1
DNB verleent goedkeuring als bedoeld in artikel 148, tweede lid, van de Pensioenwet, onderscheidenlijk als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, indien in de in die leden bedoelde gedragscode ten minste bepaalt:
-
a.
dat de actuariële organisatie die een opdracht uitvoert van een pensioenfonds tot het waarmerken van de actuariële staten en het opstellen van een actuariële verklaring, deze werkzaamheden laat uitoefenen door een bij haar werkzame of aan haar verbonden actuaris die onafhankelijk is van het desbetreffende pensioenfonds;
-
b.
dat, indien de actuariële organisatie betrekkingen onderhoudt met een pensioenfonds of een met dat pensioenfonds verbonden derde die een bedreiging kunnen vormen voor de onafhankelijkheid van een bij haar werkzame of aan haar verbonden actuaris ten opzichte van dat pensioenfonds of derde, de actuariële organisatie maatregelen neemt om zijn onafhankelijkheid te waarborgen door deze bedreiging uit te sluiten of te beperken en indien dat niet mogelijk is, de actuariële organisatie de opdracht van het pensioenfonds tot het waarmerken van de actuariële staten en het opstellen van een actuariële verklaring niet accepteert of deze beëindigt;
-
c.
dat de onder b bedoelde maatregelen schriftelijk worden vastgelegd;
-
d.
de interne regels en procedures van de actuariële organisatie aan de hand waarvan zij doorlopend nagaat en ervoor zorgt dat de bij haar werkzame of aan haar verbonden waarmerkende actuaris onafhankelijk is van het pensioenfonds;
-
e.
dat de bij de actuariële organisatie werkzame of aan haar verbonden waarmerkende actuarissen de actuariële organisatie ten minste eenmaal per jaar schriftelijk bevestigen dat zij de onder d bedoelde regels en procedures naleven en dat zij de actuariële organisatie steeds onverwijld informeren over ernstige bedreigingen ter zake van hun onafhankelijkheid.