Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder de wet: de Wet studiefinanciering 2000.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder de wet: de Wet studiefinanciering 2000.
Met ingang van 1 januari 2006 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, derde lid, van de wet, vastgesteld op € 15.275,67 onderscheidenlijk € 19.546,93.
Met ingang van 1 januari 2006 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.17, eerste lid, van de wet, vastgesteld op € 10.527,57.
Met ingang van 1 januari 2006 luiden de bedragen, genoemd in artikel 3.18 van de wet, als volgt:
|
Levensonderhoud |
||
|
a. thuiswonend |
€ 385,45 |
€ 385,45 |
|
b. uitwonend |
€ 563,29 |
€ 563,29 |
|
Boeken en leermiddelen |
€ 52,42 |
€ 45,85 |
|
Basisbeurs (excl. toeslagen) |
||
|
a. thuiswonend |
€ 89,24 |
€ 70,37 |
|
b. uitwonend |
€ 248,48 |
€ 229,60 |
|
Maximale aanvullende beurs/lening (of veronderstelde ouderlijke bijdrage) |
||
|
a. thuiswonend |
€ 207,28 |
€ 292,58 |
|
b. uitwonend |
€ 225,88 |
€ 311,19 |
|
Basislening |
€ 266,02 |
€ 147,43 |
|
Toeslag partner |
€ 520,14 |
€ 520,14 |
|
Toeslag éénoudergezin |
€ 416,22 |
€ 416,22 |
Met ingang van 1 januari 2006 wordt het bedrag, genoemd in de artikelen 4.7, vierde lid, 4.18, tweede lid, 5.2, derde lid, 5.4, tweede lid en 10.3, derde lid, van de wet, vastgesteld op € 796,31.
Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.
Het rentepercentage, genoemd in artikel 6.3, eerste lid, van de wet, wordt voor het jaar 2006 vastgesteld op 2,74 procent.
Het rentepercentage voor leningen, genoemd in artikel 6.3, tweede lid, van de wet, wordt voor het jaar 2006 vastgesteld op 1,09 procent.
Wijzigt de Regeling stimulering internationale mobiliteit volledige hoger onderwijsopleidingen 2002.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 januari 2007.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normen studiefinanciering 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.