Besluit van de Minister van Justitie van 26 augustus 2008, nr. 5561670/Justis/08, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer in het arrondissement Amsterdam
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer Amsterdam 2008
De Minister van Justitie,
Gelezen het verzoek van de directeur van de Gemeenschappelijke Beheerdienst Parnas van 6 augustus 2008;
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel
4
1
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a.
handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merkt en type;
b.
een korte wapenstok van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goed gekeurd merk en type;
c.
een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
Artikel
7
De directeur van de dienst BB&V brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de dienst BB&V;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarbij daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, alsmede van handboeien, korte wapenstok en het semi-automatische pistool;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 26 augustus 2008, nr. 5561670/Justis/08, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel
10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2008 en vervalt op 1 oktober 2013.
Artikel
11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Beveiliging, Bewaking en Vervoer Amsterdam 2008.