Verordening van het Productschap Pluimvee en Eieren van 14 juni 2007 houdende uitvoering van een nationaal programma ter zake van de bewaking en bestrijding van Salmonella en Campylobacter in de pluimveehouderij (Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007)

Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren,

Gelet op de artikelen 3 en 3a van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten en de artikelen 95 en 96 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;

Gelet op de artikelen 93, eerste lid, 95, 100, derde lid, 102 en 104 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en de artikelen 6 en 7 van het Instellingsbesluit Productschap Pluimvee en Eieren;

Gezien Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad (PbEU L 325), Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van Salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU L 325), Verordening (EG) nr. 1003/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een communautaire doelstelling voor het verminderen van de prevalentie van bepaalde serotypen salmonella bij vermeerderingskoppels van Gallus gallus en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2160/2003 (PbEU L 170) en Verordening (EG) nr. 1177/2006 van de Commissie van 1 augustus 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het gebruik van specifieke bestrijdingsmethoden in het kader van de nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij pluimvee, en;

Gezien de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004;

Besluit:

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder:

1.

productschap:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

2.

bestuur:

het bestuur van het productschap;

3.

voorzitter:

de voorzitter van het productschap;

4.

pluimvee:

kippen die worden opgefokt of gehouden voor de productie van vlees, broedeieren of consumptie-eieren;

5.

pluimveevleessector:

alle bedrijven die zich toeleggen op activiteiten met als uiteindelijk doel de productie van pluimveevlees;

6.

broedeieren:

eieren afkomstig van pluimvee bestemd om te worden bebroed;

7.

eendagskuikens:

pluimvee dat nog géén 72 uur oud is;

8.

fokpluimvee:

pluimvee van 72 uur en ouder bestemd voor de productie van broedeieren die zijn bestemd voor de productie van fokpluimvee of vermeerderingspluimvee;

9.

vermeerderingspluimvee:

pluimvee van 72 uur en ouder bestemd voor de productie van broedeieren die bestemd zijn voor de productie van leghennen of vleeskuikens;

10.

vleeskuikens:

pluimvee van 72 uur en ouder dat wordt gehouden voor de productie van vlees;

11.

leghennen:

pluimvee dat wordt gehouden voor productie van consumptie-eieren;

12.

pluimveebedrijf:

inrichting die wordt gebruikt voor het opfokken, fokken of houden van pluimvee;

13.

fokbedrijf:

pluimveebedrijf dat zich toelegt op de productie van broedeieren bestemd voor de productie van fokpluimvee of vermeerderingspluimvee;

14.

vermeerderingsbedrijf:

pluimveebedrijf dat zich toelegt op de productie van broedeieren bestemd voor de productie van leghennen of vleeskuikens;

15.

opfokbedrijf:

pluimveebedrijf dat zich toelegt op het opfokken van fokpluimvee of vermeerderingspluimvee tot het voortplantingsstadium;

16.

kuikenbroederij:

inrichting die zich toelegt op het inleggen en uitbroeden van broedeieren onderscheidenlijk inrichting waarin één of meerdere van deze handelingen worden verricht;

17.

vleeskuikenbedrijf:

pluimveebedrijf dat zich toelegt op het houden van vleeskuikens;

18.

legsector:

bedrijven die zich toeleggen op activiteiten met als uiteindelijk doel de productie van consumptie-eieren;

19.

opfokleghennenbedrijf:

pluimveebedrijf dat zich toelegt op het opfokken van leghennen tot het stadium waarop zij consumptie-eieren produceren;

20.

leghennenbedrijf:

pluimveebedrijf dat zich toelegt op het houden van leghennen;

21.

meerleeftijdenleghennenbedrijf:

een leghennenbedrijf waarin koppels leghennen worden gehouden die per koppel in leeftijd verschillen of die binnen één koppel van leeftijd verschillen;

22.

meerleeftijdenleghennenstal:

een stal op een leghennenbedrijf waarin koppels leghennen worden gehouden die per koppel in leeftijd verschillen of die binnen één koppel van leeftijd verschillen;

23.

ondernemer:

een natuurlijk persoon of rechtspersoon, die een pluimveebedrijf of een kuikenbroederij uitoefent;

24.

koppel:

alle pluimvee met dezelfde gezondheidsstatus dat in dezelfde stal of binnen dezelfde uitloopruimte wordt geplaatst of gehouden en dat een epidemiologische eenheid vormt; in kooisystemen omvat deze term alle dieren die hetzelfde omsloten luchtvolume delen; leghennen die in leeftijd verschillen en die in één stal zijn gehuisvest hebben dezelfde gezondheidsstatus en kunnen als één koppel worden gezien;

25.

bedrijfsgebouw:

het gebouw waarin pluimvee wordt gehouden of broedeieren zijn ingelegd en de tot het gebouw behorende voorruimte, stallen en lokalen;

26.

Salmonella:

alle typen Salmonella;

27.

serotyperen:

bepalen van het serotype van Salmonella-positieve monsters;

28.

Campylobacter:

alle typen Campylobacter;

29.

overplaatsen:

het verplaatsen van een koppel naar een andere stal, ongeacht de leeftijd van het koppel;

30.

ruimen:

het op last van de voorzitter verplicht verwijderen van pluimvee van het pluimveebedrijf en de kuikenbroederij;

31.

ronde:

de periode van het plaatsen van een koppel tot het moment van:

a. overplaatsing van een koppel;

b. aflevering aan de slachterij; of

c. ruiming van een koppel;

32.

hygiënogram:

een onderzoek naar de hygiënestatus van een stal nadat deze is gereinigd en ontsmet;

33.

hygiëneonderzoek:

een onderzoek naar de hygiënestatus van een kuikenbroederij nadat deze is gereinigd en ontsmet;

34.

HOSOWO-instantie:

een instantie die door de voorzitter is erkend voor het uitvoeren van hygiënogrammen, onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella of wateronderzoeken;

35.

verificatieonderzoek:

een onderzoek dat op een pluimveebedrijf bij een koppel of bij broedeieren wordt uitgevoerd nadat een monster van dit koppel of deze broedeieren Salmonella-positief is gebleken, met als doel de bevestiging dat dit koppel of deze broedeieren Salmonella-positief zijn;

36.

GD:

Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. te Deventer;

37.

Verordening (EG) nr. 1177/2006:

Verordening (EG) nr. 1177/2006 van de Commissie van 1 augustus 2006 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor het gebruik van specifieke bestrijdingsmethoden in het kader van de nationale programma’s voor de bestrijding van salmonella bij pluimvee;

38.

Verordening (EG) nr. 1774/2002:

Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees parlement en de Raad van 3 oktober 2002 ter vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten.

39.

verwerken:

het zodanig behandelen van de broedeieren van een met Salmonella besmet koppel, welke zich op een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf bevinden, dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is.

2

Hygiënemaatregelen

Artikel

2

3

Reinigings- en ontsmettingsmaatregelen

Artikel

3

4

Onderzoek naar Salmonella en Campylobacter

Artikel

4

5

Informatieoverdracht

Artikel

5

6

Maatregelen bij een besmetting

Opfokbedrijf, fokbedrijf en vermeerderingsbedrijf

Artikel

6

Vleeskuikenbedrijf

Artikel

7

Opfokleghennenbedrijf, leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf

Artikel

8

Kuikenbroederij

Artikel

9

7

Ontheffing en vrijstelling

Artikel

10

8

Controle

Artikel

11

9

Toezicht op de naleving

Artikel

12

10

Tuchtrechtelijke maatregelen en strafbaarstelling

11

Slotbepalingen

Artikel

14

De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegeven worden in handen gesteld van de voorzitter en worden, behoudens bij of krachtens de wet te bepalen gevallen, niet aan derden verstrekt.

Artikel

15

De op grond van deze verordening door het bestuur vast te stellen besluiten worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

17

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 augustus 2007 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 6 augustus 2007, nr. TRCJZ/2007/2045.

Bijlage

I

Protocol Antibiotica

Voorwaarden gebruik antibiotica ter behandeling van Salmonellabesmettingen in de reproductiesector

Achtergrond

In Verordening (EG) nr. 1177/2005 heeft de Commissie bepaald dat het gebruik van antibiotica voor de bestrijding van Salmonella bij reproductiekoppels pluimvee vanaf 1 januari 2007 in principe niet meer is toegestaan. Genoemde verordening biedt echter een drietal uitzonderingsmogelijkheden op dit verbod. In dit protocol wordt aangegeven onder welke voorwaarden het gebruik van antibiotica bij de behandeling van salmonellabesmettingen is toegestaan. Basis hiervoor is de mogelijkheid die artikel 2, tweede lid, b), van Verordening (EG) nr. 1177/2006 biedt. Dit is gebaseerd op de gemiddelde vergoeding van € 2,50 (inclusief cofinanciering € 5,–) van de Commissie voor het ruimen van reproductiedieren, zoals omschreven in artikel 16, tweede lid, c), van de Beschikking van de Commissie van 30 november 2006 ter goedkeuring van de door de lidstaten voor het jaar 2007 ingediende programma’s voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en van bepaalde TSE’s en ter preventie van zoönoses.

Te verwachten aantallen met Salmonella besmette koppels (exclusief Salmonella enteritidis en Salmonella typhimurium)

In 2005/2006 zijn 2.260 koppels in de reproductiesector in Nederland opgezet. Hiervan zijn 14 reproductiekoppels met Salmonella besmet geraakt. Daarvan zijn er 9 behandeld met antibiotica en 5 geruimd. Onder de 14 koppels waren geen besmettingen met Salmonella hadar, Salmonella infantis en Salmonella virchow. Dit betekent dat 0,4% van de reproductiekoppels in Nederland in de periode 2005/2006 is behandeld met antibiotica.

Het aantal koppels dat in 2007 met behulp van dit protocol met antibiotica wordt behandeld, is sterk afhankelijk van het aantal koppels dat besmet raakt met Salmonella alsmede van de beslissing die de pluimveehouder neemt in het geval van besmettingen met Salmonella hadar, Salmonella infantis of Salmonella virchow. Duidelijk mag zijn dat het een gering aantal betreft.

Protocol

Wanneer uit het reguliere Salmonellaonderzoek blijkt dat een koppel fok- of vermeerderingsdieren positief is, dient volgens artikel 4, vijfde lid, van deze Verordening binnen een werkdag een verificatieonderzoek plaats te vinden door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Onderdeel van het verificatieonderzoek is een test op de aanwezigheid van antimicrobiële stoffen. Als door middel van het verificatieonderzoek de Salmonellabesmetting wordt bevestigd dan vindt melding plaats aan het productschap en de betreffende ondernemer. Naar aanleiding van de melding neemt het productschap contact op met de betreffende ondernemer. De betreffende ondernemer doet een voorstel voor een vervolgactie, welke moet worden goedgekeurd door het productschap. Dit vindt plaats binnen twee werkdagen na de uitslag van het verificatieonderzoek. Het productschap registreert de meldingen en de vervolgacties. Afhankelijk van het gevonden serotype zijn de volgende vervolgacties van toepassing:

a) besmetting met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium

Vermeerderingskoppel wordt geruimd. Vergoeding vindt plaats op basis van Verordening subsidieverlening terugdringing salmonella (PPE) 2007 en de daarbij horende waardetabel.

b) besmetting met Salmonella hadar, Salmonella infantis en Salmonella virchow

• Waarde dieren volgens waardetabel < € 5/dier

Maatregel: verplicht ruimen van koppel, vergoeding op basis subsidieregeling

• Waarde dieren volgens waardetabel > € 5/dier

Pluimveehouder heeft keuze: behandelen met antibiotica of laten ruimen.

Indien de pluimveehouder kiest om het betreffende koppel te behandelen met antibiotica, dan dient deze conform bijgaande procedure plaats te vinden. De kosten zijn voor rekening van de pluimveehouder.

Indien de pluimveehouder kiest om het betreffende koppel te laten ruimen, dan is de Verordening subsidieverlening terugdringing salmonella (PPE) 2007 van toepassing met een maximale vergoeding van € 5 per dier.

c) besmetting met overige serotypen

• Waarde dieren volgens waardetabel < € 5/dier

Geen maatregel (geen beperkingen voor dieren/broedeieren).

• Waarde dieren volgens waardetabel > € 5/dier

Behandeling met antibiotica conform bijgaande procedure op kosten van de pluimveehouder.

Indien door het productschap toestemming wordt gegeven voor behandeling met antibiotica dan dient deze behandeling plaats te vinden onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsdierenarts. De bedrijfsdierenarts is er voor verantwoordelijk dat de behandeling volledig wordt afgemaakt. Na afloop van de behandeling wordt het effect gemeten door een officiële monstername van GD zoals omschreven in artikel 4, vierde lid, onder b, van de Verordening. Het productschap ontvangt uiterlijk één maand na afloop van de behandeling een rapport van de bedrijfsdierenarts.

Procedurebehandeling antibiotica

Salmonella-infecties in levend pluimvee kunnen op korte termijn alleen worden bestreden met behulp van antibacteriële middelen (verder aangeduid als antibiotica).

Afhankelijk van het type en de gevoeligheid van de betreffende Salmonella is de keuze in geschikte middelen meer of minder groot. Uitgangspunt dient te zijn dat het middel overal voldoende actief is, c.q. in alle organen van het dier waar de Salmonellae zich kunnen bevinden. Het tweede uitgangspunt is dat alleen antibiotica ingezet worden die niet in de humane geneeskunde worden gebruikt dan wel verwant zijn met antibiotica die in de humane geneeskunde worden gebruikt.

Verder moet men er rekening mee houden dat door een behandeling met antibioticum de darmflora van de behandelde dieren wordt aangetast, zodat het verstandig is na de behandeling weer een nieuwe flora toe te dienen. Uit internationaal onderzoek is overigens gebleken dat (mengsels van) speciaal geselecteerde bacteriën minder goed beschermen dan complete, ongedefinieerde (maar uiteraard wel ziektekiem vrije) florapreparaten.

Ik verband met de orale opname van het antibioticum en de flora is het raadzaam ernstig zieke en zwakke dieren (die mogelijk onvoldoende opnemen voor een effectieve behandeling) oor aanvang van de behandeling te verwijderen.

Uitgaande van het voorgaande en enige ervaring in praktijksituaties is het advies voor het behandelen van koppels kippen met een infectie door Salmonella, anders dan Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium, als volgt:

  • Neem een (resorbeerbaar) antibioticum op basis van een gevoeligheidstest (voor Gram negatieve bacteriën*) van de betreffende Salmonella stam.

  • Dien dit via het drinkwater toe gedurende tenminste 7 dagen.

  • Doseer op basis van lichaamsgewicht, conform de voorschriften van de fabrikant.

  • Houd daarbij de hoogste door de fabrikant/leverancier aangegeven dosering aan.

  • Dien flora (Aviguard, Broilact) toe op de eerste en de derde dag na het beëindigen van de antibioticumkuur. Zorg voor een gelijkmatige verdeling van de flora over de dieren.

  • Laat het effect controleren met bacteriologisch onderzoek per stal van 150 (blinde darm-) mest monsters en/of cloacaswabs op 7–10 dagen en (als geen enrofloxacin is gebruikt) op 5 weken na de laatste flora toediening. Dit laatste om een eventueel slechts tijdelijk effect door onderdrukken in plaats van elimineren van de salmonella op te sporen.

*GD gebruikt hiervoor een test met ampicilline, amoxycilline, tetracycline, flumequine, enrofloxacin, trimethoprim-sulfa en neomycine.