Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2007, nr. WJZ 7084113, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van gebiedsgerichte projecten (Subsidieregeling pieken in de delta 2007)

Subsidieregeling pieken in de delta 2007

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Onverminderd het bepaalde in artikel 2, zesde lid, bedraagt de subsidie voor een gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject, 50% van de op grond van artikel 5 berekende subsidiabele kosten, verminderd met de aan het gebiedsgericht project toe te rekenen opbrengsten, de eigen bijdrage van de aanvrager, de bijdragen van derden en de subsidies van de andere bestuursorganen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, waarbij onder de bijdragen van derden en de subsidies van andere bestuursorganen niet die van publieke cofinanciers worden verstaan.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Bij Ministeriële regeling wordt een subsidieplafond per gebiedsgericht programma vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, ontvangen aanvragen op grond van deze regeling. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld per actielijn of programmalijn en voor bepaalde categorieën gebiedsgerichte projecten.

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

7

Artikel

8

Binnen 22 weken na de laatste dag van de in artikel 7, eerste lid, genoemde periode geeft de Minister een beschikking tot subsidieverlening omtrent in die periode ontvangen aanvragen om subsidie.

Artikel

9

Artikel

10

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling. Bij deze beslissing wordt niet de vraag betrokken of een gebiedsgericht project past binnen een actielijn.

Artikel

11

Artikel

12

De beschikking tot verlening van een subsidie kan de opschortende voorwaarde bevatten dat binnen drie maanden na de beschikking tot subsidieverlening een publieke cofinancier of de publieke cofinanciers gezamenlijk voor het betrokken project tenminste evenveel subsidie moeten hebben verleend als op grond van deze regeling is verleend.

§

3

Voorschotten

Artikel

13

Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidieontvanger door de Minister voorschotten worden verstrekt.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De Minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, dan wel indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

§

4

Verplichtingen voor de subsidieontvanger algemeen

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

De Minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.

§

5

Verplichtingen van de subsidieontvanger bij subsidie in de vorm van krediet

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Bij de subsidieverlening wordt de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer tussenrapportages over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de gerealiseerde kosten ten opzichte van de bij de subsidieverlening vermelde begroting.

Artikel

29

§

6

Subsidievaststelling

Artikel

30

Artikel

31

De Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

31a

Met betrekking tot een aanvraag om subsidie voor een gebiedsgericht project dat past in één van de actielijnen van het gebiedsgericht programma van het gebied Noord-Nederland gelden de volgende bepalingen:

  • a.

    op verzoek kan de Minister toestaan, dat in afwijking van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en tweede en derde lid, als subsidiabele kosten van een gebiedsgericht project in aanmerking worden genomen:

    • 1°.

      de loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van 1650 productieve uren per jaar uitgaande van een voltijds dienstverband;

    • 2°.

      de algemene indirecte kosten (overhead) die gerelateerd zijn aan de loonkosten of worden berekend op basis van de werkelijke kosten van de uitgevoerde actie volgens een bij de subsidieaanvraag overgelegde berekeningswijze;

  • b.

    in afwijking van artikel 6, eerste lid, wordt voor het gebiedsgericht programma van het gebied Noord-Nederland ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling; daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld per actielijn of programmalijn en voor bepaalde categorieën gebiedsgerichte projecten;

  • c.

    een aanvraag om subsidie wordt in afwijking van artikel 7, eerste en tweede lid, ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5 en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken;

  • d.

    in afwijking van artikel 8 geeft de minister een beschikking tot subsidieverlening binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie;

  • e.

    in afwijking van artikel 11, tweede, derde en vijfde lid, verdeelt de minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen; indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, dan geldt de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst;

  • f.

    in afwijking van de artikelen 14 en 15 geschiedt de verstrekking van voorschotten als volgt. Het bedrag aan voorschotten bedraagt in totaal ten hoogste 90 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag, waarbij:

    • 1°.

      het eerste voorschot 30 procent bedraagt van het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde maximale subsidiebedrag en niet eerder wordt verstrekt dan nadat de subsidie-ontvanger met de uitvoering van het gebiedsgericht project is begonnen, de subsidie-ontvanger heeft verklaard dat hij voor reeds gemaakte en betaalde kosten heeft voldaan aan de toepasselijke aanbestedingsregels en de subsidie-ontvanger heeft aangegeven op welke wijze hij voldoet of zal voldoen aan de in de beschikking tot subsidieverlening gestelde verplichtingen en

    • 2°.

      het tweede, derde en vierde voorschot ten hoogste 30, 20 respectievelijk 10 procent bedragen van het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde maximale subsidiebedrag en niet eerder worden verstrekt dan nadat de subsidie-ontvanger 30, 60 respectievelijk 80 procent van de subsidiabele kosten heeft gemaakt en betaald;

  • g.

    een aanvraag om een voorschot wordt in afwijking van artikel 17, eerste lid, ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6 en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken;

  • h.

    een aanvraag om subsidievaststelling wordt in afwijking van artikel 30, tweede lid, ingediend met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7 en gaat vergezeld van de in het formulier genoemde stukken;

  • i.

    indien het een gebiedsgericht project betreft waarvoor op grond van deze regeling en door het bestuursorgaan, bedoeld in onderdeel j, subsidie is verleend, is artikel 30, vierde lid, niet van toepassing; de minister kan aan de subsidieverlening voorschriften verbinden die betrekking hebben op door de aanvrager te geven verantwoordingsinformatie;

  • j.

    onder een publieke cofinancier wordt mede verstaan het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland, voor zover dat bestuursorgaan ten laste van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling op grond van artikel 6 van het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 voor een gebiedsgericht project subsidie verstrekt of voor zover dat bestuursorgaan ten laste van het in artikel 13, vijfde lid, van de Regeling EFRO doelstelling 2 programmaperiode 2007–2013 gegeven subsidieplafond voor een gebiedsgericht project subsidie verstrekt.

Artikel

32

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

33

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pieken in de delta 2007.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage 1 in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 tot en met 4, die ter inzage worden gelegd bij het secretariaat van de directie Ruimtelijk Economisch Beleid van het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie, Bezuidenhoutseweg 20 in Den Haag.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven

Bijlage

1

Bijlage als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de Subsidieregeling pieken in de delta 2007

Deze bijlage behoort bij de regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2007, nr. WJZ 7084113, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van gebiedsgerichte projecten (Subsidieregeling pieken in de delta 2007)

Oost-Nederland

De provincies Gelderland en Overijssel.

Noordvleugel Randstad

De provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland.

Zuidvleugel Randstad

De provincie Zuid-Holland.

Zuidwest-Nederland

De provincie Zeeland en het westelijke deel van de provincie Noord-Brabant.

Zuidoost-Nederland

Het oostelijk deel van de provincie Noord-Brabant en de provincie Limburg.

Noord-Nederland

De provincies Drenthe, Friesland en Groningen

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Bijlage

4

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag

Bijlage

5

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Bijlage

6

Ligt ter inzage bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland te Groningen.

Bijlage

7

Ligt ter inzage bij de directie Ruimtelijk Economisch Beleid van het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.