Verordening van het Productschap Akkerbouw van 13 november 2008 houdende regels ter zake van de aan de onder het Productschap Akkerbouw ressorterende ondernemers op te leggen heffing (Verordening PA financieringsheffing 2009)

Verordening PA financieringsheffing 2009

Het bestuur van het Productschap Akkerbouw;
Gehoord de Commissie Teeltaangelegenheden;
Gehoord de Commissie Vlas;
Gehoord de Beleidsadviescommissie Landbouwzaaizaden;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    productschap: Productschap Akkerbouw;

  • b.

    bestuur: bestuur van het productschap;

  • c.

    dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van het productschap;

  • d.

    voorzitter: voorzitter van het productschap;

  • e.

    secretaris: secretaris van het productschap;

  • f.

    ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;

  • g.

    braakland: de gronden die niet worden beteeld;

  • h.

    cultuurgrond: beteelde grond, braakland;

  • i.

    NAK: Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen, gevestigd te Emmeloord;

  • j.

    gemeten maat: de oppervlakte beteelbare grond, inclusief paden en voren die voor de teelt noodzakelijk zijn;

  • k.

    contractteelt: de teelt van gewassen of producten ingevolge een overeenkomst;

  • l.

    derde landen: landen en gebieden die niet behoren tot de Europese Unie;

  • m.

    hoofdbedrijfschap: Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel;

  • n.

    consumptieaardappelen: verse of gekoelde aardappelen, geschild en ongeschild, welke al dan niet na verdere be- of verwerking bestemd zijn voor menselijke consumptie;

  • o.

    zetmeelaardappelen: aardappelen bestemd om te worden verwerkt tot zetmeel;

  • p.

    pootaardappelen: aardappelen die bij de NAK aangegeven zijn;

  • q.

    aardappelen: alle soorten aardappelen, genoemd in de onderdelen n tot en et p;

  • r.

    groothandel in aardappelen: het bedrijf van het kopen van aardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers, aan instellingen of aan degenen die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;

  • s.

    aardappelproducten:

    • voorgebakken aardappelproducten ex GN-code 20041010 en GN-code 20052080;

    • afgebakken aardappelproducten ex GN-code 20052020;

    • gedroogde aardappelproducten ex GN-code 11051000, GN-code 11052000, GN-code 07129005, GN-code 20041091 en GN-code 20052010;

    • overige aardappelproducten ex GN-code 20041099, GNcode 07101000 en GN-code 07119080;

  • t.

    landbouwzaaizaden: alle zaaizaden met uitzondering van zaaizaden van groentegewassen, specerijgewassen, kruiden, siergewassen en bomen;

  • u.

    granen: granen, ingedeeld in Hoofdstuk 10 van de Gecombineerde Nomenclatuur, met uitzondering van zaaigranen en rijst;

  • v.

    in de handel brengen: in Nederland in het verkeer brengen;

  • w.

    be- of verwerking: een be- of verwerking, die aanleiding geeft tot een wijziging van de onderverdeling in de Gecombineerde Nomenclatuur.

§

2

Heffingen

Artikel

2

(teelt akkerbouwgewassen)

gorep 1.

cultuurgrond, in gebruik als braakland:

€ 2,15 per ha;

groep 2.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van triticale, veldbonen, koolzaad en groenbemestingsgewassen:

€ 2,15 per ha;

groep 3.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van kapucijners en grauwe erwten en groene droog te oogsten erwten en schokkers:

€ 2,15 per ha;

groep 4.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van zomertarwe, zomergerst, rogge andere dan snijrogge en haver:

€ 2,15 per ha;

groep 5.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van luzerne:

€ 2,15 per ha;

groep 6.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van wintertarwe en wintergerst:

€ 2,15 per ha;

groep 7.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van vlas:

€ 2,15 per ha;

groep 8.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van karwijzaad en blauwmaanzaad:

€ 2,15 per ha;

groep 9.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van corn cob mix en korrelmais:

€ 2,15 per ha;

groep 10.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van bruine bonen:

€ 2,15 per ha;

groep 11.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van graszaad:

€ 2,15 per ha;

groep 12.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van zetmeelaardappelen:

€ 2,35 per ha;

groep 13.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van voederbieten:

€ 2,15 per ha;

groep 14.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van andere dan in de groepen 1 t/m 13 en 15 t/m 20 genoemde gewassen:

€ 2,15 per ha;

groep 15.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van suikerbieten:

€ 2,15 per ha;

groep 16.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van consumptieaardappelen op kleigrond en op zand- of veengrond:

€ 4,50 per ha;

groep 17.

cultuurgrond in gebruik voor de teelt van pootaardappelen (bij de NAK aangegeven)

€ 4,50 per ha;

groep 18.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van zaaiuien:

€ 4,30 per ha;

groep 19.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van poot- en plantuien (inclusief sjalotten):

€ 4,30 per ha;

groep 20.

cultuurgrond, in gebruik voor de teelt van zilveruien:

€ 4,30 per ha;

Artikel

3

Artikel

4

(verwerking granen)

De ondernemer is verplicht over de hoeveelheden graan welke hij be- of verwerkt tot producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijke consumptie kunnen dienen, aan het productschap een heffing te betalen van € 0,208 per ton graan.

Artikel

5

(rijst, meel en mout)

Artikel

6

(landbouwzaaizaden en graszoden)

Artikel

7

(aardappelen)

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

(koffie en thee)

Artikel

12

(vlas)

§

3

Opgaven

Artikel

13

§

4

Contributie-aftrek

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Een verzoek tot aanwijzing van een ondernemersorganisatie als bedoeld in artikel 15 wordt ingediend vóór 1 januari van het betreffende jaar. De aanwijzing geldt niet eerder dan voor het volgende kalenderjaar.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

§

5

Ambtshalve heffing

Artikel

20

§

6

Bestemming heffing

Artikel

21

De heffingen bedoeld in § 2 zijn bestemd voor de huishoudelijke uitgaven van het productschap alsmede voor de aan het Hoofdproductschap Akkerbouw te verlenen bijdrage in de algemene kosten.

§

7

Betaling van de heffing

Artikel

22

Artikel

23

In afwijking van artikel 22 is de nota terstond invorderbaar:

  • a.

    zodra het faillissement van de ondernemer is aangevraagd;

  • b.

    zodra de ondernemer het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijkt; of

  • c.

    zodra de ondernemer zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.

Artikel

24

Artikel

25

Aan de ondernemer die niet of niet geheel binnen de in artikel 22 gestelde termijn heeft betaald, kan door de secretaris, namens het bestuur, de wettelijke interest over het nietbetaalde bedrag in rekening worden gebracht, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling uiterlijk dient te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

§

8

Slotbepalingen

Artikel

26

Artikel

27

Een besluit als bedoeld in artikel 19, tweede lid wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.

Artikel

28

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2009. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2009, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met 1 januari 2009, met uitzondering van de toepassing van de Verordening PA algemene bepalingen 2008 en de Verordening PA registratie en verstrekking van gegevens teeltsector 2008.

Den Haag
Th.A.M. MEIJER voorzitter
M. ELEMA secretaris

Bijlage

Als ondernemersorganisaties, bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden aangewezen:

  • Voor de heffing, genoemd in artikel 2:

    • 1.

      Land- en Tuinbouworganisatie Noord (LTO Noord)

    • 2.

      Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO)

    • 3.

      Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB)

    • 4.

      Vereniging van Biologisch-Dynamische Boeren (BD-BV)

    • 5.

      Nederlandse Vereniging voor de Ecologische Landbouw (NVEL)

    • 6

      Vereniging Beroepskring Agrariërs (GMV)

    • 7.

      Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV)

  • Voor de heffing, genoemd in artikel 10:

    • 1.

      Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (VAVI)