Wet van 20 november 2008 tot wijziging van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, ter vereenvoudiging van de uitvoering, alsmede tot het aanbrengen van wijzigingen van andere en ondergeschikte aard

Wijzigingswet Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, enz. (vereenvoudiging van uitvoering)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de administratieve belasting van de buitengewoon gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden en de Pensioen- en Uitkeringsraad te verminderen en daartoe de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 te vereenvoudigen, alsmede wijzigingen van andere en ondergeschikte aard aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945.

Artikel

II

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers.

Artikel

III

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

Artikel

V

Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.

Artikel

VI

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 4 en 14, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de artikelen 3, eerste lid, en 14, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, en de artikelen 6, eerste lid, en 19 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, en de garantietoeslag, bedoeld in artikel 31e van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, artikel 28e van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, en artikel 35a van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de uitkering, bedoeld in artikel 7 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, de periodieke uitkering, bedoeld in artikel 7 of de garantie-uitkering, bedoeld in artikel 8 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, dat of die de gerechtigde op de datum van inwerkingtreding van deze wet ontvangt, wordt per deze datum opnieuw vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van het buitengewoon pensioen, de garantietoeslag, de uitkering, de periodieke uitkering of de garantie-uitkering waarop de gerechtigde recht heeft op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel

VII

Artikel

VIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M. Bussemaker
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin