Wet van 15 juni 2006 tot wijziging van de Wet op de jeugdzorg alsmede wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Wijzigingswet Wet op de jeugdzorg en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Wet op de jeugdzorg een overgangsbepaling en enige andere bepalingen aan te passen ter vereenvoudiging van de uitvoering van de wet en de regeling inzake de ouderbijdrage aan te passen, alsmede een foutieve verwijzing in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te herstellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op de Jeugdzorg.

Artikel

II

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel

IIa

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport , C. I. J. M.Ross-van Dorp
De Minister van Justitie a.i. , S. M.Dekker
De Minister van Justitie a.i. , S. M.Dekker