Artikel
1
Deze verordening verstaat onder:
|
a. productschap |
: |
Productschap Akkerbouw; |
|
b. bestuur |
: |
bestuur van het productschap; |
|
c. dagelijks bestuur |
: |
dagelijks bestuur van het productschap; |
|
d. voorzitter |
: |
voorzitter van het productschap; |
|
e. secretaris |
: |
secretaris van het productschap; |
|
f. commissie |
: |
Commissie Teeltaangelegenheden; |
|
g. coëxistentie |
: |
het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde, biologische en gangbare teelten; |
|
h. ondernemer |
: |
de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld; |
|
i. ggo-teler |
: |
de ondernemer die gg-gewassen teelt of laat telen; |
|
j. niet-ggo teler |
: |
de ondernemer die geen gg-gewassen teelt en niet onder de in onderdeel k opgenomen definitie valt; |
|
k. ggo-vrije teler |
: |
de biologische en andere ondernemers die geheel ggo-vrij willen blijven en dit integraal in hun bedrijfsvoering hebben doorgevoerd en tevens kunnen aantonen dat hun afnemers specifieke markteisen stellen met betrekking tot de 'ggo-vrije' status van de eindproducten; |
|
l. ggo-vrij gedefinieerde markt |
: |
markt waarbij afnemers specifieke eisen stellen met betrekking tot de 'ggo-vrije' status van de eindproducten; |
|
m. afnemer |
: |
tussenhandelaren, detailhandel (retail) en consumenten; |
|
n. Besluit ggo |
: |
Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen (Staatsblad 1993, 435); |
|
o. toegelaten |
: |
conform het in paragraaf 3.3 van het Besluit ggo bepaalde dan wel conform Verordening (EG) 1829/2003 op de Europese markt toegelaten voor teelt; |
|
p. vergunde |
: |
conform het in paragraaf 3.2 van het Besluit ggo bepaalde vergund; |
|
q. gg-gewassen |
: |
genetisch gemodificeerde rassen van aardappelen, suikerbieten en maïs; |
|
r. aardappelen |
: |
planten van de soort Solanum tuberosum; |
|
s. aardappelopslag |
: |
aardappelplanten gegroeid uit op een perceel achtergebleven aardappelknollen of zaad; |
|
t. suikerbieten |
: |
planten van de soort Beta vulgaris; |
|
u. suikerbietenschieter |
: |
suikerbieten die al in het eerste jaar tot de vorming van zaad zijn overgegaan (dit gaat gepaard met stengelverlenging, of te wel het 'schieten'); |
|
v. suikerbietenopslag (onkruidbieten) |
: |
suikerbieten gegroeid uit zaad gevallen op een perceel waarop in een voorafgaand teeltseizoen suikerbieten zijn geteeld; |
|
w. maïs |
: |
planten van de soort Zea mays; |
|
x. isolatieafstand |
: |
horizontaal gemeten afstand tussen het hart of eerste plant van de rij met gg-gewassen en het hart of eerste plant van de rij met niet gg-gewassen van dezelfde plantensoort bij verschillende telers; |
|
y. perceel |
: |
een ononderbroken oppervlakte grond, in eigendom of in gebruik bij een onderneming, waarop één soort gewas geteeld wordt; |
|
z. belendend |
: |
aangrenzend. |