Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 28 augustus 2007, nr. TB/2007/01465, inzake de verlening van ontheffingen op grond van de artikelen 212 en 213 van de Pensioenwet en de artikelen 206 en 207 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Beleidsregel ontheffingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling)
Beleidsregel ontheffingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt uiterlijk ingediend op 15 mei van het in voornoemd artikellid bedoelde boekjaar.
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid leidt tot een verlenging van de indieningstermijn voor de in de ontheffing genoemde kwartaalstaten met maximaal drie maanden.
3
Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op het toepasselijke kalenderkwartaal bij DNB ingediend en gaat vergezeld van een plan van aanpak omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen het fonds alsnog de desbetreffende kwartaalstaten kan indienen.
4
Nadat een fonds een ontheffing op grond van het eerste lid heeft gekregen, kan het eenmaal om een nieuwe verlenging van de indieningstermijn met drie maanden verzoeken.
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid leidt tot een verlenging van de indieningstermijn voor de in de ontheffing genoemde jaarstaten met maximaal drie maanden.
3
Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk op 1 mei in het jaar volgend op het toepasselijke kalenderjaar bij DNB ingediend en gaat vergezeld van een plan van aanpak omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen het fonds alsnog de desbetreffende jaarstaten kan indienen.
4
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend onder de voorwaarde dat uiterlijk op 30 juni na afloop van het toepasselijke kalenderjaar bij DNB een voorlopige balans met toelichting per ultimo van dat kalenderjaar wordt ingediend.
5
Nadat een fonds een ontheffing op grond van het eerste lid heeft gekregen, kan het eenmaal om een nieuwe verlenging van de indieningstermijn met drie maanden verzoeken.
Artikel
5
Liquidatie
1
DNB verleent een fonds desgevraagd ontheffing van het bepaalde in artikel 147, tweede lid van de Pensioenwet of artikel 142, tweede lid, van de Wvb, indien het fonds in liquidatie is en het fonds op de eerste dag van de periode waarover kwartaalstaten of jaarstaten moeten worden verstrekt geen technische voorzieningen meer heeft, en het fonds niet meer resterende middelen heeft dan nodig ter dekking van de operationele kosten.
2
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend onder de voorwaarde dat het fonds de jaarrekening en het jaarverslag als bedoeld in artikel 146 van de Pensioenwet of artikel 141 van de Wvb die betrekking hebben op het toepasselijke kalenderjaar, uiterlijk binnen zes maanden na afloop van dat kalenderjaar aan DNB toezendt.
3
Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend:
a.
in geval het kwartaalstaten betreft: uiterlijk de laatste dag van het kwartaal waarop de staten betrekking hebben; of
b.
in geval het jaarstaten betreft: uiterlijk 15 mei volgend op het jaar waarop de staten betrekking hebben.
Artikel
6
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en is voor de eerste keer van toepassing op de kwartaalstaten die betrekking hebben op het derde kwartaal van 2007 onderscheidenlijk op de jaarstaten die betrekking hebben op het boekjaar 2007.
Artikel
7
Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam
De Nederlandsche Bank N.V., de directeur, A.Schilder