Besluit van 27 september 2012, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het notarisambt (Besluit op het notarisambt)

Besluit op het notarisambt

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 16 maart 2012, nr. 5727408/12/6;
De Afdeling advisering van Raad van State gehoord (advies van 26 april 2012, nr. W03.12.0082/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 21 september 2012, nr. 304018;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Hoofdstuk

II

Beroepsvereisten

Artikel

2

Het in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedoelde afsluitend examen op het gebied van het recht, dat met goed gevolg afgelegd moet worden om in aanmerking te kunnen komen voor benoeming tot notaris of om het beroep van kandidaat-notaris te kunnen uitoefenen, omvat de volgende onderdelen:

  • a.

    grondige kennis van en inzicht in de volgende onderdelen van het burgerlijk recht – mede in hun onderlinge samenhang –:

    • 1°.

      het personen- en familierecht, in het bijzonder het huwelijksvermogensrecht;

    • 2°.

      het ondernemingsrecht, in het bijzonder het rechtspersonen- en vennootschapsrecht;

    • 3°.

      het vermogensrecht;

    • 4°.

      het recht met betrekking tot registergoederen;

    • 5°.

      het erfrecht, en

    • 6°.

      het internationaal privaatrecht, voor zover van belang voor de notariële praktijkuitoefening;

  • b.

    grondige kennis van en inzicht in het executierecht alsmede kennis van en inzicht in het burgerlijk procesrecht, beslag- en faillissementsrecht, voor zover van belang voor de notariële praktijkuitoefening;

  • c.

    grondige kennis van en inzicht in het belastingrecht, voor zover van belang voor de notariële praktijkuitoefening;

  • d.

    kennis van en inzicht in het bestuursrecht, voor zover van belang voor de notariële praktijkuitoefening;

  • e.

    grondige kennis van en inzicht in het recht met betrekking tot het notariaat, in het bijzonder de wet;

  • f.

    kennis van en inzicht in bedrijfseconomie, voor zover van belang voor de notariële praktijkuitoefening, en

  • g.

    schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid in de vorm van een scriptie of een andere gelijkwaardige, schriftelijke, onderzoeksprestatie op juridisch gebied.

Artikel

3

Hoofdstuk

III

Benoeming, toevoeging en waarneming

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

[gereserveerd]

Hoofdstuk

IV

Het register voor het notariaat

Artikel

8

In het register worden van iedere notaris opgenomen:

  • a.

    de naam, plaats en datum van geboorte;

  • b.

    de plaats van vestiging, onder vermelding van de naam, het adres en de contactgegevens van zijn kantoor;

  • c.

    de datum van benoeming, de datum van eedsaflegging en de ingangsdatum van de bevoegdheid;

  • d.

    de handtekening en paraaf;

  • e.

    het nummer dat op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet op het centraal testamentenregister aan de notaris is toegekend;

  • f.

    de naam van de oud-notaris van wie de notaris een protocol heeft overgenomen en welk protocol nog onder hem berust, onder vermelding van de plaats van vestiging van de oud-notaris en de ingangsdatum en datum van beëindiging van zijn bevoegdheid;

  • g.

    de naam van de toegevoegd notaris, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de notaris, de datum van goedkeuring van de toevoeging, de ingangsdatum van de bevoegdheid en de datum en grond van beëindiging;

  • h.

    de nevenbetrekkingen van de notaris, onder vermelding van de ingangsdatum en datum van beëindiging;

  • i.

    de onherroepelijke oplegging van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 111b, tweede lid, onder vermelding van de beschikking met datum en kenmerk;

  • j.

    de benoeming van een stille bewindvoerder als bedoeld in artikel 25b van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de naam van de bewindvoerder, de ingangsdatum van het bewind en de datum van beëindiging;

  • k.

    schorsing in de uitoefening van het ambt op grond van de artikelen 26 en 27 van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de ingangsdatum van de schorsing en datum van beëindiging;

  • l.

    schorsing in de uitoefening van het ambt of de oplegging van een andere voorlopige voorziening op grond van artikel 106 van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de ingangsdatum van de schorsing of andere voorlopige voorziening en de datum van beëindiging;

  • m.

    het bij onherroepelijke uitspraak gegrond verklaren van een klacht zonder oplegging van een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 103, tweede lid, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk;

  • n.

    de onherroepelijke oplegging van een waarschuwing of berisping, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, en de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de datum waarop de waarschuwing of berisping is uitgesproken dan wel bij aangetekende brief aan de notaris is medegedeeld;

  • o.

    de onherroepelijke oplegging van een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdelen c tot en met f, en vierde lid, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de ingangsdatum van de maatregel en datum van beëindiging;

  • p.

    in geval van benoeming tot waarnemer: de datum van benoeming en de intrekking daarvan, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de naam van de notaris voor wie het ambt wordt waargenomen, de grond van de waarneming en het begin en einde van de waarnemingstermijn;

  • q.

    de naam of namen van de vaste waarnemer of waarnemers, die de notaris in de in artikel 28, onderdelen a en b, van de wet bedoelde gevallen vervangen, de datum van benoeming en de intrekking daarvan, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede het begin en einde van de waarnemingstermijn, en, indien van toepassing, de dagen of dagdelen waarop een vaste waarnemer bevoegd is;

  • r.

    de naam van de ambtshalve benoemde waarnemer, die de notaris in de in artikel 28, onderdelen c, d en e, van de wet bedoelde gevallen vervangt, de datum van benoeming en de intrekking daarvan, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede het begin en einde van de waarnemingstermijn;

  • s.

    de datum en grond van ontslag van rechtswege, op eigen verzoek of op voordracht van Onze Minister;

  • t.

    de datum van beëindiging van het ambt door overlijden.

Artikel

9

In het register worden van iedere toegevoegd notaris opgenomen:

  • a.

    de naam, plaats en datum van geboorte;

  • b.

    de naam en de plaats van vestiging van de notaris of waarnemer onder wiens verantwoordelijkheid en toezicht de toegevoegd notaris werkzaam is;

  • c.

    de datum van goedkeuring van de toevoeging, de datum van eedsaflegging en de ingangsdatum van de bevoegdheid;

  • d.

    de handtekening en paraaf;

  • e.

    de nevenbetrekkingen van de toegevoegd notaris, onder vermelding van de ingangsdatum en datum van beëindiging;

  • f.

    opschorting van de toevoeging, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de ingangsdatum van de opschorting en de datum van beëindiging;

  • g.

    de onherroepelijke oplegging van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 111b, tweede lid, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beschikking met de datum en het kenmerk;

  • h.

    het bij onherroepelijke uitspraak gegrond verklaren van een klacht zonder oplegging van een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 103, tweede lid, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met aanduiding van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk;

  • i.

    de onherroepelijke oplegging van een waarschuwing of berisping, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met aanduiding van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede van de datum waarop de waarschuwing of berisping is uitgesproken dan wel bij aangetekende brief aan de toegevoegd notaris is medegedeeld;

  • j.

    de onherroepelijke oplegging van een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdeel c, derde en vierde lid, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de ingangsdatum van de maatregel en de datum van beëindiging;

  • k.

    in geval van ambtshalve benoeming tot waarnemer, om een notaris in de in artikel 28, onderdelen c, d en e, van de wet bedoelde gevallen te vervangen: de datum van benoeming en intrekking daarvan, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede de naam van de notaris voor wie het ambt wordt waargenomen en het begin en einde van de waarnemingstermijn;

  • l.

    de datum en grond voor beëindiging van de toevoeging.

Artikel

10

In het register worden van iedere kandidaat-notaris opgenomen:

  • a.

    de naam, plaats en datum van geboorte;

  • b.

    de naam en plaats van vestiging van de notaris of notarissen onder wiens verantwoordelijkheid de kandidaat-notaris notariële werkzaamheden verricht, onder vermelding van de ingangsdatum en datum van beëindiging;

  • c.

    de nevenbetrekkingen van de kandidaat-notaris, onder vermelding van de ingangsdatum en datum van beëindiging;

  • d.

    de onherroepelijke oplegging van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 111b, tweede lid, onder vermelding van de datum en het kenmerk van de beschikking;

  • e.

    het bij onherroepelijke uitspraak gegrond verklaren van een klacht zonder oplegging van een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 103, tweede lid, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk;

  • f.

    de onherroepelijke oplegging van een waarschuwing of berisping, bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en kenmerk, en de datum waarop de waarschuwing of berisping is uitgesproken dan wel bij aangetekende brief aan de kandidaat-notaris is medegedeeld;

  • g.

    de onherroepelijke oplegging van een tuchtmaatregel als bedoeld in artikel 103, eerste lid, onderdeel c, derde en vierde lid, van de wet, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met de naam van de tuchtrechtelijke instantie, de datum en het kenmerk, alsmede van de ingangsdatum van de maatregel en datum van beëindiging;

  • h.

    in geval van benoeming tot waarnemer: de datum van benoeming en intrekking daarvan, onder vermelding van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen met datum en kenmerk, de datum van eedsaflegging, de handtekening en paraaf van de kandidaat-notaris, de naam van de notaris voor wie het ambt wordt waargenomen, de grond van de waarneming en het begin en einde van de waarnemingstermijn.

Artikel

11

Hoofdstuk

V

De tuchtrechtspraak

Artikel

12

Artikel

13

Vervallen

Hoofdstuk

VI

Overige bepalingen

Artikel

15

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit op het notarisambt.

Lasten en bevelen dat dit besluit en de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven
De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten