Pensioenbesluit politieke gezagdragers BES

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    politieke gezagdrager: gezaghebber, eilandgedeputeerde en lid van de eilandsraad van een openbaar lichaam;

  • b.

    gewezen politieke gezagdrager: degene die uit hoofde van ontslag uitzicht heeft op pensioen op grond van dit besluit;

  • c.

    gepensioneerde politieke gezagdrager: degene die recht heeft op pensioen op grond van dit besluit;

  • d.

    ontslag: de op enigerlei wijze formele beëindiging van de benoeming tot politieke gezagdrager, niet zijnde het tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel Ya 13 juncto X 10, eerste of tweede lid van de Kieswet;

  • e.

    overheidsdienaren: de ambtenaren in de zin van de Wet materieel ambtenarenrecht BES;

  • f.

    nabestaande: degene met wie de politieke gezagdrager, de gewezen politieke gezagdrager of de gepensioneerde politieke gezagdrager op de dag van overlijden gehuwd was;

  • g.

    bevoegde gezag;

    • 1°.

      Onze Minister wat betreft gewezen of gepensioneerde gezaghebbers;

    • 2°.

      het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam wat betreft gewezen of gepensioneerde eilandgedeputeerden en leden van de eilandsraad.

Artikel

1a

Dit besluit is niet van toepassing op een lid van de eilandsraad van een openbaar lichaam dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van de eilandsraad van een openbaar lichaam wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ingevolge artikel Ya 13 juncto X 10, eerste of tweede lid van de Kieswet.

Hoofdstuk

2

De uitkering

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

3a

Artikel

3b

Artikel

3c

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Het recht op uitkering eindigt met ingang van de dag waarop de gewezen politieke gezagdrager:

  • a.

    is overleden;

  • b.

    de leeftijd als bedoeld in artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES heeft bereikt;

  • c.

    opnieuw politieke gezagdrager wordt;

  • d.

    [vervallen]

  • e.

    wegens enig strafbaar feit is veroordeeld waaruit blijkt dat deze zich naar het oordeel van Onze Minister uit nationaal oogpunt onwaardig heeft gedragen.

Artikel

9

Artikel

10

De uitkering wordt, over een maand berekend, in maandelijkse termijnen betaald.

Hoofdstuk

3

Het ouderdomspensioen

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Hoofdstuk

4

Het nabestaandenpensioen en wezenpensioen

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Indien een nabestaande hertrouwt, wordt het pensioen van betrokkene opnieuw vastgesteld vanaf de maand volgende op die waarin de nabestaande hertrouwt. Daarbij wordt uitsluitend de voor pensioen in aanmerking komende diensttijd van de politieke gezagdrager, gewezen politieke gezagdrager of gepensioneerde politieke gezagdrager in aanmerking genomen, die gelegen is voor het tijdstip van diens overlijden.

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Het tijdelijk pensioen is gelijk aan het pensioen waarop recht zou bestaan indien de vermiste op de dag van de vermissing was overleden.

Artikel

25

Artikel

26

Hoofdstuk

5

Toekenning en betaling van pensioen en uitkering

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Bij ministeriële regeling, kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het toezicht op de uitvoering door de bestuurscolleges van de uitkeringen bedoeld in hoofdstuk 2.

Artikel

30

Elk pensioen eindigt met het einde van de maand waarin de rechthebbende is overleden. In geval van vermissing van de rechthebbende eindigt het pensioen met ingang van de dag, waarop zijn vermoedelijke overlijden is vastgesteld.

Hoofdstuk

6

Financiële bepalingen

Artikel

31

Op de bezoldiging van de politieke gezagdrager en op de uitkering van de gewezen politieke gezagdrager wordt, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, een bedrag ingehouden overeenkomstig de inhouding op de bezoldiging van ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES ter zake van aanspraken bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

Artikel

32

De uitkeringen en pensioenen, daaronder begrepen de pensioenen bedoeld in hoofdstuk 4, die voortvloeien uit de aanspraken die gezaghebbers, eilandgedeputeerden en leden van de eilandsraad van de openbare lichamen op grond van dit besluit hebben, komen ten laste van de begroting van de onderscheiden openbare lichamen.

Artikel

33

Artikel

34

Hoofdstuk

7

Informatieverplichtingen

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Hoofdstuk

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

38

De volgende artikelen en wetten worden ingetrokken:

  • a.

    de artikelen 6 tot en met 27 van de Landsverordening regelende de bezoldiging, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten, de aanspraak op vakantie, vakantie-uitkering, tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige behandeling en/of verpleging, de uitkering bij overlijden en het pensioen van Ministers, alsmede het pensioen van hun weduwen en wezen (P.B. 1969, 104);

  • b.

    de artikelen 7 tot en met 10 en 12 tot en met 28 van de Landsverordening regelende de bezoldiging, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten, de uitkering bij overlijden en het pensioen van de Gevolmachtigde Minister, alsmede het pensioen van diens weduwe en wezen (P.B.1970, 86);

  • c.

    de Pensioenregeling leden der Staten (P.B.1990, 82);

  • d.

    de Pensioenverordening Gezaghebbers (P.B.1982,106).

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

40a

Artikel

41

Dit besluit wordt aangehaald als: Pensioenbesluit politieke gezagdragers BES.

Artikel

42

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de uitgifte van het Publicatieblad waarin de afkondiging is geschied.