Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 5 december 2012 nr. IenM/BSK-2012/239553, ter implementatie en uitvoering van het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten (Regeling handel in emissierechten)

Regeling handel in emissierechten

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;
Gelet op EU-richtlijn nr. 2003/87/EG (handel in broeikasgasemissierechten), de EU-verordeningen nr. 920/2010 (register handel in broeikasgasemissierechten), nr. 1031/2012 (veiling broeikasgasemissierechten), nr. 600/2012 (verificatie en accreditatie emissiehandel) en nr. 601/2012 (monitoring en rapportage emissiehandel), de EU-beschikkingen nr. 280/2004 (register handel in broeikasgasemissierechten) en nr. 2009/450 (nadere interpretatie van bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG) en de artikelen 16.6, 16.12, 16.13a, 16.14, 16.21, 16.23, tweede lid, 16.29, 16.32, zesde lid, 16.34b, 16.39b, 16.39h in verbinding met de artikelen 16.12 en 16.14, 16.39j, zevende lid, en 16.45 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Besluit 2011/278/EU: Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 130);

  • Kyotorekening: rekening in het PK-register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Verordening (EU) 920/2010 van de Commissie van 7 oktober 2010 tot instelling van een EU-register voor de op 31 december 2012 eindigende perioden van de EU-regeling voor de handel in emissierechten krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking nr. 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • onjuiste opgave: omissie, verkeerde voorstelling of fout in het emissieverslag, met uitzondering van de toelaatbare onzekerheid;

  • rekeninghouder: houder van een

    • 1°.

      exploitanttegoedrekening als bedoeld in artikel 14 van de EU-verordening register handel in broeikasgasemissierechten,

    • 2°.

      vliegtuigexploitantrekening als bedoeld in artikel 15 van de EU-verordening register handel in broeikasgasemissierechten,

    • 3°.

      handelsrekening als bedoeld in artikel 16 van de EU-verordening register handel in broeikasgasemissierechten,

    • 4°.

      persoonstegoedrekening als bedoeld in artikel 16 van de EU-verordening register handel in broeikasgasemissierechten of

    • 5°.

      Kyotorekening;

  • subinstallatie: productenbenchmark-, warmtebenchmark-, brandstofbenchmark- of procesemissiesubinstallatie als bedoeld in artikel 6 van Besluit 2011/278/EU in verbinding met artikel 3, onderdeel b, c, d of h, van dat besluit;

  • wet: Wet milieubeheer.

Artikel

2

Interpretatie en reikwijdte handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart

Artikel

3

Begripsbepalingen bij interpretatie handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart

Voor de toepassing van artikel 2 en de op dat artikel berustende bijlage wordt verstaan onder:

commerciële luchtvervoersonderneming: exploitant die houder is van een bewijs luchtvaartexploitant (AOC) als bedoeld in deel I van bijlage 6 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);

CRCO-vrijstellingscode: code voor vluchten aangewezen door het Centraal Bureau voor routeheffingen van de Eurocontrol-organisatie, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor de vrijstelling van vluchten van routeheffingen;

periode van vier maanden: periode van vier maanden, beslaande de maanden januari tot en met april, mei tot en met augustus of september tot en met december;

vlucht: één vluchtsector, zijnde één vlucht of één van een reeks van vluchten die begint op een parkeerplaats van het luchtvaartuig en eindigt op een parkeerplaats van het luchtvaartuig.

Hoofdstuk

2

Monitoring broeikasgasemissies

Afdeling

2.1

Inrichtingen

§

2.1.1

Toepassingsbereik en begripsbepalingen

§

2.1.2

Aanvraag vergunning en monitoringsplan

Artikel

5

Aanvraag vergunning

Artikel

6

Aanvraag vergunning voor CO2-transportactiviteiten

Artikel

7

Monitoringsplan

Artikel

8

Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten

§

2.1.3

Monitoringsmethodiek en kwaliteitsborging

Artikel

9

Emissiefactor voor aardgas

In het geval van de verbranding van aardgas dat in een landelijk of regionaal gasnetwerk wordt gebruikt, mag degene die een inrichting drijft voor de bepaling van de emissiefactor voor de bronstroom aardgas, waarop niveau 3 als bedoeld in onderdeel 2.1 van bijlage II bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van toepassing is, een standaardemissiefactor gebruiken die jaarlijks door de minister wordt gepubliceerd.

Artikel

10

Duurzaamheid van vloeibare biomassa

Artikel

11

Bemonsteringsplan

Goedkeuring van het bemonsteringsplan, bedoeld in artikel 33 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt door het bestuur van de emissieautoriteit onthouden, indien dit plan niet voldoet aan de daaraan in die verordening gestelde eisen.

Artikel

12

Laboratoria

Artikel

13

Melding parallelmeting

Artikel

14

Melding geen parallelle meting

Indien degene die de inrichting drijft geen gebruik maakt van de resultaten van een parallelle meting als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, meldt hij dit binnen twee weken nadat de resultaten van die meting bekend zijn geworden aan het bestuur van de emissieautoriteit onder opgave van redenen. Bij deze melding worden bedoelde meetresultaten bijgevoegd.

§

2.1.4

Melden van wijzigingen van het monitoringsplan

Artikel

15

Wijzigingen van het monitoringsplan

Artikel

16

Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan

Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan, bedoeld in artikel 23 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld:

  • a.

    binnen vijf dagen na het ontstaan van de tijdelijke wijziging of

  • b.

    in een maandelijks overzicht telkens voor de zesde dag van de volgende maand.

Artikel

17

Standaardformulier

Voor de meldingen wordt gebruikgemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde en elektronisch beschikbaar gestelde standaardformulieren.

§

2.1.5

Emissieverslag

Artikel

18

Emissieverslag

§

2.1.6

Verificatie en het principe van continue verbetering

Artikel

19

Verificatierapport

Voor het verificatierapport, bedoeld in artikel 27 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

20

Niet afleggen van een bezoek aan een broeikasgasinstallatie

De goedkeuring, bedoeld in artikel 31 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt onthouden, indien degene die de inrichting drijft niet ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit heeft aangetoond dat aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voor het niet afleggen van een bezoek door de verificateur is voldaan.

Artikel

21

Periodiek verslag verbetering van de monitoringsmethode

Goedkeuring van het verslag, bedoeld in artikel 69 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt onthouden, indien het verslag niet voldoet aan de in die verordening gestelde eisen.

Afdeling

2.2

Luchtvaartactiviteiten

§

2.2.1

Algemeen

§

2.2.2

Monitoringsplan

Artikel

23

Standaardformulier voor het monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens

De monitoringsplannen, bedoeld in artikel 51, eerste en tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

24

Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten

Artikel

25

Vereenvoudigde risicobeoordeling

Voor kleine emittenten als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel stelt het bestuur van de emissieautoriteit een vereenvoudigde risicobeoordeling vast overeenkomstig artikel 13, tweede lid, van die verordening.

§

2.2.3

Monitoringsmethodiek broeikasgasemissies

Artikel

26

Gebruik biobrandstof

§

2.2.4

Goedkeuring van het monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens

Artikel

27

Termijn goedkeuring monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens

Het bestuur van de emissieautoriteit beslist omtrent goedkeuring van een monitoringsplan als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage, en de artikelen 16.39d, 16.39j, vierde lid, en 16.39n, tweede lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.39j, vierde lid, van de wet binnen vier maanden na de dag waarop dit bestuur het ontwerp van het monitoringsplan heeft ontvangen.

§

2.2.5

Emissieverslag en aanleveren tonkilometergegevens

Artikel

28

Emissieverslag

Het emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

29

Aanleveren tonkilometergegevens

De tonkilometergegevens worden aangeleverd met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

§

2.2.6

Verificatie en het principe van continue verbetering

Artikel

30

Verificatierapport en continue verbetering

De artikelen 19 en 21 zijn van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten.

Hoofdstuk

3

Toewijzing broeikasgasemissierechten

§

3.1

Aanwijzing veiler

Artikel

31

Als veiler als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302), verantwoordelijk voor het veilen van broeikasgasemissierechten voor Nederland, wordt aangewezen het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit.

§

3.2

Verstrekken en kwaliteitsborging van gegevens ten behoeve van de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten voor de periode 2013-2020

Artikel

32

Toepassingsbereik

Artikel

33

Gegevensverstrekking

Artikel

34

Overleggen methodologieverslag

Artikel

35

Standaardformulier

De in artikel 33 bedoelde gegevens worden verstrekt en het methodologieverslag wordt opgesteld en overgelegd op een door het bestuur van de emissieautoriteit aangegeven wijze en met gebruikmaking van een door dat bestuur vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel

36

Algemene eisen inzake de bepaling van in artikel 33 bedoelde gegevens

Artikel

37

Ontbreken van gegevens

Indien met betrekking tot de kalenderjaren 2005 tot en met 2010 of, voor zover van toepassing, 2011 geen gegevens als bedoeld in artikel 33 beschikbaar zijn of indien deze gegevens niet volledig of onduidelijk zijn, worden deze gegevens door degene die de inrichting drijft overeenkomstig Besluit 2011/278/EU op een zodanige wijze geschat dat deze schatting niet leidt tot een te hoge kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten. De wijze waarop tot de schatting is gekomen, wordt opgenomen in het methodologieverslag.

Artikel

38

Verificatierapport van de verificateur

De in artikel 33 bedoelde gegevens en het methodologieverslag gaan vergezeld van een verificatierapport van een hiertoe bevoegde verificateur, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling overeenkomstig artikel 39.

Artikel

39

Verificatiewerkzaamheden

Artikel

40

Informatieverplichting met betrekking tot verificatie

Artikel

41

Eisen aan verificateur

§

3.3

Toewijzing aan nieuwkomers

Artikel

42

Toewijzing aan nieuwkomers

§

3.4

Toepassing artikel 16.34a van de wet

Artikel

43

Aanleveren gegevens bij een voornemen tot wijziging van het toewijzingsbesluit

§

3.5

Wijzigingen broeikasgasinstallatie

Artikel

44

Gehele beëindiging werking broeikasgasinstallatie

Artikel

45

Gedeeltelijke beëindiging werking broeikasgasinstallatie

Artikel

46

Hervatten productie broeikasgasinstallatie

Artikel

47

Vermindering capaciteit broeikasgasinstallatie

Artikel

48

Melding buiten reikwijdte

Indien afdeling 16.2.1 van de wet door een omstandigheid niet meer van toepassing is op de inrichting, meldt de vergunninghouder dit binnen zes weken schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de datum waarop bedoelde omstandigheid zich heeft voorgedaan.

Artikel

49

Formulier en verificatierapport van de verificateur

Artikel

50

Melden wijzigingen periode 1 juli 2011 tot 1 juli 2012

In afwijking van de termijnen, genoemd in de artikelen 43, tweede lid, 44, tweede lid, 45, tweede lid, en 46, tweede lid, worden de bedoelde meldingen uiterlijk 15 augustus 2012 gedaan, indien de wijziging zich heeft voorgedaan in de periode die loopt van 1 juli 2011 tot en met 30 juni 2012.

Hoofdstuk

4

Register

Artikel

51

Vergoeding openen en onderhouden van een rekening

Artikel

52

Vergoeding dienstverlening aan rekeninghouder

Tegen een vergoeding van € 1.350 per kalenderjaar kan een rekeninghouder gebruikmaken van een of meerdere van de volgende door de emissieautoriteit aangeboden diensten:

  • a.

    telefonisch contact met de helpdesk op werkdagen tussen 12.00 en 17.00 uur;

  • b.

    opstellen van rapportages van transacties over een overeengekomen periode tot een maximum van achttien rapportages per kalenderjaar;

  • c.

    controle door de emissieautoriteit op drie vaste momenten per dag van transactieopdrachten van en naar de rekening;

  • d.

    actieve informatievoorziening via nieuwsbrieven en aankondigingen van onderhoud en storingen;

  • e.

    raadplegen van gebruikers bij het bepalen van het tijdstip van onderhoudswerkzaamheden aan het register.

Artikel

53

Aan te leveren informatie aan de nationale administrateur

Artikel

54

Weigering tegoedrekening

Artikel

55

Schorsing persoonstegoedrekening of toegang tot de rekening

Indien een opsporingsdienst een redelijk vermoeden heeft dat met een rekening fraude wordt gepleegd, geld wordt witgewassen, terrorisme wordt gefinancierd of andere ernstige strafbare feiten worden gepleegd, kan die opsporingsdienst de nationale administrateur verzoeken om schorsing van:

  • a.

    de toegang tot de rekening overeenkomstig artikel 31, achtste lid, van de EU-verordening register handel in broeikasgasemissierechten;

  • b.

    de toegang tot de desbetreffende broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van de EU-verordening register handel in broeikasgasemissierechten.

Artikel

56

Verplichtingen voor de houder van een exploitanttegoedrekening, de houder van een vliegtuigexploitanttegoedrekening en de verificateur

Artikel

57

Bevoegdheid tot opschorten storting toegewezen broeikasgasemissierechten

Indien een melding als bedoeld in paragraaf 3.5 tot een significante verlaging van het aantal

toegewezen broeikasgasemissierechten kan leiden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de nationale administrateur verzoeken om de bijschrijving van het aantal toegewezen emissierechten op te schorten.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

58

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel

59

Intrekking regelingen en overgangsrecht handel in NOx-emissierechten

Artikel

60

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handel in emissierechten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W.J.Mansveld.

Bijlage

, behorend bij artikel 2

  • 1.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Deze vluchten worden geïnterpreteerd overeenkomstig het exclusieve doel van de vluchten.

    • b.

      Onder ‘directe familie’ wordt uitsluitend verstaan: echtgenoot, elke als gelijkwaardig aan de echtgenoot beschouwde partner, kinderen en ouders.

    • c.

      Onder ‘ministers van de regering’ wordt verstaan: leden van de regering van het desbetreffende land. Als zodanig worden niet aangemerkt leden van regionale of lokale regeringen van dat land.

    • d.

      Onder ‘officiële dienstreis’ wordt verstaan: dienstreis waarbij betrokkene in een officiële hoedanigheid optreedt.

    • e.

      Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.

    • f.

      Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘S’, voor zover dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan.

  • 2.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder b, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Onder ‘militaire vluchten’ wordt verstaan: vluchten die rechtstreeks verband houden met het verrichten van militaire activiteiten.

    • b.

      Onder deze vluchten vallen niet militaire vluchten die worden uitgevoerd door civiel geregistreerde luchtvaartuigen en evenmin civiele vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen.

    • c.

      Onder douane- en politievluchten worden zowel begrepen door civiel geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten als door militaire luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten.

    • d.

      Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘M’, ‘X’ en ‘P’.

  • 3.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder c, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Onder deze vluchten worden mede verstaan veerdienst- en positioneringsvluchten die worden uitgevoerd met het oog op deze vluchten alsmede vluchten tijdens welke uitsluitend rechtstreeks bij het verlenen van de gerelateerde diensten betrokken uitrusting en personeel worden vervoerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen met behulp van publieke of private middelen uitgevoerde vluchten.

    • b.

      Onder ‘vluchten in verband met opsporing en redding’ wordt verstaan: vluchten tijdens welke opsporings- en reddingsdiensten worden verleend. Hierbij wordt onder ‘opsporings- en reddingsdienst’ verstaan: uitvoering van taken in verband met de bewaking van noodsituaties, communicatie, coördinatie en opsporing en redding, eerste medische hulpverlening of medische evacuatie, met behulp van publieke en private middelen, met inbegrip van samenwerkende luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen, en installaties.

    • c.

      Onder ‘vluchten in het kader van brandbestrijding’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van de verlening van diensten voor brandbestrijding vanuit de lucht, zijnde het gebruik van luchtvaartuigen om natuurbranden te bestrijden.

    • d.

      Onder ‘humanitaire vluchten’ wordt verstaan: uitsluitend voor humanitaire doeleinden uitgevoerde vluchten die bedoeld zijn om hulpverleningspersoneel en hulpgoederen zoals voedsel, kleding, onderdak en medische en andere goederen tijdens of na een noodsituatie of ramp te vervoeren of om personen uit een plaats waar hun leven of gezondheid door die noodsituatie of ramp wordt bedreigd te evacueren naar een toevluchtsoord in dat land of een ander land dat bereid is dergelijke personen op te vangen.

    • e.

      Onder ‘medische noodvluchten’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend tot doel hebben de verlening van medische noodhulp te vergemakkelijken, indien onmiddellijk en snel vervoer essentieel is, door het vervoeren van medisch personeel, medische benodigdheden, met inbegrip van uitrusting, bloed, organen en geneesmiddelen, of zieken of gewonden en andere direct betrokkenen.

    • f.

      Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘H’ en ‘R’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/SAR, STS/FFR, STS/HUM, STS/MEDEVAC of STS/HOSP.

  • 4.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder f, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘T’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als RMK/‘Training flight’.

  • 5.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder g, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.

    • b.

      Voor vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op wetenschappelijk onderzoek geldt dat het wetenschappelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk tijdens de vlucht wordt uitgevoerd. Het vervoer van wetenschappers of onderzoeksuitrusting is hiervoor op zich niet voldoende.

    • c.

      Als vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of grond- of boordapparatuur worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘N‘ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/FLTCK.

  • 6.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    Onder vluchten in het kader van openbaredienstverplichtingen (ODV) binnen ultraperifere gebieden worden uitsluitend verstaan ODV-vluchten binnen één ultraperifeer gebied of tussen twee ultraperifere gebieden.

  • 7.

    Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten

    • a.

      Het commerciële kenmerk houdt verband met de exploitant en niet met de desbetreffende vluchten. In verband hiermee worden alle door een commerciële luchtvervoersonderneming uitgevoerde vluchten in aanmerking genomen om te bepalen of die exploitant onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt, ook al worden die vluchten niet tegen vergoeding uitgevoerd.

    • b.

      Vluchten die onder bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen, blijven buiten beschouwing.

    • c.

      De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden in aanmerking wordt genomen om te bepalen of een exploitant onder of boven de drempels, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, eerste gedachtestreepje, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, valt.

    • d.

      Uitsluitend in aanmerking worden genomen vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Trb. 1957, 16) van toepassing is, waarbij onder ‘luchtvaartterrein’ wordt verstaan: een afgebakende zone op het land of op het water, met inbegrip van gebouwen, installaties en uitrusting, bestemd om geheel of gedeeltelijk te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en het grondverkeer van luchtvaartuigen.