Artikel
1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw.
Besluit:
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw.
Aanvragen tot subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk worden beoordeeld op basis van een vergelijking van de projecten met betrekking tot hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling volgens de criteria, bedoeld in artikel 11 van de regeling.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling en daarbinnen op één of meer van de volgende subthema’s:
demonstratie van de biologische bedrijfsvoering of elementen hieruit voor gangbare ondernemers met als doel verduurzaming van de gangbare landbouw;
demonstratie van wijzen van communicatie met en verkoop aan de eindconsument;
demonstratie van productie, verwerking of verkoop van biologische producten waarbij kostprijsverlaging van het eindproduct wordt bereikt.
Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 3 oktober 2005 tot en met 30 november 2005.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de regeling voor dit thema vastgesteld op € 500.000,–.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de regeling en daarbinnen op het subthema geïntegreerde gewasbescherming.
Aanvragen tot subsidieverlening op grond van de regeling kunnen worden ingediend vanaf 15 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de regeling voor dit thema vastgesteld op € 1.500.000,–.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel i, van de regeling en daarbinnen op het subthema vernieuwing van de intensieve varkens- en pluimveehouderij, in het bijzonder gericht op het voldoen aan maatschappelijke eisen op het gebied van natuur, milieu, landschap, diergezondheid of -welzijn.
Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kunnen vanaf 15 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005 worden ingediend door samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de regeling.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de regeling voor dit thema vastgesteld op € 500.000,–.
In aanvulling op artikel 11 van de regeling worden projecten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van dit besluit, van samenwerkingsverbanden tussen ondernemers uit de verschillende schakels van de productieketen of samenwerkingsverbanden tussen ondernemers en organisaties buiten de productieketen hoger gerangschikt dan samenwerkingsverbanden tussen ondernemers binnen dezelfde schakel van de productieketen.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die gericht zijn op het thema, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de regeling en daarbinnen op één of meer van de volgende subthema’s:
bloembollenteelt;
paddestoelenteelt;
glastuinbouw.
Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van de regeling kunnen worden ingediend vanaf 1 december 2005 tot en met 31 januari 2006.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de regeling als volgt vastgesteld:
voor het thema, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a: € 42.000,–;
voor het thema, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b: € 61.500,–;
voor het thema, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c: € 849.000,–.
In aanvulling op artikel 11 van de regeling worden projecten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van dit besluit hoger gerangschikt naarmate:
het project een grotere energiebesparingspotentie heeft;
de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares, en
voor zover het een project betreft als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
regeling: Kaderregeling kennis en advies;
glastuinbouw: glastuinbouw als bedoeld in artikel 1 van de Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002;
NGE: Nederlandse grootte-eenheden als bedoeld in artikel 6 van de Regeling landbouwtelling en de gecombineerde opgave 2005;
randvoorwaarden: eisen als bedoeld in artikel 2, dertigste lid, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141).
In deze paragraaf wordt verstaan onder biologische productiemethode: productiemethode als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode.
Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 29 juni 2005 tot en met 12 augustus 2005 door ondernemers die overwegen om te schakelen naar de biologische productiemethode of die reeds zijn omgeschakeld naar de biologische productiemethode.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorieën van activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, c, d, en f van de regeling, voor zover de activiteiten betrekking hebben op:
de bedrijfseconomische gevolgen van de omschakeling naar, aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;
de markt- en afzetperspectieven voor de ondernemer bij omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode;
de implementatie van de regelgeving voor de biologische productiemethode in de bedrijfsvoering;
de aanpassingen in het bedrijfssysteem ten behoeve van de biologische productiemethode;
de financieringsmogelijkheden van de voor omschakeling naar, de aanpassing of uitbreiding van de biologische productiemethode benodigde investeringen;
het verwerven van technische kennis en vaardigheden van de biologische productiemethode, of
het verwerven van alternatieve inkomsten opdat de biologische productiemethode op het bedrijf kan worden gecontinueerd.
De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 6.000,– per ondernemer.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.115.000,–.
In deze paragraaf wordt verstaan onder vestigen: stichten van een nieuw landbouwbedrijf of het overnemen van een bestaand landbouwbedrijf, waarbij een natuurlijke persoon, die niet eerder een landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht van een landbouwbedrijf heeft gehad:
het betreffende landbouwbedrijf volledig in eigendom, pacht of erfpacht verwerft, of
met een andere natuurlijke persoon die niet eerder het volledige eigendom, pacht of erfpacht van een landbouwbedrijf heeft gehad, gezamenlijk het betreffende landbouwbedrijf in eigendom, pacht of erfpacht verwerft.
Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 12 september 2005 tot en met 10 oktober 2005 door natuurlijke personen die:
voornemens zijn zich te vestigen binnen drie jaar na de datum van het ondernemingsplan, en
op de datum van de subsidieaanvraag jonger zijn dan 40 jaar.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorie van activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van een ondernemingsplan met het oog op een voorgenomen vestiging op een bedrijf met een omvang van ten minste 16 NGE.
Het ondernemingsplan, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval:
de doelstellingen van het landbouwbedrijf;
een sterkte-zwakte analyse van de ondernemer en het desbetreffende landbouwbedrijf;
de voorgenomen bedrijfsvoering;
een overzicht van de benodigde investeringen en de financieel-economische onderbouwing daarvan;
een begroting van de eerstvolgende vijf jaar na overname.
De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 1.500,– per ondernemer.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 700.000,–.
Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 1 september 2005 tot en met 15 december 2005 door ondernemers die, vanwege de slechte financiële situatie van het desbetreffende bedrijf, gedwongen zijn het bedrijf te beëindigen.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorie van activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van beëindigingsplan met het oog op een voorgenomen bedrijfsbeëindiging.
Aanvragen tot subsidieverlening gaat vergezeld van een verklaring van een bank waarmee de ondernemer een bestendige relatie onderhoudt, waarin de bank verklaart niet bereid te zijn aanvullend krediet te verschaffen.
Het beëindigingsplan, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:
een advies over de datum van beëindiging;
een advies over de wijze waarop de activa worden verkocht;
een advies voor de fiscale afhandeling van de beëindiging;
een advies over de betaling aan de crediteuren;
een advies over de sociaal-emotionele aspecten.
De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 1.000,– per ondernemer.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 75.000,–.
Aanvragen tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 1 september 2005 tot en met 15 december 2005 door een ondernemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de regeling, met uitzondering van een ondernemer in de glastuinbouw.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorie van activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a van de regeling, voor zover de activiteiten bestaan uit het in groepsbijeenkomsten van minimaal 10 ondernemers verkrijgen van informatie van deskundigen over vaktechnische maatregelen voor de implementatie van het voorstel van wet tot wijziging van de Meststoffenwet (invoering gebruiksnormen).
De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 300,– per dagdeel, tot een maximum van € 1.500,– per aanvraag.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.300.000,–.
Aanvragen tot subsidieverlening in het kader van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 1 december 2005 tot en met 23 december 2005 door ondernemers die in aanmerking komen voor een rechtstreekse betaling als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van de Europese Unie van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PbEU L 270).
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorie van activiteiten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, van de regeling, voor zover het betreft het opstellen van een schriftelijk rapport inzake de randvoorwaarden.
De te verlenen subsidie voor deze aanvraagperiode bedraagt ten hoogste € 1.500,– per ondernemer.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond vastgesteld op € 1.000.000,–.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Stimuleringsregeling innovatie markt en concurrentiekracht.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor marktgerichte innovatieprojecten, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de regeling, die:
worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ondernemers als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de regeling dan wel door een samenwerkingsverband van ondernemers en organisaties van buiten de productieketen, en
gericht zijn op innovaties in de intensieve varkens- en pluimveehouderij, in het bijzonder op het voldoen aan de maatschappelijke eisen op het gebied van natuur, milieu, landschap, diergezondheid of -welzijn.
Aanvragen voor een subsidie op grond van deze paragraaf kunnen worden ingediend vanaf 15 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005.
Voor op grond van deze paragraaf te verstrekken subsidies wordt het subsidieplafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling vastgesteld op € 3.000.000,–.
In aanvulling op artikel 10, eerste lid, van de regeling wordt aan innovatieprojecten als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van samenwerkingsverbanden tussen ondernemers uit de verschillende schakels van de productieketen of samenwerkingsverbanden tussen ondernemers en organisaties buiten de productieketen prioriteit gegeven boven samenwerkingsverbanden tussen ondernemers binnen dezelfde schakel van de productieketen.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder regeling: Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002.
Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de regeling, kunnen worden ingediend van 22 juni 2005 tot en met 6 juli 2005.
Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de regeling, kunnen worden ingediend van 22 juni 2005 tot en met 6 juli 2005.
Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit ondernemingsgerichte subsidies 2005.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 februari 2006.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.