-
1.
In voorkomende gevallen informeert de president-directeur de minister tijdig over het nemen van beslissingen van:
-
1°.
principieel juridische aard;
-
2°.
beleidsmatig principiële aard, of
-
3°.
politiek- of bestuurlijk-gevoelige aard.
Tevens stelt hij de minister in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zo nodig treedt de president-directeur met de minister in overleg. De minister kan in deze gevallen de aanvraag zelf afhandelen of een bijzonder mandaat aan de president-directeur verlenen voor verdere behandeling van de aanvraag onder voorwaarde van naleving van de voor de afhandeling door de minister gegeven instructies.
-
2.
De president-directeur beslist niet op bezwaar gericht tegen besluiten bedoeld in artikel 2, tweede lid, van dit besluit dan nadat ter zake advies is uitgebracht door een commissie bestaande uit:
-
a.
twee vertegenwoordigers van ProRail, waarvan één tevens handelend als voorzitter;
-
b.
een vertegenwoordiger van het ministerie.
-
3.
Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden voeren bij de uitoefening van hun mandaat, volmacht en machtiging een ordentelijke en voor de minister transparante administratie. Het archief van ProRail bevat ten minste afschriften van ieder genomen besluit, van de verslagen van hoorzittingen van bezwaarcommissies en van de processtukken van beroepsprocedures.
-
4.
Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden verstrekken desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij dit besluit verleende mandaat, volmacht en machtiging.
-
5.
Het in een document vastleggen van een besluit of handeling, genomen respectievelijk verricht op grond van dit besluit geschiedt op briefpapier van ProRail.
-
6.
Een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 5 van dit besluit vermeldt aan het slot:
‘De Minister van Infrastructuur en Milieu,
namens deze:’
gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam.