Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
-
b.
werkgeversorganisaties: Actiz en Branchebelang Thuiszorg Nederland;
-
c.
werknemersorganisaties: ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak, NU ’91, Federatie van beroepsorganisaties in de zorg en De Unie Zorg en Welzijn;
-
d.
thuishulp A: persoon die HH1-werkzaamheden verricht bij ouderen, zieken, of gehandicapten, die thuis wonen;
-
e.
verzorgingshulp B: persoon die het huishouden geheel of gedeeltelijk overneemt en tevens een beperkt aantal verzorgende taken verricht bij ouderen, zieken, of gehandicapten, die thuis wonen;
-
f.
thuiszorginstelling: een instelling, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die op basis van overeenkomsten of onderaannemingsovereenkomsten met gemeenten huishoudelijke hulp levert in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, met inbegrip van alle ondernemingen waarin deze instelling 25% of meer van het kapitaal of het stemrecht heeft;
-
g.
cwi: de Centrale organisatie werk en inkomen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
-
h.
mobiliteitsbevordering: activiteiten die zijn gericht op personen met de functie van thuishulp A of verzorgingshulp B om hen een kans op behoud van werkgelegenheid te bieden in
-
1°.
de thuiszorgsector, of
-
2°.
de zorgsector, of
-
3°.
iedere andere werkgelegenheidssector.
-
1°.