Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 september 2013, 20130000129478, tot verstrekken van subsidie voor scholing en plaatsing van oudere werklozen (Regeling scholing en plaatsing oudere werklozen)
Regeling subsidie scholing en plaatsing oudere werklozen
aangiftetijdvak: het tijdvak van vier weken dan wel één maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen, betrekking heeft danwel, indien de werkgever over een afwijkend tijdvak aangifte doet, het tijdvak waarover loon is betaald van vier weken of één maand of herleid tot vier weken of één maand;
–
arbeidsmarktregio: een arbeidsmarktregio die is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
intermediair: de rechtspersoon die bemiddelingsactiviteiten verricht tussen werkzoekenden en werkgevers, met als doel de werkzoekende duurzaam te plaatsen in een dienstbetrekking en die als zodanig staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
–
kansberoep: beroep waarvan het UWV heeft geoordeeld dat daarvoor een aanmerkelijke hoeveelheid vacatures is in de betreffende arbeidsmarktregio;
–
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
–
oudere werkloze: persoon die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, en op de dag waarop het recht ontstaat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt en tenminste drie maanden een werkloosheidsuitkering heeft;
–
scholing: het volgen van een opleiding of een training gericht op het verwerven van vaardigheden en competenties die benodigd zijn om een beroep of functie uit te kunnen oefenen en die leidt tot een door een branche of sector erkend certificaat of diploma;
De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor op vacature gerichte scholing en voor plaatsing van een oudere werkloze bij een werkgever, door een intermediair.
§
2
Subsidie voor scholing oudere werkloze
Artikel
3
Subsidie aan oudere werkloze voor scholing
1
Voor subsidie voor scholing, gestart op of na de dag van inwerkingtreding van deze regeling, en die maximaal één jaar duurt, komt in aanmerking de oudere werkloze die:
a.
een verklaring van de werkgever heeft waarin wordt vermeld dat de werkgever de intentie heeft om de oudere werkloze, uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de scholing is afgerond, voor tenminste drie maanden, en gemiddeld voor de helft van het aantal uren waarop de uitkering, op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, is vastgesteld, doch niet minder dan gemiddeld 12 uren per week, in dienst te nemen; of
b.
een scholing gaat volgen die opleidt naar een kansberoep.
2
Voor subsidie voor scholing, gestart op of na de dag van inwerkingtreding van deze regeling, kan op aanvraag in aanmerking komen, de oudere werkloze, indien:
a.
de scholing naar het oordeel van het UWV noodzakelijk is;
b.
zonder scholing vrijwel geen uitzicht bestaat op het op korte termijn kunnen aanvaarden van een dienstbetrekking; en
c.
de scholing maximaal één jaar duurt.
Artikel
4
Subsidie aan werkgever voor scholing
Voor subsidie voor scholing komt in aanmerking de werkgever die de oudere werkloze uiterlijk de eerste dag van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de scholing is afgerond, in dienst neemt, met dien verstande dat de dienstbetrekking wordt aangegaan voor:
a.
tenminste drie maanden; en
b.
gemiddeld tenminste de helft van het aantal uren waarop de uitkering, op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, is vastgesteld, doch niet voor minder dan gemiddeld 12 uren per week.
Artikel
5
Subsidiebedrag scholing
De subsidie voor scholing bedraagt 100% van de werkelijke kosten van de scholing, tot een maximum van € 750,–, inclusief BTW, per oudere werkloze en wordt desgevraagd ofwel aan de oudere werkloze, dan wel aan de werkgever verstrekt. Indien zowel de oudere werkloze, als de werkgever voor dezelfde scholing subsidie aanvragen, wordt de subsidie verstrekt aan de subsidieaanvrager wiens volledige subsidieaanvraag als eerste is ontvangen.
Artikel
6
Subsidieaanvraag
De subsidieaanvraag voor scholing wordt, voor aanvang van die scholing, bij het UWV ingediend, met gebruikmaking van een door het UWV beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De aanvraag is volledig als het aanvraagformulier volledig is ingevuld en is ondertekend door de aanvrager en alle gevraagde bijlagen zijn bijgevoegd.
Artikel
7
Weigeren subsidie
1
De subsidie voor scholing wordt geweigerd, indien:
a.
de volledige aanvraag is ontvangen na de aanvang van de scholing van de oudere werkloze;
b.
ten behoeve van dezelfde oudere werkloze subsidie voor scholing, op grond van deze regeling, reeds is verleend; of
c.
de kosten van scholing waarvoor de subsidie wordt aangevraagd reeds uit andere publieke middelen worden gefinancierd.
2
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de aanvrager wiens onvolledige aanvraag voor de aanvang van de scholing van de oudere werkloze is ontvangen en die door het UWV op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen.
Artikel
8
Subsidievaststelling
Indien aan de vereisten voor subsidie voor scholing is voldaan, geeft het UWV binnen acht weken, na ontvangst van de volledige aanvraag, een beschikking tot subsidievaststelling af.
Artikel
9
Subsidiebetaling
Binnen 30 kalenderdagen na het afgeven van de beschikking, bedoeld in artikel 8, betaalt het UWV de subsidie aan de subsidieaanvrager.
§
3
Subsidie voor plaatsing oudere werkloze
Artikel
10
Subsidie voor plaatsing
Voor subsidie voor plaatsing komt in aanmerking, de intermediair door wiens bemiddeling een oudere werkloze een dienstbetrekking van tenminste drie maanden heeft aanvaard, en de oudere werkloze in deze dienstbetrekking:
a.
ieder aangiftetijdvak verloonde uren heeft genoten; en
b.
gemiddeld over de gehele periode voor tenminste de helft van het aantal uren waarop de uitkering, op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, is gebaseerd, doch niet minder dan gemiddeld 12 uren per week werkzaamheden heeft verricht.
Artikel
11
Subsidiebedrag plaatsing
1
De subsidie bedraagt bij een plaatsing in een dienstverband van tenminste drie maanden € 300,–.
2
Indien de plaatsing, bedoeld in het eerste lid, tenminste zes maanden heeft geduurd, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, aangevuld met € 700,–.
3
Indien de plaatsing, bedoeld in het eerste lid, tenminste twaalf maanden heeft geduurd, wordt het bedrag, genoemd in het tweede lid, aangevuld met € 500,–.
Artikel
12
Subsidieaanvraag
1
De subsidieaanvrager kan, ten behoeve van dezelfde oudere werkloze, slechts eenmaal voor een subsidie, als bedoeld in artikel 11, onderscheidenlijk eerste, tweede of derde lid, in aanmerking komen.
2
De aanvraag voor de subsidie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt binnen 30 kalenderdagen na afloop van de periode van 3 maanden ingediend met gebruikmaking van een door UWV beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
3
In aanvulling op de aanvraag bedoeld in het tweede lid, wordt de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 11, tweede lid, binnen 30 kalenderdagen na afloop van de periode van 6 maanden ingediend met gebruikmaking van een door UWV beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
4
In aanvulling op de aanvraag bedoeld in het derde lid, wordt de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 11, derde lid, binnen 30 kalenderdagen na afloop van de periode van 12 maanden ingediend met gebruikmaking van een door UWV beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
5
De aanvraag is volledig als het aanvraagformulier volledig is ingevuld en is ondertekend door de aanvrager en alle gevraagde bijlagen zijn bijgevoegd.
Artikel
13
Weigeren subsidie
1
De subsidie wordt geweigerd, indien:
a.
de volledige aanvraag niet is ontvangen binnen de termijn, genoemd in artikel 12; of
b.
de plaatsing waarvoor de subsidie wordt aangevraagd reeds uit andere publieke middelen wordt gefinancierd.
2
Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de aanvrager wiens onvolledige aanvraag binnen de termijn, genoemd in artikel 12, is ontvangen en die door het UWV op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen.
Artikel
14
Subsidievaststelling
Indien aan de vereisten voor subsidie voor plaatsing is voldaan, geeft het UWV binnen acht weken, na ontvangst van de volledige aanvraag, een beschikking tot subsidievaststelling af.
Artikel
15
Subsidiebetaling
Binnen 30 kalenderdagen na het afgeven van de beschikking, bedoeld in artikel 14, betaalt het UWV de subsidie aan de subsidieaanvrager.
§
4
Overige bepalingen subsidie voor scholing en plaatsing
Artikel
16
Aanvragen subsidie
1
De subsidieaanvraag voor scholing wordt ingediend in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 30 september 2015.
2
De subsidieaanvraag voor plaatsing kan worden ingediend voor dienstverbanden aangevangen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 30 september 2015, binnen de gestelde termijnen, bedoeld in artikel 12.
3
Een subsidieaanvraag die is ingediend na afloop van de periode, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt niet in behandeling genomen.
4
De subsidie wordt toegekend aan de subsidieaanvrager.
Artikel
17
Meldingsplicht en medewerkingverplichting
1
De subsidieaanvrager aan wie subsidie voor scholing is toegekend is verplicht onverwijld een melding te doen aan het UWV zodra aannemelijk is dat de scholing niet of niet geheel zal plaatsvinden, of dat niet aan de overige verplichtingen zal worden voldaan.
2
De subsidieaanvrager aan wie subsidie voor scholing of plaatsing is toegekend is verplicht desgevraagd alle medewerking te verlenen aan een steekproef.
Artikel
18
Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor scholing en plaatsing tezamen bedraagt voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 oktober 2016, € 28.000.000,–.
Artikel
19
Volgorde behandeling subsidieaanvragen
1
Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake indien wordt voldaan aan de artikelen 6 of 12.
2
Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad zijn aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
3
Indien subsidievaststelling op grond van de subsidieaanvragen die op dezelfde datum zijn binnengekomen leidt tot overschrijding van het van toepassing zijnde subsidieplafond, wordt, indien de volgorde van binnenkomst van die aanvragen niet kan worden vastgesteld, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot die aanvragen de volgorde door loting vastgesteld.
Artikel
20
Terugvordering
De verleende subsidie wordt teruggevorderd indien deze ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, is voldaan.
De minister verleent aan het UWV het volgende mandaat:
a.
het UWV is bevoegd om in het kader van de uitvoering van deze regeling namens de minister besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die een privaatrechtelijke rechtshandeling noch een besluit zijn;
b.
het UWV is bevoegd om in het kader van de uitvoering van deze regeling namens de minister te beslissen op bezwaarschriften, met dien verstande dat degene die betrokken is bij het besluitvormingsproces ten aanzien van het bezwaarschrift niet ook betrokken is geweest bij het besluitvormingsproces in eerste aanleg;
c.
het UWV is bevoegd om in het kader van de uitvoering van deze regeling namens de minister in rechte op te treden en tegen rechterlijke uitspraken hoger beroep of cassatie in te stellen, dan wel af te zien van hoger beroep of cassatie.
2
Het UWV is bevoegd in het kader van de uitvoering van deze regeling tot het verlenen van ondermandaat of het doorverlenen van zijn andere vertegenwoordigingsbevoegdheden aan bij het UWV werkzame functionarissen.
3
Hoofdstuk 4 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 is van toepassing op de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze regeling en tevens op de uitoefening van bevoegdheden die krachtens ondermandaat respectievelijk doorverlening van volmacht en machtiging worden uitgeoefend.
Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling.
2
Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3
In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Artikel
25
Opgave lasten en betaling
1
Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de Minister een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling.
2
In afwijking van het eerste lid, wordt de opgave van het totaalbedrag van de geraamde lasten voor het jaar 2013 ingediend voor 1 oktober 2013.
3
De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand.
4
De Minister kan, na overleg met het UWV, van de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen afwijken.
Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de lasten alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot deze regeling en het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
Artikel
27
Evaluatie
Het UWV evalueert de doeltreffendheid van de regeling en brengt daarover uiterlijk 1 juni 2015 verslag uit aan de Minister.
Artikel
28
Inwerkingtreding
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2017.
2
In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2016, van toepassing op de afwikkeling van de subsidie op grond van deze regeling.
Artikel
29
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie scholing en plaatsing oudere werklozen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscher
Bijlage
1
: Arbeidsmarktregio’s
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en gemeenten hanteren voor de Nederlandse arbeidsmarkt een indeling in 35 arbeidsmarktregio’s. Per regio is er een centrumgemeente, hieronder aangeduid met *.