afstemming: de verplichting om in elk individueel geval het boetebedrag vast te stellen in evenredigheid tot de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Boetebesluit socialezekerheidswetten;
Indien de inlichtingenverplichting gelijktijdig met betrekking tot de WW, de ZW, de WAO, de WAZ, de Wajong, de Wet WIA, de Wazo of de TW is overtreden, worden de benadelingsbedragen samengeteld en het basis boetebedrag vastgesteld op 10% van dit bedrag.
Artikel
4
Recidive
Indien aan de belanghebbende schriftelijk is bekend gemaakt dat een boete wordt opgelegd of een strafrechtelijke sanctie is opgelegd, en dezelfde persoon binnen 5 jaren na de dag van bekendmaking opnieuw de inlichtingenverplichting overtreedt, wordt het basis boetebedrag met 50% verhoogd.
Artikel
5
Verhoogde verwijtbaarheid
1
Het basis boetebedrag wordt met 50% verhoogd, indien sprake is van verhoogde verwijtbaarheid.
2
Van verhoogde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien:
a.
de belanghebbende, zonder daarvan mededeling te doen, tenminste nagenoeg twee jaar onafgebroken inkomsten uit arbeid heeft genoten en in de betreffende periode tenminste twee maal door het UWV is gevraagd om de juiste en volledige informatie te verstrekken;
b.
de overtreding heeft plaatsgevonden in een zogenaamde fraudeconstructie, waarin de belanghebbende gezamenlijk met anderen geen, onvolledige of onjuiste informatie heeft verstrekt met de bedoeling het UWV te benadelen.
Artikel
6
Verminderde verwijtbaarheid
1
Het basis boetebedrag wordt met 50% verlaagd indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
2
Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien:
a.
de overtreding, gelet op de geestelijke toestand van de belanghebbende, hem niet volledig valt aan te rekenen;
b.
de belanghebbende de inlichtingenverplichting heeft overtreden, maar uit eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt, voordat het UWV de overtreding constateert.
Artikel
7
Verlaging wegens financiële omstandigheden
1
De boete, die met inachtneming van de voorgaande artikelen is vastgesteld, wordt verlaagd, indien de belanghebbende voldoende aannemelijk maakt dat, gelet op de financiële omstandigheden waarin hij verkeert, de boete niet binnen twaalf maanden na oplegging kan zijn voldaan, rekening houdend met het eventuele vermogen en de aflossingscapaciteit van de belanghebbende.
2
In afwijking van het eerste lid geldt een termijn van achttien maanden indien artikel 4 of 5 van toepassing is.
De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan op het moment dat het te melden feit of omstandigheid zich voordoet of bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn aan de belanghebbende.
3
Indien de belanghebbende de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25 van de WW of artikel 12 van de TW juist vermeldt op het werkbriefje WW wordt geen boete opgelegd.
Artikel
9
Minimale boete
De boete bedraagt minimaal € 23.
Artikel
10
Waarschuwing
Indien de inlichtingenverplichting opzettelijk is overtreden wordt niet volstaan met het geven van een waarschuwing.
Artikel
11
Intrekking Besluiten
Het Besluit afstemming boete werknemers, de Beleidsregel afbakening maatregel en boete en de Beleidsregel zwijgrecht worden ingetrokken.
Artikel
12
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel
13
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel boete werknemer.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.