Beleidsregel richtlijn voor strafvordering Telecommunicatiewet
Beschrijving
Deze richtlijn ziet op delicten begaan door het overtreden van de Telecommunicatiewet (misdrijven en/of overtredingen). In de richtlijn wordt een aantal basisdelicten genoemd. Hieronder vallen de meeste strafbare feiten ingevolge de Telecommunicatiewet.
Voorzover het basisdelict een misdrijf-(doleus) en een overtredingsvariant (culpoos) kent, is bij het betreffende basisdelict een basispuntenaantal opgenomen dat betrekking heeft op de misdrijfvariant. In geval sprake is van een overtreding kan hiervan worden afgeweken door het puntenaantal naar beneden aan te passen. Indien het basisdelict alleen ziet op een overtreding speelt dit punt uiteraard geen rol.
Aard van de richtlijn
Bijzondere wetten
Wettekst
Puntensysteem
De systematiek van het Bos-Polarissysteem voor commune delicten volgend is in deze richtlijn gekozen voor een puntensysteem waarbij elk punt staat voor een bedrag van 22 Euro
Basisdelicten (overzicht)
(1)
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van een radiozendapparaat zonder vergunning ex art. 3.3, lid 1 TW
(strafbaarstelling: art. 10.9, eerste lid TW jo art. 1, sub 1° WED)
(2)
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van radiozendapparaten (die op een verkeerde frequentie werken en/of een onjuist vermogen hebben)
(strafbaarstelling: art. 10.9, eerste lid TW jo art. 1, sub 1° WED)
(3)
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van radiozendapparaten waarvoor een vergunning is vereist
(strafbaarstelling: art. 10.9, eerste lid jo art. 1, sub 1° WED)
(4)
Het in de handel brengen van uitrusting die niet voldoet aan de eisen ex art. 10.1 of 10.3 onderdeel a,b,c en e TW
(strafbaarstelling: art. 10.1, eerste lid jo art. 1, sub 1° WED)
Basisdelict (1)
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van een radiozendapparaat zonder vergunning ex art. 3.3, lid 1 Tw (strafbaarstelling: art. 10.9, eerste lid Tw jo art. 1 sub 1° WED)
Beschrijving
Dit delict ziet op het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van een radiozendapparaat zonder vergunning ex art. 3.3, eerste lid TW en heeft in hoofdzaak betrekking op illegale omroepzenders. Onderscheid wordt gemaakt tussen lichte of zware overtredingen. Deze richtlijn dient voor de strafvordering van de lichte overtreding. De strafvordering van zware overtredingen valt hierbuiten en vergt maatwerk.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
50 punten (naast beslag)
Basisfactoren
Geen
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
Er is geen sprake van medeplegen +0 %
Er is sprake van medeplegen +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
Dader +0 %
Medeplichtige –33 %
Poging
Voltooid delict +0 %
Poging tot plegen n.v.t.
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
Geen recidive +0 %
1 maal +50 %
Meermalen +100 % +dagvaarden
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Afdoeninginstrument: strafrechtelijke handhaving.
-
–
in geval van transactie dient ‘afstand’ altijd als aanvullende voorwaarde te worden gesteld;
-
–
in geval van dagvaarden dient altijd onttrekking aan het verkeer gevorderd te worden.
Basisdelict (2)
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van radiozendapparaten die op een verkeerde frequentie werken en/of een onjuist vermogen hebben (strafbaarstelling: art. 10.9, eerste lid Tw jo art. 1, sub 1° WED)
Beschrijving
Dit basisdelict ziet op het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van radiozendapparaten die op een verkeerde frequentie werken en/of een onjuist vermogen hebben. Het betreft hier apparaten waarvoor geen vergunning voor frequentieruimte is vereist die vallen onder de uitzonderingsbepaling van artikel 3.4 TW (Deze apparaten zijn opgenomen in de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning). Indien een radiozendapparaat niet (meer) voldoet aan het bepaalde in genoemde regeling is de uitzonderingsbepaling artikel 3.4 TW niet meer van toepassing en geldt voor het apparaat het vergunningvereiste als bedoeld in artikel 3.3 TW. Onder deze categorie vallen onder meer koordloze of mobiele telefoons, draadloze microfoons, babyfoons, apparaten met modelbesturing, gemodificeerde 27 MHz-apparatuur.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
15 punten (naast beslag)
Basisfactoren
Geen
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
Er is geen sprake van medeplegen +0 %
Er is sprake van medeplegen +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
Dader +0 %
Medeplichtige –33 %
Poging
Voltooid delict +0 %
Poging tot plegen n.v.t.
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
Geen recidive +0 %
1 maal +50 %
Meermalen +100 % +dagvaarden
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Afdoeningsinstrument: strafrechtelijke handhaving;
-
–
in geval van transactie dient ‘afstand’ altijd als aanvullende voorwaarde te worden gesteld;
-
–
in geval van dagvaarden dient altijd onttrekking aan het verkeer gevorderd te worden.
Basisdelict (3)
Het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van radiozendapparaten waarvoor een vergunning is vereist (strafbaarstelling: art. 10.9, eerste lid Tw jo art. 1, sub 1° WED)
Beschrijving
Dit basisdelict ziet op het aanleggen, het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig hebben en/of het gebruik van radiozendapparaten – niet zijnde omroepzenders – waarvoor een vergunning is vereist en die overigens wel op de goede frequentie werken. Het betreft hier bijvoorbeeld marifoons, mobilofoons of portofoons zonder dat de houder in het bezit is van een vergunning voor gebruik van frequentieruimte ex art. 3.3, eerste lid TW.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
10 punten
Basisfactoren
Geen
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
Er is geen sprake van medeplegen +0 %
Er is sprake van medeplegen +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
Dader +0 %
Medeplichtige –33 %
Poging
Voltooid delict +0 %
Poging tot plegen n.v.t.
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
Geen recidive +0 %
1 maal +50 %
Meermalen +100 % +dagvaarden
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Afdoeningstraject:
Primair bestuursrechtelijke handhaving.
Strafrechtelijke handhaving zal worden toegepast daar waar bestuursrechtelijke middelen minder effectief blijken (b.v. bij recidive en indien het in beslag nemen van goederen noodzakelijk is), dan wel, indien de mate van overtreding zodanig ernstig is dat een bestuursrechtelijke reactie niet gepast is (b.v. bij gevaarzetting).
Bij strafrechtelijke handhaving:
in geval van transactie dient ‘afstand’ altijd als aanvullende voorwaarde te worden gesteld;
in geval van dagvaarden dient altijd verbeurdverklaring gevorderd te worden.
Basisdelict (4)
Het in de handel brengen van uitrusting die niet voldoet aan de eisen ex. artt. 10.1 of 10.3 Tw (strafbaarstelling: art. 10.1, eerste lid Tw jo art. 1, sub 1° WED)
Beschrijving
Dit basisdelict ziet op het in de handel brengen van uitrusting die niet voldoet aan de eisen ex. art. 10.1 of 10.3 Tw. Dit verbod is gericht tot fabrikanten en importeurs. Zij dienen zich ervan te vergewissen dat de apparaten voldoen aan de voorschriften.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
100 punten minimaal (gerelateerd aan de omvang van de handel)
Basisfactoren
Geen
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
Er is geen sprake van medeplegen +0 %
Er is sprake van medeplegen +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
Dader +0 %
Medeplichtige –33 %
Poging
Voltooid delict +0 %
Poging tot plegen –33 %
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
Geen recidive +0 %
1 maal +50 %
Meermalen +100 % +dagvaarden
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
Geen
Bijzonderheden
Afdoeningstraject:
primair bestuursrechtelijke handhaving;
strafrechtelijke handhaving zal worden toegepast daar waar bestuursrechtelijke middelen minder effectief blijken (b.v. bij recidive en indien het in beslag nemen van goederen noodzakelijk is), dan wel, indien de mate van overtreding zodanig ernstig is dat een bestuursrechtelijke reactie niet gepast is (b.v. bij gevaarzetting).
Bij strafrechtelijke handhaving:
Dagvaarden en onttrekking aan het verkeer vorderen.