Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 18 maart 2011 tot vaststelling van voorschriften voor bedrijfslichamen en voor voorzieningen ter gemeenschappelijke behartiging van belangen van bedrijfslichamen omtrent de meerjarenraming, de begroting, de verslaglegging en het beheer (Verordening financiën bedrijfslichamen 2011)

Verordening financiën bedrijfslichamen 2011

De Sociaal-Economische Raad;
Gehoord de Bestuurskamer en de Toezichtkamer;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

a.

wet:

Wet op de bedrijfsorganisatie;

b.

bedrijfslichaam:

een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de wet;

c.

Raad:

Sociaal-Economische Raad;

d.

Bestuurskamer:

commissie ex artikel 3 van de Verordening bestuurlijke taken SER;

e.

Toezichtkamer:

commissie ex artikel 7 van de Verordening bestuurlijke taken SER;

f.

bestemmingsheffing:

een heffing als bedoeld in artikel 126, vierde lid, van de wet;

g.

algemene heffing:

een heffing op grond van artikel 126, eerste lid, van de wet, niet zijnde een bestemmingsheffing;

h.

retributie:

een retributie als bedoeld in artikel 126, tweede lid, van de wet;

i.

eigen vermogen:

de som van de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de bestemmingsfondsen;

j.

bestemmingsreserve:

een reserve met een bijzondere bestemming, bepaald door het bestuur;

k.

bestemmingsfonds:

een reserve met een bijzondere bestemming, waarbij een bestedingsbeperking is aangebracht door derden.

§

2

Algemene bepalingen en waarderingsgrondslagen

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

§

3

De meerjarenraming

Artikel

10

§

4

De begroting

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Transacties die geen onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsvoering of het primaire proces van de bedrijfslichamen worden, voor zover deze zijn voorzien, opgenomen in de jaarlijkse begroting en daarin afzonderlijk toegelicht. In andere gevallen worden voor dergelijke transacties herziene begrotingsverordeningen opgesteld.

§

5

De jaarrekening

§

5.1

Algemeen

Artikel

16

Artikel

17

§

5.2

De rekening van baten en lasten en de toelichting daarop

Artikel

18

De rekening van baten en lasten en de toelichting daarop geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de omvang van alle baten en alle lasten, alsmede het saldo daarvan weer.

Artikel

19

Het besluit tot vaststelling van de rekening van baten en lasten is ingericht overeenkomstig de inrichting van de begrotingsverordening en bevat, zoals schematisch weergegeven in bijlage 3, de voor het verslagjaar gerealiseerde bedragen.

Artikel

20

De toelichting op de rekening van baten en lasten is ingericht overeenkomstig de inrichting van de toelichting op de begroting zoals bepaald in artikel 12, aangevuld met:

  • a.

    een toelichting op belangrijke afwijkingen tussen begrote en gerealiseerde baten en lasten;

  • b.

    een overzicht van de personele sterkte per 1 januari en per 31 december van het verslagjaar, zowel uitgedrukt in aantal personeelsleden als in voltijdeenheden en aangevuld met een overzicht van de verdeling van de personele sterkte – omgerekend naar voltijdeenheden – over de door het bedrijfslichaam gehanteerde salarisschalen/ functiegroepen;

  • c.

    De specificaties en de overzichten in de toelichting op de rekening van baten en lasten hebben betrekking op het verslagjaar, de begroting voor dat jaar en het voorgaande verslagjaar.

  • d.

    Een toelichting op de toepassing van de onderdelen a. tot en met e., genoemd in het eerste lid van artikel 13, bij verleende subsidies en ingekochte diensten ten behoeve van de sector.

§

5.3

De balans en de toelichting daarop

Algemeen

Artikel

21

Artikel

22

In de toelichting op de balans wordt vermeld tot welke belangrijke, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen het bedrijfslichaam voor de toekomst is verbonden, zoals die welke voortvloeien uit langlopende overeenkomsten of bijzondere kortlopende verplichtingen.

Activa

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    vorderingen uit hoofde van heffingen;

  • b.

    vorderingen op stichtingen, fondsen of instellingen waarmee het bedrijfslichaam een bestendige zakelijke relatie heeft;

  • c.

    overige vorderingen.

Passiva

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

In de toelichting op de balans worden onder de tot de vlottende passiva behorende kortlopende schulden afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    schulden aan stichtingen, fondsen of instellingen waarmee het bedrijfslichaam een bestendige zakelijke relatie heeft;

  • b.

    banksaldi;

  • c.

    schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering;

  • d.

    schulden ter zake van pensioenen;

  • e.

    overige schulden.

Reserves

Artikel

29

Reserves worden in de balans onderscheiden naar:

  • a.

    de algemene reserve;

  • b.

    de bestemmingsreserves; en

  • c.

    de bestemmingsfondsen.

Artikel

30

Artikel

31

In de toelichting op de balans worden eventuele stille reserves of tekorten geraamd, indien:

  • a.

    de actuele waarde van materiële vaste activa belangrijk afwijkt van de boekwaarde;

  • b.

    de actuarieel wenselijke omvang van voorzieningen belangrijk afwijkt van de feitelijke omvang daarvan.

Artikel

32

De som van de algemene reserve en de bestemmingsreserves is maximaal gelijk aan het totaal van de lasten over het verslagjaar.

Voorzieningen en niet in de balans opgenomen verplichtingen

Artikel

33

Op voorzieningen en niet in de balans opgenomen verplichtingen is van toepassing Richtlijn B10 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen.

Artikel

34

§

6

Externe controle

Artikel

35

Artikel

36

§

7

Ontheffingen en advisering

Artikel

37

Op gemotiveerd verzoek van het bestuur van een bedrijfslichaam kan door de Toezichtkamer in bijzondere gevallen, waarin de nakoming van een bij deze verordening opgelegde verplichting op overwegende bezwaren stuit, of wegens andere bijzondere omstandigheden, aan het bedrijfslichaam ontheffing van die verplichting worden verleend. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel

38

§

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

40

Deze verordening wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

41

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, met dien verstande dat hij voor het eerst wordt toegepast bij het opstellen van de begrotingen voor het jaar 2012.

Artikel

42

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening financiën bedrijfslichamen 2011.

Den Haag
A.H.G. Rinnooy Kan voorzitter V.C.M. Timmerhuis algemeen secretaris

Bijlage

1

Baten- en lastenrubrieken

Bijlage

2

Verordening Begroting (jaar)

Verordening van het (bedrijfslichaam) van (datum), houdende de vaststelling van de begroting van baten en lasten voor (jaar) (Verordening Begroting (jaar))

Het bestuur van het (bedrijfslichaam);

Gelet op artikel 119 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Besluit:

Artikel

1

De begroting van baten en lasten van het (bedrijfslichaam) voor (jaar) is als volgt:

Artikel

2

De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari (jaar).

Artikel

3

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Begroting (jaar).

(plaats), (datum)

voorzitter

secretaris

Bijlage

3

Besluit rekening baten en lasten (jaar)

Besluit van het (bedrijfslichaam) van (datum), houdende de vaststelling van de rekening van baten en lasten over (jaar) (Besluit rekening baten en lasten (jaar))

Het bestuur van het (bedrijfslichaam);

Gelet op artikel 124, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

Besluit:

Artikel

1

De rekening van baten en lasten van het (bedrijfslichaam) over (jaar) is als volgt:

Artikel

2

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit rekening baten en lasten (jaar).

(plaats), (datum)

voorzitter

secretaris

Bijlage

4

Balans