Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 22 september 2014, nr. 2014-0000503977, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie in de vorm van een lening aan verhuurders ten behoeve van het treffen van voorzieningen aan woningen (Regeling fonds energiebesparing huursector)

Regeling fonds energiebesparing huursector

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    verhuurder: een rechtspersoon die een of meer voor verhuur bestemde woningen in eigendom heeft;

  • b.

    woningcorporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;

  • c.

    woning: een gebouwde onroerende zaak, met inbegrip van de onroerende aanhorigheden, voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden verhuurd, tenzij het een woning betreft waarin het een huurder niet is toegestaan om zijn hoofdverblijf te hebben;

  • d.

    maximale huurgrens: het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;

  • e.

    project: een project als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 3, eerste lid;

  • f.

    energieklasse: een energieklasse als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen, zoals die vóór 1 januari 2015 luidde;

  • g.

    energieprestatiecertificaat: een energieprestatiecertificaat als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen, zoals dat vóór 1 januari 2015 luidde;

  • h.

    energie-index: het cijfer dat het energieverbruik aangeeft op basis van de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een woning en dat is vastgesteld en afgegeven door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, delen 00 en 01;

  • i.

    minister: de minister voor Wonen en Rijksdienst;

  • j.

    Kaderbesluit: het Kaderbesluit BZK-subsidies;

  • k.

    DAEB-Vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C 9380), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • l.

    BRL 9500: Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen;

  • m.

    EPA-opnemer: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de ‘EPA-opnemer’ conform bijlage 3 van BRL 9500, deel 01;

  • n.

    EPA-adviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van de ‘EPA-adviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500, deel 01;

  • o.

    representativiteit: representativiteit conform BRL 9500, deel 01;

  • p.

    opnamedatum: de datum waarop een woning ter bepaling van de energie-index door een EPA-opnemer of een EPA-adviseur is bezichtigd en opgenomen.

Artikel

2

Activiteiten waarvoor subsidie aan woningcorporaties wordt verstrekt

Artikel

3

Activiteiten waarvoor subsidie aan andere verhuurders wordt verstrekt

Artikel

4

Subsidieplafonds

Artikel

5

Hoogte subsidie

Artikel

6

Europees kader

Indien de verhuurder geen woningcorporatie is, of indien de verhuurder een woningcorporatie is en de aanvraag tot verlening van subsidie betrekking heeft op woningen boven de maximale huurgrens, wordt de subsidie verstrekt met toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

7

Aanvraag

Artikel

8

Afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit beslist de minister afwijzend op een aanvraag:

  • a.

    indien onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie tijdig kan worden terugbetaald; of

  • b.

    indien op basis van de aanvraag wordt beoordeeld dat de te verlenen subsidie minder dan € 75.000 bedraagt.

Artikel

9

Leningsovereenkomst met WSW-borg

Artikel

10

Leningsovereenkomst zonder WSW-borg

Artikel

11

Subsidieverplichtingen

Artikel

11a

Subsidieverplichtingen bij oud energieprestatiecertificaat

Artikel

12

Administratieverplichting woningcorporaties

Indien de subsidieontvanger een woningcorporatie is, administreert hij de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie.

Artikel

13

Eigendomsoverdracht woningen

Artikel

14

Aanvraag tot vaststelling

Artikel

15

Vaststelling van de subsidie

Artikel

15a

De minister kan van artikel 15 afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

16

Inwerkingtreding

Artikel

17

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling fonds energiebesparing huursector.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage
De Minister voor Wonen en Rijksdienst,S.A.Blok