Uitvoeringsregeling Belastingwet BES

Hoofdstuk

2

Inkomstenbelasting (hoofdstuk II van de wet)

Gereserveerd

Hoofdstuk

3

Loonbelasting (hoofdstuk III van de wet)

Gereserveerd

Hoofdstuk

4

Vastgoedbelasting (hoofdstuk IV van de wet)

Gereserveerd

Hoofdstuk

5

Opbrengstbelasting (hoofdstuk V van de wet)

Artikel

5.1

Hoofdstuk

6

Algemene bestedingsbelasting (hoofdstuk VI van de wet)

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

6.1

Dit hoofdstuk verstaat onder belasting: algemene bestedingsbelasting.

Artikel

6.2

Van personenauto’s in de zin van artikel 6.1, aanhef, onderdeel f, van de wet zijn uitgezonderd motorrijtuigen die:

  • a.

    zijn ingericht om te worden gebruikt door de politie en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

  • b.

    zijn ingericht om te worden gebruikt door de brandweer en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

  • c.

    zijn ingericht voor het vervoer van zieken en gewonden en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

  • d.

    zijn ingericht voor het vervoer van stoffelijke overschotten en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

  • e.

    zijn ingericht voor het vervoer van gevangenen en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;

  • f.

    zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband;

  • g.

    zijn ingericht voor het vervoer van zieke of gewonde dieren en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; of

  • h.

    zijn ingericht voor geldtransport en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn.

Artikel

6.3

Artikel

6.4

Alvorens te beslissen op een verzoek om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 6.15, derde lid, van de wet, kan de inspecteur een onderzoek instellen dan wel om nadere gegevens vragen ter vaststelling van de juistheid van het verzoek.

§

2

Plaats van dienst

Artikel

6.5

In afwijking in zoverre van de in hoofdstuk VI van de wet opgenomen regels voor de plaats van dienst worden de diensten, bedoeld in artikel 6.7i, eerste lid, van de wet, die worden verricht aan een andere dan een ondernemer, verricht in een openbaar lichaam, wanneer het werkelijk gebruik en de werkelijke exploitatie in dat openbaar lichaam plaatsvinden.

§

3

Tarief en Vrijstellingen

Artikel

6.6

De aanspraak op toepassing van het tarief van nihil voor leveringen van goederen als genoemd in artikel 6.10, tweede lid, onderdeel c, van de wet geldt slechts indien de toepasselijkheid van dat tarief uit boeken en bescheiden blijkt.

Artikel

6.7

Artikel

6.8

Als diensten die van de belasting zijn vrijgesteld worden aangewezen diensten als bedoeld in artikel 7.1, onderdeel a, van de wet, indien ter zake van het verrichten van die diensten overdrachtsbelasting verschuldigd is.

§

4

Wijze van heffing

Artikel

6.9

Artikel

6.10

Gereserveerd

§

5

Heffing ter zake van invoer

Artikel

6.11

§

6

Bijzondere bepalingen

Artikel

6.13

Artikel

6.14

Artikel

6.15

Hoofdstuk

7

Overdrachtsbelasting (hoofdstuk VII van de wet)

Gereserveerd

Hoofdstuk

8

Formeel belastingrecht en invordering van BES belastingen (hoofdstuk VIII van de wet)

§

1

Uitnodiging tot het doen van aangifte

Artikel

8.1

Het uitnodigen tot het doen van aangifte geschiedt door het uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan.

§

2

Het doen van aangifte

Artikel

8.2

Artikel

8.3

Artikel

8.4

Van de verplichting de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan in te leveren of toe te zenden, kan de inspecteur ontheffing verlenen ingeval degene die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, op een binnen de door de inspecteur ingevolge artikel 8.6 van de wet gestelde termijn ingediend verzoek opnieuw is uitgenodigd tot het doen van aangifte.

§

3

Voorlopige aanslag

Artikel

8.5

Artikel

8.6

Indien een voorlopige aanslag inkomstenbelasting is of zal worden vastgesteld en een relevante wijziging optreedt in de omstandigheden die van belang zijn voor de opgelegde of op te leggen voorlopige aanslag, doet de belastingplichtige daarvan zo spoedig mogelijk op de door de inspecteur aangegeven wijze mededeling aan de inspecteur.

§

4

Tijdvak

Artikel

8.7

Het tijdvak waarover de algemene bestedingsbelasting moet worden betaald, is de kalendermaand. De inspecteur kan, al dan niet op verzoek, toestaan dat het tijdvak waarover de algemene bestedingsbelasting moet worden betaald het kalenderkwartaal is.

Artikel

8.8

§

5

Geheimhouding

Artikel

8.9

§

6

De invordering van BES belastingen

Titel

1

Algemene bepalingen uitstel van betaling en kwijtschelding van BES belastingen

Artikel

8.10

Artikel

8.11

De ontvanger maakt een ingevolge deze afdeling ten aanzien van een belastingschuldige genomen beschikking aan deze bekend door uitreiking of toezending van een gedagtekende kennisgeving terzake.

Artikel

8.12

Titel

2

Uitstel van betaling

Artikel

8.13

Artikel

8.14

Artikel

8.15

De ontvanger kan uitstel van betaling verlenen in verband met een binnen afzienbare tijd te verwachten door hem uit te betalen bedrag.

Artikel

8.16

Artikel

8.17

Artikel

8.18

Het uitstel van betaling wordt beëindigd:

  • a.

    indien de belastingschuldige de BES eilanden verlaat om zich elders blijvend te vestigen;

  • b.

    voor zover het gaat om zakelijke belastingschulden, ingeval de belastingschuldige zijn onderneming verkoopt;

  • c.

    indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend;

  • d.

    indien de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen;

  • e.

    indien zich een situatie voordoet zoals omschreven in artikel 8.52 van de wet;

  • f.

    indien aan de belastingschuldige surseance van betaling wordt verleend;

  • g.

    indien de belastingschuldige failliet wordt verklaard, of

  • h.

    indien de belastingschuldige overlijdt.

Titel

3

Kwijtschelding

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Artikel

8.19

Artikel

8.20

Afdeling

2

Kwijtschelding van BES belastingen in de privésfeer

Artikel

8.21

Deze paragraaf heeft betrekking op kwijtschelding van belasting verschuldigd door natuurlijke personen die geen bedrijf en niet zelfstandig een beroep uitoefenen.

Artikel

8.22

Kwijtschelding kan worden verleend voor:

  • a.

    het gehele op de belastingaanslag openstaande bedrag indien geen vermogen en geen betalingscapaciteit aanwezig is;

  • b.

    het openstaande bedrag van de belastingaanslag dat resteert nadat:

    • 1°.

      het aanwezige vermogen is aangewend ter voldoening van de belastingaanslag;

    • 2°.

      de betalingscapaciteit is aangewend.

Artikel

8.23

De ontvanger kan aan de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting verlenen tot een bedrag gelijk aan de in het nieuwe woonland van de belastingschuldige feitelijk geheven belasting voor voordelen uit vervreemding als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, onderdelen e en f, van de Wet inkomstenbelasting BES, welke aan het uitstel verleend op grond van artikel 8.16 ten grondslag liggen, met dien verstande dat het bedrag aan kwijtschelding niet meer bedraagt dan het bedrag van de inkomstenbelasting waarvoor op grond van artikel 8.16 uitstel van betaling is verleend.

Afdeling

3

Kwijtschelding van BES belastingen in de zakelijke sfeer

Artikel

8.24

Deze paragraaf heeft betrekking op kwijtschelding van belasting verschuldigd door natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen.

Artikel

8.25

Afdeling

4

Ontslag van de verplichting tot betaling aansprakelijk gestelde

Artikel

8.26

§

7

Internationale bijstandsverlening

Artikel

8.27

Artikel

8.28

Hoofdstuk

9

Slotbepalingen

Artikel

9.1

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,F.H.H.Weekers