Wet van 1 juni 2006, houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de vraagfinanciering voor schoolbegeleiding en de bekostiging van het onderwijs aan zieke leerlingen

Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (vraagfinanciering schoolbegeleiding en bekostiging onderwijs aan zieke leerlingen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de rijksmiddelen voor schoolbegeleiding aan de schoolbesturen toe te kennen en voor de bekostiging van het onderwijs aan zieke leerlingen een structurele basis op te nemen; dat daartoe onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs dienen te worden gewijzigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de expertisecentra.

Artikel

III

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet privatisering ABP.

Artikel

VIII

Artikel

IX

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt tot 1 januari 2009:

Artikel

X

Artikel

XI

Wijzigt deze wet.

Artikel

XII

Wijzigt de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur.

Artikel

XIII

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt voor 1 juli 2009 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel IX in de praktijk, alsmede over de besteding van de bijdragen van scholen en gemeenten aan schoolbegeleiding.

Artikel

XIV

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , M. J. A. van der Hoeven
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit , C. P. Veerman
De Minister van Justitie, J. P. H. Donner