Besluit radioamateurs BES

Besluit radioamateurs BES

§

1

Definities

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet telecommunicatievoorzieningen BES;

  • b.

    beschikking: de beschikking waarbij een machtiging is verleend;

  • c.

    bewijs van bevoegdheid: het door Onze Minister afgegeven bewijs van bevoegdheid als radioamateur uitgereikt na een met goed gevolg afgelegd examen als bedoeld in artikel 6;

  • d.

    machtiging: een machtiging voor een radio-elektrische zend- en ontvanginrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, en artikel 16 van de wet bestemd voor de aanleg, het bezit of het gebruik van een amateurstation;

  • e.

    radioamateur: een daartoe bevoegd persoon die uit een zuiver persoonlijk oogmerk en zonder enig geldelijk voordeel proeven neemt op telecommunicatiegebied;

  • f.

    amateurstation: een zend- en ontvanginrichting voor radiotelegrafie of radiotelefonie, bestemd voor het nemen van proeven op telecommunicatiegebied;

  • g.

    radiotelegrafie: telecommunicatie via de ether door middel van morsetekens;

  • h.

    radiotelefonie: telecommunicatie via de ether door middel van spraak;

  • i.

    klasse van uitzending: een aanduiding bestaande uit drie symbolen die respectievelijk de modulatievorm van de draaggolf, het type signaal dat de draaggolf moduleert en de soort informatie die wordt uitgezonden, aangeven. De betekenis van de symbolen is aangegeven in bijlage 1 behorende bij dit besluit;

  • j.

    bandbreedte: het frequentieverschil tussen de hoogste en de laagste frequentie waarbinnen tijdens modulatie 99% van de uitgezonden energie wordt waargenomen;

  • k.

    ongewenste hoogfrequentuitstralingen: alle hoogfrequente uitstralingen op andere frequenties dan de zendfrequentie en de frequentie in de frequentiebanden die noodzakelijkerwijs in verband met het modulatieproces in beslag worden genomen;

  • l.

    zendvermogen:

    • bij toepassing van frequentie- of fasemodulatie: het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van de zendinrichting afgegeven gemiddelde vermogen;

    • bij de overige modulatietoepassingen: 25% van het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van het modulerende signaal;

  • m.

    toegestane zendvermogen: de waarde van het zendvermogen welke tijdens het gebruik van de zendinrichting niet mag worden overschreden;

  • n.

    maximum zendvermogen: de waarde van het zendvermogen welke als gevolg van de constructie van de zendinrichting niet kan worden overschreden.

§

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

Terzake van telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van radioamateurs gelden, onverminderd, tenzij anders is bepaald, de regels die zijn gesteld bij en krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES en de navolgende bepalingen.

Artikel

4

Artikel

5

Geen examen behoeft te worden afgelegd door:

  • a.

    Nederlanders die in het bezit zijn van een geldig Nederlands radioamateur machtiging;

  • b.

    personen van andere nationaliteit mits zij in het bezit zijn van een geldige machtiging van een land dat is aangesloten bij de Conférence Européenne des Administrations des Postes et des Télécommunications (CEPT);

  • c.

    personen van andere nationaliteit die gedurende een periode van ten hoogste drie maanden op het grondgebied van een openbaar lichaam verblijven mits zij in bezit zijn van een geldige machtiging van het land van herkomst, en dat land radioamateurs afkomstig uit een openbaar lichaam op de voet van wederkerigheid gedurende eenzelfde periode zonder aanvullende eisen toelaat.

Artikel

6

Artikel

7

Onze Minister kan op verzoek van de belanghebbende een uittreksel verstrekken uit het register, waaruit blijkt dat de machtinginghouder in het bezit is van een bevoegdheid als radioamateur, dat overeenkomt met de daartoe strekkende internationale eisen, zulks ter verkrijging van een machtiging in landen waarmede het Koninkrijk der Nederlanden laterale of multilaterale overeenkomsten van wederkerigheid heeft ondertekend. Dit uittreksel heeft een geldigheidsduur van één jaar en wordt opgesteld in de Engelse of Spaanse taal.

§

3

Verplichtingen

Artikel

9

Artikel

11

De machtiginghouder mag de navolgende zendinrichtingen aanwezig hebben:

  • 1.

    Zendinrichtingen die uitsluitend zijn ingericht voor de frequentiebanden waarin frequenties voorkomen welke zijn toegewezen aan de machtiginghouder mits deze voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      In de zendinrichting dienen zodanige technische voorzieningen te zijn aangebracht dat het gebruik is geblokkeerd van de niet aan de machtiginghouder toegewezen frequenties, één en ander voor zover de mechanische, elektrische en elektronische uitvoering van de zendinrichting dit toelaat;

    • b.

      Het toegestane zendvermogen van de zendinrichtingen bedraagt maximaal 250 Watt, tenzij overeenkomstig artikel 12, achtste en negende lid, toestemming is verleend hiervan af te wijken. Tevens mogen delen of onderdelen van de zendinrichtingen niet meer hoogfrequent zendvermogen kunnen afgeven dan voor de goede werking van deze zendinrichtingen noodzakelijk is;

    • c.

      Indien de zendinrichting meer zendvermogen kan afgeven dan het toegestane zendvermogen moet de zendinrichting zijn uitgerust met een niet direct toegankelijke voorziening die ervoor zorgt dat het toegestane zendvermogen niet kan worden overschreden;

    • d.

      De zendinrichtingen dienen te voldoen aan de in artikel 20 gestelde technische voorschriften.

  • 2.

    Andere zendinrichtingen mits deze zodanig zijn gedemonteerd dat de zendinrichtingen niet geschikt zijn of op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor het doen van uitzendingen.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

De uitzending van de roepletters dient op één van de hier navolgende wijze te geschieden:

  • 1.

    Identificatie door middel van spraak.

    • a.

      De toegelaten klassen van uitzending zijn:

      A3E, H3E, R3E, F3E, G3E of J3E.

    • b.

      Het te bezigen spellingsalfabet luidt:

      A

      Alfa

      N

      November

      B

      Bravo

      O

      Oscar

      C

      Charlie

      P

      Papa

      D

      Delta

      Q

      Quebec

      E

      Echo

      R

      Romeo

      F

      Foxtrot

      S

      Sierra

      G

      Golf

      T

      Tango

      H

      Hotel

      U

      Uniform

      I

      India

      V

      Victor

      J

      Juliet

      W

      Whiskey

      K

      Kilo

      X

      X-ray

      L

      Lima

      Y

      Yankee

      M

      Mike

      Z

      Zulu

  • 2.

    Identificatie door middel van morse telegrafie:

    • a.

      De toegelaten klassen van uitzending zijn:

      A1A, F1A, F2A, J2A en G2A.

    • b.

      Toegestaan is een seinsnelheid van ten hoogste twintig woorden per minuut. Ingeval van een georganiseerde amateurradiowedstrijd is een seinsnelheid van ten hoogste dertig woorden per minuut toegestaan.

  • 3.

    Identificatie door middel van automatische telegrafie:

    • a.

      De toegelaten klassen van uitzending zijn:

      F1B, F2B of J2B.

    • b.

      Toegestaan is het gebruik van:

      • 1°.

        verreschrijfapparatuur: start-stop systeem met 5 eenheden informatie bits volgens het internationaal telegrafie-alfabet no. 2 (Baudot) met een seinsnelheid van 45, 50, 75, 100 of 200 baud.

      • 2°.

        verreschrijfapparatuur: start-stop systeem met 7 eenheden informatie bits volgens het internationaal telegrafie-alfabet no. 5 (ASCII) met een seinsnelheid van 110 of 300 baud.

      • 3°.

        amtor: synchroon systeem met foutencorrectie met 7 eenheden informatie bits volgens het telegrafie-alfabet genoemd in aanbeveling 625 van het Comité Consultatif International de Radio (CCIR) met een seinsnelheid van 100 baud.

      • 4°.

        systeem Hell: hierbij worden de karakters, als een soort beeldschrift weergegeven in een raster van 7x7 beeldpunten. De seinsnelheid is 122.5 baud.

      • 5°.

        Packet-radio Ax-25: ARQ-telegrafiesysteem, afgeleid van het transmissieprotocol X.25 genoemd in de aanbevelingen van het Comité Consultatif International de Téléphone et de Télégraphe (CCITT). In het adresveld van het transmissieprotocol X-25 dienen de roepletters van de machtiginghouder, de eventuele tussenstations waarlangs het bericht wordt verzonden (maximaal 8) en de geadresseerde machtiginghouder te zijn opgenomen. De digitale informatie wordt uitgezonden in groepen van acht bits welke in het adresveld een ASCII-karakter vormen.

  • 4.

    Identificatie door middel van systemen voor beeldoverdracht:

    • a.

      Facsimilé en Slow-scan televisie (SSTV)

      • 1°.

        De toegelaten klassen van uitzending zijn:

        A3C, A3F, F3C, F3F, G3C of J3C.

      • 2°.

        De opbouw van het facsimilé-beeld aantal lijnen per minuut: 60, 90, 120 of 240.

      • 3°.

        De opbouw van het slow-scan televisiebeeld:

        lijnfrequentie: 16 2/3 Hz

        beeldfrequentie: 1/7,2 Hz

        aantal lijnen per beeld: 120

        pulsduur lijnsynchronisatie: 5 ms

        pulsduur beeldsynchronisatie: 30 ms

      • Indien het beeldsignaal via frequentiemodulatie van een hulpdraaggolf de zender moduleert, gelden hiervoor de volgende eisen voor de modulatie van de hulpdraaggolf:

        • a.

          Facsimilé:

          Zwartniveau: 1500 Hz

          Witniveau: 2300 Hz

        • b.

          SSTV:

          Synchronisatie-impuls (ultra zwart): 1200 Hz

          Zwartniveau: 1500 Hz

          Witniveau: 2300 Hz

          Indien het beeldsignaal de draaggolf direct in frequentie moduleert dient het frequentieverschil tussen de hoogste en de laagste frequentie overeen te komen met het verschil tussen de hierboven genoemde uiterste frequenties.

      • 5°.

        De roepletters moeten aan de ontvangstzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn.

    • b.

      Amateurtelevisie:

      • 1°.

        De toegelaten klassen van uitzending zijn: A3F, C3F en F3F.

      • 2°.

        De opbouw van het beeldsignaal dient zodanig te zijn dat weergave van het beeld na demodulatie mogelijk is met het desbetreffende gedeelte van een televisieontvanger geschikt voor CCIR-norm B en G: lijnfrequentie: 15 625 Hz beeldfrequentie: 25 Hz rasterfrequentie: 50 Hz aantal lijnen per beeld: 625 horizontale afbuiging van links naar rechts verticale afbuiging van boven naar beneden.

      • 3°.

        De roepletters moeten aan de ontvangstzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar zijn.

  • 5.

    Afwijkingen: Indien bij automatische telegrafie of beeldoverdracht niet aan de voorgeschreven wijze van identificatie kan worden voldaan, dient de identificatie te geschieden door middel van spraak of morse-telegrafie.

Artikel

15

De machtiginghouder mag, behoudens ingeval van nood, uitsluitend radioverbindingen maken met radioamateurs alsmede met gebruikers van andere stations die bevoegd zijn op amateurfrequenties radioverbindingen te maken.

Artikel

17

Artikel

18

De bandbreedte van de uitzendingen dient beperkt te worden tot een voor de te nemen proeven noodzakelijke grens.

Artikel

19

De stabiliteit van de frequentie van het uitgezonden signaal moet voldoen aan – naar de stand der techniek – redelijk te stellen eisen.

Artikel

20

Het vermogen van ongewenste hoogfrequent-uitstralingen mag per component niet meer bedragen dan in de navolgende tabel is aangegeven:

9 kHz – 40 MHz

1 Watt

100 microWatt

> 1 Watt

– 40 dB(*1)

40 MHz – 960 MHz

10 Watt

10 microWatt

> 10 Watt

– 60 dB(*1)

960 MHz – 17.7 GHz

10 Watt

100 microWatt

– 50 dB (*1)

> 10 Watt

> 17.7 GHz

Naar de stand van de techniek

Artikel

21

De machtiginghouder moet er voor zorgdragen dat door de uitzendingen van de zendinrichting de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden.

§

4

Bijzondere voorschriften

I

Amateurradio zendmachtiging A

Artikel

22

II

Amateurradio machtiging B

Artikel

23

III

Amateurradio machtiging C

Artikel

24

IV

Radioamateurmachtiging N

Artikel

25

§

5

Internationale communicatie

Artikel

26

Ingeval van internationale communicatie gelden mede de voorschriften opgenomen in bijlage 4 behorende bij dit besluit. Indien de voorschriften opgenomen in de artikelen 22, 23, 24 en 25 daarvan afwijken, hebben de voorschriften opgenomen in bijlage 4 voorrang.

§

6

Strafbepaling

§

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

28

De geldigheidsduur van een machtiging die is verleend krachtens de artikel 15, eerste lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen en die bestemd is voor telecommunicatievoorzieningen ten behoeve van radioamateurs is, gerekend vanaf het tijdstip van verlening, gelijk aan de duur waarvoor de machtiging is verleend.

Artikel

29

Een toestemming die is verleend krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, of 12, achtste lid, van het Landsbesluit radioamateurs wordt gelijkgesteld met een toestemming verleend krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 12, achtste lid.

Artikel

30

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit radioamateurs BES.

Bijlage

1

behorende bij het Besluit radioamateurs BES

Symbolen van de klassen van uitzending

Eerste symbool (modulatie van de draaggolf)

N = ongemoduleerde draaggolf

A = dubbelzijband (*1)

B = onafhankelijke zijbanden

H = enkelzijband, volledige draaggolf (* l)

R = enkelzijband, gereduceerde of variabele draaggolf (* l)

J = enkelzijband, onderdrukte draaggolf (*1)

C = restzijband (rudimentaire zijband) (*1)

G = fasemodulatie (*2)

F = frequentiemodulatie (*2)

D = de uitzending waarvan de draaggolf zowel in amplitude- als in frequentiefase gemoduleerd is, hetzij tegelijk dan wel in een van tevoren vastgestelde volgorde

P = ongemoduleerde pulstrein

K = pulstrein, amplitude-gemoduleerd

L = pulstrein, gemoduleerd in lengte of duur

M = pulstrein, gemoduleerd in positie of fase

Q = pulstrein, waarbij de draaggolf frequentie- of fase-gemoduleerd is gedurende de pulstijd

V = pulstrein, welke een combinatie is van het bovenstaande of op een andere wijze tot stand is gekomen

W = gevallen, welke door bovenstaande symbolen niet worden gedekt en waarbij een uitzending bestaat uit een draaggolf, die tegelijk dan wel in een van tevoren vastgestelde volgorde wordt gemoduleerd met een combinatie van twee of meer van de volgende wijzen: amplitude, frequentie of fase, puls

X = gevallen waarin niet is voorzien.

Tweede symbool (type signaal dat de draaggolf moduleert)

O = geen modulatie aanwezig

1 = één enkel kanaal met niet-analoge informatie waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een modulerende hulpdraaggolf

2 = één enkel kanaal met niet-analoge informatie waarbij gebruik wordt gemaakt van een modulerende hulpdraaggolf

3 = één enkel kanaal met analoge informatie

7 = twee of meer kanalen met niet-analoge informatie

8 = twee of meer kanalen met analoge informatie.

9 = samengesteld systeem, waarbij één of meer kanalen met niet-analoge informatie te zamen met één of meer kanalen met analoge informatie

X = gevallen waarin niet is voorzien.

Derde symbool (soort informatie welke uitgezonden wordt)

N = geen informatie (hierbij inbegrepen informatie van een constante, niet variabele aard. zoals b.v. bij standaardfrequenties, radarpulsen etc.)

A = morse-telegrafie bestemd om op het gehoor opgenomen te worden

B = telegrafie bestemd voor automatische ontvangst

C = facsimilé

D = datatransmissie

E = telefonie

F = televisie

W = combinatie van bovenstaande

X = gevallen waarin niet is voorzien

aanduiding dat één dan wel een combinatie van de hierboven vermelde codes van toepassing zijn

(*l) Deze codes hebben betrekking op uitzendingen waarbij de draaggolf amplitude gemoduleerd wordt, inclusief uitzendingen waarbij de subcarrier (hulpdraaggolf) frequentie- of fase-gemoduleerd wordt.

(*2) Indien niet bekend is of fase- dan wel frequentiemo-dulatie wordt toegepast, wordt symbool «F» gebruikt.

Bijlage

2

behorende bij het Besluit radioamateurs BES

De uitgifte van roepletters als bedoeld in artikel 40 van het Besluit radio-elektrische inrichtingen BES voor wat betreft radioamateurs geschiedt overeenkomstig de navolgende tabel.

Bonaire

PJ4x

Clubstations, relaisstations en tijdens internationale wedstrijden**)

Bonaire

PJ4xx of PJ4xxx

Personen van Nederlandse nationaliteit of vreemdelingen die in de Nederlandse Antillen hun radioamateur examen hebben afgelegd en die op het eiland Bonaire woonachtig zijn.

St. Eustatius

PJ5x

Clubstations, relaisstations en tijdens internationale wedstrijden**)

St. Eustatius

PJ5xx of PJSxxx

Personen van Nederlandse nationaliteit of vreemdelingen die in de Nederlandse Antillen hun radioamateur examen hebben afgelegd en die op het eiland St. Eustatius woonachtig zijn.

Saba

PJ6x

Clubstations, relaisstations en tijdens internationale wedstrijden**).

Saba

PJóxx of PJóxxx

Personen van Nederlandse nationaliteit of vreemdelingen die in de Nederlandse Antillen hun radioamateur examen hebben afgelegd en die op het eiland Saba woonachtig zijn.

PJ2 etc. is het prefix;

x, xx of xxx staat voor aantal nader in te vullen letters; bij xx en xxx is de keuze in beginsel aan de radioamateur.

**) Internationale wedstrijden in groepsverband, voor de duur van de wedstrijd.

Algemene opmerkingen

  • 1.

    Personen die in een openbaar lichaam gevestigd zijn doch tijdelijk op een ander openbaar lichaam verblijven dan waar zij woonachtig zijn, kunnen gebruik maken van hun eigen roepletters. Indien de locatie van waar zij zenden voor de verbinding van belang is, kunnen zij desgewenst deze doen voorafgaan door het prefix van het openbaar lichaam waar zij tijdelijk verblijven.

  • 2.

    De prefixen PJO, PJ1, PJ3, PJ8 en PJ9 zullen niet meer ter beschikking staan van radioamateurs.

Bijlage

3

behorende bij het Besluit radioamateurs BES

Register amateurstation

Roepletters machtiginghouder:

fabrikaat :

naam:

naam:

no . l

type:

adres:

adres:

serienr.:

woonplaats:

woonplaats:

freq.band:

eventuele roepletters

eventuele roepletters

vermogen:

datum:

datum:

fabrikaat:

naam:

naam:

no. 2

type:

adres:

adres:

serienr.:

woonplaats:

woonplaats:

freq.band:

eventuele roepletters:

eventuele roepletters

vermogen:

datum:

datum:

fabrikaat:

naam:

naam:

no. 3

type:

adres:

adres

serienr.:

woonplaats:

woonplaats:

freq.band:

eventuele roepletters:

eventuele roepletters:

vermogen:

datum:

datum:

Bijlage

4

behorende bij het Besluit radioamateurs BES

Internationale status van de amateurdienst

De verdeling van de frequentiebanden waarin de amateurdienst kan worden toegestaan alsmede de daaraan verbonden internationale status van de verschillende diensten zijn in onderstaande schema opgenomen. Er komen afwijkingen voor tussen de internationale en nationale status en frequentiebanden.

~~L8

~

1.85

AMATEUR VASTE EN MOBIELE DIENSTEN, AMATEUR,

1.85

2.00

RADION AVIGATIE, RADIOLOCATIE

2

3.5

4.0

VASTE en MOBIELE DIENSTEN, AMATEUR

1 en 3

7.0

7.1

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

1

7.1

7.3

AMATEUR

1

10.1

10.15

VASTE DIENSTEN, amateur

1

14.0

14.25

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

1

18.068

18.168

AMATEUR

21.0

21.45

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

1

21.0

21.45

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

1

24.89

24.99

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

1

28.0

29.7

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

50.0

54.0

AMATEUR

1 en 4

144.0

146.0

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

146.0

148.0

AMATEUR

220.0

225.0

AMATEUR, VASTE DIENSTEN, radiolocatie

430.0

440.0

RADIOLOCATIE, amateur

5

902.0

928.0

VASTE DIENSTEN, amateur, radiolocatie

6

1240.0

1260.0

RADIOLOCATIE. RADIO-NAVIGATIESATELLIET, amateur

1260.0

1300.0

RADIOLOCATIE, amateur

2300.0

2450.0

VASTE DIENSTEN, MOBIELE DIENSTEN, RADIOLOCATIE, amateur

5 en 7

3300.0

3400.0

RADIOLOCATIE, amateur, vaste diensten, mobiele diensten

3400.0

3500.0

VASTE DIENSTEN, SATELLIET, amateur, mobiele diensten, radiolocatie

5650.0

5725.0

RADIOLOCATIE, space research (deepspace), amateur

5

5725.0

5850.0

RADIOLOCATIE, amateur

5 en 8

5850.0

5925.0

VASTE en MOBIELE DIENSTEN, SATELLIET, amateur, radiolocatie

5

10000.0

10450.0

RADIOLOCATIE, amateur

9

10450.0

10500.0

RADIOLOCATIE, amateur, amateursatelliet

24000.0

24050.0

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

24050.0

24250.0

RADIOLOCATIE, amateur, earth exploration-satellite

10

47000.0

47200.0

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

75500.0

76000.0

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

76000.0

81000.0

RADIOLOCATIE, amateur, amateursatelliet

142000.0

144000.0

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

144000.0

149000.0

RADIOLOCATIE, amateur, amateursatelliet

12

241000.0

248000.0

RADIOLOCATIE, amateur, amateur satelliet

13

248000.0

250000.0

AMATEUR, AMATEURSATELLIET

*) Toelichting op de kolom Toewijzingen Status:

In de kolom toewijzing zijn de diensten opgenomen die tot het gebruik van de in de kolom frequentieband vermelde band zijn toegelaten.

Bij deze toewijzing wordt onderscheid gemaakt tussen de primaire en secundaire status van de verschillende diensten.

Diensten met primaire status zijn vermeld in het hoofdlettertype, met secundaire status in het normale lettertype.

Primaire diensten hebben voorrang boven secundaire diensten. Waar storing optreedt moeten de secundaire diensten wijken c.q. hun uitzendingen onverwijld staken. Primaire diensten onderling hebben gelijke rechten met dien verstande dat geen onderlinge storing mag worden veroorzaakt. Secundaire diensten mogen geen storing veroorzaken op toepassingen van primaire diensten, zij hebben geen recht op bescherming tegen storing veroorzaakt door stations behorende tot primaire diensten. Secundaire diensten onderling hebben gelijke rechten.

**) Toelichting op de kolom Bijzonderheden:

  • 1.

    Een deel van deze frequentieband kan ingeval van natuurrampen tijdelijk aangewezen worden voor de afwikkeling van het radionoodverkeer.

  • 2.

    De frequentieband 1850 – 2000 kHz wordt door Argentinië. Bolivia, Chili, Mexico, Paraguay, Peru, Uruguay, en Venezuela op primaire basis voor de vaste en mobiele diensten, de radionavigatie en radiolocatie gereserveerd.

  • 3.

    De frequentieband 3500 – 3750 kHz wordt door Honduras, Mexico, Peru, en Venezuela op primaire basis voor de vaste en mobiele diensten gereserveerd. In Brazilië is de band van 3700 4000 kHz op primaire basis voor de radiolocatie gereserveerd.

    In Argentinië, Bolivia, Chili, Ecuador, Paraguay, Peru, en Uruguay is de band tussen 3750 en 4000 kHz op primaire basis voor de vaste diensten gereserveerd.

  • 4.

    In Cuba wordt de band tussen 146 – 148 MHz op primaire basis voor de mobiele diensten en vaste verbindingen gereserveerd.

  • 5.

    Amateur-satcllietgebruik in de frequentiebanden 435 – 438, 1260–1 270, 2 400 – 2 450, 3400 3410 en 5 650 – 5 670 MHz is toegelaten op de voorwaarde dat de overige diensten hierdoor niet worden gestoord.

    In de banden I 260 – l 270 en 5 650 – 5 670 MHz is het satellietgebruik beperkt tot de richting aarde satelliet. A

  • 6.

    De frequentieband 902 – 928 MHz is bestemd voor gebruik ten behoeve van industriële, wetenschappelijke en medische doeleinden (lSM frequentie). Storingen die door ISM-apparatuur in de ISM frequenties worden veroorzaakt moeten worden geaccepteerd.

  • 7.

    De frequentieband 2400 – 2500 MHz is bestemd voor gebruik ten behoeve van industriële, wetenschappelijke en medische doeleinden (ISM frequentie). Storingen die door ISM-apparatuur in de ISM frequenties worden veroorzaakt moeten worden geaccepteerd.

  • 8.

    De frequentieband 5 725 – 5 875 MHz is bestemd voor gebruik ten behoeve van industriële, wetenschappelijke en medische doeleinden (ISM frequentie). Storingen die door ISM-apparatuur in de ISM frequenties worden veroorzaakt moeten worden geaccepteerd.

  • 9.

    De frequentieband 9 975 – 10 025 MHz is op secundaire basis ingedeeld om door weerradars aan boord van satellieten te worden gebruikt. 10. De frequentieband 24 000 – 24 125,0 MHz is bestemd voor gebruik ten behoeve van industriele, wetenschappelijke en medische doeleinden (ISM frequentie). Storingen die door ISM-apparatuur in de ISM frequenties worden veroorzaakt moeten worden geaccepteerd.

  • 11.

    De frequentieband 78 – 79 GHz mag op primaire basis worden gebruikt voor radar aan boord van satellieten.

  • 12.

    De frequentiebanden 144,68 – 144,98 GHz, 145,45 – 145,75 GHz en 146,82 – 147,12 GHz zijn op primaire basis toegewezen voor de radio-astronomiedienst.

  • 13.

    De frequentieband 244 – 246 GHz is bestemd voor gebruik ten behoeve van industriële, wetenschappelijke en medische doeleinden (ISM frequentie). Storingen die door ISM apparatuur in de ISM frequenties worden veroorzaakt moeten worden geaccepteerd.