Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de financiële markten (Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft)

Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

§

1.1

Definitie

Artikel

1

In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • nauwe banden: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:

    • 1°.

      een deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband houden van ten minste 20 procent van de stemrechten of het kapitaal van een rechtspersoon;

    • 2°.

      een zeggenschapsband, dat wil zeggen de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een band van dezelfde aard tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een andere rechtspersoon: een dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van de onderneming staat;

  • wet: Wet op het financieel toezicht.

§

1.2

Procedures

Bepalingen ter uitvoering van artikelen 1:5a, derde lid, en 1:102, eerste lid, van de wet

Artikel

1a

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

2

Toegang tot de Nederlandse financiële markten

§

2.0a

Uitoefenen van bedrijf van afwikkelonderneming

Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3.0a, tweede lid, 2:3.0b, tweede lid, 2:3.0d, derde lid, 2:3.0g, zesde lid, 2:3.0i, derde lid, 2:3.0k, tweede lid en 2:3.0m, derde lid, van de wet

Artikel

3.0a

De gegevens, bedoeld in de artikelen 2:3.0a, tweede lid, 2:3.0f, tweede lid, en 2:3.0k, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de afwikkelonderneming;

  • b.

    een opgave van de rechtsvorm van de afwikkelonderneming;

  • c.

    een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

  • d.

    een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;

  • e.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten; en

  • f.

    een opgave van de activiteiten die de afwikkelonderneming voornemens is te verrichten.

Artikel

3.0c

Artikel

3.0d

Onze Minister kan op grond van artikel 2:3.0g, vierde lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen, indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      geschiktheid en betrouwbaarheid;

    • 2°.

      financiële waarborgen;

    • 3°.

      bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

    • 4°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten enerzijds en het bevoegde gezag in die staat anderzijds is gewaarborgd;

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

§

2.0

Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling

Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3b, tweede lid, 2:3c, eerste lid en 2:10b, tweede lid, van de wet

Artikel

3a

Artikel

3b

De gegevens, bedoeld in artikel 2:3c, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;

  • b.

    een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme geregelde verplichtingen na te komen; en

  • c.

    de identiteit van de personen die het beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en geschikt zijn;

  • d.

    de betaaldiensten die de betaaldienstagent namens de betaalinstelling verleent; en

  • e.

    voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent.

§

2.1a

Uitoefenen van het bedrijf van bewaarder

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:3i, tweede lid, van de wet

Artikel

3c

§

2.1

Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:5, tweede lid, 2:6, tweede lid, 2:7, tweede lid, en 2:9, eerste lid, van de wet

Artikel

4

Artikel

5

Onze Minister kan op grond van artikel 2:6, tweede lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van clearinginstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      geschiktheid en betrouwbaarheid;

    • 2°.

      financiële waarborgen;

    • 3°.

      bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

    • 4°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

Artikel

6

Artikel

7

De gegevens, bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de clearinginstelling voornemens is de diensten te verrichten;

  • b.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • c.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen;

  • d.

    de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de staat van de zetel;

  • e.

    gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de clearinginstelling en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, van de clearinginstelling blijken;

  • f.

    de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen; en

  • g.

    de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen of mede bepalen.

§

2.2

Uitoefenen van een bedrijf van bank

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:12, vierde lid, 2:13, tweede lid, 2:17, tweede lid, 2:21, tweede lid, en 2:22, tweede lid, van de wet

Artikel

8

Artikel

10

§

2.2a

Uitoefenen van bedrijf van herverzekeraar

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:26b, derde lid, 2:26e, tweede lid, en 2:26f, tweede lid, van de wet

Artikel

11a

Artikel

11b

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken of van de aard van de overeenkomsten die de herverzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    de aard van de herverzekeringsregelingen die de herverzekeraar voornemens is met de cederende verzekeraars te treffen;

  • c.

    een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere verzekeraar overdraagt;

  • d.

    de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens vormen van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:53, eerste en vierde lid, van de wet voor de betrokken activiteit of activiteiten geldt;

  • e.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;

  • f.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;

  • g.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel f bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;

  • h.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel f bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;

  • i.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;

  • j.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de andere dan de in onderdeel e bedoelde inrichtingskosten, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en

  • k.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de premies en de schaden.

Artikel

11c

Artikel

11d

Artikel

11e

De gegevens, bedoeld in artikel 2:26f, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;

  • b.

    een opgave van de rechtsvorm van de herverzekeraar;

  • c.

    een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

  • d.

    indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;

  • e.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • f.

    de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de herverzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;

  • g.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van verzekeraar uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten de herverzekeraar bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;

  • h.

    de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar vanuit de staat van de zetel;

  • i.

    gegevens waaruit de te verwachte solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele door de herverzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en

  • j.

    een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken.

§

2.3

Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraar en schadeverzekeraar

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:31, derde lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36, derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39, eerste lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:45, derde lid, en 2:46, derde lid, van de wet

Artikel

12

Artikel

13

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;

  • c.

    de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste vormen;

  • d.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;

  • e.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;

  • f.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel e bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;

  • g.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel e bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;

  • h.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste; en

  • i.

    voor de eerste drie boekjaren een raming van de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven, zowel wat de directe verzekering en de geaccepteerde herverzekeringen als de cessies uit hoofde van herverzekering betreft.

Artikel

14

Artikel

15

De gegevens, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de wet zijn:

Artikel

16

Artikel

17

De gegevens, bedoeld in artikel 2:36, derde lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te verrichten;

  • b.

    een opgave van de aard van:

    • 1°.

      indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;

    • 2°.

      indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken; en

  • c.

    gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.

Artikel

18

Artikel

19

De gegevens, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel:

    • 1°.

      dat de verzekeraar beschikt over het solvabiliteitskapitaalvereiste;

    • 2°.

      dat de door haar aan de verzekeraar verleende vergunning hem toestaat vanuit de staat van het bijkantoor diensten te verrichten; en

    • 3°.

      waarin de branches zijn vermeld waarvoor de verzekeraar in de lidstaat van de zetel een vergunning heeft; en

  • b.

    een opgave van de aard van:

    • 1°.

      indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en

    • 2°.

      indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken.

Artikel

20

De gegevens, bedoeld in artikel 2:42, tweede lid, van de wet zijn:

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

De gegevens, bedoeld in artikel 2:45, derde lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;

  • b.

    een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;

  • c.

    een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

  • d.

    indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;

  • e.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • f.

    de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is het herverzekeringsbedrijf door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen;

  • g.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf en het herverzekeringsbedrijf uit te oefenen en in welke branches de verzekeraar bevoegd is zijn directe bedrijf uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten hij bevoegd is zijn herverzekeringsbedrijf uit te oefenen;

  • h.

    de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf en het herverzekeringsbedrijf vanuit de staat van de zetel;

  • i.

    gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en

  • j.

    een opgave van de aard van de risico’s die de verzekeraar voornemens is in herverzekering te dekken.

Artikel

25

De gegevens, bedoeld in artikel 2:46, derde lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is het herverzekeringsbedrijf door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen;

  • b.

    een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is het herverzekeringsbedrijf door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen, waaruit blijkt in welke activiteit of activiteiten hij bevoegd is zijn herverzekeringsbedrijf uit te oefenen;

  • c.

    een opgave van de aard van de risico’s die de verzekeraar voornemens is in herverzekering te dekken; en

  • d.

    gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.

§

2.4

Uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar met beperkte risico-omvang

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:49, eerste lid, 2:51, tweede lid, en 2:53, eerste lid, van de wet

Artikel

26

Artikel

27

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel f, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;

  • c.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;

  • d.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;

  • e.

    een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;

  • f.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet; en

  • g.

    de mededeling of de verzekeraar, indien hij een natura-uitvaartverzekeraar is, ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.

Artikel

28

Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:50, tweede lid, van de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      geschiktheid en betrouwbaarheid;

    • 2°.

      financiële waarborgen;

    • 3°.

      bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

    • 4°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

De gegevens, bedoeld in artikel 2:53, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;

  • b.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • c.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf van verzekeraar uit te oefenen;

  • d.

    de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf van verzekeraar vanuit de lidstaat van de zetel;

  • e.

    gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;

  • f.

    de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen; en

  • g.

    de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen.

§

2.4a

Uitoefenen van bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie

Bepalingen ter uitwerking van de artikelen 2:54b, derde lid, 2:54e, tweede lid, en 2:54f, tweede lid, van de wet

Artikel

31a

Artikel

31b

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31a, eerste lid, onderdeel e, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken;

  • b.

    een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de entiteit voor risico-acceptatie een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een verzekeraar of andere entiteit voor risico-acceptatie overdraagt;

  • c.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de entiteit voor risico-acceptatie beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;

  • d.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;

  • e.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;

  • f.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en

  • g.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen.

Artikel

31c

Artikel

31d

Artikel

31e

De gegevens, bedoeld in artikel 2:54f, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de entiteit voor risico-acceptatie;

  • b.

    een opgave van de rechtsvorm van de entiteit voor risico-acceptatie;

  • c.

    een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

  • d.

    indien de entiteit voor risico-acceptatie is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;

  • e.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • f.

    de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is de diensten te verrichten;

  • g.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten de entiteit voor risico-acceptatie bevoegd is zijn bedrijf uit te oefenen;

  • h.

    de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie vanuit de staat van de zetel;

  • i.

    een opgave van de aard van de risico’s die de entiteit voor risico-acceptatie voornemens is te dekken.

§

2.4b

Uitoefenen van bedrijf van premiepensioeninstelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:54h, derde lid, en 2:121a, tweede lid, van de wet

Artikel

31f

Artikel

31g

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 31f, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de premiepensioeninstelling voornemens is te sluiten;

  • b.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de premiepensioeninstelling beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;

  • c.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel b bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en

  • d.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies.

Artikel

31h

De aanvraag van instemming, bedoeld in artikel 2:121a, tweede lid, gaat vergezeld van een opgave van:

  • a.

    de staat waarvan de voor bedrijfspensioenvoorziening geldende sociale- en arbeidswetgeving van toepassing is op de rechtsverhouding tussen de bijdragende onderneming en de werknemers of op degene die een vrij beroep uitoefent;

  • b.

    de zetel, statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen van de bijdragende onderneming; en

  • c.

    de voornaamste kenmerken van de pensioenregeling die voor de bijdragende onderneming zal worden uitgevoerd.

§

2.4c

Uitoefenen van bedrijf van wisselinstelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:54j, tweede lid, 2:54l, tweede lid, en 2:54m, tweede lid, van de wet

Artikel

31i

Artikel

31j

Onze Minister kan op grond van artikel 2:54l, tweede lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van wisselinstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      betrouwbaarheid;

    • 2°.

      bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

    • 3°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

Artikel

31k

§

2.4d

Uitoefenen van bedrijf van kredietunie

Artikel

31l

§

2.5

Aanbieden van beleggingsobjecten

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:58, tweede lid, van de wet

Artikel

32

§

2.6

Aanbieden van krediet

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:63, tweede lid van de wet

Artikel

33

§

2.6a

Uitoefenen van het bedrijf van kredietservicer

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:64c, tweede lid, en 4:81f, zesde lid, van de wet

Artikel

33a

§

2.7

Beheren van beleggingsinstellingen en het aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:66, eerste lid, 2:67, derde lid, 2:68, tweede lid, van de wet

Artikel

34

Artikel

34a

§

2.7a

Beheren van icbe’s en aanbieden van rechten van deelneming in icbe’s

Bepalingen ter uitvoering van de artikel 2:69d, vierde lid, van de wet

Artikel

35

Artikel

35a

Vervallen

§

2.8

Adviseren

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:78, tweede lid, van de wet

Artikel

36

§

2.9

Bemiddelen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:81, vierde lid, en 2:83, tweede lid, van de wet

Artikel

37

De gegevens, bedoeld in artikel 2:81, vierde lid, van de wet, zijn:

  • a.

    een opgave van de naam en het adres van de verbonden bemiddelaar;

  • b.

    een opgave van de rechtsvorm van de verbonden bemiddelaar;

  • c.

    indien de verbonden bemiddelaar een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

  • d.

    indien de verbonden bemiddelaar is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;

  • e.

    indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;

  • f.

    een opgave van de financiële dienst en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;waarvoor bemiddelaar als verbonden bemiddelaar optreedt; en

  • g.

    gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of de aanbieder volledig verantwoordelijk is voor de bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

Artikel

38

§

2.10

Herverzekeringsbemiddelen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:89, tweede lid, van de wet

Artikel

39

§

2.11

Optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:94, tweede lid, van de wet

Artikel

40

§

2.12

Verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:97, achtste lid, 2:99, derde lid, en 2:99a, derde lid, van de wet

Artikel

41

De aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 van de wet, bevat de informatie, genoemd in de artikelen 1 tot en met 7 van Verordening (EU) nr. 2017/1943 van de Commissie van 14 juli 2016 ter aanvulling van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad, houdende technische reguleringsnormen inzake informatie en vereisten voor de verlening van vergunningen aan beleggingsondernemingen (PbEU 2017, L 276).

Artikel

41.0a

De gegevens, bedoeld in artikel 2:99a, derde lid, van de wet, bevatten de informatie, genoemd in de artikelen 1, 2, 4 en 6 van Verordening (EU) nr. 2017/1943 van de Commissie van 14 juli 2016 ter aanvulling van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad, houdende technische reguleringsnormen inzake informatie en vereisten voor de verlening van vergunningen aan beleggingsondernemingen (PbEU 2017, L 276), met dien verstande dat de informatie betrekking heeft op het in Nederland gelegen bijkantoor.

Artikel

41a

§

2.12a

Verlenen van datarapporteringsdiensten

Bepaling ter uitvoering van artikel 2:103d, tweede lid, van de wet

Artikel

41b

Vervallen

§

2.13

Overige bepalingen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:105, vijfde lid, van de wet

Artikel

42

Indien een vergunning als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet, wordt aangevraagd, worden, onverminderd de in dat lid genoemde artikelen, de volgende gegevens overgelegd:

  • a.

    gegevens waaruit de aansluiting bij de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet blijkt;

  • b.

    gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over voldoende bevoegdheden jegens de aangesloten ondernemingen om een handelen van een zodanige instelling in strijd met het ingevolge de wet bepaalde tegen te gaan en door de toezichthouder gegeven aanwijzing op te laten volgen;

  • c.

    gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over voldoende mogelijkheden tot deskundige ondersteuning van de aangesloten ondernemingen; en

  • d.

    gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon gemachtigd is de aangesloten ondernemingen bij de aanvraag en ook overigens voor de toepassing van de in artikel 2:105, lid 3, van de wet genoemde afdelingen van de wet te vertegenwoordigen.

Hoofdstuk

3

Toegang tot de buitenlandse financiële markten

§

3.0a

Uitoefenen van bedrijf van afwikkelonderneming

Bepaling ter uitvoering van artikel 2:106.0a, tweede lid, van de wet

Artikel

42.0a

De gegevens, bedoeld in artikel 2:106.0a, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    de staat waar de afwikkelonderneming voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaalinstelling;

  • c.

    een opgave van de werkzaamheden, genoemd in de definitie van «afwikkeldiensten» in artikel 1:1 van de wet, die de afwikkelonderneming voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet;

  • f.

    een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en

  • g.

    gegevens op grond waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of de financiële positie toereikend is.

§

3.0

Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:106a, tweede lid, en 2:107a, derde lid, van de wet

Artikel

42a

De gegevens, bedoeld in artikel 2:106a, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    indien de betaalinstelling voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:

    • 1°.

      de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en, voor zover van toepassing, het vergunningsnummer van de betaalinstelling;

    • 2°.

      een beschrijving van de organisatiestructuur van de betaalinstelling;

    • 3°.

      de lidstaat of lidstaten waarin zij voornemens is haar werkzaamheden uit te oefenen; en

    • 4°.

      een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die de betaalinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;

  • b.

    indien de betaalinstelling voornemens is in een andere lidstaat betaaldiensten aan te bieden vanuit een in die lidstaat gelegen bijkantoor:

    • 1°.

      de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van het bijkantoor;

    • 2°.

      een beschrijving van de organisatiestructuur van het bijkantoor;

    • 3°.

      een beschrijving van de aard van de betaaldiensten die de betaalinstelling voornemens is te verlenen vanuit het bijkantoor;

    • 4°.

      de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

    • 5°.

      een bedrijfsplan met een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de aanvrager in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis ter opereren; en

    • 6°.

      een beschrijving van de regelingen op het gebied van bestuur en de mechanismen voor interne controle die de aanvrager heeft ingesteld, waaronder de administratieve en boekhoudkundige procedures van de procedures voor risicobeheersing, waaruit blijkt dat die bestuursregelingen, controlemechanismen en procedures evenredig, passend, degelijk en adequaat zijn;

  • c.

    indien de betaalinstelling voornemens is betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:

    • 1°.

      een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;

    • 2°.

      een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en

    • 3°.

      de identiteit van de personen die het beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en geschikt zijn;

    • 4°.

      de betaaldiensten die de betaaldienstagent namens de betaalinstelling verleent; en

    • 5°.

      voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent.

Artikel

42b

De gegevens bedoeld in artikel 2:107a, derde lid, van de wet zijn:

  • a.

    Indien de elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland voornemens is door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf naar een andere lidstaat uit te oefenen:

    • 1°.

      de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en, voor zover van toepassing, het vergunningsnummer van de elektronischgeldinstelling;

    • 2°.

      een beschrijving van de organisatiestructuur van de elektronischgeldinstelling;

    • 3°.

      de lidstaat of lidstaten waarin zij voornemens is haar werkzaamheden uit te oefenen; en

    • 4°.

      een beschrijving van de aard van de diensten die de elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;

  • b.

    Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is in een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in die lidstaat gelegen bijkantoor:

    • 1°.

      de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van het bijkantoor;

    • 2°.

      een beschrijving van de organisatiestructuur van de elektronischgeldinstelling;

    • 3°.

      een beschrijving van de aard van de diensten die de elektronischgeldinstelling voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;

    • 4°.

      de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

    • 5°.

      een bedrijfsplan met een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de aanvrager in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis ter opereren; en

    • 6°.

      een beschrijving van de regelingen op het gebied van bestuur en de mechanismen voor interne controle die de aanvrager heeft ingesteld, waaronder de administratieve en boekhoudkundige procedures van de procedures voor risicobeheersing, waaruit blijkt dat die bestuursregelingen, controlemechanismen en procedures evenredig, passend, degelijk en adequaat zijn;

  • c.

    Indien de elektronischgeldinstelling voornemens is betaaldiensten te verlenen in een andere lidstaat door tussenkomst van een in die lidstaat gevestigde betaaldienstagent:

    • 1°.

      de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstagent;

    • 2°.

      een beschrijving van de interne controlemechanismen die door de betaaldienstagent zullen worden gebruikt om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme neergelegde verplichtingen na te komen; en

    • 3°.

      de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van de betaaldienstagent bepalen of mede bepalen, alsmede gegevens waaruit blijkt dat zij betrouwbaar en geschikt zijn;

    • 4°.

      de betaaldiensten waartoe de betaaldienstagent door de elektronischgeldinstelling wordt gemachtigd; en

    • 5°.

      voor zover van toepassing, de unieke identificatiecode of het unieke identificatienummer van de betaaldienstagent.

§

3.1

Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling

Bepaling ter uitvoering van artikel 2:107, tweede lid, van de wet

Artikel

43

De gegevens, bedoeld in artikel 2:107, tweede lid, van de wet zijn, indien het betreft een clearinginstelling die voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in een andere staat gelegen bijkantoor:

  • a.

    een opgave van de staat waar de clearinginstelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    een opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

§

3.2

Uitoefenen van bedrijf van bank en financiële instelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:108, derde lid, 2:111, tweede lid, en 2:112, tweede lid, van de wet

Artikel

44

De gegevens, bedoeld in artikel 2:108, derde lid, van de wet, zijn de gegevens genoemd in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1151/2014 van de Commissie of 4 juni 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de gegevens die moeten worden verstrekt bij de uitoefening van het recht van vestiging en van het vrij verrichten van diensten (PbEU 2014, L 309).

Artikel

45

De gegevens, bedoeld in artikel 2:111, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    de opgave van de staat waar de bank voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    de opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van activiteiten die de bank voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

Artikel

46

De gegevens, bedoeld in artikel 2:112, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    de opgave van de lidstaat waar de financiële instelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    de opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van de activiteiten die de financiële instelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

§

3.3

Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraars en schadeverzekeraars

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:115, tweede lid, 2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, en 2:120, tweede lid, van de wet

Artikel

47

Artikel

48

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een andere lidstaat bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor;

  • c.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en

  • d.

    voor het eerste boekjaar, een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdachten uit hoofde van de herverzekering betreft.

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is bevat het volgende:

  • a.

    de aard van de overeenkomsten van levensverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten; en

  • b.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.

Artikel

54

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een schadeverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is bevat het volgende:

  • a.

    de aard van de risico’s van schadeverzekering die door het bijkantoor zullen worden gedekt; en

  • b.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.

§

3.4

Uitoefenen van bedrijf van verzekeraar met beperkte risico-omvang

Bepaling ter uitvoering van artikel 2:121, tweede lid, van de wet

Artikel

55

Artikel

56

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 55, eerste lid, onderdeel c, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de verzekeringen die door het bijkantoor zullen worden gesloten onderscheidenlijk, indien het om een schadeverzekeraar gaat, de aard van de risico’s die door het bijkantoor zullen worden gedekt;

  • b.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor; en

  • c.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor.

§

3.4a

Beheren van beleggingsinstellingen en aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 1:13b, tweede lid, 2:67b, eerste, tweede en negende lid, 2:69a, vierde en achtste lid, 2:121c, negende lid, 2:121d, negende lid, 2:121e, eerste lid, 2:121g, eerste lid

Artikel

56a

Samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties voldoen aan de navolgende eisen:

  • a.

    indien het samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 1:13b, eerste lid, onderdeel c, betreft: de ingevolge artikel 42 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen;

  • b.

    indien het samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 2:67b, eerste lid, onderdeel d, betreft: de ingevolge artikel 37, vijftiende lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen vastgestelde eisen;

  • c.

    indien het samenwerkingsovereenkomsten tussen toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 2:121e, betreft: de ingevolge artikel 34 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen.

Artikel

56b

Artikel

56c

Artikel

56e

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

§

3.5

Aanbieden van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:122, tweede lid, 2:122a, tweede lid, en 2:123, tweede lid, van de wet

Artikel

57

De gegevens, bedoeld in artikel 2:122, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is het bijkantoor te openen;

  • b.

    een opgave van de financiële diensten die de beheerder voornemens is te verlenen;

  • c.

    een opgave van de organisatiestructuur van het bijkantoor;

  • d.

    een beschrijving van de procedures met betrekking tot het beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet;

  • e.

    een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, van de wet;

  • f.

    een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en

  • g.

    een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.

Artikel

57a

De gegevens, bedoeld in artikel 2:122a, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is diensten te verrichten;

  • b.

    een opgave van de financiële diensten die de beheerder voornemens is te verlenen;

  • c.

    een beschrijving van de procedures met betrekking tot het beheer van risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet; en

  • d.

    een beschrijving van de interne klachtenprocedure, bedoeld in artikel 4:17, van de wet.

Artikel

57b

§

3.5a

Bemiddelen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:124b, tweede lid, 2:125, tweede lid en 2:125a, tweede lid, van de wet

Artikel

57c

De gegevens, bedoeld in artikel 2:124b, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de lidstaat waar de bemiddelaar in hypothecair krediet voornemens is het bijkantoor te openen;

  • b.

    een opgave van de financiële diensten die de bemiddelaar in hypothecair krediet voornemens is te verlenen in de andere lidstaat;

  • c.

    indien van toepassing, een opgave van het adres van het bijkantoor.

Artikel

57d

De gegevens, bedoeld in artikel 2:125, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres en het nummer van inschrijving in het openbaar register, bedoeld in artikel 1:107 van de wet, van de bemiddelaar in verzekeringen;

  • b.

    een opgave van lidstaat waar de bemiddelaar in verzekeringen voornemens is het bijkantoor te openen;

  • c.

    de categorie waartoe de bemiddelaar in verzekeringen behoort en, in voorkomend geval de naam van elke verzekeraar die hij vertegenwoordigt;

  • d.

    indien van toepassing, de relevante verzekeringsbranches;

  • e.

    een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en

  • f.

    een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.

Artikel

57e

De gegevens, bedoeld in artikel 2:125a, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de naam, het adres en het nummer van inschrijving in het openbaar register, bedoeld in artikel 1:107 van de wet, van de bemiddelaar in verzekeringen;

  • b.

    een opgave van de lidstaat waar de bemiddelaar in verzekeringen voornemens is door middel van het verrichten van diensten te bemiddelen in verzekeringen;

  • c.

    de categorie waartoe de bemiddelaar in verzekeringen behoort en, in voorkomend geval de naam van elke verzekeraar die hij vertegenwoordigt;

  • d.

    indien van toepassing, de relevante verzekeringsbranches.

§

3.6

Verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:127, tweede lid2:128, vijfde lid, 2:128a, tweede en zesde lid, en 2:130, tweede lid, van de wet

Artikel

58

Artikel

59

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

60

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

61

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

1

Strafrechtelijke antecedenten

1.1

Veroordelingen

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2

Overige strafrechtelijke antecedenten

2.1

Veroordelingen

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Wetboek van Strafrecht:

Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):

– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).

Opiumwet:

  • met opzet smokkelen, bereiden, verkopen, afleveren, aanwezig hebben, etc. van harddrugs (artikel 2, eerste lid);

  • met opzet smokkelen, bereiden, verkopen, afleveren, aanwezig hebben en vervaardigen softdrugs (artikel 3, eerste lid); of

  • voorbereidingshandelingen met betrekking tot bereiden, verkopen, afleveren etc. en smokkelen van harddrugs (artikel 10a, eerste lid).

Wet op de economische delicten (WED):

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4 eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Wet wapens en munitie:

Wegenverkeerswet 1994:

Algemene Douanewet

Invorderingswet 1990

Buitenlandse strafbepalingen

– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

2.2

Strafbeschikkingen

Tegen betrokkene is een strafbeschikking als bedoeld in artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering, artikel 76 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 10:15 van de Algemene douanewet uitgevaardigd ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder strafbeschikkingen wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare buitengerechtelijke afdoening ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, opgelegd door een daartoe bevoegde autoriteit.

2.3

Transacties

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.

2.4

(Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

2.5

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.

3

Financiële antecedenten

3.1

Persoonlijk

  • betrokkene heeft belangrijke persoonlijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische, invorderings- of incassoprocedures geleid;

  • ten aanzien van betrokkene is surséance van betaling, faillissement, schuldsanering of schuldeisersakkoord aangevraagd of uitgesproken;

  • betrokkene is thans in Nederland of elders verwikkeld in één of meer juridische procedures naar aanleiding van persoonlijke financiële problemen, dan wel verwacht daarin betrokken te raken; of

  • de persoonlijke financiële verplichtingen van betrokkene staan naar algemene maatstaven niet in een gezonde verhouding tot diens inkomsten of vermogen.

3.2

Zakelijk

  • de huidige of één van de voormalige werkgever(s) van betrokkene of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, heeft belangrijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische procedures in Nederland of elders geleid;

  • met betrekking tot de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is surséance van betaling of faillissement aangevraagd of uitgesproken; of

  • betrokkene is veroordeeld tot voldoen van openstaande schulden wegens aansprakelijkheid voor het faillissement van een vennootschap of rechtspersoon op grond van de toepasselijke bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 50a, 138, 149, 248, 259 en 300a).

3.3

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

4

Toezichtantecedenten

4.1

Toezichtantecedenten

  • het onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens aan een toezichthouder of toezichthoudende instantie;

  • betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is een toelating, vergunning of ontheffing geweigerd door een toezichthouder of toezichthoudende instantie;

  • een aan betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, verleende toelating, vergunning of ontheffing is ingetrokken door een toezichthouder of toezichthoudende instantie;

  • betrokkene, of zijn huidige of één van zijn voormalige werkgevers of een vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede-) verantwoordelijk is of was voor het beleid, is in conflict geweest met een toezichthouder of toezichthoudende instantie en dit conflict heeft geleid tot enige maatregel jegens betrokkene dan wel jegens de vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins verantwoordelijk is of was voor het beleid;

  • aan betrokkene of aan een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, een verklaring door de Minister van Justitie ter zake van de oprichting van dan wel van de wijziging van de statuten van een vennootschap geweigerd op gronden genoemd in de artikelen 68, tweede lid, 179, tweede lid, 125, tweede lid, onderscheidenlijk 235, tweede lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

4.2

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

5

Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten

5.1

Persoonlijk

Aan betrokkene is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

  • opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte doen (artikel 67d);

  • het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten dat een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (artikel 67e); of

  • het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn is betaald (artikel 67f).

5.2

Zakelijk

Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

  • opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte doen (artikel 67d);

  • het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten dat een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (artikel 67e); of

  • het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn is betaald (artikel 67f van de AWR).

5.3

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

6

Overige antecedenten

  • de inschrijving van betrokkene bij het Dutch Securities Institute is door die instelling beëindigd;

  • betrokkene is onderworpen of onderworpen geweest aan een procedure tot het treffen van tuchtrechtelijke, disciplinaire of andere vergelijkbare maatregelen door of vanwege een organisatie van zijn beroepsgenoten in of buiten Nederland en deze procedure heeft jegens betrokkene tot maatregelen geleid; of

  • betrokkene is betrokken of betrokken geweest bij enig conflict met zijn huidige dan wel een vorige werkgever aangaande de correcte vervulling van zijn functie of naleving van gedragsnormen in verband met die taakvervulling en dit conflict heeft geleid tot het opleggen van een arbeidsrechtelijke sanctie aan betrokkene (zoals in de vorm van een waarschuwing, berisping, schorsing of ontslag).