Regeling houdende nadere regels met betrekking tot de veiligheid en certificering van in de Nederlandse Antillen en Aruba geregistreerde zeeschepen (Regeling veiligheid Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen)

Regeling veiligheid Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen en de Minister van Toerisme en Transport van Aruba;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Bouwdatum van een schip

Als bouwdatum van een schip wordt aangemerkt de dag waarop de kiel van het schip is gelegd, dan wel de dag waarop met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes is bepaald, een met de kiellegging vergelijkbaar stadium is bereikt. Artikel 2, tweede lid, van het besluit is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

3

Toepassingsbereik

Deze regeling is van toepassing op schepen die op grond van Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren.

Hoofdstuk

2

Certificaten en onderzoeken

§

1

Benodigde certificaten

Artikel

4

Certificaten voor verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)

Artikel

5

Certificaten op grond van DSC-Code en SPS-Code (IMO)

Artikel

6

Bij certificaten behorende uitrustingsrapporten, aanhangsels e.d.

De in de artikelen 4 en 5 bedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende uitrustingsrapporten en aanhangsels, alsmede van de in de desbetreffende Codes voorgeschreven stabiliteitsgegevens of andere gegevens met betrekking tot schip of lading.

§

2

Onderzoeken

Artikel

7

Onderzoeken van verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)

Verplaatsbare offshore booreenheden als bedoeld in de MODU-Code 1979 of 1989 worden ter verkrijging van de voor die schepen benodigde certificaten en gedurende de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan de in de desbetreffende Code voorgeschreven onderzoeken.

Artikel

8

Onderzoeken op grond van DSC-Code en SPS-Code (IMO)

Artikel

9

Tijdstippen van onderzoek

De in de artikelen 7 en 8 bedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende Codes voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat.

Artikel

10

Uitvoering onderzoeken door erkende organisaties

Artikel

11

Aantekening van onderzoeken

Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 7 en 8 tijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat.

§

3

Afgifte en geldigheid van certificaten

Artikel

12

Certificaten op grond van MODU-Code, DSC-Code of SPS-Code (IMO)

Hoofdstuk

3

Eisen aan schip en bedrijfsvoering

§

1

Eisen aan schepen

Artikel

13

Eisen op grond van MODU-Code, DSC-Code en SPS-Code (IMO)

Artikel

14

Bijzondere eisen voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)

Artikel

15

Nadere regels betreffende de stabiliteit van schepen (IMO)

Artikel

16

Nadere regels betreffende werktuiglijke en elektrische installaties

Artikel

17

Nadere regels betreffende de veiligheid van navigatie

Artikel

18

Medische uitrusting

Artikel

19

Nadere regels in relatie tot benodigde certificaten

Artikel

20

Gelijkwaardige voorzieningen

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke resoluties van de IMO is bepaald, afwijking toestaan van de in de artikelen 13 tot en met 17 bedoelde eisen, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening.

§

2

Eisen aan de bedrijfsvoering over schepen

Artikel

21

Veiligheidscommissie (ILO)

Artikel

22

Nadere regels betreffende de beveiliging van schepen

§

3

Toelatingseisen voor scheepsuitrusting

Artikel

23

Typegoedkeuringen voor scheepsuitrusting

§

4

Vrijstellingen

Artikel

24

Vrijstellingen op grond van MODU-Code, DSC-Code of SPS-Code (IMO)

Schepen waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, van het besluit benodigd is, zijn vrijgesteld van:

  • a.

    indien zij voldoen aan de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de DSC-Code: de in de hoofdstukken II-1, II-2, III en IV van het SOLAS-verdrag opgenomen eisen;

  • b.

    indien zij voldoen aan de SPS-Code: de in die Code aangegeven eisen van het SOLAS-verdrag.

Artikel

25

Zeilschepen en niet-werktuiglijk voortbewogen schepen

Hoofdstuk

4

Vervoer van lading

Artikel

26

Vervoer van deklast hout (IMO)

Artikel

27

Nadere regels voor het vervoer van bulklading (IMO)

Artikel

28

Nadere regels betreffende het vastzetten van lading (IMO)

Artikel

29

Bevoegde autoriteiten IMDG-Code

De bevoegde autoriteiten, bedoeld in de op grond van hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag toepasselijke IMDG-Code, zijn:

  • a.

    voor in de Nederlandse Antillen geregistreerde schepen: de Minister van Verkeer en Vervoer van de Nederlandse Antillen;

  • b.

    voor in Aruba geregistreerde schepen: de Minister van Toerisme en Transport van Aruba.

Artikel

30

EmS-Gids (IMO)

Hoofdstuk

5

Verplichtingen van de kapitein

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

31

Voorschriften voor bijzondere scheepstypen (IMO)

De kapitein van een schip waarvoor een certificaat, behorende bij de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989, de DSC-Code of de SPS-Code, benodigd is, draagt er zorg voor dat aan boord van het schip de in de desbetreffende Code opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd.

Artikel

33

Incidenten met gevaarlijke stoffen (IMO)

Artikel

34

Bijhouden dagboeken

De kapitein draagt er zorg voor dat de aan boord aanwezige dagboeken worden bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes is bepaald.

§

2

Vrijstellingen

Artikel

35

Beproeven van stuurinrichting op korte reizen (SOLAS)

Schepen waarmee geregeld korte reizen als bedoeld in voorschrift III/3.22 van het SOLAS-verdrag worden ondernomen, zijn vrijgesteld van de in voorschrift V/26 van dat verdrag opgenomen verplichting om voorafgaand aan elke reis de stuurinrichting te beproeven, met dien verstande dat de stuurinrichting ten minste eenmaal per week wordt beproefd.

Artikel

36

Niet-werktuiglijk voortbewogen schepen

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

37

Bekendmaking van Codes e.d.

Van de wijze van bekendmaking van de op grond van deze regeling toepasselijke Codes, resoluties en circulaires van de IMO wordt mededeling gedaan in de Curaçaosche Courant en in de Landscourant van Aruba.

Artikel

38

Wijzigingen van Codes e.d.

Artikel

40

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheid Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in het Afkondigingsblad van Aruba worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs