Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
de minister: de Minister van Defensie;
-
b.
de wet: de Wet immunisatie militairen.
In deze regeling wordt verstaan onder:
de minister: de Minister van Defensie;
de wet: de Wet immunisatie militairen.
De commissie heeft tot taak om op verzoek van de minister advies uit te brengen als bedoeld in artikel 3 van de wet.
De overige leden worden door de minister benoemd op aanbeveling van de voorzitter. De voorzitter pleegt overleg met de Directeur Militaire Gezondheidszorg alvorens die aanbeveling bij de minister in te dienen.
De secretaris wordt, op aanbeveling van de voorzitter, door de Directeur Militaire Gezondheidszorg aangewezen binnen zijn directie.
De voorzitter kan advies vragen van specialisten en hen zo nodig ter vergadering uitnodigen, zo dikwijls hij dat in verband met de werkzaamheden van de commissie noodzakelijk acht.
De commissie kan de stafartsen van de Operationele Commando’s en de stafarts van de Koninklijke Marechaussee verzoeken de commissie periodiek dan wel incidenteel gegevens toe te zenden omtrent verplichte immunisaties, waaraan militairen op het moment van het verzoek zijn onderworpen, alsmede omtrent de wijze waarop die immunisaties worden uitgevoerd.
Alvorens de commissie een advies vaststelt, stelt de voorzitter de adviseurs, bedoeld in artikel 3, tweede lid, in de gelegenheid hun visie aan de commissie kenbaar te maken.
De commissie brengt schriftelijk aan de minister advies uit. Het advies is met redenen omkleed en omvat mede de wijze van uitvoering van de immunisatie.
De commissie is bevoegd uit eigen hoofde aan de minister voorstellen te doen met betrekking tot het opleggen, het wijzigen of het intrekken van een verplichting als bedoeld in artikel 3 van de wet. Deze voorstellen kunnen ook betrekking hebben op de wijze waarop een immunisatie wordt uitgevoerd.
Ten behoeve van elke immunisatie van militairen die op basis van vrijwilligheid geschiedt, geeft de commissie op verzoek van de minister schriftelijk advies, dat mede betrekking heeft op de wijze van uitvoering van die immunisatie. De artikelen 7, eerste lid, 8 en 9, tweede lid, zijn bij dit advies van overeenkomstige toepassing.
De benoeming van de op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zittende leden van de commissie, met inbegrip van de voorzitter, blijft van kracht voor de resterende periode waarvoor zij zijn benoemd, onverminderd artikel 4, vierde lid.
De Beschikking Commissie deskundigen immunisatie militairen 1969 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Commissie deskundigen immunisatie militairen 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.