Regeling van de Minister van Economische Zaken van 17 april 2007, nr. WJZ 7047871, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van de versterking van de samenwerking tussen bedrijfsleven en beroepsonderwijs (Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf)

Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf

De Minister van Economische Zaken,
Na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b.

    beroepsonderwijsinstelling:

  • c.

    ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

  • d.

    MKB-ondernemer: een ondernemer die een onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 (PbEG L 63) tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;

  • e.

    praktijkleren: alle vormen van leren in de beroepspraktijk of met behulp van de beroepspraktijk die in combinatie met theorieonderwijs strekken tot het behalen van een diploma in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs of middelbaar beroepsonderwijs;

  • f.

    vernieuwingstraject: een traject gericht op het gezamenlijk door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen vernieuwen van de vorm, de inhoud en het proces van of de taakverdeling rondom het praktijkleren;

  • g.

    project: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op:

    • 1°.

      het leggen van de basis voor een samenwerking tussen een of meer ondernemers en een of meer beroepsonderwijsinstellingen met betrekking tot een vernieuwingstraject;

    • 2°.

      het door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk ontwerpen en uitvoeren van het vernieuwingstraject of

    • 3°.

      het duurzaam verankeren van het door ondernemers en beroepsonderwijsinstellingen gezamenlijk ontwikkelde vernieuwingstraject op basis van schriftelijke afspraken;

  • h.

    samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband van ten minste één MKB-ondernemer en een beroepsonderwijsinstelling dat blijkens schriftelijke stukken samenwerkt in het kader van praktijkleren.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

7

Artikel

8

De Minister geeft een beschikking binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.

Artikel

9

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan de regeling;

  • b.

    onvoldoende vertrouwen bestaat dat het samenwerkingsverband de capaciteiten heeft om het project naar behoren uit te voeren;

  • c.

    de voor rekening van de deelnemers blijvende subsidiabele kosten voor meer dan 60 procent voor rekening komen van de deelnemende ondernemers tezamen, dan wel van de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen tezamen;

  • d.

    de personele inbreng in de uitvoering van het project niet evenredig is verdeeld over de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen en de deelnemende ondernemers;

  • e.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in de financiële haalbaarheid van het project;

  • f.

    onvoldoende aannemelijk is dat de samenwerking leidt tot verbetering van het praktijkleren;

  • g.

    de kosten van het project niet in verhouding zijn met de activiteiten en de te verwachten resultaten, met name voor de MKB-ondernemers;

  • h.

    het niet aannemelijk is dat de activiteiten bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 1e, binnen zes maanden na subsidieverlening worden afgerond;

  • i.

    het niet aannemelijk is dat het vernieuwingstraject binnen drie jaar kan worden voltooid;

  • j.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 3e, indien het project mede is gericht op duurzame verankering als daar bedoeld.

Artikel

10

§

3

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De subsidieontvanger neemt deel aan de jaarlijkse regionale bijeenkomst van projectleiders voor projecten die wordt georganiseerd door het Ministerie van Economische Zaken in het kader van deze regeling en brengt op deze bijeenkomst verslag uit omtrent de uitvoering van het project.

Artikel

15

De subsidieontvanger verleent medewerking aan een evaluatie van de effecten van het door hem uitgevoerde project, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.

§

4

Voorschotten

Artikel

16

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

17

Artikel

18

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

6

Slotbepalingen

Artikel

19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

20

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, te ’s-Gravenhage.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven

Bijlage

1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te ’s-Gravenhage.

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij SenterNovem te ’s-Gravenhage.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij SenterNovem te ’s-Gravenhage.