Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2008 met kenmerk DGAVIB/SB/2008/35680, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Werk ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Werk 2009)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Werk 2009

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Werk;

  • b.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met e en g;

  • c.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden;

  • b.

    de directie Gezond en Veilig Werken;

  • c.

    de directie Arbeidsverhoudingen;

  • d.

    de directie Internationale Zaken;

  • e.

    de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving;

  • f.

    een bureau DG-control en Managementondersteuning;

  • g.

    de directie Kinderopvang.

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

3

Artikel

4

De directie Arbeidsmarkt en Sociaal-Economische Aangelegenheden is verantwoordelijk voor:

  • a.

    de ontwikkeling van, advisering over en uitwerking van de algemene kaders van het arbeidsmarktbeleid, wat de analyse van de huidige en verwachte arbeidsmarktsituatie, het internationale arbeidsmarktbeleid (EMCO) en arbeidsmigratie omvat;

  • b.

    het beleid ten aanzien van scholing, waarbij het gaat om bevordering van de kwaliteit van de beroepsbevolking en het verbeteren van de aansluiting tussen scholing en de arbeidsmarkt;

  • c.

    het niveau van het minimumloon en de koppeling van de uitkeringen daaraan en het beleid met betrekking tot de loonkostenontwikkeling;

  • d.

    het vanuit een economische invalshoek ondersteunen van beleidstrajecten op het gehele SZW-domein, het verrichten van economische beleidsanalyses en het verkennen van beleidsalternatieven voor bestaande of voorgenomen stelsels en regelingen binnen het SZW-domein;

  • e.

    het ondersteunen van het beleidsproces van het Ministerie door het bevorderen van een goed kennisklimaat, het verrichten en laten verrichten van strategische beleidsanalyses en onderzoek, en het evalueren van de wetenschappelijke onderbouwing van het SZW-beleid;

  • f.

    het beleid met betrekking tot de ontwikkelingen in de primaire, secundaire en tertiaire inkomenssfeer, de relatie inkomen en werkgelegenheid en de zorg voor inkomenskengetallen die de effecten van de beleidsmaatregelen en de ontwikkelingen van jaar tot jaar in beeld brengen;

  • g.

    de coördinatie van de advisering rond budgettaire en ordeningsvraagstukken in de gehele collectieve sector, mede in relatie tot het inkomens- en werkgelegenheidsbeleid;

  • h.

    de analyse van en beleidsadvisering over de economische ontwikkelingen in Nederland.

Artikel

5

De directie Gezond en Veilig Werken is verantwoordelijk voor:

  • a.

    de ontwikkeling van en advisering over het beleid op het gebied van gezond en veilig werken;

  • b.

    het stimuleren van werkgevers en werknemers om arbeidsrisico’s te voorkomen en/of te beheersen;

  • c.

    het stimuleren van werkgevers en werknemers om een preventie- en verzuimbeleid te voeren gericht op inzetbaarheid van werkenden;

  • d.

    het stimuleren van modernisering EU-regelgeving op het gebied van gezond en veilig werken;

  • e.

    kennisontwikkeling en -borging, signalering en monitoring op het gebied van arbeidsomstandigheden en verzuim;

  • f.

    het beschikbaar stellen van informatie over het beleidsgebied;

  • g.

    het bevorderen van de naleving van de wetgeving op het beleidsgebied;

  • h.

    het beleid met betrekking tot arbeids- en rusttijden.

Artikel

6

De directie Arbeidsverhoudingen is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van en advisering over het beleid op het gebied van de arbeidsverhoudingen. Deze taak omvat de zorg voor de reguliere contacten tussen het ministerie en sociale partners en het beleid met betrekking tot:

  • a.

    arbeidsvoorwaardenvorming;

  • b.

    arbeidsmigratie;

  • c.

    het individueel en collectief arbeidsovereenkomstenrecht, waaronder het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten;

  • d.

    het ontslagrecht, werktijdverkorting, de gelijke behandeling bij de arbeid en het minimumloon;

  • e.

    het arbeidsrechtelijke regime voor oproepkrachten, tijdelijke werknemers en uitzendkrachten en aanpassing van arbeidsduur, aanpassing van arbeidsplaats en aanpassing van arbeidstijden;

  • f.

    het combineren van arbeid en zorgtaken;

  • g.

    de aanvullende pensioenen, inclusief de fiscale aspecten van pensioenen en de verplichtstelling van aanvullende pensioenregelingen;

  • h.

    de coördinatie van onderzoek en beleidsinformatie.

Artikel

7

De directie Internationale Zaken is verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkelingen in de internationale omgeving en is verantwoordelijk voor het internationaal (doen) realiseren van standpunten op het werkterrein van het ministerie onder waarborging van de samenhang van het beleid van het ministerie en waar relevant van Nederland. Daarnaast draagt de directie Internationale Zaken er zorg voor dat informatie uit het internationale veld tijdig en op de juiste plaatsen binnen het ministerie beschikbaar komt. Dit omvat onder meer de volgende hoofdtaken:

  • a.

    het departementaal coördineren van de internationale aspecten van het beleid (waaronder een toetsing aan de strategische kaders);

  • b.

    het uitdragen van de standpunten van dat beleid in internationaal verband;

  • c.

    het samenhangend adviseren over de afweging van prioriteiten van de verschillende dossiers en de te behalen onderhandelingsresultaten, en over de inpassing van de beleidsdoelstellingen van het departement binnen de algemene kaders van het Nederlandse internationale beleid;

  • d.

    het uitdragen van en onderhandelen over de Nederlandse standpunten in multilateraal en bilateraal verband;

  • e.

    het ontwikkelen van strategische kaders ten aanzien van het te voeren beleid in EU en internationaal verband;

  • f.

    het coördineren van de internationale expertise-uitwisseling inclusief de regievoering met betrekking tot internationale bilaterale projecten;

  • g.

    het onderhouden van een internationaal netwerk ten behoeve van voornoemde taken;

  • h.

    het toerusten van het ministerie met het oog op internationale activiteiten.

Artikel

8

De directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving is verantwoordelijk voor:

Artikel

8A

Vervallen

Artikel

9

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

10

Artikel

10a

In afwijking van artikel 10, derde lid, wordt aan de directeur van de directie Stelsel en Volksverzekeringen mandaat verleend tot het verlenen van subsidies en rijksvergoedingen ter zake van wetten en regelingen waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, voor zover het wetten en regelingen betreft op het werkterrein van de directie Kinderopvang.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

11

Artikel

12

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de Directeur-Generaal Werk, M.R.P.M.Camps