Artikel
I
Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.
Besluit:
Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.
Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit bezoldiging politie, wordt in het jaar 2008 maandelijks een uitkering toegekend van € 100,– en in het jaar 2009 een uitkering van maandelijks € 50,–.
Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking naar evenredigheid vastgesteld met een maximum per maand van € 100,– in 2008 en € 50,– in 2009.
De uitkering, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt verminderd met 20%, indien aan de ambtenaar non-activiteit is verleend op grond van artikel 13b van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Bij beëindiging of aanvang van een dienstverband in de loop van een kalendermaand heeft de ambtenaar aanspraak op de gehele uitkering voor die maand.
De uitkering behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van het Besluit bezoldiging politie.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit bezoldiging politie, in dienst op 1 juli 2008, en op dat moment ingedeeld in een salarisschaal lager dan salarisschaal 10 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie, wordt in juli 2008 een eenmalige uitkering toegekend van € 1200,–.
Aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit bezoldiging politie, in dienst op 1 juli 2009 en op dat moment ingedeeld in een salarisschaal lager dan salarisschaal 10 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie, wordt in juli 2009 een eenmalige uitkering toegekend van € 600,–.
De eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste en tweede lid, behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van het Besluit bezoldiging politie.
Wijzigt de Regeling bijzondere ontslaguitkering politie.
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j, van het Besluit bezoldiging politie verstrekt de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, c, d en e, van het Besluit bezoldiging politie, die als ouder of pleegouder in een familierechtelijke betrekking staat tot een of meer studerende kinderen, gedurende de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2010 op diens aanvraag een tegemoetkoming van € 69,– per maand per studerend kind.
Onder studerend kind, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:
Een kind, daaronder begrepen, pleegkind of aangehuwd kind dat de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, en
is ingeschreven bij een door het Ministerie van OCW erkende onderwijsinstelling, en
aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel een tegemoetkoming of aanspraak in verband met het volgen van onderwijs op grond van een andere wet.
De in het eerste lid bedoelde aanspraak is van overeenkomstige toepassing op gewezen ambtenaren, voor zover aanspraak bestaat op een uitkering wegens werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen of functioneel leeftijdsontslag. De aanvraag wordt ingediend bij het voormalig bevoegd gezag.
Het recht op de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, begint op 1 januari 2008 voor zover het studerende kind de leeftijd van 18 jaar op dat moment heeft bereikt, dan wel met ingang van de maand volgend op de datum waarop het studerend kind in de in het eerste lid genoemde periode de leeftijd van 18 jaar bereikt, en eindigt in de eerstvolgende maand na uitschrijving van het kind bij de in het tweede lid, onder b bedoelde onderwijsinstelling, dan wel met ingang van 1 januari 2011.
Wijzigt de Tijdelijke regeling nachtdienstontheffing politie.
Artikel VI, onderdeel A, van deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2008.
De artikelen IV, V en VII van deze regeling treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werken terug tot en met 1 januari 2008 en vervallen met ingang van 1 januari 2011.
De artikelen I en VIII, onderdeel A, van deze regeling treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 februari 2008.
De artikelen II en VIII, onderdeel B, van deze regeling treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 januari 2009.
De artikelen III, VI, onderdeel B, en VIII, onderdeel C, van deze regeling treden in werking met ingang van 1 januari 2010.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.