Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 oktober 2008, nr. BREM2008094427, houdende regels met betrekking tot de programmafinanciering van lokale luchtkwaliteitsmaatregelen (Subsidieregeling programmafinanciering lokale luchtkwaliteitsmaatregelen)

Subsidieregeling programmafinanciering lokale luchtkwaliteitsmaatregelen

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet milieubeheer;

  • b.

    Besluit: Besluit milieusubsidies;

  • c.

    lokale luchtkwaliteitsmaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 5.12, derde lid, onder b of d, van de wet, met inbegrip van maatregelen die bestemd zijn om te worden opgenomen in het NSL;

  • d.

    subsidie luchtkwaliteit: financiële bijdrage in de kosten van een of meer lokale luchtkwaliteitsmaatregelen;

  • e.

    eigen bijdrage: eigen bijdrage van provincie, plusregio, openbaar lichaam of gemeente in de kosten van een of meer lokale luchtkwaliteitsmaatregelen;

  • f.

    derde tranche: derde beschikbaarstelling van middelen voor de programmafinanciering van lokale luchtkwaliteitsmaatregelen;

  • g.

    vierde tranche: vierde beschikbaarstelling van middelen voor de programmafinanciering van lokale luchtkwaliteitsmaatregelen;

  • h.

    midterm-review: actualisatie van de verdeling van de subsidies vierde tranche;

  • i.

    Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • j.

    NSL: Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de wet;

  • k.

    RSL: Regionaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit ten behoeve van een gebiedsgerichte uitwerking van het NSL als bedoeld in artikel 5.12, derde lid, van de wet;

  • l.

    programma: NSL of RSL;

  • m.

    openbaar lichaam: openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • n.

    plusregio: regionaal openbaar lichaam als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • o.

    saneringstool: door de Minister beschikbaar gesteld rekenprogramma waarmee effecten van lokale luchtkwaliteitsmaatregelen en projecten op de luchtkwaliteit kunnen worden bepaald.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Als subsidiabele kosten worden aangemerkt: de kosten van het uitvoeren of doen uitvoeren van lokale luchtkwaliteitsmaatregelen, met uitzondering van directe reguliere apparaatskosten en een winstopslag ten behoeve van de subsidie-ontvanger.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

12

Artikel 14a van het Besluit is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot subsidievaststelling en de daarbij te verstrekken verantwoordingsinformatie door een openbaar lichaam.

Artikel

13

Voor zover binnen een provincie de aanvraag, verlening of uitkering van subsidies luchtkwaliteit als bedoeld in deze regeling plaatsvindt door tussenkomst van de provincie geldt de plusregio, het openbare lichaam of de gemeente voor wie een subsidie luchtkwaliteit is bestemd als aanvrager en ontvanger.

Artikel

14

De Minister kan een subsidie luchtkwaliteit derde tranche of subsidie luchtkwaliteit vierde tranche geheel of gedeeltelijk terugvorderen bij de ontvanger van deze bijdrage voor zover:

  • a.

    een lokale luchtkwaliteitsmaatregel waarvoor subsidie is verleend geheel of gedeeltelijk niet is of wordt uitgevoerd dan wel niet tijdig wordt uitgevoerd;

  • b.

    niet een eigen bijdrage is of wordt ingezet van ten minste 50% van de totale kosten van de maatregel of maatregelen waarvoor subsidie is ontvangen.

Artikel

15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2008.

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling programmafinanciering lokale luchtkwaliteitsmaatregelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer

Bijlage

1

behorende bij artikel 3, derde lid, van de Subsidieregeling programmafinanciering lokale luchtkwaliteitsmaatregelen

Maximale subsidie luchtkwaliteit per provincie uit derde tranche luchtkwaliteit

De gehanteerde verdeelsystematiek is de volgende:

Met de saneringstool versie 2.2.1 (inclusief actualisatie Regionaal Overleg Amsterdam (ROA), Haarlemmermeer, Zaanstad en Amsterdam; februari 2008) zijn de knelpuntkilometers per provincie op het Onderliggende Wegen Net (OWN) 2006 bepaald. Daarbij weegt het aandeel kilometers voor overschrijdingen met NO2 en het aandeel kilometers voor overschrijdingen PM10 in gelijke mate mee in de verdeling. Dat heeft tot onderstaande verdeling geleid:

De verdeling over de jaren heen is als volgt:

2008: 25%

2009: 25%

2010: 25%

2011: 20%

2012: bij afrekening 5%.

Drenthe

0,0%

0

Flevoland

0,0%

0

Friesland

0,0%

0

Gelderland

3,6%

5,2

Groningen

0,0%

0

Limburg

4,4%

6,4

Noord-Brabant

13,1%

19,1

Noord-Holland

17,9%

26,1

Overijssel

0,1%

0,1

Utrecht

15,9%

23,1

Zeeland

0,0%

0

Zuid-Holland

45,0%

65,5

Totaal

100,0%

145,5

Bijlage

2

, behorende bij artikel 3, vierde lid, van de Subsidieregeling programmafinanciering lokale luchtkwaliteitsmaatregelen

De indicatieve verdeling subsidie luchtkwaliteit per grote stad / provincie uit de vierde tranche luchtkwaliteit

De gehanteerde verdeelsystematiek is de volgende:

Op basis van de omvang (restkilometers overschrijding wegennet plus hoogte overschrijding) van de na de derde tranche resterende knelpunten is een procentuele verdeling gemaakt van de verhouding tussen de vier grote steden wat betreft de omvang van de restproblematiek.

Deze procentuele verhouding is op de beschikbare € 75 miljoen toegepast en bepaalt de voorlopige indicatieve verdeling zoals hieronder opgenomen:

In deze berekening is uitgegaan van de overschrijdingen en weglengtes zonder het effect van Euro 6. Daarnaast is het op- en overslagknelpunt Nieuwe Hemweg (Amsterdam) buiten beschouwing gelaten.

Noord Holland

Amsterdam

10%

8

Zuid Holland

Rotterdam

17%

13

Den Haag

31%

23

Utrecht

Utrecht

42%

31

Totaal

100%

75