Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder Raad: Sociaal-Economische Raad.
Besluit:
In deze verordening wordt verstaan onder Raad: Sociaal-Economische Raad.
De leden van de Bestuurskamer worden door de Raad uit zijn midden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de Raad. Zij kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
De Bestuurskamer bestaat uit vijftien leden. De samenstelling vindt zodanig plaats dat deze een afspiegeling vormt van de samenstelling van de Raad.
De Bestuurskamer wordt belast met de voorbereiding van door de Raad uit te brengen adviezen die de taken van de Raad als bestuursorgaan betreffen.
De Bestuurskamer is gemachtigd namens de Raad van advies te dienen over onderwerpen samenhangend met het tweede hoofdstuk van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
De taken en bevoegdheden die op grond van de hieronder genoemde bepalingen uit de Wet op de bedrijfsorganisatie zijn toegekend aan de Raad worden, voor zover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Bestuurskamer:
De taken en bevoegdheden die op grond van de artikelen 5, 37, 38, 43 en 46 van de Wet op de ondernemingsraden zijn toegekend aan de Raad, worden gedelegeerd aan de Bestuurskamer.
De taken en bevoegdheden die op grond van de artikelen 10 en 11 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 zijn toegekend aan de Raad, worden gedelegeerd aan de Bestuurskamer.
Indien een besluit van de Bestuurskamer niet unaniem is, wordt dat besluit genomen bij meerderheid van stemmen, waarbij binnen elk der geledingen de stemverhoudingen gelden zoals die voortvloeien uit de ledentallen in de Raad. Bij besluiten als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 is het stemrecht voorbehouden aan de leden en plaatsvervangers uit het midden van de Raad.
De Toezichtkamer bestaat uit drie leden uit het midden van de Raad die tevens deel uitmaken van de onafhankelijke geleding van de Bestuurskamer.
De leden van de Toezichtkamer worden door de Bestuurskamer benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de Raad. Zij kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
De taken en bevoegdheden die op grond van de hieronder genoemde bepalingen uit de Wet op de bedrijfsorganisatie zijn toegekend aan de Raad worden, voor zover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Toezichtkamer:
De bevoegdheid tot het verlenen van goedkeuring aan besluiten als genoemd in artikel 46 van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004 wordt gedelegeerd aan de Toezichtkamer.
Wijzigt de Delegatieverordening vereffening bedrijfslichamen 2004.
Wijzigt de Verordening financiën bedrijfslichamen 1999.
De Instellingsverordening Bestuurskamer wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.
Deze verordening wordt aangehaald als: Instellingsverordening Bestuurskamer 2008.