Artikel
1
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
elektronisch proces-verbaal: proces-verbaal, bedoeld in artikel 152 en 153, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat langs elektronische weg is opgemaakt of dat langs elektronische weg is omgezet in een digitaal afschrift;
-
b.
validatie: vaststelling van de geldigheid van een elektronische handtekening, door het verifiëren van de geldigheid van het certificaat gerelateerd aan het moment van ondertekening en het verifiëren van de ongewijzigde staat van het document aan de hand van de ondertekening;
-
c.
elektronische handtekening: de handtekening, bedoeld in artikel 15a, vierde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
-
d.
gekwalificeerde elektronische handtekening: elektronische handtekening gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat en gegenereerd door een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen overeenkomstig de eisen, gesteld in artikel 15a, tweede lid, onderdelen a tot en met f, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
-
e.
elektronische dagtekening: een tijdstempel dat de datum en het tijdstip vermeldt van het moment van ondertekenen van een elektronisch proces-verbaal en dat is afgegeven overeenkomstig geldende normen en standaarden;
-
f.
certificaat, gekwalificeerd certificaat, certificatiedienstverlener en veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen: het certificaat, het gekwalificeerd certificaat, de certificatiedienstverlener, respectievelijk het veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen, bedoeld in artikel 1.1, onderdelen ss, tt, uu, respectievelijk ww, van de Telecommunicatiewet.
-
g.
verantwoordelijke: het hoofd van de organisatie waar een ambtenaar werkzaam is die een elektronisch proces-verbaal opmaakt, langs elektronische weg omzet of ontvangt.
2
Onder omzetting langs elektronische weg wordt verstaan het vervangen door een elektronische reproductie, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen als bedoeld in artikel 7 van de Archiefwet 1995.