Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 2011, nr. AI/Alg.Dir/2011/22265, houdende de toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

Begrippen

In deze regeling en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    inspectie: de Inspectie SZW;

  • b.

    inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • c.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2;

  • d.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een of meer directies;

  • e.

    IG-team: de inspecteur-generaal en de directeuren van de directies die ressorteren onder de inspecteur-generaal;

  • f.

    portefeuille: de lijnverantwoordelijkheid voor een directie dan wel een door de inspecteur-generaal aan een directeur opgedragen taak of verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, of een samenstel daarvan;

  • g.

    jaarplan: het jaarplan voor de gehele inspectie, genoemd in artikel 8, tweede lid, tweede zin, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;

  • h.

    inspectieplan: het door de inspecteur-generaal vastgestelde plan waarin de doelen en de inzet van de capaciteit van de inspectie, aangegeven in het jaarplan, zijn uitgedrukt in werkzaamheden en producten van de inspectie met inachtneming van de door de secretaris-generaal vastgestelde kaders.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Organisatie inspectie

Onder de inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid ressorteren:

  • a.

    de directie Analyse, Programmering en Signalering;

  • b.

    de directie Arbeidsmarktfraude;

  • c.

    de directie Arbeidsomstandigheden;

  • d.

    de directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning;

  • e.

    de directie Major Hazard Control;

  • f.

    de directie Opsporing;

  • g.

    de directie Werk en Inkomen.

Artikel

3

Het IG-team

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

4

Verantwoordelijkheden directeuren

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het leiding geven aan de eigen directie;

  • b.

    het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie;

  • c.

    het door tussenkomst van de inspecteur-generaal attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;

  • d.

    het binnen de door de inspecteur-generaal gestelde kaders zorgdragen voor een effectieve en efficiënte organisatie, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor de planning en bewaking van de productie van de eigen directie;

  • e.

    personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal, de inspecteur-generaal dan wel de directeur Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning;

  • f.

    het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden voor zover deze niet is opgedragen aan anderen, zoals de directeur Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning, de directeur Bedrijfsvoering van het ministerie en de Stichting Pensioenfonds ABP;

  • g.

    het op orde hebben van de administratieve organisatie, voor zover deze niet is belegd bij de directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning;

  • h.

    het leveren van een bijdrage betreffende zijn directie aan het meerjarig strategisch plan, het jaarplan, het inspectieplan en het jaarverslag van de inspectie;

  • i.

    het voorbereiden en uitvoeren van het de eigen directie betreffende deel van het jaarplan en het inspectieplan binnen de door de secretaris-generaal en inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten;

  • j.

    het rapporteren aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van het de eigen directie betreffende deel van het jaarplan en het inspectieplan;

  • k.

    het na overeenstemming daarover met de inspecteur-generaal aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;

  • l.

    het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie;

  • m.

    het behandelen van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op de gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen;

  • n.

    het bijdragen aan de ontwikkeling van de inspectie.

Artikel

5

Verantwoordelijkheden directie Analyse, Programmering en Signalering

Artikel

6

Verantwoordelijkheden directie Arbeidsmarktfraude

De directie Arbeidsmarktfraude is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;

  • b.

    het behandelen van klachten over het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein;

  • c.

    het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in artikel 5, eerste lid, en artikel 8, onderdeel d, en van landelijke strategieën en projecten met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen.

Artikel

7

Verantwoordelijkheden directie Arbeidsomstandigheden

De directie Arbeidsomstandigheden is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, met inbegrip van stralingsbescherming, gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en daaraan gerelateerd milieubeheer, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten alsook het op hun verzoek aanwijzen van instellingen als certificatie- of keuringsinstelling als in dit onderdeel genoemd, waaronder mede zijn begrepen beslissingen tot wijziging, schorsing en intrekking van aanwijzingen;

  • b.

    de aan de minister opgedragen toezichtswerkzaamheden op grond van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsveiligheid, arbeidsgezondheid en productveiligheid aangewezen certificatie- en keuringsinstellingen die zijn belast met het verstrekken van certificaten dan wel het verrichten van keuringen in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid;

  • c.

    het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving ten aanzien van het in de handel brengen van producten, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2°, van de Warenwet, die bestemd zijn voor de Europese Economische Ruimte alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten;

  • d.

    het behandelen van klachten, signalen en verzoeken om onderzoek aangaande het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein;

  • e.

    het verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen;

  • f.

    het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in artikel 5, eerste lid, en artikel 8, onderdeel d, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en arbeidsomstandigheden.

Artikel

8

Verantwoordelijkheden Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning

De directie Informatiehuishouding en Inspectieondersteuning is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering van de inspectie, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor de planning en bewaking van de productie van de eigen directie;

  • b.

    het dynamisch archiefbeheer van de inspectie, te weten postbehandeling, registratie, voortgang- en afdoeningsbewaking, dossierbeheer, informatievoorziening, selectie, vernietiging en overdracht aan de directie Bedrijfsvoering van het ministerie, alsmede het opstellen, vaststellen en onderhouden van het ordeningsplan van de inspectie;

  • c.

    de planning, administratie en control, waaronder mede begrepen het financiële beheer, van de inspectie;

  • d.

    het voorbereiden van het jaarplan, het inspectieplan en het jaarverslag van de inspectie, in samenwerking en afstemming met de overige directies van de inspectie;

  • e.

    het personeelsadvies en -beleid, de personeelsontwikkeling en het personeelsbeheer van de inspectie;

  • f.

    de ondersteuning van de organisatieontwikkeling van de inspectie;

  • g.

    het facilitymanagement en het relatiemanagement met leveranciers van de inspectie, en de afstemming daarover met de directie Bedrijfsvoering van het ministerie, alsmede de beveiliging van personen en gebouwen;

  • h.

    het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen;

  • i.

    het binnen de door de inspecteur-generaal gestelde kaders verzorgen van het informatiemanagement en de informatievoorziening van de inspectie in brede zin, waaronder mede begrepen de specifieke (beveiligings)eisen aan apparatuur voor, toegang tot de gebruiksruimten door en gebruik van informatie door medewerkers, betrokken bij de opsporing, bedoeld in artikel 10;

  • j.

    het verlenen van administratieve ondersteuning voor de werkzaamheden van de inspectie;

  • k.

    de administratieve en secretariële ondersteuning van de inspecteur-generaal, de directeuren en de managers van de inspectie;

  • l.

    het ontvangen, beoordelen en doorgeleiden van ongevalsmeldingen en overige meldingen, klachten signalen, ontheffingsverzoeken en vrijstellingsverzoeken naar de inhoudelijk verantwoordelijke directie, met uitzondering van opsporingssignalen die rechtstreeks worden ontvangen door de directie Opsporing;

  • m.

    het opstellen van boete- en bestuursdwangbeschikkingen van de inspectie in het kader van toezicht en handhaving, en de executie van die beschikkingen;

  • n.

    het geven van waarschuwingen inzake stillegging van werkzaamheden in verband met recidive, alsmede het voorbereiden en bekendmaken van beschikkingen tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive;

  • o.

    de actieve openbaarmaking op grond van artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur van inspectiegegevens bij zware of ernstige asbestovertredingen binnen de kaders van het daaromtrent vastgestelde beleid.

Artikel

9

Verantwoordelijkheden directie Major Hazard Control

De directie Major Hazard Control is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het toezicht op de naleving door werkgevers en werknemers van wet- en regelgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden, met name op het terrein van risico’s op zware ongevallen en – waar voorgeschreven – het beschikken over aanvullende risico-inventarisaties en -evaluaties, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten, dit mede ter zake van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • b.

    het behandelen van klachten over het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein;

  • c.

    het verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen in bedrijven met een hoog risico op zware ongevallen;

  • d.

    het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als genoemd in artikel 5, eerste lid, en artikel 8, onderdeel d, en van landelijke strategieën met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op de terreinen, genoemd in het eerste lid.

Artikel

10

Verantwoordelijkheden directie Opsporing

Artikel

11

Verantwoordelijkheden directie Werk en Inkomen

De directie Werk en Inkomen is verantwoordelijk voor:

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

12

Artikel

13

De volgende bevoegdheden zijn voorbehouden aan de inspecteur-generaal:

  • a.

    het vaststellen van het meerjarig strategisch plan, het jaarplan, het inspectieplan en het jaarverslag van de inspectie, alsmede de plannen van de directie Werk en Inkomen betreffende door de Auditdienst van het ministerie in enig jaar uit te voeren werkzaamheden ten behoeve van het organisatiegerichte rechtmatigheids- en doelmatigheidstoezicht van de directie Werk en Inkomen, en rapporten die worden toegezonden aan een bewindspersoon;

  • b.

    het aangaan en ondertekenen van convenanten of samenwerkingsovereenkomsten met een partij buiten het ministerie, het vaststellen en ondertekenen van brieven, gericht aan een bewindspersoon of secretaris-generaal, alsmede van brieven ter aanbieding van vastgestelde jaarplannen, meerjarenplannen en rapporten aan instellingen die onder toezicht staan van de directie Werk en Inkomen;

  • c.

    het ondertekenen van beschikkingen tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive.

Artikel

14

§

5

Slotbepalingen

Artikel

15

Intrekking en wijziging grondslag regelingen

Artikel

16

Inwerkingtreding

Artikel

17

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
J.A.van den Bos,inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid