Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder Experimentenwet: Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder Experimentenwet: Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.
Dit hoofdstuk is van toepassing op een experiment met een nieuw stembiljet voor kiezers buiten Nederland.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
kiezer: kiezer, bedoeld in artikel M 1 van de Kieswet;
kandidatenlijsten: kandidatenlijsten die onherroepelijk geldig zijn verklaard als bedoeld in artikel I 17, eerste lid, van de Kieswet.
Onverminderd artikel M 6, eerste lid, van de Kieswet, wordt de kiezer een overzicht van de kandidatenlijsten beschikbaar gesteld.
In afwijking van artikel M 6, eerste lid, aanhef, van de Kieswet zendt Onze Minister aan de kiezer die per e-mail zijn stembiljet wil ontvangen, zo spoedig mogelijk het stembiljet per e-mail en stelt hem het overzicht van de kandidatenlijsten beschikbaar.
Vervallen
Op het briefstembewijs wordt een nummer vermeld. Onze Minister verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente ’s-Gravenhage de informatie nodig voor het produceren van het briefstembewijs.
Er is een register van briefstembewijzen. Dit register wordt beheerd door de burgemeester van ’s-Gravenhage.
Ongeldig is het briefstembewijs of het vervangend briefstembewijs:
waarvoor krachtens artikel 10 een vervangend briefstembewijs is verstrekt;
van iemand die niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd, dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden;
waarvan is vastgesteld dat dit briefstembewijs of vervangend briefstembewijs is ontvreemd of anderszins onrechtmatig in omloop is.
Uiterlijk op de achtste dag voor de dag van de stemming stelt de burgemeester van ’s-Gravenhage uit het register een uittreksel van ongeldige briefstembewijzen vast, dat hij aan alle briefstembureaus verstrekt. Voorts verstrekt de burgemeester aan elk briefstembureau waarvan het adres staat op de retourenveloppe, bedoeld in artikel M 6, eerste lid, van de Kieswet uit het register een uittreksel van geldige briefstembewijzen die vermoedelijk naar dat briefstembureau worden verstuurd.
Vervallen
In afwijking van artikel M 2, tweede lid, van de Kieswet wordt aan de tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer wiens briefstembewijs in het ongerede is geraakt of die geen briefstembewijs heeft ontvangen, op zijn verzoek door de burgemeester van ’s-Gravenhage een nieuw briefstembewijs verstrekt. Dit is een vervangend briefstembewijs. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de kiezer wiens vervangend briefstembewijs in het ongerede is geraakt of die het vervangend briefstembewijs niet heeft ontvangen.
De kiezer die zijn werkelijke woonplaats heeft in Aruba, Curaçao of Sint Maarten doet het verzoek schriftelijk of mondeling via de vertegenwoordiger van Nederland in het land waar hij op de dag van kandidaatstelling zijn werkelijke woonplaats heeft. De overige kiezers doen het verzoek schriftelijk of mondeling aan de burgemeester van ’s-Gravenhage.
Het schriftelijk verzoek dient uiterlijk de twaalfde dag voor de stemming te zijn ontvangen. De kiezer legt bij zijn verzoek een kopie over van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van een verklaring over het bezit van het Nederlanderschap of van de documenten als bedoeld in artikel J 24, tweede lid, van de Kieswet. De kiezer vermeldt in het verzoekschrift of hij zijn vervangend briefstembewijs per post of per e-mail wil ontvangen. Op dit verzoek wordt zo spoedig mogelijk beslist.
Het mondeling verzoek dient uiterlijk de negende dag voor de stemming om twaalf uur te zijn gedaan. De kiezer identificeert zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, met een verklaring over het bezit van het Nederlanderschap of met de documenten als bedoeld in artikel J 24, tweede lid, van de Kieswet. Op dit verzoek wordt terstond beslist.
In artikel M 7, derde en vijfde lid, van de Kieswet wordt in plaats van «het briefstembewijs» telkens gelezen: het briefstembewijs dan wel het vervangend briefstembewijs.
Onverminderd artikel M 10, eerste lid, van de Kieswet, controleert het briefstembureau of het briefstembewijs echt is, of het nummer van het briefstembewijs dan wel het vervangend briefstembewijs voorkomt in het uittreksel van ongeldige briefstembewijzen en of er blijkens het uittreksel van geldige briefstembewijzen niet eerder al een briefstembewijs of een vervangend briefstembewijs met dit nummer is ontvangen.
Het briefstembureau houdt in het uittreksel van geldige briefstembewijzen aantekening bij van de kiezers die tot de stemming zijn toegelaten op basis van een vervangend briefstembewijs.
Indien het nummer van een briefstembewijs dan wel vervangend briefstembewijs niet voorkomt in het uittreksel, bedoeld in het tweede lid, neemt het briefstembureau contact op met de burgemeester van ’s-Gravenhage.
Indien de burgemeester er blijk van geeft dat een briefstembewijs of vervangend briefstembewijs met dat nummer eerder is ontvangen door een ander briefstembureau, dan wordt artikel M 11 van de Kieswet toegepast. Heeft niet eerder een ander briefstembureau een briefstembewijs of vervangend briefstembewijs met dat nummer ontvangen, dan voegt het briefstembureau dat het briefstembewijs of vervangend briefstembewijs heeft ontvangen het nummer toe aan zijn uittreksel van geldige briefstembewijzen en tekent het briefstembureau in wiens uittreksel van geldige briefstembewijzen het nummer voorkomt, daarin aan dat het ontvangen is.
Het bepaalde in de artikelen N 16, eerste lid en V 7, eerste lid, van de Kieswet aangaande briefstembewijzen is van overeenkomstige toepassing op vervangend briefstembewijzen.
Onze Minister stelt voor een verkiezing een van de volgende stembiljetten vast:
een stembiljet, op basis waarvan de kiezer stemt door op het stembiljet eerst de lijst te kiezen waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, en vervolgens het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze te kiezen;
een stembiljet, op basis waarvan de kiezer stemt door op het stembiljet eerst de lijst te kiezen waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, en vervolgens het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze te noteren.
Op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten wordt het logo van een politieke groepering geplaatst, indien:
dat logo is geregistreerd bij het centraal stembureau; en
op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten de aanduiding van die groepering wordt geplaatst.
De logo’s van twee of meer politieke groeperingen worden gezamenlijk geplaatst, indien:
die logo’s zijn geregistreerd bij het centraal stembureau; en
op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, van die politieke groeperingen.
Indien op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten een aanduiding staat, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen van twee of meer politieke groeperingen, en niet van al deze politieke groeperingen een logo is geregistreerd bij het centraal stembureau, wordt geen logo op het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten geplaatst.
Indien Onze Minister het stembiljet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a, vaststelt, stemt de kiezer, in afwijking van artikel M 7, eerste lid, van de Kieswet, door op het stembiljet:
een wit stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, rood, blauw, zwart of groen te maken; en vervolgens
een wit stipje, geplaatst vóór het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze, rood, blauw, zwart of groen te maken.
Indien Onze Minister het stembiljet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder b, vaststelt, stemt de kiezer, in afwijking van artikel M 7, eerste lid, van de Kieswet, door op het stembiljet:
een wit stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, rood, blauw, zwart of groen te maken; en vervolgens
Het kandidaatsnummer van de kandidaat van zijn keuze te noteren in de daarvoor bestemde ruimte.
Indien Onze Minister het stembiljet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a, vaststelt, wordt in afwijking van artikel N 16, derde en vierde lid, van de Kieswet, de geldigheid en de betekenis van een stem vastgesteld op basis van de volgende leden.
Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht met een stembiljet dat bij of krachtens de Experimentenwet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.
Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en vóór het kandidaatsnummer van de kandidaat.
Onverminderd het derde lid is een stem uitgebracht op de eerste kandidaat van een lijst indien:
de kiezer op ondubbelzinnige wijze kenbaar maakt dat de kandidaat van zijn keuze op die lijst staat door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en geen wit stipje, geplaatst vóór de kandidaatsnummers, geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen is gemaakt; en
ondubbelzinnig blijkt dat de kiezer niet met bijschrijvingen op een andere kandidaat heeft willen stemmen.
Indien Onze Minister het stembiljet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder b, vaststelt, wordt in afwijking van artikel N 16, derde en vierde lid, van de Kieswet, de geldigheid en de betekenis van een stem vastgesteld op basis van de volgende leden.
Een stem is geldig die op een kandidaat of blanco is uitgebracht met een stembiljet dat bij of krachtens de Experimentenwet mag worden gebruikt en waarop geen bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.
Een stem is op een kandidaat uitgebracht indien dat op ondubbelzinnige wijze is kenbaar gemaakt door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en door het kandidaatsnummer te noteren in de daarvoor bestemde ruimte op het stembiljet.
Onverminderd het derde lid is een stem uitgebracht op de eerste kandidaat van een lijst indien:
de kiezer op ondubbelzinnige wijze kenbaar maakt dat de kandidaat van zijn keuze op die lijst staat door het geheel of gedeeltelijk rood, blauw, zwart of groen maken van het witte stipje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat behoort, en geen kandidaatsnummer is genoteerd in de daarvoor bestemde ruimte op het stembiljet; en
ondubbelzinnig blijkt dat de kiezer niet met bijschrijvingen op een andere kandidaat heeft willen stemmen.
Onder verantwoordelijkheid van Onze Minister vindt een evaluatie plaats van ieder experiment afzonderlijk.
De evaluatie heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de mate waarin het experiment heeft voldaan aan de volgende criteria:
het stemmen met het nieuwe stembiljet en de mogelijkheid om het stembiljet per e-mail te ontvangen heeft voor de kiezer een meerwaarde boven het stemmen met het huidige stembiljet en het ontvangen van het stembiljet per post, gelet op onder andere:
de snelheid waarmee de kiezer de stembescheiden ontvangt;
de tijd die de kiezer heeft om zijn stem uit te brengen;
de effecten op de stemopneming;
het aantal ongeldige stemmen en de redenen daarvan;
de mate van voorlichting en ondersteuning en het gebruik daarvan door kiezers.
de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten voor de uitvoerende instanties staan in verhouding tot de meerwaarde die het nieuwe stembiljet voor de kiezer in het buitenland heeft.
Het evaluatierapport beschrijft ten minste:
de ervaringen van kiezers, stembureauleden en de uitvoerende instanties bij het experiment;
de kosten van het experiment;
de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten bij het experiment.
de conclusies omtrent de voortzetting van de experimenten, dan wel de invoering van de voorzieningen waarmee is geëxperimenteerd.
Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verstrekken zo spoedig mogelijk aan Onze Minister:
de gegevens uit het bestand, bedoeld in de artikel D 3c, eerste lid, en artikel Y 2, juncto artikel D 3c, eerste lid, van de Kieswet, ten behoeve van de voorlichting over het experiment;
de gegevens van de kiezers die zich bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage hebben geregistreerd, ten behoeve van de evaluatie van het experiment en, indien van toepassing, voor het elektronisch verzenden van de stembiljetten en het beschikbaar stellen van de kandidatenlijsten.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het elektronisch verzenden van het stembiljet en het vervangend briefstembewijs, de registratie van logo’s, het beschikbaar stellen van een overzicht van de kandidatenlijsten, het briefstembewijs, het vervangend briefstembewijs, het register van briefstembewijzen alsmede de uittreksels, bedoeld in artikel 8, derde lid, de werkwijze van het briefstembureau en de evaluatie van het experiment.
Dit hoofdstuk is van toepassing op een experiment in een gemeente die daarvoor is aangewezen krachtens artikel 2, tweede lid, van de Experimentenwet.
Het gemeentelijk stembureau bestaat uit een door burgemeester en wethouders vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter en ten minste één plaatsvervangend voorzitter is, met dien verstande dat het aantal leden ten minste zo veel is dat voor elke locatie van de stemopneming ten minste vijf leden beschikbaar zijn, waaronder de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
Indien bij het nemen van een beslissing door het gemeentelijk stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
Artikel E 4, eerste, tweede en vierde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op leden en plaatsvervangende leden van het gemeentelijk stembureau.
In afwijking van artikel E 4, tweede lid, van de Kieswet kan als lid van een stembureau tevens niet worden benoemd degene die als lid van het gemeentelijk stembureau voor de desbetreffende verkiezing is benoemd.
Bij de gecombineerde stemming voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en de leden van een algemeen bestuur, bedoeld in artikel A 1 van de Kieswet, stelt het college van burgemeester en wethouders een gemeentelijk stembureau voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en een gemeentelijk stembureau voor de verkiezing van de leden van dat algemeen bestuur in.
De artikelen J 4a, derde lid, J 35, eerste en tweede lid, N 1, tweede lid, van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op personen die geen kiezer zijn.
De artikelen N 6, N 8 tot en met N 9 en N 11 tot en met N 13 van de Kieswet zijn niet van toepassing.
Voor de toepassing van artikel N 10 van de Kieswet wordt voor «, in artikel N 9 vermeld,» gelezen: van het stembureau.
De pakken, bedoeld in artikel N 2, van de Kieswet, en artikel 23, eerste lid, worden in een transportbox gedaan.
Het proces-verbaal van het stembureau wordt overgedragen aan het gemeentelijk stembureau. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de transportbox wordt vervoerd naar een locatie voor de stemopneming en wordt overgedragen aan het gemeentelijk stembureau.
Indien de stemopneming op meer dan één locatie geschiedt, besluiten burgemeester en wethouders uiterlijk de zevende dag voor de stemming op welke locatie de stemopneming voor ieder stembureau plaatsvindt.
Nadat de transportbox door het stembureau is overgedragen ten behoeve van het vervoer naar een locatie voor de stemopneming, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat de zegels op de transportbox en de pakken niet worden verbroken totdat het gemeentelijk stembureau aanvangt met zijn werkzaamheden.
Het gemeentelijk stembureau kan zich bij de stemopneming doen bijstaan door personen, daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen.
Het gemeentelijk stembureau is belast met de handhaving van de orde tijdens de stemopneming. Het kan daartoe de burgemeester om bijstand verzoeken.
Indien zich naar het oordeel van het gemeentelijk stembureau omstandigheden voordoen in of bij de locatie van de stemopneming die de behoorlijke voortgang van de stemopneming onmogelijk maken, wordt dit door het gemeentelijk stembureau verklaard. De stemopneming wordt daarop geschorst. Het gemeentelijk stembureau doet hiervan terstond mededeling aan de burgemeester. De burgemeester bepaalt vervolgens wanneer en waar de zitting wordt hervat.
Indien de stemopneming op meer dan één locatie geschiedt, zijn op elke locatie ten minste vijf leden van het gemeentelijk stembureau aanwezig, waaronder de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
Indien de stemopneming op meer dan één locatie geschiedt, besluiten en handelen de aanwezige leden van het gemeentelijk stembureau namens het gemeentelijk stembureau. Indien bij het nemen van een beslissing door de aanwezige leden van het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter of, indien de voorzitter niet aanwezig is, de plaatsvervangend voorzitter.
Het gemeentelijk stembureau verricht voor elk stembureau separaat de handelingen als bedoeld in de artikelen 32 tot en met 36.
Het gemeentelijk stembureau opent de verzegelde transportbox en de verzegelde pakken met stembiljetten.
Het gemeentelijk stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:
het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;
de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a.
Het gemeentelijk stembureau beslist met inachtneming van artikel N 7 van de Kieswet over de geldigheid van het stembiljet.
Indien er een verschil is tussen het aantal getelde stemmen en het aantal toegelaten kiezers, opent het gemeentelijk stembureau de verzegelde pakken, bedoeld in artikel N 2, eerste lid, van de Kieswet en stelt het de aantallen geldige stempassen, kiezerspassen en volmachtbewijzen voor het stembureau opnieuw vast.
In afwijking van artikel N 1, eerste lid, tweede zin, van de Kieswet, is de som van deze aantallen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.
Het gemeentelijk stembureau stelt vast het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld. Voor zover mogelijk geeft het gemeentelijk stembureau hiervoor een verklaring.
Het gemeentelijk stembureau deelt de aantallen, bedoeld in de artikelen 32, 34 en 35 en in artikel N 1, eerste lid, van de Kieswet, mede. De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen.
De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. De bezwaren worden in het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau vermeld.
Nadat de stemopneming is afgerond, stelt het gemeentelijk stembureau zo spoedig mogelijk in een openbare zitting voor de gemeente voor iedere lijst vast het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen en de som van deze aantallen.
Het gemeentelijk stembureau stelt voor de gemeente tevens vast:
het aantal blanco stemmen;
het aantal ongeldige stemmen;
het aantal stemmen dat bij volmacht is uitgebracht; en
het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld. Voor zover mogelijk geeft het gemeentelijk stembureau hiervoor een verklaring.
Indien een experiment wordt gehouden in de gemeente ’s-Gravenhage zijn de volgende leden van toepassing.
In afwijking van artikel N 20, tweede lid, van de Kieswet, wordt het proces-verbaal van een briefstembureau terstond langs elektronische weg ter kennis van het gemeentelijk stembureau van ’s-Gravenhage gebracht.
In afwijking van artikel N 20, derde lid, van de Kieswet, wordt het proces-verbaal van een briefstembureau met de in artikelen M 8, N 2 en N 16 van de Kieswet, bedoelde verzegelde pakken zo spoedig mogelijk naar het gemeentelijk stembureau van ’s-Gravenhage overgebracht.
In afwijking van artikel N 21 van de Kieswet, vindt door het gemeentelijk stembureau van ’s-Gravenhage de vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, eerst plaats nadat hem tevens alle processen-verbaal van de briefstembureaus ter kennis zijn gebracht.
Het gemeentelijk stembureau maakt bij de vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, apart melding van de stemmen die in de briefstembureaus zijn uitgebracht.
De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. De bezwaren worden in het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau vermeld.
Het gemeentelijk stembureau maakt het proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.
Het gemeentelijk stembureau brengt onverwijld een afschrift van zijn proces-verbaal over naar het vertegenwoordigend orgaan en het hoofdstembureau.
Het gemeentelijk stembureau draagt het proces-verbaal, bedoeld in artikel N 10, eerste lid, van de Kieswet, of de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, over aan burgemeester en wethouders.
In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet kan het hoofdstembureau voor een verkiezing van de leden van een vertegenwoordigend orgaan met twee of meer kieskringen uiterlijk een week voor de stemming besluiten dat zijn zitting op de tweede dag na de stemming betreffende de vaststelling van de verkiezingsuitslag op een later tijdstip dan 10:00 uur plaatsvindt.
Burgemeester en wethouders brengen het proces-verbaal, bedoeld in artikel N 10, eerste lid, van de Kieswet, of de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, op verzoek van het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan over naar het centraal stembureau respectievelijk het vertegenwoordigend orgaan.
Burgemeester en wethouders bewaren de pakken, bedoeld in de artikelen N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, en de processen-verbaal van de stembureaus die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist. Daarna vernietigt het deze stukken onmiddellijk, tenzij:
de officier van justitie of de rechter-commissaris in het kader van een strafrechtelijk onderzoek een verzoek heeft gedaan tot overdracht van deze stukken, in welk geval de vernietiging plaatsvindt nadat dit onderzoek is afgerond;
strafvervolging is ingesteld wegens een strafbaar gestelde gedraging in de Kieswet of de artikelen 125 tot en met 129 van het Wetboek van Strafrecht, in welk geval de vernietiging plaatsvindt nadat er een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is.
Nadat is beslist over de toelating van de gekozenen, zijn burgemeester en wethouders bevoegd de pakken, bedoeld in de artikelen N 2 van de Kieswet of de artikelen 34, derde lid, of 36, tweede lid, die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, te openen en deze pakken, alsmede de processen-verbaal van de stembureaus die niet naar het centraal stembureau of het vertegenwoordigend orgaan zijn overgebracht, over te dragen aan de officier van justitie ten dienste van een onderzoek naar enig strafbaar feit.
Onder verantwoordelijkheid van Onze Minister vindt een evaluatie plaats van ieder experiment afzonderlijk, dan wel gezamenlijk met een of meer andere, met elkaar samenhangende experimenten.
De evaluatie heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de mate waarin het experiment heeft voldaan aan de volgende criteria:
de centrale stemopneming heeft voor de uitvoerende instanties, de kiezer en politieke partijen een meerwaarde boven de stemopneming in ieder stembureau, gelet op onder andere:
de tijd die het kost om de stemopneming te verrichten;
het aantal keer dat de stemmen meer dan één keer worden geteld;
hoeveel verschillen worden geconstateerd met de voorlopige telling door het stembureau; en
de bezwaren die door personen zijn ingediend en hoe daar mee is omgegaan.
de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten voor de uitvoerende instanties staan in verhouding tot de meerwaarde die de centrale stemopneming heeft.
Het evaluatierapport beschrijft ten minste:
de ervaringen van kiezers, politieke partijen en de uitvoerende instanties bij het experiment;
de kosten van het experiment;
de organisatorische consequenties en de financiële en administratieve lasten bij het experiment.
de conclusies omtrent de voortzetting van experimenten, dan wel de invoering van de voorzieningen waarmee is geëxperimenteerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden over het vervoer van de stembescheiden en het proces-verbaal van het stembureau, de werkwijze van het gemeentelijk stembureau en de evaluatie van het experiment.
In afwijking van de artikelen Y 2, Y 22 tot en met Y 23, Y 24 en Y 39 van de Kieswet is dit besluit van overeenkomstige toepassing op een experiment dat wordt gehouden bij de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement, met dien verstande dat:
onverminderd artikel 8, tweede lid, is ongeldig het briefstembewijs van de kiezer die in een andere lidstaat van de Europese Unie als kiezer voor de leden van het Europees Parlement is geregistreerd;
in afwijking van artikel 26 de stemopneming plaatsvindt op de eerste werkdag na de sluiting van de stembussen in de lidstaat waar de kiezers het laatst hun stem uitbrengen tijdens de stemmingsperiode, bedoeld in de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europees Parlement (Brussel, 20 september 1976, Trb. 1976, 175); en
in afwijking van artikel Y 2 juncto artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, het hoofdstembureau op de dag na de dag van de stemopneming om tien uur een openbare zitting houdt.
Vervallen
Vervallen
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van de dag dat de Tijdelijke Experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming (Stb. 2013, 240) vervalt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.