Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 juni 2008, nr. DGM/SB 2008060091, houdende regels met betrekking tot subsidies op het gebied van maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling (Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2008)

Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2008

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • b.

    Besluit: Besluit milieusubsidies;

  • c.

    project: samenstel van activiteiten op het gebied van milieubeleid en duurzame ontwikkeling met een eenmalig karakter;

  • d.

    smomprogramma: samenstel van activiteiten op het gebied van milieubeleid en duurzame ontwikkeling met een voortschrijdend karakter dat een bovenprovinciaal, nationaal of internationaal belang heeft;

  • e.

    internationale milieusamenwerking: samenwerking op milieubeleidsterrein in internationale context;

  • f.

    samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst in de vorm van een Memorandum of Understanding, een Letter of Intent of een Arrangement tussen de Minister of diens vertegenwoordiger en zijn buitenlandse ambtgenoot of diens vertegenwoordiger om op milieuterrein gezamenlijke activiteiten ter hand te nemen;

  • g.

    maatschappelijke organisatie: rechtspersoon zonder winstoogmerk, niet zijnde een overheidsorganisatie of onderneming in Europeesrechtelijke zin.

Artikel

2

De Minister kan ter ondersteuning van maatschappelijk initiatief subsidie verlenen aan een maatschappelijke organisatie voor een project of smomprogramma, indien dat naar zijn oordeel voldoende bijdraagt aan nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Hoofdstuk

2

Project- en smomprogrammasubsidies

Artikel

9

Artikel

11

De Minister betrekt bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een project of een smomprogramma ten minste de volgende aspecten:

  • a.

    de mate waarin het project of smomprogramma meerwaarde heeft ten opzichte van bestaande initiatieven;

  • b.

    de mate waarin het project of smomprogramma kans van slagen heeft gezien de probleemanalyse en het gepresenteerde plan van aanpak, inclusief het voorstel tot evaluatie;

  • c.

    de verhouding tussen de gevraagde subsidie en het resultaat dat naar het oordeel van de Minister van het project of smomprogramma kan worden verwacht.

Artikel

12

Onverminderd artikel 11 betrekt de Minister bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, met name de mate waarin het:

  • a.

    bijdraagt aan één of meer van de in artikel 9, eerste lid, onder a, bedoelde doelen;

  • b.

    een meer dan incidentele uitwerking zal hebben;

  • c.

    de subsidie zal gebruiken voor de voorbereiding van een project waarvoor subsidie in breder Nederlands, Europees of internationaal verband kan worden aangevraagd;

  • d.

    draagvlak heeft bij de betrokken organisaties en overheden.

Artikel

13

Onverminderd artikel 11 betrekt de Minister bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, met name de mate waarin het:

  • a.

    bijdraagt aan de in artikel 9, eerste lid, onder b, bedoelde doelen;

  • b.

    aansluit bij de activiteiten van andere organisaties die zich op de betreffende doelgroep richten;

  • c.

    een nationale voorbeeldwerking kan hebben;

  • d.

    bijdraagt aan het maatschappelijk debat over nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling.

Artikel

14

Onverminderd artikel 11 betrekt de Minister bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, met name de mate waarin het:

  • a.

    bijdraagt aan het maatschappelijk debat over nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling;

  • b.

    burgers en andere maatschappelijke actoren daarbij betrekt.

Artikel

15

Onverminderd artikel 11 betrekt de Minister bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een smomprogramma met name de mate waarin het:

  • a.

    een duidelijke visie op milieu en duurzame ontwikkeling presenteert;

  • b.

    een goede balans heeft tussen continuïteit en het zoeken naar vernieuwing mede op basis van de uitkomsten van uitgevoerde evaluaties;

  • c.

    bijdraagt aan het maatschappelijk debat over nationaal of internationaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling;

  • d.

    burgers en andere maatschappelijke actoren daarbij betrekt.

Artikel

16

Hoofdstuk

3

Slotbepalingen

Artikel

18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

19

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer