|
02
|
M
|
Er worden Rodac-plaatjes van een doorsnede van 5,5 cm gebruikt.
|
Wanneer andere methoden met agar gebruikt worden, dient hiervoor een goedkeuring van het Productschap aanwezig te zijn.
|
Controleer of er Rodac-plaatjes van een doorsnede van 5,5 cm gebruikt worden óf er een goedkeuring van een Productschap voor gebruik van een andere methode aanwezig is.
|
|
|
|
|
|
03
|
M
|
De datum waarop de Rodac-plaatjes zijn aangemaakt staat op elke verpakking.
|
Eigen datum of THT-datum van fabrikant.
|
Controleer of de verpakking van de tijdens de monstername gebruikte Rodac-plaatjes voorzien is van een datum.
|
|
|
|
|
|
04
|
M
|
De in voorraad klaargemaakte Rodac-plaatjes worden opgeslagen tussen 0 en 20 graden Celsius.
|
Tocht en temperatuurschommelingen worden voorkomen.
|
Controleer of de in voorraad klaargemaakte Rodac-plaatjes die ingezet worden tijdens de monstername, worden opgeslagen tussen 0 en 20 graden waarbij tocht en temperatuurschommelingen voorkomen worden.
|
|
|
|
|
|
05
|
M
|
De Rodac-plaatjes worden met de agar aan de bovenzijde bewaard.
|
|
Controleer of de Rodac-plaatjes die ingezet worden tijdens de monstername, met de agar aan de bovenzijde worden bewaard.
|
|
|
|
|
|
06
|
M
|
Monsternemer draagt bedrijfskleding en stalschoeisel.
|
|
Controleer of de monsternemer bedrijfskleding en stalschoeisel draagt.
|
|
|
|
|
|
07
|
M
|
De stal waar de hygiënogram genomen wordt is na desinfectie tenminste 2 uur gelucht.
|
Indien stal na 2 uur luchten niet droog is, luchten totdat dit het geval is.
|
Vraag de pluimveehouder wanneer de stal gedesinfecteerd is, controleer of dit tenminste 2 uur geleden is, of langer indien stal niet droog was.
|
|
|
|
|
|
08
|
M
|
Het juiste Hygiënogramformulier wordt ingevuld.
|
Hygiënogramformulier (A1 , B1 of C1) voor betreffend staltype, opgenomen in ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties.
|
Controleer of het juiste Hygiënogram formulier wordt ingevuld.
|
|
|
|
|
|
09
|
M
|
Op het Hygiënogramformulier wordt de visuele beoordeling ingevuld.
|
Hygiënogramformulier (A1, B1 of C1) voor betreffend staltype, opgenomen in ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties.
|
Controleer of op het Hygiënogramformulier de visuele beoordeling wordt ingevuld.
|
|
|
|
|
|
10
|
M
|
Indien bepaalde onderdelen op het Hygiënogramformulier (zie voorschrift 9) met ‘slecht’ beoordeelt zijn wordt aangegeven welke bemonsteringsplaatsen dit betreft.
|
Wordt aangegeven in tabel ‘Bemonsteringsplaatsen’ op het Hygiënogramformulier.
|
Controleer, indien sprake is van een beoordeling ‘slecht’ of in de tabel ‘Bemonsteringsplaatsen’ aangegeven wordt waar deze onderdelen zich bevinden.
|
|
|
|
|
|
11
|
M
|
De bemonstering wordt uitgevoerd volgens het juiste bemonsteringsschema:
|
Bemonsteringsschema zoals aangegeven in onderdeel A2, B2 of C2 ‘Bemonsteringsschema Hygiënogram’ van het betreffende staltype uit ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties
|
Controleer of het juiste bemonsteringsschema gehanteerd wordt:
|
|
|
|
|
|
11a
|
M
|
Grondstallen: De stal wordt in de lange zijde in zes gelijke delen verdeeld (A t/m F) en overlangs in drie gelijke delen (1 t/m 3). Vervolgens worden in de volgende delen monsters genomen:
|
Zie voor een uitgebreide omschrijving ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007, Bijlage III, onderdeel A2.
|
Indien grondstallen: controleer of de monsters volgens de volgende werkwijze genomen worden:
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 1
|
M
|
A t/m F: vloer (= 6 plaatjes)
|
|
A t/m F: vloer (= 6 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 2
|
M
|
A, BC, DE en F: voersysteem (= 4 plaatjes)
|
|
A, BC, DE en F: voersysteem (= 4 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 3
|
M
|
A, BC, DE en F: drinkwatersysteem (= 4 plaatjes)
|
|
A, BC, DE en F: drinkwatersysteem (= 4 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 4
|
M
|
1, 2 en 3: wand (= 3 plaatjes)
|
|
1, 2 en 3: wand (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 5
|
M
|
1 en 3: plafond (= 2 plaatjes)
|
|
1 en 3: plafond (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 6
|
M
|
1 en 3: kleppen / wand van de inlaat binnen (= 2 plaatjes)
|
|
1 en 3: kleppen / wand van de inlaat binnen (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11a 7
|
M
|
Binnenkant van 1 willekeurige voerhopper. (= 1 monster)
|
|
Binnenkant van 1 willekeurige voerhopper. (= 1 monster)
|
|
|
|
NVT: geen grondstal
|
|
11b
|
M
|
Kooihuisvesting: De stal wordt in de lange zijde in zes gelijke delen verdeeld (A t/m F) en overlangs in drie gelijke delen (1 t/m 3). Vervolgens worden in de volgende delen monsters genomen:
|
Zie voor een uitgebreide omschrijving ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007, Bijlage III, onderdeel B2.
|
Indien kooihuisvesting: controleer of de monsters volgens de volgende werkwijze genomen worden:
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis-vesting
|
|
11b 1
|
M
|
A, BC, DE en F: voersysteem (= 4 plaatjes)
|
|
A, BC, DE en F: voersysteem (= 4 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 2
|
M
|
AB, CD en EF: kooibodem (= 3 plaatjes)
|
|
AB, CD en EF: kooibodem (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 3
|
M
|
AB, CD en EF: kooiwand (= 3 plaatjes)
|
|
AB, CD en EF: kooiwand (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 4
|
M
|
AB, CD en EF: drinksysteem (= 3 plaatjes)
|
|
AB, CD en EF: drinksysteem (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 5
|
M
|
1 en 3: plafond (= 2 plaatjes)
|
|
1 en 3: plafond (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 6
|
M
|
2 en 3: tussenpad (= 2 plaatjes)
|
|
2 en 3: tussenpad (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 7
|
M
|
1 of 3: kleppen / wand van de inlaat binnen (= 1 plaatje)
|
|
1 of 3: kleppen / wand van de inlaat binnen (= 1 plaatje)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 8
|
M
|
Binnenkant van 1 willekeurige voerhopper. (= 1 plaatje)
|
|
Binnenkant van 1 willekeurige voerhopper. (= 1 plaatje)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis
|
|
11b 9
|
M
|
1 en 3: eierband (= 2 plaatjes)
|
Alleen bij leggende hennen.
|
1 en 3: eierband (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen kooihuis-vesting
|
|
11c
|
M
|
Volièrestallen: De stal wordt in de lange zijde in zes gelijke delen verdeeld (A t/m F) en overlangs in drie gelijke delen (1 t/m 3). Vervolgens worden in de volgende delen monsters genomen’
|
Zie voor een uitgebreide omschrijving ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007, Bijlage III, onderdeel C2.
|
Indien volièrestallen: controleer of de monsters volgens de volgende werkwijze genomen worden:
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 1
|
M
|
ABC en DEF: 2x vloer (= 4 plaatjes)
|
De plaatjes zijn gelijkelijk verdeeld over ABC en DEF.
|
ABC en DEF: 2x vloer (= 4 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 2
|
M
|
ABC en DEF: rooster (= 2 plaatjes)
|
|
ABC en DEF: rooster (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 3
|
M
|
AB, CD en EF: drinksysteem (= 3 plaatjes)
|
|
AB, CD en EF: drinksysteem (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 4
|
M
|
AB, CD en EF: voersysteem (= 3 plaatjes)
|
|
AB, CD en EF: voersysteem (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 5
|
M
|
1 en 2: wand (= 2 plaatjes)
|
Van één van de twee kopse kanten, tussen 1 en 2 meter hoogte.
|
1 en 2: wand (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 6
|
M
|
1 en 2: plafond (= 2 plaatjes)
|
|
1 en 2: plafond (= 2 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 7
|
M
|
1 of 2: kleppen / wand van de inlaat binnen (= 1 plaatje)
|
|
1 of 2: kleppen / wand van de inlaat binnen (= 1 plaatje)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 8
|
M
|
Binnenkant van 1 willekeurige voerhopper. 1=1 plaatje)
|
|
Binnenkant van 1 willekeurige voerhopper. 1=1 plaatje)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
11c 9
|
M
|
AB, CD en EF: legnest. Hierbij worden 2 swabs genomen in 1 en 1 swab in 2. (= 3 plaatjes)
|
Alleen bij leggende hennen.
|
AB, CD en EF: legnest. Hierbij worden 2 swabs genomen in 1 en 1 swab in 2. (= 3 plaatjes)
|
|
|
|
NVT: geen volièrestal
|
|
12
|
M
|
De bemonstering wordt volgens de volgende werkwijze uitgevoerd:
|
|
|
|
|
|
|
|
12a
|
M
|
Het pakje Rodac-plaatjes wordt na aankomst op het bedrijf en voor het betreden van de stal geopend.
|
|
Controleer of het pakje met Rodac-plaatjes na aankomst op het bedrijf en voor het betreden van de stal geopend wordt.
|
|
|
|
|
|
12b
|
M
|
Natte plekken in de stal worden niet bemonsterd.
|
|
Controleer of er geen natte plekken bemonsterd worden.
|
|
|
|
|
|
12c
|
M
|
Elk individueel Rodac-plaatje is voor monstername voorzien van het nummer dat correspondeert met de bemonsteringsplaats.
|
Bemonsteringsplaats zoals aangegeven in onderdeel A2, B2 of C2 ‘Bemonsteringsschema Hygiënogram’ van het betreffende staltype uit ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties
|
Controleer of elk individueel Rodac-plaatje voor monstername is voorzien van het nummer dat correspondeert met de bemonsteringsplaats.
|
|
|
|
|
|
12d
|
M
|
Het Rodac-plaatje wordt met de agar gedurende 15 seconde op het te onderzoeken oppervlakte gedrukt. De agar wordt hierbij niet met de handen aangeraakt en het afdrukken wordt niet met draaiende bewegingen uitgevoerd.
|
|
Controleer of het Rodac-plaatje met de agar gedurende 15 seconde op het te onderzoeken oppervlakte wordt gedrukt waarbij het Agar niet met de handen wordt aangeraakt en geen draaiende beweging wordt gemaakt.
|
|
|
|
|
|
12e
|
M
|
Het dekseltje wordt teruggeplaatst.
|
|
Controleer of het dekseltje teruggeplaatst wordt.
|
|
|
|
|
|
12f
|
M
|
Het Rodac-plaatje wordt omgedraaid en met de agar aan de bovenzijde in een beschermend omhulsel geplaatst.
|
|
Controleer of het Rodac-plaatje met de agar aan de bovenzijde in een beschermend omhulsel geplaatst wordt.
|
|
|
|
|
|
13
|
M
|
Er worden geen Rodac-plaatjes gebruikt:
|
|
Controleer of er geen Rodac-plaatjes gebruik worden:
|
|
|
|
|
|
13a
|
M
|
waarbij condensvorming is opgetreden aan de binnenzijde van de plaatjes;
|
|
waarbij condensvorming is opgetreden aan de binnenzijde van de plaatjes;
|
|
|
|
|
|
13b
|
M
|
wanneer de plaatjes geopend zijn geweest zonder dat afdrukken gemaakt zijn;
|
|
wanneer de plaatjes geopend zijn geweest zonder dat afdrukken gemaakt zijn;
|
|
|
|
|
|
13c
|
M
|
wanneer er groei op de agar waar te nemen is;
|
|
wanneer er groei op de agar waar te nemen is;
|
|
|
|
|
|
13d
|
M
|
wanneer de plaatjes langer dan 30 dagen geleden zijn aangemaakt;
|
NVT: indien de door de fabrikant vermelde THT-datum niet verstreken is.
|
wanneer de plaatjes langer dan 30 dagen geleden zijn aangemaakt, nvt indien de door de fabrikant vermelde THT-datum niet verstreken is;
|
|
|
|
|
|
13e
|
M
|
wanneer het plaatje een breuk bevat of gebroken is.
|
|
wanneer het plaatje een breuk bevat of gebroken is.
|
|
|
|
|
|
14
|
M
|
Naast de monsters volgens het ‘bemonsteringsschema’ worden de volgende 2 monsters genomen:
|
|
Controleer of naast de monsters volgens het ‘bemonsteringsschema’ de volgende 2 monsters genomen worden:
|
|
|
|
|
|
14a
|
M
|
Eén Rodac-plaatje wordt niet bemonsterd.
|
Dit wordt een ‘negatief’ monster genoemd.
|
Eén Rodac-plaatje wordt niet bemonsterd.
|
|
|
|
|
|
14b
|
M
|
Eén Rodac-plaatje wordt binnen de ‘poort van het bedrijf’, maar buiten de stal bemonsterd.
|
Dit wordt een ‘positief’ monster genoemd.
|
Eén Rodac-plaatje wordt binnen de ‘poort van het bedrijf’, maar buiten de stal bemonsterd.
|
|
|
|
|
|
15
|
M
|
De bemonsterde Rodac-plaatjes worden dusdanig vervoerd dat zij niet herbesmet kunnen worden.
|
|
Controleer of de bemonsterde Rodac-plaatjes dusdanig worden vervoerd dat zij niet herbesmet kunnen worden.
|
|
|
|
|
|
16
|
M
|
Vervoer van de bemonsterde Rodac-plaatjes vindt plaats bij een temperatuur tussen de 0 en 20 graden Celsius.
|
Bij hogere temperaturen dienen de plaatjes binnen 4 uur verwerkt te worden.
|
Controleer of de bemonsterde Rodac-plaatjes bij een temperatuur tussen de 0 en 20 graden Celsius vervoerd worden.
|
|
|
|
|
|
17
|
M
|
Rodac-plaatjes zijn binnen 12 uur op het laboratorium.
|
Wanneer vervoer langer dan 12 uur duurt is hiervoor een goedkeuring van het Productschap gegeven. Instantie kan dit aantonen.
|
Controleer of de Rodac-plaatjes direct verstuurd worden en controleer of ze binnen 12 uur bij het laboratorium kunnen zijn.
|
|
|
|
|
|
18
|
M
|
Indien de instantie niet zelf de analyse van de monstername uitvoert, wordt het monster naar een HOSOWO-instantie verstuurd die hiervoor erkend is.
|
|
Controleer, indien de instantie zelf niet de analyse van de monstername uitvoert, of het monster wordt verzonden naar een HOSOWO-instantie die hiervoor wel erkend is.
|
|
|
|
NVT: instantie voert monstername en analyse uit.
|
|
B
|
|
Bedrijfsbezoek
|
|
|
|
|
|
|
|
09
|
M
|
Aan het Agar zijn de volgende stoffen toegevoegd: Nutrient Broth no. 2 (25 gram), Agar (16 gram), Natriumthiosulfaat (0,5 gram), Tween 80 (1 ml), Ammoniumcarbonaat (1 gram), Lecithine (2 gram), L-Histidine (1 gram).
|
Instantie kan dit aantoonbaar maken tijdens controle.
|
Controleer of de in het voorschrift genoemde stoffen, in de juiste hoeveelheden, worden toegevoegd aan het Agar.
|
|
|
|
|
|
10
|
M
|
Bij het vullen van het Rodac-plaatje vult de agar vult het volledige Rodac-plaatje met een bolle spiegel.
|
Instantie kan dit aantoonbaar maken tijdens controle.
|
Controleer of bij het vullen van het Rodac-plaatje de agar het volledige plaatje vult met een bolle spiegel.
|
|
|
|
|
|
11
|
M
|
De in voorraad klaargemaakte Rodac-plaatjes worden opgeslagen tussen 0 en 20 graden Celsius.
|
Tocht en temperatuurschommelingen worden voorkomen.
|
Controleer of de in voorraad klaargemaakte Rodac-plaatjes worden opgeslagen tussen 0 en 20 graden waarbij tocht en temperatuurschommelingen voorkomen worden.
|
|
|
|
|
|
12
|
M
|
De Rodac-plaatjes worden met de agar aan de bovenzijde bewaard.
|
|
Controleer of de Rodac-plaatjes met de agar aan de bovenzijde worden bewaard.
|
|
|
|
|
|
13
|
A
|
Opslag van bemonsterde Rodac-plaatjes vindt plaats tussen 0 en 20 graden Celsius.
|
Bij hogere temperaturen dienen de plaatjes binnen 4 uur verwerkt te worden.
|
Controleer of de opslag van bemonsterde Rodac-plaatjes tussen de 0 en 20 graden Celsius plaats vindt.
|
|
|
|
|
|
14
|
A
|
De bemonsterde Rodac-plaatjes worden binnen 12 uur na monstername geanalyseerd.
|
Wanneer dit langer dan 12 uur duurt is hiervoor een goedkeuring van het Productschap gegeven. Instantie kan dit aantonen.
|
Controleer of de bemonsterde Rodac-plaatjes binnen 12 uur na monstername worden geanalyseerd, controleer hiertoe 5 monsters.
|
|
|
|
|
|
15
|
A
|
De Rodac-plaatjes worden gedurende 18-24 uur bij 37 graden Celsius bebroed.
|
Mag 1 graad plus of min afwijken.
|
Controleer of de Rodac-plaatjes gedurende 18-24 uur bij 37 graden Celsius worden bebroed.
|
|
|
|
|
|
16
|
A
|
De Rodac-plaatjes worden direct na de 18-24 bebroeding afgelezen of worden gedurende maximaal 24 uur in een koelkast bij 2-8 graden Celsius bewaard.
|
|
Controleer van 5 monsters aan de hand van het Hygiënogramformulier of de monsters binnen 18-24 uur bemonsterd zijn of binnen 48 uur, indien monster bewaard is in koelkast tussen den 2-8 graden.
|
|
|
|
|
|
17
|
A
|
De scores per Rodac-plaatje worden op het Hygiënogramformulier vermeldt.
|
Score volgens Bijlage III, paragraaf 2.3 van het ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijze HOSOWO-instanties (PPE) 2007 of diens opvolger.
|
Controleer of de score per Rodac-plaatje op het Hygiënogramformulier vermeld wordt. Controleer hiertoe 5 Hygiënogramformulieren.
|
|
|
|
|
|
18
|
A
|
De uitslag wordt op het Hygiënogramformulier vermeldt.
|
Uitslag volgens Bijlage III, paragraaf 2.3 van het ‘Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijze HOSOWO-instanties (PPE) 2007 of diens opvolger.
|
Controleer of de uitslag op het Hygiënogramformulier vermeld wordt. Controleer hiertoe 5 Hygiënogramformulieren.
|
|
|
|
|
|
19
|
A
|
Na aflezing worden de Rodac-plaatjes gedurende tenminste 20 minuten bij 120 graden Celsius verwarmd.
|
Ten einde alle kiemen te doden.
|
Controleer of de Rodac-plaatjes, na aflezen, gedurende tenminste 20 minuten bij 120 graden Celsius verwarmd worden.
|
|
|
|
|
|
20
|
A
|
Bebroede Rodac-plaatjes worden met het chemisch afval afgevoerd / verwerkt.
|
Indien toegestaan door gemeente kunnen gesteriliseerde Rodac-plaatjes afgevoerd worden met het gewone afval. Instantie kan dit aantonen.
|
Controleer of de bebroede Rodac-plaatjes met het chemisch afval afgevoerd / verwerkt wordt.
|
|
|
|
|
|
21
|
A
|
Binnen 4 dagen na aflezen van Rodac-plaatjes wordt de pluimveehouder op de hoogte gesteld van de uitslag. Dit gebeurt d.m.v. volledig ingevuld Hygiënogramformulier of een ander, analoog aan dit formulier.
|
Instantie kan dit aantoonbaar maken d.m.v. kopie Hygiënogramformulier.
|
Controleer van 5 pluimveebedrijven of zij binnen 4 dagen na aflezen van Rodac-plaatjes op de hoogte gesteld zijn van de uitslag d.m.v. volledig ingevuld Hygiënogramformulier.
|
|
|
|
|
|
21a
|
A
|
Het Hygiënogramformulier dient te zijn voorzien van adresstempel laboratorium.
|
N.v.t. indien formulier gedrukt wordt op briefpapier met adresgegevens.
|
Controleer of de Hygiënogramformulieren die teruggezonden worden zijn voorzien van adresstempel laboratorium. Controleer hiertoe 5 Hygiënogramformulieren
|
|
|
|
|
|
21b
|
A
|
Het Hygiënogramformulier dient te zijn voorzien van naam en handtekening medewerker van het laboratorium.
|
|
Controleer of het Hygiënogramformulier is voorzien van naam en handtekening medewerker van het laboratorium. Controleer hiertoe 5 Hygiënogramformulieren.
|
|
|
|
|
|
C
|
|
Administratief
|
|
|
|
|
|
|
|
01
|
|
Indien de instantie een NEN-EN-17020 accreditaat heeft met het Hygiënogram in de scope hoeft de instantie niet jaarlijks gecontroleerd te worden op de voorschriften waarbij een ‘M’ vermeldt is (geldt ook voor de Algemene Voorwaarden). Volstaan kan worden met het jaarlijks aantonen dat NEN-EN-17020 accreditaat behouden is.
|
|
Controleer of het NEN-EN-17020 accreditaat geldig is en het uitvoeren van een Hygiënogram in de scope heeft.
|
|
|
|
NVT: geen NEN-EN-17020 accreditaat met Hygiëno-gram in de scope.
|
|
02
|
|
Indien de instantie een NEN-EN-17025 accreditaat heeft met het Hygiënogram in de scope hoeft de instantie niet jaarlijks gecontroleerd te worden op de voorschriften waarbij een ‘A’ vermeldt is (geldt ook voor de Algemene Voorwaarden). Volstaan kan worden met het jaarlijks aantonen dat NEN-EN-17025 accreditaat behouden is.
|
|
Controleer of het NEN-EN-17025 accreditaat geldig is en het uitvoeren van een Hygiënogram in de scope heeft.
|
|
|
|
NVT: geen NEN-EN-170205 accreditaat met Hygiëno-gram in de scope.
|