Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 maart 2007, nr. TRCJZ/2007/768, houdende openstelling subsidieaanvragen en vaststelling subsidieplafonds (Openstellingsbesluit LNV-subsidies)

Openstellingsbesluit LNV-subsidies

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • regeling: Regeling LNV-subsidies;

  • verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297)

  • verordening (EG) nr. 1782/2003: verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001;

  • Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Hoofdstuk

2

Concurrerende landbouw

Titel

1

Beroepsopleiding en voorlichting

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

6

Artikel

7

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3 of 6 worden ingediend.

Artikel

8

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

9

De subsidie bedraagt 50% van de totale kosten van het bedrijfsconsult, training of opleiding, met dien verstande dat de subsidie per dagdeel ten hoogste € 250 bedraagt en de subsidie in totaal ten hoogste € 1500 bedraagt.

Titel

2

Bedrijfsadviesdiensten

Artikel

12

Artikel

13

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag worden ingediend.

Artikel

14

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

15

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies, met dien verstande dat de subsidie ten minste € 250 en ten hoogste € 1000 bedraagt.

Artikel

16

Het subsidieplafond bedraagt: € 2.175.000.

Titel

3

Kennisverspreiding

§

1

Praktijknetwerken

Artikel

18

Artikel

19

Overeenkomstig artikel 1:4 van de regeling wordt een aanvraag hoger gerangschikt naarmate:

  • 1.

    het gekozen thema en de gekozen aanpak zowel inhoudelijk als procesmatig meer perspectief bieden;

  • 2.

    de probleemstelling concreter is;

  • 3.

    er meer gebruik wordt gemaakt van een vernieuwende aanpak, zowel inhoudelijk als procesmatig;

  • 4.

    het aangetoonde gezamenlijk belang van de deelnemers groter is;

  • 5.

    de verhouding tussen de kosten en de kwaliteit van het project beter is ten opzichte van andere projecten;

  • 6.

    de kennis en ervaring effectiever worden verspreid, of

  • 7.

    het netwerk breder is samengesteld.

Artikel

20

De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 25.000 bedraagt.

Artikel

21

Het subsidieplafond bedraagt: € 1.000.000.

§

2

Demonstratieprojecten

Artikel

23

Artikel

25

In aanvulling op artikel 2:16 van de regeling wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel a, hoger gerangschikt naarmate:

  • a.

    het project een grotere energiebesparingspotentie heeft;

  • b.

    de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares, en

  • c.

    voor zover het een project betreft aangevraagd door een glastuinbouwonderneming, het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen.

Artikel

26

De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.

Artikel

27

§

3

Vouchers ten behoeve van kennisoverdracht

Artikel

28

Aanvragen voor verstrekking van vouchers als bedoeld in artikel 2:22, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend door landbouwondernemingen in de perioden van 16 april tot en met 15 mei 2007 of 3 september tot en met 28 september 2007.

Artikel

29

Artikel

30

Per landbouwonderneming kan per periode als bedoeld in artikel 28 slechts één aanvraag worden ingediend.

Artikel

31

Een voucher heeft een waarde van € 3000.

Artikel

32

Artikel

33

Voor elk van de in artikel 28, eerste lid, genoemde periodes:

  • a.

    zijn 366 vouchers beschikbaar;

  • b.

    worden in totaal niet meer dan € 1.100.000 aan vouchers verstrekt.

Titel

4

Samenwerking bij innovatieprojecten

Artikel

34

Artikel

35

De aanvraag gaat vergezeld van het aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende samenwerkingscontract, met daarin in elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende ondernemingen en de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de ondernemingen.

Artikel

36

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Artikel

37

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 500.000 voor het innovatieproject, met dien verstande dat voor kosten als bedoeld in artikel 2:35, eerste lid, onderdelen c en h, de subsidie ten hoogste € 400.000 bedraagt.

Artikel

38

Titel

5

Bedrijfsmodernisering

§

1

Investeringen op het terrein van energiebesparing

Artikel

39

Artikel

40

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

41

Artikel

42

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 39, eerste lid, bedraagt: € 20.000.000.

§

2

Marktintroductie energieinnovaties

Artikel

43

Artikel

44

De door de minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, advies uit aan de minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan energieneutrale glastuinbouw door een zolaag mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen en een zolaag mogelijke CO2-uitstoot;

  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of

  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economisch inpasbare systemen.

Artikel

45

Artikel

46

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 43 bedraagt: € 5.500.000.

Artikel

47

Artikel

49

De subsidie voor de in artikel 47, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten.

Artikel

50

In zoverre in afwijking van artikel 43, eerste lid, en artikel 47, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel

51

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 47 bedraagt: € 22.500.000.

Artikel

52

Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in de artikelen 42, 46 of 51 bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over de in die artikelen genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.

§

3

Gecombineerde luchtwassystemen

Artikel

55

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

57

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.

Artikel

58

§

4

Jonge landbouwers

Artikel

60

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 28 september 2009.

Artikel

61

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

63

Artikel

64

Titel

6

Voedselkwaliteitsregelingen

Artikel

65

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2:55 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 juni tot en met 29 november 2007.

Artikel

66

De beschikking omtrent subsidieverlening wordt gegeven binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag doch niet eerder dan 10 oktober 2007.

Artikel

67

Het subsidieplafond bedraagt: € 550.000.

Artikel

68

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Hoofdstuk

3

Natuur, landelijk erfgoed en recreatie

Titel

1

Draagvlak natuur

Artikel

71

De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van liquiditeitbehoefte.

Titel

2

Historische buitenplaatsen

Artikel

72

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:27 van de regeling voor het jaar 2007 kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2007 tot en met 31 mei 2007.

Artikel

73

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 72, bedraagt het subsidieplafond:

€ 215.000.

Titel

3

Ontwikkeling van het landschap

Artikel

74

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3:40 van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2007 tot en met 31 oktober 2007.

Artikel

75

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 74, bedraagt het subsidieplafond: € 800.000.

Hoofdstuk

3a

Overige bepalingen

Artikel

75a

Als formulier waarmee aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, artikel 6, eerste lid, artikel 12, eerste lid, artikel 18, eerste lid, artikel 23, eerste lid, artikel 23, tweede lid, onderdeel a en b, artikel 28, artikel 34, eerste lid, artikel 39, eerste lid, artikel 43, artikel 47, eerste lid, artikel 53, artikel 59 en artikel 65 worden ingediend, zijn vastgesteld de aanvraagformulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen opgenomen in Bijlage II bij dit besluit.

Artikel

75c

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

76

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

77

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van Bijlage II, die ter inzage wordt gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van LNV.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

Bijlage

I

behorende bij artikel 41

Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij Investering op het terrein van energiebesparing als bedoeld in artikel 39

Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 39, onderdeel a):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 39, onderdeel b)

Bij uitbesteden materieel en installatie

Energie-extensieve of energie- intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Klimaatcomputer (artikel 39, onderdeel c)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 45.000,–

Temperatuurintegratiesoftwarepakket (artikel 39, onderdeel d)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Een vast bedrag van € 7000,– vermeerderd met

€ 700,– per aantal hectare onder kasdekglas/kasdekkunststof van de aanvrager

€ 10.000,–

Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas of kasdekkunstof (artikel 39, onderdeel e)

Energie-extensieve en energie-intensieve

glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,00

€ 400.000,–

Warmtebuffersysteem (artikel 39, onderdeel f)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 60 m3

€ 50.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 125 m3

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 250 m3

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

250 m3 of groter

€ 100.000,–

Condensor op retour (artikel 39, onderdeel g)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 13.000,–

Energieclusters (artikel 39, onderdeel h)

Samenwerkingsverband van twee glastuinbouwondernemingen

25%

2

€ 200.000,00

Samenwerkingsverband van drie glastuinbouwondernemingen

25%

3

€ 300.000,00

Bijlage

II

Ligt ter inzage bij het Ministerie van LNV.

Bijlage

III

Rekenmodel Marktintroductie Energie-innovaties: Beperking van CO2-emissie door toepassing van een semi-gesloten kas

Dit rekenmodel beschrijft de CO2-emissiebeperking die mag worden verwacht bij toepassing van het hierbij beschreven ontwerp voor een semi-gesloten kas bij:

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO2-emissiereductie ........... bedraagt.

Deel 1. Kasklimaatwensen en kasuitrusting

In de tuinbouw staat de klimatiseringsinstallatie ten dienste van het gewas om een zo gunstig mogelijk kasklimaat te realiseren. Er blijft evenwel, zelfs in geconditioneerde kassen, altijd een spanningsveld tussen het klimaat waarbij het gewas het beste zou groeien en de kosten de gepaard gaan met het realiseren van dat klimaat. Zo wordt in de gangbare tuinbouw weliswaar bij hoge instraling een hoge CO2-concentratie gewenst, maar de dosering wordt toch begrensd om de CO2-gift in overeenstemming te houden met de hoeveelheid warmte die bij de productie van rookgassen vrijkomt. Ook wordt geaccepteerd dat, omwille van een gunstig gascontract, op heel koude dagen de gewenste etmaaltemperatuur niet gerealiseerd wordt. Het model houdt met al deze zaken rekening (middels de begrenzingen van het klimatiseringssysteem (zie deel 2).

De kasklimaatinstellingen die in dit deel moeten worden ingevuld moeten dan ook worden opgevat op dezelfde manier als waarop de instellingen van de kasklimaatcomputer worden gebruikt.

Er staan twee kolommen met invoergegevens en indien de geconditioneerde kas niet de gehele unit beslaat maar slechts een fractie dan komt er nog een derde kolom die aangeeft hoe het klimaat in het niet-geconditioneerde deel gewenst wordt.

In de eerste kolom staan de instellingen die voor de geconditioneerde kas gaan gelden.

De tweede kolom wordt gebruikt om de referentiesituatie te beschrijven. Veel getallen zullen gelijk zijn, maar wellicht wordt in de geconditioneerde kas de temperatuur waarboven gekoeld wordt wat hoger gekozen dan u in de referentie zou hebben gedaan. Ook het gebruik van minimumbuis zal in de geconditioneerde kas vaak minder zijn.

De derde kolom verschijnt in afhankelijkheid van de gesloten kasfractie. De teelt-instellingen in de derde kolom zullen veel gelijkenis vertonen met de instellingen van de tweede kolom.

Elk veld heeft een uitleg, die naar voren komt als de muis erop wordt gelegd. Achterin dit document staan alle toelichtingen bij elkaar geplaatst.

1

Gesloten kas fractie

%

50

n.v.t.

50

2

Gewas (kies: groente, potplant of snijbloem)

groente

groente

groente

3

Kasdek (kies: enkelglas, dubbel of triple)

enkelglas

enkelglas

enkelglas

4

Stooktemperatuur dag

°C

18

18

18

5

Stooktemperatuur nacht

°C

17

17

17

6

Koel- of ventilatietemperatuur

°C

27

27

27

7

Pband ventilatie/koeling

°C

2

2

2

8

Maximale ventilatie met buitenlucht

m3/(m2 hr)

0

n.v.t.

n.v.t.

9

Toegestane RV in de kas

%

85

85

85

10

Deksproeiers (kies ja of nee)

nee

nee

nee

11

Minimumbuistemperatuur

°C

40

40

40

12

VO van het minimumbuisnet

m2 buis/m2

0,2

0,2

0,2

13

Streefwaarde CO2

ppm

900

900

900

14

Maximale doseercapaciteit

kg/(ha hr)

120

180

180

15

Stralingscrit. voor schaduwscherm

W/m2

1000

1000

1000

16

Schaduwfactor schaduwscherm

%

30

30

30

17

Buitentemp sluiten energiescherm

°C

12

12

12

18

Besparingspercentage v.h. scherm

%

45

45

45

19

Belichtingsintensiteit

Wel/m2

0

0

0

20

Belichtingsschema (kies schema 1, 2 of 3)

2

2

2

Belichtingsschema’s

Op deze pagina treft u drie belichtingsschema’s die u kunt gebruiken om de door u gebruikte wijze van belichting vast te leggen. U kunt voor verschillende kasafdelingen verschillende schema’s gebruiken (dus voor de geconditioneerde kasafdeling een ander schema dan voor de referentie of voor de niet-geconditioneerde delen van het nieuw te bouwen of te vernieuwen kascomplex), maar u kunt ook voor alle afdelingen hetzelfde schema gebruiken.

De drie getoonde schema’s zijn voorzien van default instellingen. U kunt ze evenwel naar eigen inzicht aanpassen.

[Schema1] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 1 kiest

1

DagnrStartBel

280

(→ dit is 6 oktober)

2

DagnrStopBel

80

(→ dit is 20 maart en betekent 165 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 2 uur uit)

5

SavondsAan

22

uur

[Schema2] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 2 kiest

1

DagnrStartBel

260

(→ dit is 16 september)

2

DagnrStopBel

91

(→ dit is 31 maart en betekent 196 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

22

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

2

uur

[Schema3] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 3 kiest

1

DagnrStartBel

330

(→ dit is 25 november)

2

DagnrStopBel

300

(→ dit is 26 oktober en betekent 335 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

24

uur

Deel 2. Ketelhuis

Met de installatie van een semi-gesloten kas zal een nieuw ketelhuis worden neergezet of het bestaande ketelhuis worden gerenoveerd. Er zal waarschijnlijk een warmtepomp, een aquifer en een etmaalbuffer voor laagwaardige warmte/kou worden geplaatst en er wordt waarschijnlijk een WK geplaatst. Ook is het denkbaar dat de nieuwe of vernieuwde kas wordt voorzien van additionele CO2-voorziening in de vorm van zuivere- of OCAP-CO2.

In dit deel kunt u de eigenschappen van het nieuwe ketelhuis vastleggen.

Indien het ontwerp om een systeem gaat waarbij de semi-gesloten kas een fractie is van het totale kasoppervlak dat door het nieuw (ingerichte) ketelhuis wordt verwarmd, dan gaat het rekenprogramma er van uit dat de in de zomer verzamelde warmte in de winter zowel op het geconditioneerde deel als op het niet geconditioneerde deel wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld bij Themato).

Als u in het vorige deel hebt aangegeven dat de geconditioneerde kasfractie 100% is, dan betekent dit dat de nieuwe of vernieuwde ketelhuisconfiguratie die hier in deel 2 wordt beschreven uitsluitend wordt ingezet voor (de) geconditioneerde afdeling(en).

Teneinde de gerealiseerde CO2-emissiebeperking te kunnen berekenen dient u ook het referentie-ketelhuis te beschrijven.

Nieuw of vernieuwd ketelhuis

1

Kasoppervlak

1

ha

Geconditioneerd oppervlak

0,5

ha

Niet geconditioneerd opp.

0,5ha

2

Buffercapaciteit

200

m3

200

m3/ha

3

Thermisch warmtepompvermogen

700

kW th

700

kW/ha

4

Efficientie v.d. warmtepomp

45

%

5

Capaciteit aquifer

200

m3/uur

400

m3/ha gecond. kas per uur

6

Temp verlies scheidingswisselaar

1

°C

7

Bufferinhoud koudebuffer

1500

m3

3000

m3/ha gecond. kas

8

Koude bron laden op

8

°C

9

WK-vermogen

60

kW el.

60

kW/ha

10

elektrisch WK-rendement

42

%

11

thermisch WK-rendement

55

%

12

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

ja

13

Zomerse WK-warmte oversch. in aquif.

nee

Referentie ketelhuis

14

Kasoppervlak

1

ha

15

Buffercapaciteit

100

m3

100

m3/ha

16

WK-vermogen

0

kW el.

0

kW/ha

17

elektrisch WK-rendement

42

%

18

thermisch WK-rendement

55

%

19

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

nee

Deel 3. Koel- en verwarmkarakteristieken

In de geconditioneerde kasafdeling zijn luchtbehandelingunits geplaatst. Tijdens gebruik van deze units leveren ze een bepaalde koelcapaciteit. Deze is vooral afhankelijk van het temperatuurverschil tussen ingaand water en ingaande lucht en van de hoeveelheid lucht die er doorheen wordt geblazen.

Daarnaast speelt ook de luchtvochtigheid een rol. (Deze kan worden verhoogd door gebruik te maken van een fogging installatie (afhankelijk van de instelling in deel 1)).

Bij het gebruik van de installatie koelsysteem wordt er elektriciteit gebruikt. Vooral voor het circuleren van de lucht, maar ook voor het verpompen van water.

Het elektriciteitsverbruik per eenheid koelvermogen, maar ook het waterdebiet en de opwarming van het water is door dit alles sterk afhankelijk van de gekozen luchtbehandelingunits, het aantal dat daarvan gebruikt wordt en de kasklimaatcondities waaronder gekoeld wordt.

Het is niet waarschijnlijk dat de luchtbehandelingskast-leverancier de prestatie van de koelunit onder al die variabele omstandigheden voorhanden heeft. Laat staan dat die dan ook nog gedocumenteerd zouden zijn.

Omdat de kwaliteit van de koelunits echter een duidelijke invloed heeft op het energiebesparingresultaat van semi-gesloten kassen is het noodzakelijk om toch over zo'n prestatie karakterisering te beschikken.

In dit deel wordt vanuit een bench-mark punt (dat bij voorkeur zo dicht mogelijk ligt bij de werkingscondities die representatief zijn voor het gebruik in uw situatie) een karakterisering van het koelsysteem gemaakt die toegesneden is op uw kasklimaatwensen en die het deellastgedrag in beeld brengt. Er worden grafieken gemaakt van het elektriciteitsverbruik als functie van het koelvermogen, het waterdebiet door de koelers en de temperatuur waarmee het water uit de koelers zal komen. Tevens wordt op grond van de koeleigenschappen een karakterisering gemaakt voor het gedrag van deze units bij gebruik voor verwarming.

Koelen

Lege Velden

Hiernaast ziet u een invulveld waarin u specificaties van de gebruikte koelunits kunt aangeven. Vanuit deze specificaties maakt het programma relaties voor het elektriciteitsverbruik tijdens het koelen. Hierbij zijn vanuit de benchmark gegevens, rekening houdend met de achterliggende fysische processen (convectie en condensatie), extrapolaties gemaakt.

Benchmark punten v.d. Koelunit

0

1

Koelvermogen[kW]

20

kW

0

2

Watertemp in [°C]

12

°C

17

0

3

Watertemp uit [°C]

22

°C

0

0

4

Luchttemperatuur in [°C]

26

°C

21

0

5

Luchttemperatuur uit [°C]

16

°C

0

0

6

Koelvermogen geldt bij een RV van

85

%

0

7

Maximaal luchtdebiet [m3/uur]

2000

m3/uur

0

8

Electr.gebr.vent bij max luchtdeb.

0,3

kW

0

9

Waterzijdige drukval

1,2

bar

0

Vanuit de benchmark punten kan worden berekend dat de ontvochtigingscapaciteit 19,6 liter/uur is.

Dit betekent een latente warmteafvoer van 13,3 kW. De voelbare warmteoverdracht is dus 6,67 kW.

Er worden (vraag 10) 60 van deze units op de gekoelde afdeling van 0,5 ha geplaatst ( 83 m2 per unit).

De voelbare warmteoverdrachtscoëfficiënt blijkt 1,67 kW per °C verschil tussen gemiddelde water- en luchttemperatuur.

Verwarmen

Het programma gaat ervan uit dat de luchtbehandelingkasten ook voor verwarmen worden gebruikt.

Op grond van de warmte-overdrachtgegevens in de koelmodus wordt voor de verwarming verondersteld dat de units 0,045 W ventilatorenergie gebruiken per overgedragen W verwarmingsvermogen.

Dit komt neer op een COP-verwarming van 22,2 (dit is exclusief het verbruik van de warmtepomp).

De combinatie van benchmark-punten en kasklimaat in de geconditioneerde afdeling levert de volgende karakteristieken van de koeler:

Hieruit worden de onderstaande tabellen afgeleid waarmee het simulatiemodel zal rekenen.

–1,00

0,00

0,00

0,20

0,10

1,36

32,57

2,42

0,15

1,67

48,86

3,06

0,20

1,92

65,14

3,52

0,25

2,15

81,43

3,87

0,30

2,36

97,71

4,14

0,35

2,55

114,00

4,36

0,40

2,72

130,29

4,53

0,45

2,89

146,57

4,67

0,50

3,04

162,86

4,77

0,55

3,19

179,14

4,85

0,60

3,33

195,43

4,91

0,65

3,47

211,71

4,95

0,70

3,60

228,00

4,97

0,75

3,60

244,29

4,98

0,80

3,60

260,57

4,98

0,85

3,60

276,86

4,96

0,90

3,60

293,14

4,93

0,95

3,60

309,43

4,90

1,00

3,60

325,71

4,85

100,00

3,60

800,00

19,90

Gemiddeld is het uittredend 4,46 °C lager dan de intredende lucht. Voor de pompen wordt met een drukval van 0,69667 bar/(m3/uur) gewerkt.

Deel 4. Overzicht van de resultaten

Hier ziet u de resultaten m.b.t. de teelt en de resultaten qua energieverbruik en CO2-emissie.

Resultaten teelt

Gem. teelttemperatuur winterperiode

°C

17,9

17,8

Gem. teelttemperatuur zomerperiode

°C

0,0

0,0

Gem. CO2 concentratie zomerperiode

ppm

677

405

Jaarlijkse CO2-gift

kg/m2

25

37

Jaarlijks aantal energieschermuren

uur

2291

2291

Jaarlijks aantal schaduwschermuren

uur

0

0

Jaarlijks aantal belichtingsuren

uur

0

0

Resultaten warmte, koude en elektra

Jaarlijkse warmtevraag

MJ/m2

1486

1542

Jaarlijkse laagwaardige warmte naar Aquifer

MJ/m2

372

n.v.t.

Gemiddelde temperatuur naar warme bron

°C

22,3

Jaarlijkse laagwaardige warmte uit Aquifer

MJ/m2

361

n.v.t.

Hoogwaardig warmte-overschot

MJ/m2

0

0

Elektriciteit voor belichting

kWh/m2

0

0

Electriciteit voor koeling en verwarming

kWh/m2

12

n.v.t.

Elektriciteitsgebruik Warmtepomp

kWh/m2

45

n.v.t.

Effectieve COP Warmtepomp

2,9

n.v.t.

Resultaten gas en Elektra

Gasinkoop

m3/m2

35

49

Elektra inkoop

kWh/m2

27

1

Elektra verkoop

kWh/m2

12

0

Netto elektra inkoop

kWh/m2

15

1

Resultaten CO2 emissie

CO2-emissie Ketel

kg/m2

42

87

CO2-emissie WKK voor eigen gebruik

kg/m2

14

0

CO2-emissie WKK voor netlevering

kg/m2

6

0

kg/m2

62

87

Conclusie CO2 emissiebeperking

29%

Bijlage

V

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Bijlage

VI

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.