermelde maximumhoeveelheden niet behoeven, en voor de receptplichtige middelen ook niet mogen, worden overschreden.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid behoeven bij een bemanningssterkte 15 tot en met 24 personen de in de tabellen 1 en 2 genoemde hoeveelheden slechts met vijftig procent te worden vermeerderd. Indien de in de tabellen genoemde hoeveelheid van een middel één bedraagt, behoeft deze hoeveelheid bij een bemanningssterkte 15 tot en met 24 personen niet te worden vermeerderd.

Artikel

3

Inhoud medicijnkisten aan boord van reddingsboten e.d.

  • 1.

    De tot de uitrusting van reddingsboten, reddingsvlotten en hulpverleningsboten behorende medicijnkisten bevatten de in kolom R van de tabellen 1 en 2 voorgeschreven middelen.

  • 2.

    De in kolom R genoemde hoeveelheden gelden per 50 personen, met uitzondering van het middel tegen zeeziekte, waarvoor de per persoon benodigde hoeveelheden zijn vermeld.

Artikel

4

Bewaren van de medische uitrusting

  • 1.

    De in artikel 2 bedoelde medische uitrusting wordt in daarvoor geschikte kisten of in daarvoor ingerichte kasten of ruimten bewaard.

  • 2.

    Onder de Opiumverordening vallende preparaten die deel uitmaken van de medische uitrusting, worden bewaard in een kluis, waarvan de sleutel berust bij de kapitein of bij de schepeling aan wie de kapitein het gebruik en beheer van de medische uitrusting heeft overgedragen.

Artikel

5

Levering en verpakking van geneesmiddelen en antidota

  • 1.

    De geneesmiddelen en antidota worden afgenomen bij een apotheker, hetgeen moet blijken uit een merk op de verpakking.

  • 2.

    Op de verpakking van de bestanddelen van de medische uitrusting is voor zover mogelijk, het nummer aangebracht dat is vermeld in deze bijlage. Tevens is een afschrift van de controlelijsten bevestigd in artikel 1 van deze bijlage bedoelde kisten, kasten of ruimten.

  • 3.

    Op de etiketten, aanwezig op de verpakking der middelen zijn zo veel mogelijk naast de Nederlandse, de Latijnse benamingen vermeld, overeenkomstig de nomenclatuur van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Artikel

6

Jaarlijkse inspectie medische uitrusting

  • 1.

    De jaarlijkse inspectie van de medische uitrusting vindt plaats voorafgaand aan de onderzoeken waaraan het schip wordt onderworpen in verband met de voor dat schip benodigde certificaten. De inspectie heeft geen betrekking op de in artikel 3 bedoelde medische uitrusting voor reddingsvlotten.

  • 2.

    De kapitein stelt bij de inspectie een controlelijst op met daarop de benamingen en codes van alle geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota die ingevolge deze bijlage aan boord van het schip zijn vereist, en vermeldt daarbij zowel de voorgeschreven hoeveelheden als de daadwerkelijk aan boord aanwezige hoeveelheden. In voorkomend geval wordt tevens de houdbaarheidsdatum van die middelen vermeld. De controlelijst vermeldt voorts de naam, de vlag en de thuishaven van het schip.

Artikel

7

Medische uitrusting SCV-schepen in coastal of protected waters

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 2 en 3 behoeft aan boord van een schip waarop de SCV-Code van toepassing is en waarmee uitsluitend reizen in een vaargebied binnen 30 mijl uit de kust worden ondernomen, slechts de in bijlage 8 van die Code voorgeschreven medische uitrusting aan boord te zijn.

  • 2.

    De artikelen 4, 5 en 6 zijn niet van toepassing op schepen als bedoeld in het eerste lid.

Betekenis van de kolommen in tabellen 1 en 2

Kolom A:

vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een onbeperkt vaargebied;

Kolom B:

vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan GMDSS-zeegebied A2 als bedoeld in voorschrift IV/2 van het SOLAS-verdrag, niet zijnde schepen waarop de SCV-Code van toepassing is;

Kolom C:

vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan GMDSS-zeegebied A1 als bedoeld in voorschrift IV/2 van het SOLAS-verdrag tot 30 mijl uit de kust;

vrachtschepen waarop de SCV-Code van toepassing is, waarmee reizen in exposed waters als omschreven in voorschrift I/2.15 van de SCV-Code worden ondernomen;

Kolom D:

passagiersschepen, niet zijnde schepen waarmee korte internationale of nationale reizen als bedoeld in voorschrift III/3 van het SOLAS-verdrag worden gemaakt, niet zijnde schepen waarop de SCV-Code van toepassing is;

Kolom E:

passagiersschepen waarmee korte internationale of nationale reizen als bedoeld in voorschrift III/3 van het SOLAS-verdrag worden gemaakt;

passagiersschepen waarop de SCV-Code van toepassing is, waarmee reizen in exposed waters als omschreven in voorschrift I/2.15 van de SCV-Code worden ondernomen;

Max.:

maximumhoeveelheden;

Kolom R:

reddingsboten, reddingsvlotten en hulpverleningsboten per 50 personen.

Betekenis van de aanvullende codes

RMA

Het middel dient in beginsel slechts op advies van de Radio Medische Dienst of van een arts te worden toegediend of toegepast.

f

Slechts voorgeschreven bij één of meer bemanningsleden van het vrouwelijk geslacht.

t

Slechts voorgeschreven op reizen in tropische wateren.

z

Slechts voorgeschreven voor zeilschepen.

[ ]

Slechts voorgeschreven voor schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, indien hiervoor een afwijkende hoeveelheid is voorgeschreven.

Tabel 1. Geneesmiddelen, limitatieve lijst

Middelen tegen hart- en vaatziekten

1.1.02

RMA

Adrenaline amp 1 mg/1 ml (voor im, iv en sc inj)

6

3

6

6

12

1.2.02

RMA

Isosorbide-dinitraat tabl 5 mg

20

10

10

20

20

60

10

1.3.03

RMA

Furosemide amp 40 mg/4 ml (voor im en iv inj)

3

[10]

2

[10]

3

2

[10]

6

[20]

1.4.02

RMA

Fytomenadion amp 10 mg/1 ml (voor im inj)

2z

[10]

2z

[5]

2z

2

2

[5]

4

[15]

2

1.4.03

RMA

Oxytocine amp 5U/1 ml (voor im en iv inj)

6f

3f

3f

6

3

12

3

1.5.02

RMA

Metoprolol tabl 50 mg

30

10

30

10

60

1.6.02

RMA

Carbasalaatcalcium 100 mg of Acetylsalicylzuur tabl 80 mg

20

10

20

10

40

Geneesmiddelen voor het maagdarmkanaal

2.1.04

Algeldraat+magnesiumhydroxide susp, flac 300 ml

2

1

4

2

8

2.1.05

RMA

Omeprazol tabl/caps 20 mg

60

30

60

30

150

2.2.02

RMA

Ondansetron smelttabl 4 mg

18

6

3

18

18

36

3

2.2.03

RMA

Metoclopramide amp 10 mg/2 ml (voor im inj)

5

[30]

[10]

5

[10]

10

[60]

2.3.01

Lactulose sir, flac 300 ml

2

1

2

1

4

2.3.02

RMA

Nalaurylsulfoactaat /Sorbitol/Na-citraat microklysma

12

4

12

12

24

2.4.01

Loperamide caps 2 mg

80

40

40

80

40

200

40

2.6.01

Vaseline/lidocaïne crème 3%, tube 30 g

2

1

2

1

5

Pijnstillende en krampwerende middelen

3.1.02

Ibuprofen drag 400 mg

40

20

40

20

100

3.1.03

Paracetamol tabl 500 mg

80

[200]

40

[100]

20

80

80

[100]

200

[300]

80

3.2.03

RMA

Morfine HCl amp 10 mg/1 ml (voor im en sc inj)

(IN KLUIS BEWAREN)

10

[40]

5

[10]

10

10

[20]

30

[40]

3.2.04R

(RMA)

Tramadol caps 50 mg

30

3.3.02

RMA

Diclofenac supp 100 mg

10

5

5

10

5

20

5

3.4.01

RMA

Naloxon amp 0,4 mg/1 ml (voor im en iv inj)

3

[6]

3

[6]

6

6

[12]

15

[24]

Geneesmiddelen voor het zenuwstelsel

4.1.02

RMA

Diazepam mikroclysma 10 mg/2,5 ml

10

[10]

2

[5]

10

5

[20]

20

[20]

4.1.03

RMA

Oxazepam tabl 10 mg

20

10

20

10

50

4.2.01

RMA

Haloperidol tabl 1 mg

20

10

20

10

50

4.2.02

RMA

Haloperidol amp 5 mg/1 ml (voor im en iv inj)

10

2

10

5

20

4.3.02

Cyclizine supp 100 mg

20

10

20

20

100

4.3.03

Cinnarizine tabl 25 mg

50

20

10

50

50

200

6 pp

4.4.02

RMA

Carbamazepine tabl 200 mg

20

10

20

20

50

4.5.01

RMA

Temazepam tabl/caps 10 mg

20

10

20

20

50

Anti-allergische en anti-anafylactische middelen

5.1.03

RMA

Clemastine tabl 1 mg

20

10

20

20

50

5.1.04

RMA

Clemastine amp 2 mg/2 ml (voor im en iv inj)

3

2

3

2

6

5.2.02

RMA

Dexamethason amp 5 mg/1 ml (voor im en iv inj)

5

2

5

2

5

Geneesmiddelen voor het ademhalingsstelsel

6.1.02

RMA

Salbutamol 0,1 mg[ds, inhalator 200 ds

2

[5]

1

[5]

2

1

[5]

4

[5]

6.1.03

RMA

Beclomethasone 0,05 mg/ds, inhalator 200 ds

[5]

[5]

[5]

[5]

6.1.04

Voorzetkamer voor 6.1.02 en 6.1.03

1

[2]

1

[2]

1

1

[2]

1

[2]

6.2.01

Dextromethorfan sir, flac 200 ml

3

1

3

1

6

6.3.01

Xylometazoline neusdruppels 0,1%, druppelflac 10 ml

5

3

5

3

10

Infectiewerende middelen

7.1.01

RMA

Amoxicilline met clavulaanzuur tabl 500/125

60

20

60

20

120

7.1.07

RMA

Doxycycline tabl 100 mg

20

5

20

5

50

7.1.08

RMA

Cefuroxim amp 750 mg + 5 ml opl (voor im inj)

15

6

15

6

30

7.2.02

RMA

Co-trimoxazol tabl 800+160 mg

30

10

30

10

60

7.4.02

RMA

Metronidazol tabl 500 mg

20

10

20

10

50

7.4.03

RMA

Metronidazol supp of ovule 500 mg 1

[10]

[25]

7.5.01

RMA

Ciprofloxacine tabl 500 mg

40

20

40

20

100

7.6.01

RMA

Tetanusvaccin amp 0,5 ml (voor im inj)

(KOEL BEWAREN)

5

2

5

2

5

7.6.02

RMA

Anti-tetanus immunoglobuline amp 250 E/2 ml (voor im inj)

(KOEL BEWAREN)

3

1

3

1

5

7.7.01

.t

RMA

Atovaquon/proguanil tabl 250/100 mg

252

124

252

124

756

7.7.02

.t

RMA

Artemether/Lumefantrine tabl 20/120 mg

120

48

120

120

312

7.7.03

.t

RMA

Artemether 80 mg/ml, 1 ml amp

10

5

10

5

20

Preparaten bestemd voor rehydratie en toevoer van calorieën en

plasmavervangmiddelen

8.1.01

ORS met samenstelling vlgs WHO standaard, zakje voor de bereiding van1 liter rehydratie-vloeistof

18

6

18

6

36

8.1.02

RMA

NaCl 0,9% infuusvloeistof, flac 500 ml

2

[10]

1

[6]

4

2

[6]

4

[10]

Infuussysteem zie II.5.05f

8.3.01

RMA

Plasmavervangmiddel naar keuze, flac 500 ml

5

3

5

3

10

Infuussysteem zie II.5.05f

Geneesmiddelen voor dermatologisch gebruik

9.1.03

Chloorhexidine 0,5%, flac 30 ml

4

2

1

4

2

8

1

9.1.04

Chloorhexidine/Cetrimide opl, flac 250 ml

3

1

3

3

5

9.1.05

Handalcohol 70%

2

1

2

1

4

9.1.08

Betadine zalf, tube 30 g

3

2

1

3

2

6

2

9.1.09

Capsicum compositum crème, tube 30 g

3

1

3

1

6

9.1.10

Miconazolnitraat crème 2%, tube 30 g

4

2

4

2

8

9.1.13

RMA

Zilversulfadiazine crème 1%, tube 50 g

(KOEL BEWAREN)

5

3

1

5

5

8

9.1.13R

Lang houdbare antispetische crème geschikt voor behandeling van brandwonden

1

9.1.14R

Antizonnebrand waterbestendige crème, tube 25 g, factor 20 (EU) of 22 (USA)

2

9.1.15

Alumnis compositum poeder,strooiflac 100 g

4

1

4

2

8

9.1.18

Lanette/menthol crème 2%, tube 10 g

2

2

1

5

9.1.20

Permetrine lotion 10 mg/g, flac 59 ml

3

1

3

1

5

9.1.21

RMA

Triamcinolon 0.1%, tube 30 g

2

1

2

1

4

9.1.22

Aciclovir tabl 200 mg

60

30

-

60

120

120

-

Middelen voor oogheelkundig gebruik

9.2.03

RMA

Tetracaïne oogdruppels 0,5%, unitdose

(KOEL BEWAREN)

20

10

20

10

40

9.2.04

RMA

Pilocarpine oogdruppels 2%, druppelflac 10 ml

(KOEL BEWAREN)

1

1

1

1

2

9.2.05

Fluoresceïne strips 1%, verpakking van 10 stuks

1

1

1

1

2

9.2.06

Tetracycline oogzalf 1%, tube 4g

(KOEL BEWAREN)

2

[5]

1

[3]

1

2

1

[3]

4

[10]

1

9.2.07

Fusidinezuur ooggel 1%, unitdose 0,2 g

(KOEL BEWAREN)

24

12

24

12

48

Middelen voor oorheelkundig gebruik

9.3.03

Polymyxine-B bevattende oordruppels,

2

1

2

1

4

Middelen tegen mond- en keelaandoeningen

9.4.01

Chloorhexidine gorgeldrank 2%, flac 200 ml

2

1

2

1

4

Lokaal-anesthetica

9.5.02

Lidocaïne 2%, flac 20 ml zonder adrenaline (voor im en sc inj)

2

1

2

1

4

9.5.03

Carophylli aetheroleum (kruidnagelolie), druppelflac 10 ml

1

1

1

1

1

Aanvullende antidota voor gevaarlijke stoffen

10.1.01

RMA

Calciumgluconaat gel 2%, tube 25 g

[5]

[5]

[10]

[40]

10.2.05

RMA

Atropinesulfaat amp 1 mg/1 ml (voor im en iv inj)

[15]

[15]

[30]

[100]

10.2.06

RMA

Calciumgluconaat bruistabl 1 g

[20]

[20]

[40]

[100]

10.2.09

RMA

Geactiveerde kool, poeder, flac 50 g

[2]

[2]

[2]

[2]

10.2.10

RMA

Aethylacohol opl 95%, flac 500 ml

[3]

[1]

[1]

[3]

Diversen

12.1.01

RMA

Glucagon amp 1 mg + 1 ml opl (voor im en iv inj)

(KOEL BEWAREN)

2z

2z

2z

4

2

4

1 De bereiding en aflevering van Metronidazol zetpillen kan op praktische bezwaren stuiten. Volgens informatie van de fabrikant is het mogelijk om vaginale ovules ook rectaal te gebruiken. Ovules (Flagyl) zijn daarom een gelijkwaardig alternatief.

2 Te gebruiken voor de profylaxe van malaria. Zie voor verdere informatie het Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart. Daarnaast dient gezorgd te worden voor de meest actuele informatie over resistentiegebieden. Malarone® is in Nederland slechts geregistreerd voor gebruik tot vier weken. De betrokken zeevarende tekent bij een arts een ‘informed consent’ oftewel bewustzijnsverklaring, voor gebruik langer dan vier weken aaneengesloten.

3 Te gebruiken voor de profylaxe van malaria. Zie voor verdere informatie het Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart. Daarnaast dient gezorgd te worden voor de meest actuele informatie over resistentiegebieden. Malarone® is in Nederland slechts geregistreerd voor gebruik tot vier weken. De betrokken zeevarende tekent bij een arts een "informed consent" oftewel bewustzijnsverklaring, voor gebruik langer dan vier weken aaneengesloten.

4 Te gebruiken voor de profylaxe van malaria. Zie voor verdere informatie het Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart. Daarnaast dient gezorgd te worden voor de meest actuele informatie over resistentiegebieden. Malarone® is in Nederland slechts geregistreerd voor gebruik tot vier weken. De betrokken zeevarende tekent bij een arts een ‘informed consent’ oftewel bewustzijnsverklaring, voor gebruik langer dan vier weken aaneengesloten.

Tabel 2. Verpleeg- en verbandmiddelen

Reanimatiebenodigdheden

II.1.01

Beademingsballon reserve met masker, bij voorkeur op te bergen bij II.1.02.a

[1]

[1]

[1]

[1]

II.1.02.a

Zuurstofkoffer draagbaar, compleet met gebruiksaanwijzingen, inclusief 1 zuurstoffles 2 l/200 bar, reduceerventiel met flowmeter, en beademingsballon met masker

1

1

1

1

1

II.1.02.b

Zuurstoffles reserve 2 l/200 bar bij voorkeur op te bergen bij II.1.02.a

[1]

[1]

[3]

[3]

II.1.02.c

Zuurstoffles met zuurstof voor medische toepassing 40 l/200 bar of verdeeld over maximaal 4 flessen die allen dezelfde kleurcodering, vuldruk en aansluiting hebben, klaar voor direct gebruik in het ziekenverblijf van het schip, met 2 flowmeters voor het toedienen van zuurstof aan 2 personen tegelijk1

[1]

[1]

[1]

[1]

II.1.03

Afzuigeenheid mechanisch om de luchtwegen vrij te maken, bij voorkeur als onderdeel van II.1.02.a

1

1

1

1

1

II.1.04

Brook Airway of Lifeway of equivalent

1

[2]

1

[2]

1

2

2

4

1

II.1.05.a

Guedel (Mayo-tube) no 2

[2]

[2]

[2]

[4]

II.1.05.b

Guedel (Mayo-tube) no 3

[2]

[2]

[2]

[4]

II.1.05.c

Guedel (Mayo-tube) no 4

[2]

[2]

[2]

[4]

II.1.06

Zuurstofmaskers disposable (tot 60% zuurstof) met bijbehorende flexibele aansluitslangen, bij voorkeur als onderdeel van II.1.02.a

2

[10]

2

[10]

2

2

[10]

6

[20]

Verbandmiddelen en hechtingsmateriaal

II.2.01

Hechtingsset met naalden: zie II.2.13 en II.3.01 t/m II.3.06.

II.2.02

Zelfklevend elastisch verband 4 m/6 cm

1

1

1

2

1

2

1

II.2.03.c

Hydrolast windsel 4 m/6 cm

30

15

8

60

60

120

II.2.04

Tunnelverband voor vingers m applicator, rol 5 m

4

1

1

4

4

12

II.2.05.a

Hydrofiel gaas 5x5 cm steriel, verpakking van 16 st

10

5

1

20

20

40

II.2.05.b

Hydrofiel gaas 10x10 cm steriel, verpakking van 25 st

3

2

1

3

3

10

1

II.2.05.c

Vaseline gaas steriel 10x10 cm

20

10

10

20

20

40

10

II.2.06

Hydrofiel watten, 100 g

4

2

1

4

4

10

II.2.07.a

Metalline laken steriel 73x250 cm

1

1

2

2

2

II.2.08

Driekante doeken (katoen)

4

4

4

4

4

4

4

II.2.09.a

Handschoenen niet steriel, per paar

12

6

3

12

12

24

3

II.2.09.b

Handschoenen steriel M, per paar

3

2

6

12

12

II.2.09.c

Handschoenen steriel L, per paar

3

2

6

12

12

II.2.10.b

Pleisterverband waterbest 1 m/6 cm

3

2

1

3

2

6

1

II.2.11.a

Snelverband steriel nr 1 klein

4

4

1

10

10

20

2

II.2.11.b

Snelverband steriel nr 2 middel

10

4

2

20

20

40

4

II.2.11.c

Snelverband steriel nr 3 groot

4

4

1

10

10

10

1

II.2.12.a

Hechtpleister waterbest 5 m/1¼ cm

2

1

1

2

2

5

1

II.2.12.c

Zwaluwstaart pleisters steriel

20

10

5

20

20

40

5

II.2.13.c

Hechtingen atraumatisch vicryl 4-0

10

5

10

10

20

II.2.13.d

Hechtingen atraumatisch ethilon 3-0

10

5

10

10

20

II.2.13.e

Hechtingen atraumatisch ethilon 5-0

10

5

10

10

20

II.2.14

Synthetische watten 3 m/10 cm

2

1

2

2

4

II.2.15.a

Oogklepje

2

1

3

3

3

II.2.15.b

Oogcompressen, 5 stuks

2

1

3

3

3

II.2.16

Veiligheidsspelden (RVS), 12 st

2

1

1

3

3

3

1

Instrumenten

II.3.01

Scalpel steriel disposable

3

3

3

3

6

II.3.02

Instrumentendoos (RVS) voor chirurgische instrumenten

1

1

1

1

2

II.3.03.a

Schaar chirurgisch (RVS)

1

1

1

1

2

II.3.03.b

Verbandschaar Lister 18 cm (RVS), niet op te bergen in II.3.02

1

1

1

1

1

3

1

II.3.04.a

Pincet anatomisch (RVS)

1

1

1

1

2

II.3.04.b

Pincet chirurgisch (RVS)

1

1

1

1

2

II.3.05

Arterieklem vlgs Kocher (RVS)

1

1

1

1

2

II.3.06

Naaldvoerder Mathieu 17 cm (RVS)

1

1

1

1

2

II.3.07

Scheerapparaat disposable

5

2

5

5

10

II.3.08

Splinterpincet (RVS)

1

1

1

1

2

II.3.09

Ringzaagtang (RVS)

1

1

1

1

1

II.3.10

Nylon lisje oogheelkundig

1

1

1

1

2

Materiaal voor onderzoek en medische controle

II.4.01

Tongspatels disposable

50

10

50

50

100

II.4.02

Teststrips voor urineanalyse: bloed/glucose/eiwit/nitriet/leucocyten, 50 strips

1

1

1

1

2

II.4.03

Bladen voor registratie lichaamstemp en pols

20

5

20

20

40

II.4.04

Medische kaart voor informatie bij evacuatie

4

2

4

4

10

II.4.05

Stethoscoop

1

1

1

1

1

II.4.06

Anaeroïde bloeddrukmeter, bij voorkeur automatisch

1

1

1

1

1

II.4.07

Thermometer voor koorts

3

2

3

3

6

II.4.08

Thermometer voor hypothermie

1

1

1

1

1

II.4.09

Penlight ooglampje + blauw kapje

2

1

2

2

2

Materiaal voor injecties, perfusie, puncties en catherisatie

II.5.01

Set v draineren vd blaas: zie II.5.04/.06/.07

II.5.02.a

Druppelclysma rectaal met druppelteller, inclusief 1 catheter

1

1

1

2

II.5.02.b

Catheter 26 Fr voor druppelclysma rectaal

[6]

[12]

II.5.04

Urinezak met aansluiting op condoom

2

2

1

2

II.5.05.a

Injectiespuiten steriel 2 ml disposable

50

[100]

25

[50]

5

50

40

[50]

100

[200]

5

II.5.05.b

Injectiespuiten steriel 5 ml disposable

10

5

[10]

10

10

20

[20]

II.5.05.c

Injectienaalden steriel sc 16x½ mm, passend op II.5.05.a/.b

25

10

25

10

50

II.5.05.d

Injectienaalden steriel im 40x0,8 mm, passend op II.5.05.a/.b

50

[100]

25

[50]

5

50

25

[50]

100

[200]

5

II.5.05.e

Infuusnaalden steriel 1,2 te gebruiken bij inbrengen infuus

4

[10]

2

[10]

8

4

[10]

8

[20]

II.5.05.f

Infuus systeem steriel voor 8.1.02 en 8.3.01

4

[10]

2

[10]

8

4

[10]

8

[20]

II.5.05.g

Stuwband te gebruiken bij inbrengen infuus

1

[2]

1

[2]

2

1

[2]

4

[4]

II.5.06

Urinecatheter steriel Thieman zonder ballon nr 16 en 12, van ieder

1

1

1

2

II.5.07

Catheterglijmiddel lidocaïne 2%/chloorhexidine 0,05%, spuit

2

2

2

4

II.5.08

Nierbekken (RVS)

2

1

1

1

4

Verplegingsartikelen

II.6.01

Ondersteek (RVS)

1

2

2

3

II.6.02

Warmwaterzak

1

1

2

1

3

II.6.03

Urinaal (glas)

1

2

2

3

II.6.04

ColdHotpack Maxi 20x30 cm

(IN VRIEZER BEWAREN)

1

1

1

1

1

2

II.6.06

Reddingdeken aluminiumfolie

1

1

1

2

2

4

1

Immobilisatiemateriaal

II.7.01

Vervormbare spalk voor vingers/tenen

2

1

2

2

4

II.7.02

Vervormbare draadspalk voor onderarm en hand, set van 6 stuks

1

1

1

1

2

II.7.03

Vacuum spalken (halve/hele arm, half/heel been) met handpomp of equivalent

1

1

1

2

2

3

II.7.04

Dijbeenspalk

1

1

1

1

2

II.7.05

Nekkraag Stifneck Select of equivalent: instelbaar

2

2

2

2

4

II.7.06

Vacuumschelpmatras met voetpomp

1

1

1

1

II.07.07

Waar de voorgeschreven bemanning uit meer dan 3 personen bestaat: brancard2

1

1

1

2

2

2

Desinfectie, insectenverdeliging, bescherming

II.8.01

Drinkwater desinfectiemiddel, geschikt voor menselijke consumptie, hoeveelheid voor 1 keer de totale drinkwatervoorraad aan boord

2

1

2

2

5

II.8.04

Diëthyltoluamide (DEET) 50% insect repellent, flac 30 ml

30

15

30

30

60

II.8.05

Spuitbaar bestrijdingsmiddel tegen vliegend en kruipend ongedierte naar keuze, spuitflacon

2

1

2

1

10

Diverse benodigdheden

II.9.01.b

Bodybag

1

[2]

2

1

[2]

II.9.03

Condooms

50

20

50

50

100

II.9.04

Pedaalemmer (RVS) met binnenemmer

1

1

1

1

Plastic binnenzakken voor pedaalemmer, 20 st

2

2

2

4

II.9.05

Voorwerpglaasjes, 12 st

1

1

1

1

II.9.06

Wattendragers (hout)

50

20

50

50

100

II.9.07

Buigrietjes

20

10

20

20

40

II.9.10

Geneeskundig Handboek voor de Scheepvaart, laatste editie incl. aanvullingen

1

1

1

1

1

II.9.11

MFAG, laatste editie incl. aanvullingen als bedoeld in artikel 18 van de Regeling veiligheid Arubaanse, Curacoase en Sint Maartense zeeschepen

[1]

[1]

[1]

[1]

II.9.12

EHBO-boekje Oranje Kruis, laatste editie

1

1

II.9.13

Hersluitbare waterdichte medicijnkist, bestemd voor alle artikelen uit kolom R met inhoudsopgave en behandelingsvoorschrift gedrukt op waterbestendig materiaal.

1

1 In verband met het explosiegevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de zuurstoffles(sen) op een wijze die passend is, bij voorkeur in de buitenlucht of in een geventileerde ruimte.

2 De brancard heeft een raamwerk met onbuigzame ondersteunende bodem en is zodanig geconstrueerd, dat het gehele lichaam van de patiënt bescherming wordt geboden en kan worden gefixeerd, waarbij rekening is gehouden met de uiteenlopende omstandigheden waaronder de brancard moet kunnen worden gebruikt. De brancard is vervaardigd van brandvertragend materiaal en voorzien van hijsogen en banden ten behoeve van horizontaal en verticaal transport, onder andere door mangaten en vluchtluiken. Op zeilschepen met een lengte van minder dan 24 meter behoeft geen brancard aan boord te zijn.