Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2.
De personen, werkzaam in de functie van milieu-opsporingsambtenaar in dienst van de provincie Zeeland, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
De in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED; de Wet op de Ruimtelijke Ordening; de Woningwet; de Wet op de Waterhuishouding en de Wet hygiëne en veiligheid bad- en zweminrichtingen;
de artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 435, onder ten vierde en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
de verordeningen en of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 20 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
De Gedeputeerde Staten van Zeeland brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de afdeling Milieuhandhaving en Metingen van de Directie Ruimte Milieu en Water, van de provincie Zeeland van 27 december 2000, kenmerk 5072331/DBZ/00, wordt ingetrokken.
De op naam gestelde individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst zijn van de provincie Zeeland in de functie van milieu-opsporingsambtenaar, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieu-opsporingsambtenaren in dienst van de provincie Zeeland 2005.
Dit besluit treedt in werking met ingang 27 december 2005 en vervalt met ingang van 27 december 2010.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.