Beleidsregels van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 november 2006, nr. DGV/CB/BJZ, omtrent de uitvoering van het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006 (Beleidsregels uitvoering Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006)

Beleidsregels uitvoering Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006

Artikel

2

Van schuld of nalatigheid van de gemeente als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Bijdragebesluit, is in ieder geval sprake indien:

  • a.

    bij het vooronderzoek geen of onvoldoende rekening is gehouden met de veiligheid, de gezondheid, het milieu, het welzijn en de risico’s voor de bevolking;

  • b.

    in geval van opsporingswerkzaamheden in vernietigingsputten, loopgraven, schutterputten, bomkraters, kraters van geschutsmunitie en vliegtuigwrakken bij het vooronderzoek geen of onvoldoende rekening is gehouden met de mogelijke aanwezigheid van asbest, bedrijfs- en huishoudelijk afval;

  • c.

    in geval van opsporingswerkzaamheden naar vliegtuigwrakken in bomkraters en kraters van geschutsmunitie bij het vooronderzoek geen of onvoldoende rekening is gehouden met de mogelijke aanwezigheid van radioactieve straling;

  • d.

    geen of een onvoldoende dekking biedende verzekering is afgesloten tegen de financiële gevolgen van het onverwachts detoneren van explosieven tijdens de opsporingswerkzaamheden, te weten het detecteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven, identificeren, tijdelijk veiligstellen van de situatie en overdragen aan een van de Explosieven Opruimingsdiensten van het Ministerie van Defensie;

  • e.

    geen of een onvoldoende dekking biedende verzekering is afgesloten tegen de financiële gevolgen van het onverwachts detoneren van explosieven tijdens de ruiming van explosieven;

  • f.

    de vereiste vergunningen niet of niet tijdig zijn aangevraagd.

Artikel

3

Jaarlijks wordt na 1 oktober bezien wat in totaal door gemeenten aan (voor een bijdrage in aanmerking komende) kosten is gedeclareerd. De hoogte van het maximaal uit te keren percentage hangt mede af van de startdatum van het project. Projecten gestart voor 1999 vallen onder het Bijdragebesluit 1994. Daarin is bepaald dat de opsporingskosten voor een volledige vergoeding in aanmerking komen. De kosten van de civieltechnische ondersteuning komt in aanmerking voor een bijdrage van maximaal 90%. Vanaf 1999 geldt het Bijdragebesluit 1999 waarin de maximale bijdrage voor opsporingswerkzaamheden en civieltechnische ondersteuning is vastgesteld op maximaal 90%. Sinds 1 januari 2003 zijn de maximale percentages 80%.

Dit betekent het volgende voor de verdeling van het budget: de opsporingskosten van projecten die vallen onder het regime van het Bijdragebesluit 1994 worden vergoed. Het resterende bedrag wordt naar rato verdeeld over de overige declaraties. Hierbij wordt eerst berekend of het budget toereikend is om een bijdrage te verstrekken van 80%. Indien er dan nog budget beschikbaar is, wordt dat verdeeld onder de declaraties die in aanmerking komen voor een maximale bijdrage van 90%.

Artikel

4

Het aanmelden van opsporings- en ruimingswerkzaamheden, zoals beschreven in artikel 12 van het Bijdragebesluit, dient bij Dienst Regelingen te geschieden. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het daartoe bestemde meldingsformulier.

Artikel

5

Artikel

7

Het indienen van een declaratie, bedoeld in artikel 13 van het Bijdragebesluit, dient bij Dienst Regelingen te geschieden. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het daartoe bestemde declaratieformulier.

Artikel

8

Op grond van artikel 14 en 15 van het Bijdragebesluit dient een gemeente bij het indienen van een declaratie informatie over bijvoorbeeld de feitelijke straal van de schervengevarenzone over te leggen. Als blijkt dat bepaalde informatie reeds bij de melding van het project is overgelegd, kan de gemeente bij het indienen van de betreffende declaratie volstaan met verwijzen naar die melding en de vindplaats van de eerder overgelegde informatie.

Artikel

9

De kosten van vooronderzoek, genoemd in artikel 17, aanhef en onder a, van het Bijdragebesluit hebben betrekking op kosten die gemaakt worden bij het lokaliseren van de ligging van het vermoedelijke conventionele explosief c.q. vermoedelijk conventionele explosieven en waarbij bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van de volgende hulpmiddelen:

  • a.

    archieven;

  • b.

    kraterkaarten/schadekaarten;

  • c.

    luchtfoto’s en infrarood foto’s;

  • d.

    processen-verbaal;

  • e.

    getuigenverklaringen;

  • f.

    uitkomsten van literatuuronderzoek.

Artikel

10

Tot de kosten van een opsporing, bedoeld in artikel 17, aanhef en onder b, van het Bijdragebesluit, die in beginsel voor een bijdrage in aanmerking komen, behoren uitsluitend:

  • a.

    kosten van milieutechnisch- en grondmechanisch bodemonderzoek;

  • b.

    kosten van bouwkundige vooropname van de belendende percelen;

  • c.

    verzekeringskosten ten behoeve van de gemeente;

  • d.

    kosten in verband met afzettingen van het werkterrein;

  • e.

    kosten betreffende aan- en afvoer van materieel en materiaal;

  • f.

    kosten in verband met het inrichten van het werkterrein zoals het verwijderen van obstakels, het omleggen van kabels en leidingen, het ontgraven van grond, het aanbrengen en verwijderen van damwandkuipen, (retour) bemaling, het gebruik van grondverzetmachines categorieën II of I en het gebruik van detectieapparatuur;

  • g.

    kosten in verband met noodzakelijke dienstverblijven en de aansluitingen op de nutsvoorzieningen;

  • h.

    kosten in verband met voorzieningen voor het tijdelijk opslaan van munitie;

  • i.

    kosten in verband met de inrichting van een vernietigingslocatie;

  • j.

    kosten van een senior OCE-deskundige, OCE-deskundige, assistent OCE-deskundige, bedrijfsleider, (hoofd) uitvoerder, grondwerkers en bewakingsmedewerkers voor wat betreft de loonkosten, reisuren en -kosten, risicotoeslag en overnachtingskosten;

  • k.

    de kosten van veiligheidsvoorzieningen zoals containers, Megablocks, beschermende wanden en/of het gebruik van scherfwerende doeken;

  • l.

    kosten in verband met herstelwerkzaamheden op de opsporings- en vernietigingslocaties.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

In verband met haar taak als opdrachtgever en toezichthouder mag de gemeente óf de kosten van de (ingehuurde) directievoering (maximaal 1 Fte), óf de kosten van een gemeentelijke toezichthouder (maximaal 1 Fte) in rekening brengen.

Artikel

16

Artikel

20

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels uitvoering Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006.

Deze beleidsregels zullen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes