Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op Richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138) alsmede op de artikelen 22, tweede lid, 27, 29, 44, 45, zesde lid, 46, 53, en 55, vijfde lid, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, artikel 4, derde en vierde lid, van het Rijksbesluit Onderzoeksraad voor veiligheid en de artikelen 1, eerste lid, onderdeel o, 11 en 13 van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid;

Besluit:

§

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    rijkswet: Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid;

  • b.

    scheepvaartongeval: een gebeurtenis die heeft geresulteerd in:

    • 1°.

      dodelijk of ernstig letsel aan een persoon overkomen, dat is veroorzaakt door of samenhangt met het functioneren van een schip,

    • 2°.

      de vermissing van een persoon vanaf een schip, die is veroorzaakt door of samenhangt met het functioneren van het schip,

    • 3°.

      de vermissing, vermoedelijke vermissing of het verlaten van een schip,

    • 4°.

      schade aan een schip,

    • 5°.

      het stranden of onbruikbaar worden van een schip,

    • 6°.

      de betrokkenheid van een schip bij een aanvaring,

    • 7°.

      schade die is veroorzaakt door of samenhangt met het functioneren van een schip of

    • 8°.

      schade aan het milieu die is veroorzaakt door schade aan een of meer schepen, welke het gevolg is van of samenhangt met het functioneren van een schip.

  • c.

    scheepvaartincident: een gebeurtenis, geen scheepvaartongeval zijnde, veroorzaakt door of samenhangend met het functioneren van een schip en waarbij de veiligheid van het schip of van personen in gevaar is gebracht of waardoor ernstige schade aan het schip, aan mijnbouwinstallaties of aan het mariene milieu zou kunnen ontstaan;

  • d.

    luchtvaartongeval: een gebeurtenis die samenhangt met het gebruik van een luchtvaartuig en plaatsvindt tussen het tijdstip waarop een persoon zich aan boord begeeft met het voornemen een vlucht uit te voeren en het tijdstip waarop alle personen die zich met dit voornemen aan boord hebben begeven, zijn uitgestapt, en waarbij:

    • 1°.

      een persoon dodelijk of ernstig letsel heeft opgelopen als gevolg van het zich in het luchtvaartuig bevinden, direct contact met een onderdeel van het luchtvaartuig, inclusief de onderdelen die van het luchtvaartuig zijn losgeraakt of directe blootstelling aan de uitlaatstroom van de reactoren, behalve wanneer de letsels een natuurlijke oorzaak hebben, door de persoon zelf of door anderen zijn toegebracht, of wanneer de letsels verstekelingen treffen die zich buiten de normale voor passagiers en het personeel bedoelde ruimten ophouden,

    • 2°.

      het luchtvaartuig schade of een structureel defect oploopt, waardoor afbreuk wordt gedaan aan zijn soliditeit, prestaties of vluchtkenmerken en die normaliter ingrijpende herstelwerkzaamheden of vervanging van het getroffen onderdeel noodzakelijk zouden maken, behalve wanneer het gaat om motorstoring of motorschade en de schade beperkt is tot de motor, de motorkap of motoronderdelen, dan wel om schade die beperkt is tot de propellers, de vleugelpunten, de antennes, de banden, de remmen, de stroomlijnkappen of tot deukjes of gaatjes in de vliegtuighuid, of

    • 3°.

      het luchtvaartuig vermist wordt of volledig onbereikbaar is;

  • e.

    luchtvaartincident: een gebeurtenis, geen luchtvaartongeval zijnde, die samenhangt met het functioneren van een luchtvaartuig en afbreuk doet of zou kunnen doen aan een veilige vluchtuitvoering;

  • f.

    ernstig luchtvaartincident: luchtvaartincident dat zich voordoet onder omstandigheden die erop wijzen dat bijna een luchtvaartongeval heeft plaatsgevonden;

  • g.

    dodelijk letsel: letsel, door een persoon bij een ongeval opgelopen, dat binnen dertig dagen na het tijdstip van het ongeval de dood tot gevolg heeft;

  • h.

    ernstig letsel:

    • 1°.

      met betrekking tot een scheepvaartongeval: letsel, door een persoon bij een ongeval opgelopen, dat resulteert in een uitschakeling voor meer dan 72 uur, beginnend binnen zeven dagen na de datum waarop het letsel werd opgelopen;

    • 2°.

      met betrekking tot een luchtvaartongeval: letsel, door een persoon bij een ongeval opgelopen, dat:

      • opneming in een ziekenhuis gedurende meer dan 48 uur vereist, welke aanvangt binnen zeven dagen na het oplopen van het letsel,

      • de breuk van een bot tot gevolg heeft, uitgezonderd enkelvoudige breuken van vingers, tenen of de neus,

      • gepaard gaat met scheurwonden die ernstige bloedingen of beschadigingen van zenuwen, spieren of pezen veroorzaken,

      • gepaard gaat met letsel aan een inwendig orgaan,

      • gepaard gaat met tweedegraads of derdegraads brandwonden of brandwonden over meer dan 5% van het lichaamsoppervlak of

      • gepaard gaat met geconstateerde blootstelling aan besmettelijke stoffen of schadelijke straling;

  • i.

    staat van ontwerp: staat die rechtsmacht heeft over de organisatie die verantwoordelijk is voor het ontwerp van een luchtvaartuig;

  • j.

    staat van vervaardiging: staat die rechtsmacht heeft over de organisatie, die verantwoordelijk is voor de vervaardiging van een luchtvaartuig als zodanig;

  • k.

    staat van het voorval: staat, op of boven het grondgebied, de territoriale wateren daaronder begrepen, waarvan een luchtvaartongeval of luchtvaartincident plaatsvindt;

  • l.

    staat van de exploitant: staat waarin de exploitant van een luchtvaartuig zijn voornaamste plaats van bedrijvigheid heeft of, bij gebreke daarvan, de exploitant is gevestigd;

  • m.

    staat van registratie: staat waar een luchtvaartuig is geregistreerd;

  • n.

    exploitant van een luchtvaartuig: iedere natuurlijk persoon, iedere rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of ieder overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid dat een of meer luchtvaartuigen exploiteert of voornemens is te exploiteren;

  • o.

    spoorwegveiligheidsrichtlijn: richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PbEU 2016, L 138);

  • p.

    richtlijn 2009/18/EG: richtlijn nr. 2009/18/EG van het Europees Parlement en van de Raad van Europese Unie van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de scheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 131);

  • q.

    spoorweg: een spoorwegsysteem als bedoeld in de spoorwegveiligheidsrichtlijn, voor zover dat systeem is aangewezen in het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen;

  • r.

    Europees Spoorwegbureau: het Spoorwegbureau van de Europese Unie, bedoeld in Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PbEU 2016, L 138).

§

2

Toepasselijkheid

Artikel

2

§

3

Staten met een aanmerkelijk belang

Artikel

3

In geval van een voorval met een zeeschip wordt onder staat met aanmerkelijk belang, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid, verstaan:

  • a.

    een staat waarvan een zeeschip dat voorwerp is van het betrokken onderzoek door de raad, de vlag voert;

  • b.

    een staat in de binnenlandse of territoriale wateren waarvan het betrokken scheepvaartongeval heeft plaatsgevonden;

  • c.

    een staat waarin het betrokken scheepvaartongeval of scheepvaartincident ernstige schade aan het milieu heeft veroorzaakt of heeft gedreigd te veroorzaken, of een staat onder de jurisdictie waarvan gebieden staan waarin het ongeval of incident een dergelijke schade heeft veroorzaakt of heeft gedreigd te veroorzaken;

  • d.

    een staat waaraan de gevolgen van het betrokken scheepvaartongeval of scheepvaartincident ernstige schade hebben veroorzaakt of hebben gedreigd te veroorzaken, of een staat onder de jurisdictie waarvan kunstmatige eilanden, installaties of bouwwerken staan waaraan bedoelde gevolgen ernstige schade hebben veroorzaakt of hebben gedreigd te veroorzaken;

  • e.

    een staat waarvan personen die ten gevolge van het betrokken scheepvaartongeval hun leven hebben verloren of ernstig letsel hebben opgelopen, de nationaliteit bezitten;

  • f.

    een staat die beschikt over belangrijke informatie die van nut kan zijn voor het onderzoek van het betrokken scheepvaartongeval of scheepvaartincident;

  • g.

    een staat die in verband met het onderzoek van het betrokken scheepvaartongeval of scheepvaartincident om een andere reden een belang kenbaar maakt dat van betekenis wordt geacht door Nederland.

§

4

Beheer

Artikel

4

§

5

Melding voorval en verstrekken informatie aan derden

Artikel

5

Artikel

6

§

6

Melding onderzoek en informatie betreffende een onderzoek

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

8a

Artikel

9

Artikel

10

Zo spoedig mogelijk na het onderzoek zendt de raad in geval van een onderzoek naar een luchtvaartongeval met een luchtvaartuig met een startmassa van meer dan 2250 kg of een ernstig luchtvaartincident met een luchtvaartuig met een startmassa van meer dan 5700 kg een bericht met uit het onderzoek naar voren gekomen gegevens naar de internationale burgerluchtvaartorganisatie.

§

7

Vertegenwoordiger ander land

Artikel

11

De raad is, in geval van een luchtvaartongeval of een luchtvaartincident, verplicht een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de rijkswet, en een deskundige als bedoeld in artikel 45, vierde lid, van de rijkswet, aan het onderzoek te laten deelnemen, indien daartoe een verzoek wordt gedaan door:

  • a.

    de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven,

  • b.

    de staat van de exploitant,

  • c.

    de staat van ontwerp,

  • d.

    de staat van vervaardiging of

  • e.

    een staat die op verzoek van de raad informatie, voorzieningen of deskundigen verschaft.

Artikel

12

De raad is, in geval van een scheepvaartongeval of een scheepvaartincident met een zeeschip, verplicht staten met aanmerkelijk belang uit te nodigen een verzoek te doen een vertegenwoordiger te laten deelnemen aan het onderzoek.

Artikel

12a

Indien de raad een onderzoek instelt naar een voorval, waarbij een spoorwegonderneming als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder 3, van de spoorwegveiligheidsrichtlijn, met een vergunning van een andere lidstaat betrokken is of waarbij een in een andere lidstaat geregistreerd of onderhouden voertuig betrokken is, nodigt hij het onderzoeksorgaan, bedoeld in artikel 22 van de spoorwegveiligheidsrichtlijn, van die lidstaat uit deel te nemen aan het onderzoek.

§

8

Rechten andere staat

Artikel

13

De raad is, ingeval een staat waarvan burgers dodelijk of ernstig letsel hebben opgelopen bij een gebeurtenis met een luchtvaartuig, verplicht een deskundige aan het onderzoek te laten deelnemen, nadat de betreffende staat daaromtrent een met redenen omkleed verzoek heeft gedaan. De deskundige is bevoegd:

  • a.

    vergezeld van een onderzoeker de plaats van het voorval te bezoeken;

  • b.

    toegang tot relevante feitelijke informatie te hebben;

  • c.

    aan de identificatie van de slachtoffers deel te nemen;

  • d.

    aan de ondervraging van overlevenden die onderdaan van de staat van de deskundige zijn, deel te nemen;

  • e.

    een afschrift van het eindrapport te ontvangen.

§

9

Rapport

Artikel

14

De raad stelt het rapport, bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de rijkswet, op in een bij de aard en de ernst van het voorval passende vorm en hanteert zoveel mogelijk een uniform model.

Artikel

15

Het rapport betreffende een scheepvaartongeval of een scheepvaartincident met een zeeschip wordt opgesteld met inachtneming van bijlage I bij richtlijn nr. 2009/18/EG.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

17a

Artikel

17b

Vervallen

§

10

Vergoedingen

Artikel

18

§

11

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

19

Wijzigt de Regeling burgerluchtvaartinlichtingen.

Artikel

20

Wijzigt de Regeling risico’s zware ongevallen 1999.

Artikel

22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes