Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de financiële markten (Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft)

Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

§

1.1

Definitie

§

1.2

Procedures

Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:102, eerste lid, van de wet

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

2

Toegang tot de Nederlandse financiële markten

§

2.1

Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:5, tweede lid, 2:6, eerste lid, 2:7, tweede lid, en 2:9, eerste lid, van de wet

Artikel

4

Artikel

5

Onze Minister kan op grond van artikel 2:6, eerste lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van clearinginstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      deskundigheid en betrouwbaarheid;

    • 2°.

      financiële waarborgen;

    • 3°.

      bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

    • 4°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

Artikel

6

Artikel

7

De gegevens, bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de clearinginstelling voornemens is de diensten te verrichten;

  • b.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • c.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen;

  • d.

    de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de lidstaat van de zetel;

  • e.

    gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de clearinginstelling en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, van de clearinginstelling blijken;

  • f.

    de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen; en

  • g.

    de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen of mede bepalen.

§

2.2

Uitoefenen van een bedrijf van kredietinstelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:12, derde lid, 2:17, tweede lid, 2:21, derde lid, en 2:22, tweede lid, van de wet

Artikel

8

Artikel

10

§

2.3

Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraar en schadeverzekeraar

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:31, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36, derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39, tweede lid, 2:41, eerste lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:45, tweede lid en 2:46, tweede lid, van de wet

Artikel

12

Artikel

13

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;

  • c.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;

  • d.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies;

  • e.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;

  • f.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en

  • g.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld artikel 3:57, derde lid, van de wet.

Artikel

14

Artikel

15

De gegevens, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de wet zijn:

Artikel

16

Artikel

17

De gegevens, bedoeld in artikel 2:36, derde lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te verrichten;

  • b.

    een opgave van de aard van:

    • 1°.

      indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;

    • 2°.

      indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken; en

  • c.

    gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.

Artikel

18

Artikel

19

De gegevens, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel:

    • 1°.

      dat de verzekeraar beschikt over de vereiste solvabiliteitsmarge;

    • 2°.

      dat de door haar aan de verzekeraar verleende vergunning hem toestaat vanuit de staat van het bijkantoor diensten te verrichten; en

    • 3°.

      waarin de branches zijn vermeld waarvoor de verzekeraar in de lidstaat van de zetel een vergunning heeft; en

  • b.

    een opgave van de aard van:

    • 1°.

      indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en

    • 2°.

      indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken.

Artikel

20

De gegevens, bedoeld in artikel 2:42, tweede lid, van de wet zijn:

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

§

2.4

Uitoefenen van bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:49, tweede lid, 2:50, eerste lid, 2:51, tweede lid, en 2:53, eerste lid, van de wet

Artikel

26

Artikel

27

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel f, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de natura-uitvaartverzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;

  • c.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de natura-uitvaartverzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;

  • d.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;

  • e.

    een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;

  • f.

    een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet; en

  • g.

    de mededeling of de natura-uitvaartverzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.

Artikel

28

Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:50, eerste lid, van de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      deskundigheid en betrouwbaarheid;

    • 2°.

      financiële waarborgen;

    • 3°.

      bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

    • 4°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

De gegevens, bedoeld in artikel 2:53, eerste lid, van de wet zijn:

  • a.

    het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de natura-uitvaartverzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;

  • b.

    een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

  • c.

    de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar uit te oefenen;

  • d.

    de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar vanuit de lidstaat van de zetel;

  • e.

    gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;

  • f.

    de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van de natura-uitvaartverzekeraar bepalen; en

  • g.

    de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van de natura-uitvaartverzekeraar bepalen of mede bepalen.

§

2.5

Aanbieden van beleggingsobjecten

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:58, tweede lid, van de wet

Artikel

32

§

2.6

Aanbieden van krediet

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:63, tweede lid van de wet

Artikel

33

§

2.7

Aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:66, eerste lid, 2:67, vierde lid, 2:68, derde lid en 2:69, tweede lid van de wet

Artikel

34

Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:66, eerste lid, van de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:

  • a.

    de in die staat geldende regels voor het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

    • 1°.

      deskundigheid en betrouwbaarheid;

    • 2°.

      financiële waarborgen;

    • 3°.

      bedrijfsvoering;

    • 4°.

      aan de deelnemers in de beleggingsinstelling en de toezichthouder te verstrekken informatie; en

    • 5°.

      waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

  • b.

    de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en

  • c.

    voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van Hoofdstuk 1.4 van deze wet.

Artikel

35

§

2.8

Adviseren

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:78, tweede lid, van de wet

Artikel

36

§

2.9

Bemiddelen

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:81, vierde lid, en 2:83, tweede lid, van de wet

Artikel

37

De gegevens, bedoeld in artikel 2:81, vierde lid, van de wet, zijn:

  • a.

    een opgave van de naam en het adres van de verbonden bemiddelaar;

  • b.

    een opgave van de rechtsvorm van de verbonden bemiddelaar;

  • c.

    indien de verbonden bemiddelaar een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

  • d.

    indien de verbonden bemiddelaar is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;

  • e.

    indien van toepassing: een opgave van de aansluiting bij een stelsel van zelftoezicht waarmee de Autoriteit Financiële Markten een convenant heeft gesloten;

  • f.

    een opgave van de financiële dienst en het financiële product waarop deze dienst betrekking heeft;waarvoor bemiddelaar als verbonden bemiddelaar optreedt; en

  • g.

    gegevens op basis waarvan de Autoriteit Financiële Markten kan beoordelen of de aanbieder volledig verantwoordelijk is voor de bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

Artikel

38

§

2.10

Herverzekeringsbemiddelen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:89, tweede lid, van de wet

Artikel

39

§

2.11

Optreden als gevolgmachtigde agent of ondergevolgmagtigde agent

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:94, tweede lid, van de wet

Artikel

40

§

2.12

Verlenen van beleggingsdiensten

Bepalingen ter uitvoering van 2:99, derde lid, van de wet

Artikel

41

§

2.13

Overige bepalingen

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:105, vijfde lid, van de wet

Artikel

42

Indien een vergunning als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet, wordt aangevraagd, worden, onverminderd de in dat lid genoemde artikelen, de volgende gegevens overgelegd:

  • a.

    gegevens waaruit de aansluiting bij de rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet blijkt;

  • b.

    gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over voldoende bevoegdheden jegens de aangesloten ondernemingen om een handelen van een zodanige instelling in strijd met het ingevolge de wet bepaalde tegen te gaan en door de toezichthouder gegeven aanwijzing op te laten volgen;

  • c.

    gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon beschikt over voldoende mogelijkheden tot deskundige ondersteuning van de aangesloten ondernemingen; en

  • d.

    gegevens waaruit blijkt dat de rechtspersoon gemachtigd is de aangesloten ondernemingen bij de aanvraag en ook overigens voor de toepassing van de in artikel 2:105, lid 3, van de wet genoemde afdelingen van de wet te vertegenwoordigen.

Hoofdstuk

3

Toegang tot de buitenlandse financiële markten

§

3.1

Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling

Bepaling ter uitvoering van artikel 2:107, tweede lid, van de wet

Artikel

43

De gegevens, bedoeld in artikel 2:107, tweede lid, van de wet zijn, indien het betreft een clearinginstelling die voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in een andere staat gelegen bijkantoor:

  • a.

    een opgave van de staat waar de clearinginstelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    een opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

§

3.2

Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:108, tweede lid, 2:111, tweede lid, en 2:112, tweede lid, van de wet

Artikel

44

De gegevens, bedoeld in artikel 2:108, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de lidstaat waar de kredietinstelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    een opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van activiteiten die de kredietinstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

Artikel

45

De gegevens, bedoeld in artikel 2:111, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    de opgave van de staat waar de kredietinstelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    de opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van activiteiten die de kredietinstelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

Artikel

46

De gegevens, bedoeld in artikel 2:112, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    de opgave van de lidstaat waar de financiële instelling voornemens is vanuit een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen;

  • b.

    de opgave van het adres van het bijkantoor;

  • c.

    een opgave van de activiteiten die de financiële instelling voornemens is vanuit het bijkantoor te verrichten;

  • d.

    een opgave van de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor zullen bepalen;

  • e.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet; en

  • f.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet.

§

3.3

Uitoefenen van bedrijf van levensverzekeraars en schadeverzekeraars

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:115, tweede lid, 2:117, 2:118, tweede lid, en 2:120, tweede lid, van de wet

Artikel

47

Artikel

48

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een andere lidstaat bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;

  • b.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor;

  • c.

    een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en

  • d.

    voor het eerste boekjaar, een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdachten uit hoofde van de herverzekering betreft.

Artikel

49

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

52

Artikel

53

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een levensverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is bevat het volgende:

  • a.

    de aard van de overeenkomsten van levensverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten; en

  • b.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.

Artikel

54

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, dat wordt overgelegd door een schadeverzekeraar met zetel in Nederland ten behoeve van een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is bevat het volgende:

  • a.

    de aard van de risico’s van schadeverzekering die door het bijkantoor zullen worden gedekt; en

  • b.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van het bijkantoor.

§

3.4

Uitoefenen van bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar

Bepaling ter uitvoering van artikel 2:121, tweede lid, van de wet

Artikel

55

Artikel

56

Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 55, eerste lid, onderdeel c, bevat het volgende:

  • a.

    een opgave van de aard van de overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten;

  • b.

    een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor; en

  • c.

    een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet, van het bijkantoor.

§

3.5

Aanbieden van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten

Bepalingen ter uitvoering van artikel 2:122 van de wet

Artikel

57

De gegevens, bedoeld in artikel 2:122, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de lidstaat waar de beheerder voornemens is het bijkantoor te openen;

  • b.

    een opgave van de financiële diensten die de beheerder voornemens is te verlenen;

  • c.

    een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en

  • d.

    een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.

§

3.6

Verlenen van beleggingsdiensten

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 2:127, tweede lid, en 2:130, tweede lid, van de wet

Artikel

58

De gegevens, bedoeld in artikel 2:127, tweede lid, van de wet zijn:

  • a.

    een opgave van de lidstaat waar de beleggingsonderneming voornemens is het bijkantoor te openen;

  • b.

    een opgave van de financiële diensten die de beleggingsonderneming voornemens is te verlenen;

  • c.

    een opgave van het adres in de lidstaat van ontvangst waar documenten kunnen worden opgevraagd; en

  • d.

    een opgave van de identiteit van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor bepalen.

Artikel

59

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

60

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

61

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

1

Strafrechtelijke antecedenten

1.1

Veroordelingen

Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

2

Overige strafrechtelijke antecedenten

2.1

Veroordelingen

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Wetboek van Strafrecht:

Algemene wet inzake de rijksbelastingen (AWR):

– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).

Opiumwet:

  • met opzet smokkelen, bereiden, verkopen, afleveren, aanwezig hebben, etc. van harddrugs (artikel 2, eerste lid);

  • met opzet smokkelen, bereiden, verkopen, afleveren, aanwezig hebben en vervaardigen softdrugs (artikel 3, eerste lid); of

  • voorbereidingshandelingen met betrekking tot bereiden, verkopen, afleveren etc. en smokkelen van harddrugs (artikel 10a, eerste lid).

Wet op de economische delicten (WED):

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving, artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 2, eerste, tweede en zesde lid, 5, 6, 7, 8 van de Wet identificatie bij dienstverlening 1993.

Wet wapens en munitie:

Wegenverkeerswet 1994:

Buitenlandse strafbepalingen

– Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

2.2

Transacties met de Officier van Justitie

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties worden ook verstaan transacties in het buitenland met de ter zake bevoegde autoriteiten ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

2.3

(Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

2.4

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.

3

Financiële antecedenten

3.1

Persoonlijk

  • betrokkene heeft belangrijke persoonlijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische, invorderings- of incassoprocedures geleid;

  • ten aanzien van betrokkene is surséance van betaling, faillissement, schuldsanering of schuldeisersakkoord aangevraagd of uitgesproken;

  • betrokkene is thans in Nederland of elders verwikkeld in één of meer juridische procedures naar aanleiding van persoonlijke financiële problemen, dan wel verwacht daarin betrokken te raken; of

  • de persoonlijke financiële verplichtingen van betrokkene staan naar algemene maatstaven niet in een gezonde verhouding tot diens inkomsten of vermogen.

3.2

Zakelijk

  • de huidige of één van de voormalige werkgever(s) van betrokkene of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, heeft belangrijke financiële problemen gehad en deze hebben tot juridische procedures in Nederland of elders geleid;

  • met betrekking tot de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is surséance van betaling of faillissement aangevraagd of uitgesproken; of

  • betrokkene is veroordeeld tot voldoen van openstaande schulden wegens aansprakelijkheid voor het faillissement van een vennootschap of rechtspersoon op grond van de toepasselijke bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (artikelen 50a, 138, 149, 248, 259 en 300a).

3.3

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

4

Toezichtantecedenten

4.1

Toezichtantecedenten

  • het onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens aan een toezichthouder of toezichthoudende instantie;

  • betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is een toelating, vergunning of ontheffing geweigerd door een toezichthouder of toezichthoudende instantie;

  • een aan betrokkene of een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, verleende toelating, vergunning of ontheffing is ingetrokken door een toezichthouder of toezichthoudende instantie;

  • betrokkene, of zijn huidige of één van zijn voormalige werkgevers of een vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede-) verantwoordelijk is of was voor het beleid, is in conflict geweest met een toezichthouder of toezichthoudende instantie en dit conflict heeft geleid tot enige maatregel jegens betrokkene dan wel jegens de vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijk zeggenschap over het beleid uitoefent of uitoefende of anderszins verantwoordelijk is of was voor het beleid;

  • aan betrokkene of aan een vennootschap of rechtspersoon waarbij betrokkene een functie als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon bekleedt of bekleedde, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, een verklaring door de Minister van Justitie ter zake van de oprichting van dan wel van de wijziging van de statuten van een vennootschap geweigerd op gronden genoemd in de artikelen 68, tweede lid, 179, tweede lid, 125, tweede lid, onderscheidenlijk 235, tweede lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

4.2

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

5

Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten

5.1

Persoonlijk

Aan betrokkene is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

  • opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte doen (artikel 67d);

  • het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten dat een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (artikel 67e); of

  • het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn is betaald (artikel 67f).

5.2

Zakelijk

Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

  • opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte doen (artikel 67d);

  • het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten dat een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven (artikel 67e); of

  • het is aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige te wijten is dat belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn is betaald (artikel 67f van de AWR).

5.3

Andere feiten of omstandigheden

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

6

Overige antecedenten

  • de inschrijving van betrokkene bij het Dutch Securities Institute is door die instelling beëindigd;

  • betrokkene is onderworpen of onderworpen geweest aan een procedure tot het treffen van tuchtrechtelijke, disciplinaire of andere vergelijkbare maatregelen door of vanwege een organisatie van zijn beroepsgenoten in of buiten Nederland en deze procedure heeft jegens betrokkene tot maatregelen geleid; of

  • betrokkene is betrokken of betrokken geweest bij enig conflict met zijn huidige dan wel een vorige werkgever aangaande de correcte vervulling van zijn functie of naleving van gedragsnormen in verband met die taakvervulling en dit conflict heeft geleid tot het opleggen van een arbeidsrechtelijke sanctie aan betrokkene (zoals in de vorm van een waarschuwing, berisping, schorsing of ontslag).