Richtlijn voor strafvordering voetbalvandalisme en -geweld
Achtergrond
De boetebedragen in deze richtlijn zijn geïndexeerd met 15 procent conform de door de minister voorgestelde verhoging per 1 januari 2011, waarbij de bedragen conform het Kader voor strafvordering zijn afgerond. Voor het overige is de tekst van deze richtlijn gelijk aan de versie met registratienummer 2010R009.
Beschrijving
De door voetbalvandalen gepleegde delicten zijn onder te verdelen in commune misdrijven, commune overtredingen, vuurwerkdelicten en Wet wapens- en munitiedelicten.
Bijlage 1 bij deze richtlijn voor strafvordering ziet op de te vorderen straffen bij vuurwerkdelicten en commune overtredingen en is uitsluitend van toepassing in geval van voetbalvandalisme en -geweld.
De in de bijlage 1 genoemde verhogingen dienen alleen dan (dat wil zeggen in samenhang met voetbalgerelateerde strafbare feiten) te worden toegepast.
De bijlage dient als handvat voor de mini-processen-verbaal en de lik-op-stuktransacties.
Voor de te vorderen straffen bij commune misdrijven en in de Wet wapens en munitie opgenomen delicten dienen de Polaris-richtlijnen te worden gevolgd en kan het BOS worden geraadpleegd. Bij de navolgende Polaris-richtlijnen speelt de strafmaatverhogende factor ‘in samenhang met een evenement’ een rol:
- –
- –
- –
-
–
Richtlijn beletten, belemmeren of verijdelen van een ambtshandeling
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
- –
In alle strafzaken waarin sprake is van ernstig voetbalgeweld of van een recidiverende voetbalvandaal, is het uitgangspunt dat als het OM als strafeis een gevangenisstraf of taakstraf overweegt, deze deels voorwaardelijk wordt gevorderd met een strafrechtelijk stadionverbod als bijzondere voorwaarde.
Ter ondersteuning van de vordering aan de rechter tot het opleggen van een stadionverbod kunnen instrumenten van de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (MBVEO) worden gehanteerd. De wet MBVEO geeft de officier van justitie de bevoegdheid tot het opleggen van een gedragsaanwijzing. Mogelijkheden zijn het opleggen van een gebiedsverbod in de vorm van een strafrechtelijk stadionverbod met daaraan gekoppeld een meldingsplicht, verplicht contact met de hulpverlening of een contactverbod met (een) bepaalde perso(o)n(en). De gedragsaanwijzing loopt vooruit op de strafrechtelijke afdoening door de rechter; de wetgever heeft de mogelijkheid gecreëerd om een lik-op-stukreactie te geven.
Toelichting artikel 184 en 184a Sr (overtreding gedragsaanwijzing opgelegd onder artikel 509hh Sv)
-
–
artikel 184 Sr: strafeis van 1 week gevangenisstraf bij overtreding van artikel 184 Sr. Dat betekent dat er verplicht dient te worden gedagvaard;
-
–
artikel 184a Sr: strafeis van 2 weken gevangenisstraf bij overtreding van 184aSr. Dat betekent dat er verplicht dient te worden gedagvaard.
Onder ernstig voetbalgeweld dient te worden verstaan strafbare feiten die een gevaar betekenen voor de veiligheid en/of gezondheid van (een) perso(o)n(en) en/of goederen.
Onder recidiverende voetbalvandalen worden ook degenen verstaan die eenmaal of meermalen een civielrechtelijk stadionverbod (huisvredebreuk) hebben overtreden.
In geval van een strafrechtelijk stadionverbod is het uitgangspunt dit zoveel mogelijk te combineren met een meldingsplicht. In geval van recidiverende voetbalvandalen neemt de noodzaak van een meldingsplicht toe.
Toelichting op artikel 141a Sr
-
–
voorbereidingshandelingen openlijk geweld tegen goederen: 24 uur taakstraf of 12 dagen gevangenisstraf (first offender transactie of OM-strafbeschikking 340 euro);
-
–
voorbereidingshandelingen openlijk geweld tegen personen: 23 dagen gevangenisstraf of 46 uur taakstraf (first offender transactie of OM-strafbeschikking 630 euro);
-
–
voorbereidingshandelingen openlijk geweld tegen personen en goederen: 35 dagen gevangenisstraf of 70 uur taakstraf.
In genoemde strafeisen is de factor ‘in samenhang met een evenement’ (+ 75%) verwerkt. Indien confrontaties daadwerkelijk hebben plaatsgevonden dan wel alleen met veel bestuurlijke maatregelen of ME-inzet kunnen worden voorkomen, kunnen de organisatoren strenger worden bestraft (maatwerk).
Overgangsrecht
Deze richtlijn is van toepassing op alle strafbare feiten gepleegd na inwerkingtreding.
Bijlage
1
|
1 |
Straatschenderij (baldadigheid) |
180 euro |
D 505 |
75% |
25% |
10% |
20% |
|
|
2 |
Valse naam |
270 euro |
D 515 |
75% |
10% |
20% |
||
|
3 |
Identificatieplicht |
70 euro |
D 517 |
|||||
|
4 |
Openbare dronkenschap |
70 euro |
D 530 |
75% |
25% |
10% |
20% |
|
|
5 |
Bevinden op verboden grond |
70 euro |
D 537 |
75% |
25% |
10% |
20% |
|
|
6 |
In dronkenschap orde verstoren |
180 euro |
D 510 |
75% |
25% |
10% |
20% |
|
|
7 |
Vuurwerk voorhanden openbare plaats |
100 euro |
H 176/H 176a |
75% |
10% |
20% |
||
|
8 |
Vuurwerk afsteken (geen gevaar) |
100 euro |
H 171 |
75% |
25% |
10% |
20% |
|
|
9 |
Verboden vuurwerk voorhanden (1 t/m 100 strijkers) |
140 euro |
H 161a |
75% |
10% |
20% |
||
|
10 |
Als 9 (101 t/m 300 strijkers) |
240 euro |
H 161b |
75% |
10% |
20% |
||
|
11 |
Verboden vuurwerk afsteken (geen gevaar) |
140 euro |
H 171 |
75% |
25% |
10% |
20% |