Regeling van het College van Procureurs Generaal van 18 december 2009, nr. PaG 14390, houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de hoofdadvocaat generaal van het ressortsparket te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden

Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie 2009 (ressortsparketten)

Het College van procureurs generaal,
Overwegende dat bij besluiten van 9 november 2009 , nummers 5602920/09 (Stcrt 2009, 17519) en 5628333/09 (Stcrt 2009, 17341) het mandaat, de volmacht en de machtiging verleend aan het College bij besluiten van 15 december 1997, nummer 665429/897, is vervangen door een nieuwe regeling van mandaat, volmacht en machtiging;
Dat er binnen het Openbaar Ministerie sprake is van verleende ondermandaten;
Dat op grond van de besluiten van 9 november 2009, nummers 5602929/09 en 5628333/09 verleende ondermandaten geacht worden gegrond te zijn op de nieuwe regeling van mandaat, volmacht en machtiging;
Dat er aanleiding is om de inhoud van het mandaat, volmacht en machtiging verleend aan de onderdelen van het openbaar ministerie aan te passen;
Dat de regeling mandaat, volmacht en machtiging er toe dient om de landelijke samenwerking te faciliteren tussen de ressortsparketten en de hoofdadvocaat generaal van het ressortsparket te Den Haag en de directeur bedrijfsvoering te faciliteren – samen met de hoofdadvocaten generaal van de overige ressortsparketten – daaraan inhoud en vorm te geven;
Dat het Mandaatbesluit openbaar ministerie en het mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie van 15 december 1997, met ingang van 20 november 2009 zijn ingetrokken;
Gezien het advies van de Medezeggenschapsraad Openbaar Ministerie van 26 maart 2009, kenmerk MROM 2009/ 006;

Besluit:

Paragraaf

1

Definities

Artikel

1

Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

Paragraaf

2

De voorzitter van Bestuur

Artikel

2

Paragraaf

3

Het beheermandaat, het budgetmandaat, het mandaat organisatie en formatie, het mandaat arbeidsomstandigheden en het mandaat van de hoofdadvocaten generaal

Artikel

3

De bevoegdheden van de voorzitter van het Bestuur

Artikel

4

De bevoegdheden van de hoofdadvocaat generaal te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden

Artikel

5

Voorwaarden verbonden aan het uitoefenen van het mandaat, volmacht en machtiging

De voorzitter van het Bestuur en de hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden, zijn gehouden bij het uitoefenen van bevoegdheden:

  • 1.

    Gebruik te maken van de ondersteuning die door de directeur bedrijfsvoering wordt gegeven met inachtneming van het model van de regeling houdende het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur bedrijfsvoering;

  • 2.

    De verplichting na te leven tot het vaststellen van de hoofdlijnen van arbeidsomstandighedenbeleid gericht op het bevorderen van een zo groot mogelijke veiligheid, een zo goed mogelijke bescherming van de veiligheid, een zo goed mogelijke bescherming van de gezondheid en het welzijn van de binnen zijn gezagsbereik werkzame ambtenaren in verband met de arbeid.

  • 3.

    Een formatiebeheer te voeren dat in overeenstemming is met het justitiebrede beleid.

    • a.

      Het formatiebeheer dient gericht te zijn op de bewaking en bevordering van het effectief en doelmatig toedelen en inzetten van personele capaciteit.

    • b.

      Het mandaat ten aanzien van het formatiebeheer geldt voor alle functies die vallen onder het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en het Besluit bezoldiging politie.

    • c.

      Voor het waarderen van deze functies wordt het binnen Justitie geldende functiewaarderingssysteem (Fuwasys en Fuwapol) gehanteerd inclusief het daarin vervatte normmateriaal.

    • d.

      De waardering van functies vindt plaats op grond van een functiewaarderingsadvies van een deskundige op het terrein van Fuwasys en/of Fuwapol.

    • e.

      Van het organisatie en formatiemandaat zijn uitgesloten:

      • i.

        De vaststelling van de organisatie en formatie van de managementfuncties vanaf schaal 14 en hoger;

      • ii.

        Alle overige functies van schaal 14 en hoger.

  • 4.

    Van het beheer-, budget-, organisatie- en formatiemandaat en het personeelsmandaat zijn uitgesloten:

  • 5.

    Van het beheer-, budget-, organisatie en formatiemandaat en het personeelsmandaat wordt gebruik gemaakt met inachtneming van:

    • a.

      de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      de Comptabiliteitswet;

    • c.

      de arbeidsvoorwaardelijke en rechtspositionele regels zoals die gelden in de sector rijk, de sector rechterlijke macht of de sector politie;

    • d.

      de algemeen geldende regels zoals die binnen het openbaar ministerie gelden, en;

    • e.

      de specifieke beleidsregels zoals die gelden binnen het dienstonderdeel.

  • 6.

    De voorzitter van het Bestuur legt over het gevoerde beheer in de gezamenlijke ressortsparketten verantwoording af aan het College.

  • 7.

    De hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden leggen over het gevoerde beheer verantwoording af aan de voorzitter van het Bestuur.

  • 8.

    De voorzitter van het Bestuur en de hoofdadvocaten generaal van de ressortsparketten te Amsterdam, Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Leeuwarden zijn gehouden schriftelijke beslissingen die op grond van het beheermandaat, budgetmandaat, organisatie en formatiemandaat, personeelsmandaat en mandaat arbeidsomstandigheden worden genomen, als volgt te ondertekenen:

    ‘De Minister van Justitie’

    ‘namens deze,’

    ‘naam ondertekenaar’

    ‘functie ondertekenaar’.

Paragraaf

4

Beslissingen op bezwaar en beroep

Artikel

6

Beslissingen op bezwaar en beroep

Paragraaf

5

Verlenen van ondermandaat

Artikel

7

Ondermandaat

Paragraaf

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

8

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 20 november 2009.

Artikel

10

Dit besluit kan worden aangehaald als: Mandaatbesluit dienstonderdelen openbaar ministerie 2009 (ressortsparketten).

’s-Gravenhage
De Minister van Justitie,
namens deze:
Voorzitter van het College van procureurs generaal.H.N.Brouwer,