Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Economische Zaken;
-
b.
beroepsonderwijsinstelling:
-
1°.
een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor zover het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
-
2°.
een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
-
1°.
-
c.
ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
-
d.
MKB-ondernemer: een ondernemer die een onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 (PbEG L 63) tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;
-
e.
praktijkleren: alle vormen van leren in de beroepspraktijk of met behulp van de beroepspraktijk die in combinatie met theorieonderwijs strekken tot het behalen van een diploma in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs of middelbaar beroepsonderwijs;
-
f.
vernieuwingstraject: een traject gericht op het gezamenlijk door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen vernieuwen van de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom het praktijkleren;
-
g.
project: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op:
-
1°.
het leggen van de basis voor een samenwerking tussen een of meer ondernemers en een of meer beroepsonderwijsinstellingen met betrekking tot een vernieuwingstraject;
-
2°.
het door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk ontwerpen en uitvoeren van het vernieuwingstraject of
-
3°.
het duurzaam verankeren van het door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk ontwikkelde vernieuwingstraject op basis van schriftelijke afspraken;
-
1°.
-
h.
samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband van ten minste één MKB-ondernemer en een beroepsonderwijsinstelling dat blijkens schriftelijke stukken samenwerkt in het kader van praktijkleren.