Verordening d.d. 9 november 2005 van het Productschap Dranken, houdende regels terzake van de aan de onder het Productschap Dranken op grond van artikel 3 lid 2 onder c van het Instellingsbesluit Productschap Dranken ressorterende ondernemingen op te leggen regels omtrent de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken en zwak gedistilleerde dranken; Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde Dranken Productschap Dranken 2005

Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde Dranken Productschap Dranken 2005

Het Bestuur van het Productschap Dranken;

besluit:

vast te stellen de navolgende Verordening.

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

§

2

Definities van jenever en korenwijn

Artikel

2

Artikel

3

Korenwijn: een gedistilleerde drank, die:

  • a.

    bereid is met ethylalcohol uitsluitend van granen en waarvan de alcoholcomponent voor minstens 51 % bestaat uit moutwijn en/of tot 70% vol geherdistilleerde moutwijn;

  • b.

    voor wat betreft aromatisering uitsluitend natuurlijke aromastoffen mag bevatten als omschreven in artikel 1, lid 2 letter b) onder i) van de richtlijn 88/388/EEG en/of aromatische preparaten als omschreven in artikel 1, lid 2 letter c van die richtlijn en/of planten of plantendelen met aromatische eigenschappen;

  • c.

    kan zijn bijgekleurd met uitsluitend karamel;

  • d.

    kan zijn gezoet tot een maximum van 20 gram suiker per liter;

  • e.

    moet zijn kleurloos, lichtgeel of lichtbruin van kleur;

  • f.

    een alcoholgehalte heeft van tenminste 38% vol.

Artikel

4

Artikel

5

Voor het rijpen geldt dat degene die hiertoe overgaat een register moet bijhouden met in ieder geval de volgende gegevens:

  • 1.

    informatie op grond waarvan de jenever en/of korenwijn per recipiënt gedurende de rijping te allen tijde kan worden geïdentificeerd;

  • 2.

    de datum waarop de rijping begint, dit is de datum waarop de recipiënt, waarin de jenever en/of korenwijn met het oog op de rijping wordt opgeslagen, wordt gevuld;

  • 3.

    de datum waarop de rijping is beëindigd, dit is de datum waarop de rijping wordt onderbroken dan wel definitief wordt stopgezet;

  • 4.

    de plaats van de rijping;

  • 5.

    in het voorkomend geval, de datum en de wijze waarop jenever en/of korenwijn onderling tijdens de rijping worden gemengd en/of worden overgestoken van de ene recipiënt naar de andere;

  • 6.

    indien jenever en/of korenwijn, waarvan de begindatum van de rijping verschilt, onderling worden gemengd, wordt de rijpingsduur van de gemengde jenever en/of korenwijn genoteerd aan de hand van de datum waarop het rijpingsproces van het jongste product in het mengsel is begonnen.

Artikel

6

§

3

Definitie van Advocaat

Artikel

7

Advocaat: een gedistilleerde drank, geel van kleur, met een alcoholgehalte van ten minste 14% vol, met een suikergehalte van ten minste 150 gram per liter eindproduct en met een zuiver eigeelgehalte van ten minste 140 gram per liter eindproduct, die als kenmerkende bestanddelen ethylalcohol en/of brandewijn, eigeel en, eiwit afkomstig van kippeëieren en suiker bevat, en waaraan aroma's, kleurstoffen en verdikkingsmiddelen kunnen zijn toegevoegd.

Artikel

8

Voor de beoordeling of advocaat voldoet aan de in artikel 7 gestelde eisen betreffende het minimum alcoholgehalte resp. het minimum gehalte aan zuiver eigeel, moet gebruik gemaakt worden van de analysemethoden zoals beschreven in Verordening (EG) Nr. 2870/2000 tot vaststelling van communautaire referentiemethoden voor de analyse van gedistilleerde dranken.

Artikel

9

§

4

Overige gedistilleerde en zwak gedistilleerde dranken

Artikel

10

vieux : een gedistilleerde drank die:

  • licht- tot donkerbruin van kleur is;

  • vervaardigd is van ethylalcohol uit landbouwproducten;

  • aromatische geur- en/of smaakstoffen bevat, welke de drank het aroma van uit wijn gestookt gedistilleerd verlenen;

  • een suikergehalte kan hebben van maximaal 20 gram per liter;

  • kleurstoffen mag bevatten;

  • een alcoholgehalte heeft van ten minste 35% vol.

Artikel

11

brandewijn : een gedistilleerde drank, die:

  • nagenoeg kleurloos is;

  • vervaardigd is van uit ethylalcohol uit landbouwproducten, al dan niet

  • gezuiverd over actieve koolfilters;

  • is gedistilleerd over zuurmakende stoffen en/of vruchten of zaden, dan wel met toevoeging van aroma's en/of geur- en smaakstoffen, welke de drank het kenmerkende organoleptische karakter geven;

  • een suikergehalte kan hebben van maximaal 20 gram per liter;

  • een alcoholgehalte heeft van ten minste 35% vol.

Artikel

12

vruchtenbrandewijn : een gedistilleerde drank, die:

  • vervaardigd is met brandewijn en/of ethylalcohol uit landbouwproducten met de ingrediënten van brandewijn, door middel van distillatie en/of infuus van vrucht(en) en/of vruchten- en plantendelen en/of toevoeging van vruchtensap(pen) en/of een distillaat c.q. extract van vruchten- of plantendelen;

  • aroma's, kleurstoffen en/of andere geur- en smaakstoffen mag bevatten;

  • een suikergehalte heeft van minimaal 100 gram per liter;

  • een alcoholgehalte heeft van minimaal 20% vol.

Artikel

13

likorette : een zwak gedistilleerde drank die:

  • behalve ethylalcohol uit landbouwproducten als kenmerkende bestanddelen bevat suiker en een distillaat en/of infuus en/of extract van vruchten en/of vruchtendelen en/of plantendelen en/of zaden en/of kruiden en/of vruchtensappen en/of melk, room of andere zuivelprodukten;

  • kleurstoffen en/of andere aroma's en/of geur- en smaakstoffen mag bevatten;

  • een suikergehalte heeft van minimaal 100 gram per liter;

  • een alcoholgehalte heeft van ten minste 12% doch minder dan 15% vol.

Artikel

14

De benamingen van de in artikelen 10 tot en met 12 genoemde gedistilleerde dranken moeten in hetzelfde gezichtsveld vergezeld gaan van de benaming "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank", tenzij wordt voldaan aan het bepaalde in EG Verordening 1576/89, artikel 1 lid 4 onder r, in welk geval het woord "likeur" vermeld moet worden.

Artikel

15

Wanneer uit de aanduiding van een likorette en vruchtenbrandewijn blijkt, dat deze benaming in het bijzonder verwijst naar een bepaalde vrucht of plant of deel daarvan, dan moet deze in overwegende mate de geur en de smaak van de desbetreffende drank bepalen.

§

5

Naleving Verordening (EEG ) 1576/89

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

§

6

Slotbepalingen

Artikel

19

Overtredingen van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde zijn strafbare feiten.

Artikel

20

Deventer
P.M. Blauw voorzitter
J.J. Schat secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 23 december 2005 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 22 december 2005, kenmerk EP/MW 5728964.

De verordening is op 14 februari 2005 ingevolge artikel 8, eerste lid, van de richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217), voorgelegd aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen.