Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 5 juni 2008, nr. DMO-2852678, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie in verband met het bevorderen van mobiliteit in de thuiszorgsector 2008 (Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2008)

Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2008

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    werkgeversorganisaties: Actiz en Branchebelang Thuiszorg Nederland;

  • c.

    werknemersorganisaties: ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak, NU ’91, Federatie van beroepsorganisaties in de zorg en De Unie Zorg en Welzijn;

  • d.

    thuishulp A: persoon die HH1-werkzaamheden verricht bij ouderen, zieken, of gehandicapten, die thuis wonen;

  • e.

    verzorgingshulp B: persoon die het huishouden geheel of gedeeltelijk overneemt en tevens een beperkt aantal verzorgende taken verricht bij ouderen, zieken, of gehandicapten, die thuis wonen;

  • f.

    thuiszorginstelling: een instelling, zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die op basis van overeenkomsten of onderaannemingsovereenkomsten met gemeenten huishoudelijke hulp levert in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, met inbegrip van alle ondernemingen waarin deze instelling 25% of meer van het kapitaal of het stemrecht heeft;

  • g.

    cwi: de Centrale organisatie werk en inkomen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • h.

    mobiliteitsbevordering: activiteiten die zijn gericht op personen met de functie van thuishulp A of verzorgingshulp B om hen een kans op behoud van werkgelegenheid te bieden in

    • 1°.

      de thuiszorgsector, of

    • 2°.

      de zorgsector, of

    • 3°.

      iedere andere werkgelegenheidssector.

§

2

Toepassingsbereik

Artikel

2

§

3

Subsidieplafond

Artikel

3

§

4

Subsidieaanvraag

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

§

5

Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel

7

Artikel

8

§

6

Berekeningswijze

Artikel

9

Artikel

10

De Minister brengt subsidies of andere financiële bijdragen verstrekt door een of meer andere bestuursorganen voor dezelfde activiteiten in mindering bij verstrekking van de subsidie bedoeld in artikel 2.

§

7

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

11

De subsidieontvanger zorgt er voor dat:

  • a.

    de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b.

    te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde kosten en baten kunnen worden nagegaan;

  • c.

    de doeleinden, gesteld in het projectplan op een doelmatige wijze worden nagestreefd; en

  • d.

    de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.

Artikel

12

De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een besluit tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie en overlegt hierbij de relevante stukken.

Artikel

13

De subsidieontvanger stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een verslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten en dat een vergelijking bevat van de verrichte activiteiten met de in de subsidieaanvraag voorgenomen activiteiten.

Artikel

14

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling van het beleid.

Artikel

15

De Minister kan bij de verlening van een subsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

§

8

Subsidievaststelling

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel 16, eerste lid, geeft de Minister een beschikking tot vaststelling.

§

9

Slotbepalingen

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling mobiliteitsbevordering thuiszorgsector 2008.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.Bussemaker

Bijlagen

Bijlage

I

Bijlage

II

Bijlage

III

Bijlage

IV

Bijlage

V