Regeling Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten

Op grond van artikel 62 jo. 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vastgesteld.

Artikel

1

Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten die tot en met 2013 begrotingsgefinancierd waren en zorg verrichten, c.q. leveren, op het gebied van eerstelijnsdiagnostiek.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling stelt voorschriften met betrekking tot de invoering en werking van de prestatiebekostiging voor huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten.

Artikel

3

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    eerstelijnsdiagnostiek (ELD): diagnostisch onderzoek op aanvraag van een eerstelijns zorgaanbieder.

  • b.

    zorgaanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wmg.

  • c.

    zelfstandige trombosedienst: zorgaanbieder, tevens instelling1.Het gaat hier dus niet om trombosediensten, waarvan de omzet c.q. productie deel uitmaakt van de totale omzet c.q. productie van een (academisch) ziekenhuis of ZBC, maar om zelfstandige instellingen, die beschikken over een eigen toelating op grond van de WTZi. Dit sluit overigens niet uit, dat een zelfstandige trombosedienst in fysieke zin is gehuisvest in een gebouw of bouwdeel van een (academisch) ziekenhuis of ZBC. voor medisch specialistische zorg als bedoeld in artikel 1.2, sub 3, van het Uitvoeringsbesluit WTZi, die zorg bij of krachtens de Zvw levert welke zorg bestaat uit de geregelde controle van het stollend vermogen van het bloed van personen die antistollingstherapie ondergaan.

  • d.

    huisartsenlaboratorium: zorgaanbieder die geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 2.4, van het Besluit Zorgverzekering, levert en welke zorg zich toespitst op het uitvoeren diagnostisch (laboratorium)onderzoek op verzoek van eerstelijnszorgaanbieders, zoals huisartsen en verloskundigen.

  • e.

    begrotingsgefinancierde zorgaanbieder: zorgaanbieder die gefinancierd wordt op basis van een jaarlijkse begroting, waarbij jaarlijks (tot en met 2013), door middel van een sluittarief, de opbrengsten worden gelijkgesteld aan de maximaal aanvaardbare kosten of werkelijke kosten van die zorgaanbieder2.Indien de werkelijke kosten lager zijn dan de maximaal aanvaardbare kosten, worden de opbrengsten gelijkgesteld met de werkelijke kosten. Indien de werkelijke kosten hoger zijn dan de aanvaardbare kosten, worden de opbrengsten gelijkgesteld met de aanvaardbare kosten..

  • f.

    transitieperiode: het jaar 2014.

  • g.

    schaduwbudget: budget als bedoeld in artikel 5 van de beleidsregel ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’.

  • h.

    omzet uit prestatiebekostiging: gerealiseerde omzet als bedoeld in artikel 6 van de beleidsregel ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’.

  • i.

    transitiebedrag: verschil tussen het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebegroting.

  • j

    accountant: een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel

4

Te verstrekken informatie voor afwikkeling oude jaren

Artikel

5

Gegevensverstrekking voor transitiebedrag

Artikel

6

Procedure voor aanleveren van informatie

Artikel

7

Accountantscontrole gegevensverstrekking

De instelling draagt er zorg voor dat een accountant de juistheid van de te verstrekken gegevens en inlichtingen, als bedoeld in artikel 5, bevestigt overeenkomstig de wijze als beschreven in het Controleprotocol, toegevoegd als bijlage 1.

Artikel

8

Wijze van gegevensverstrekking

De in deze regeling bedoelde formulieren en het controleprotocol worden beschikbaar gesteld op de website van de NZa (www.nza.nl). De bedoelde opgaven worden verstuurd naar formulierencure@nza.nl met als onderwerp ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’.

Artikel

10

Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling vervangt regeling NR/CU-250 die reeds op 1 januari 2014 in werking is getreden.

Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg zal deze regeling in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regel kan worden aangehaald als: regeling ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’.

Nederlandse Zorgautoriteit, M.A. Ruys voorzitter Raad van Bestuur a.i.

Bijlage

1

Copro 14080

Controleprotocol vaststelling transitiebedrag 2014

Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten

Versie 3.0, september 2014

1

Inleiding

Het Controleprotocol ‘Vaststelling transitiebedrag 2014 Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’ (protocol) bevat het toetsingskader voor de door de externe accountant uit te voeren controle van de juistheid van het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging3De begrippen ‘schaduwbudget’ en ‘omzet uit prestatiebekostiging’ zijn gedefinieerd in de beleidsregel ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’. in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’. Het doel van het protocol is niet om de aanpak van het onderzoek voor te schrijven, maar om de kaders te geven waarbinnen het onderzoek moet plaatsvinden.

De zorgaanbieder moet het door de externe accountant gewaarmerkte formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’, ondertekend door het bestuur van de zorgaanbieder en de zorgverzekeraars, voorzien van een controleverklaring voor 1 juni 2015 indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

2

Doel van het onderzoek

Het bestuur van de zorgaanbieder dient zich in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’ te verantwoorden over het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging. Door middel van accountantsonderzoek stelt de externe accountant vast dat het door de zorgaanbieder verantwoorde schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’ zowel op juiste wijze aansluiten op de jaarrekening 2014 als juist zijn berekend met inachtneming van de geldende NZa beleidsregel (kenmerk: BR/CU-2110) en nadere regel (kenmerk: NR/CU-243) ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’.

3

Inhoud van het onderzoek

3.1

Object van onderzoek en beleidskader

Het object van onderzoek is de door de zorgaanbieder opgestelde formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’. Het beleidskader voor de controle wordt gevormd door de van toepassing zijnde beleidsregels en nadere regels.

De van toepassing zijnde beleidsregels en nadere regels zijn:

  • Beleidsregel ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’ (BR/CU-2110)

  • Regeling ‘Transitie huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten ‘(kenmerk: NR/CU-259)

Voor de berekening van omzet uit prestatiebekostiging:

Voor de berekening van het schaduwbudget:

Voor huisartsenlaboratoria:

  • Beleidsregels ‘huisartsenlaboratoria’ (kenmerk BR/CU-2098),

Voor trombosediensten

  • Beleidsregel ‘trombosediensten’ (met kenmerk BR/CU-2083),

In circulaire CI/13/33C d.d. 6 september 2013 is de werking van het transitiemodel nader toegelicht.

Overige van toepassing zijnde regels zijn:

De hierboven genoemde beleidsregels en nadere regels vormen het beleidskader voor de controle door de accountant, echter uitsluitend indien en voor zover deze regels de grondslag vormen voor de in de paragraaf 3.2 vermelde toetsingscriteria.

3.2

Toetsingscriteria

Voor de controle van de juistheid van het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’ baseert de externe accountant zich op de gecontroleerde jaarrekening 2014. Indien sprake is van een niet-goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening beoordeelt de accountant wat de gevolgen hiervan zijn voor de controle van het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging. Hij brengt deze gevolgen tot uitdrukking in zijn controleverklaring bij de opgaven in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’.

De externe accountant kiest een zodanige controleaanpak dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat zowel het schaduwbudget als de omzet uit prestatiebekostiging op juiste wijze aansluiten op de jaarrekening en juist zijn berekend met inachtneming van de hieronder genoemde toetsingscriteria.

De externe accountant moet in ieder geval vaststellen dat:

  • Het formulier juist en volledig is ingevuld, rekening houdend met de toelichting/invulinstructie die onderdeel van het formulier vormt.

  • De in het formulier opgenomen cijfermatige gegevens aansluiten op de jaarrekening en, voor zover niet uit de jaarrekening af te leiden, op juiste wijze zijn ontleend aan de intern beschikbare registraties.

  • De in het formulier opgenomen cijfermatige gegevens zijn opgenomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde de NZa-beleidsregels en nadere regels zoals vermeld in paragraaf 3.1 van dit protocol.

3.3

Materialiteit en controletolerantie

Bij zijn oordeelsvorming omtrent (1) het schaduwbudget en (2) de omzet uit prestatiebekostiging in het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2012’ streeft de externe accountant naar een redelijke mate van zekerheid. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, moet uitgegaan worden van een betrouwbaarheid van 95%.

Een controleverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven eerder genoemde betrouwbaarheid, niet meer dan 1% respectievelijk 3% van het schaduwbudget en de omzet uit prestatiebekostiging onjuist en onvolledig respectievelijk onzeker is.

Voor de strekking van de controleverklaring gelden de volgende toleranties, voor elk van de componenten ‘schaduwbudget’ en ‘omzet bij prestatiebekostiging’ afzonderlijk. Deze zijn uitgedrukt in een percentage van het schaduwbudget, respectievelijk de omzet bij prestatiebekostiging volgens het formulier.

Fouten in het formulier

≤ 1%

> 1% en ≤ 3%

n.v.t.

> 3%

Onzekerheden in de controle

≤ 3%

> 3% en ≤ 10%

> 10%

n.v.t.

De externe accountant rapporteert aan de zorgaanbieder alle tijdens de controle gevonden fouten voor zover deze meer dan 0,1% van het schaduwbudget, respectievelijk de omzet bij prestatiebekostiging betreffen. De zorgaanbieder corrigeert alle door de externe accountant gerapporteerde fouten. Hierbij maakt hij onderscheid in structurele en incidentele fouten. Structurele fouten worden in de gehele massa gecorrigeerd. Incidentele fouten worden voor de gevonden post gecorrigeerd. Daarnaast wordt voor alle geconstateerde fouten beoordeeld welke consequenties hieraan moet worden verbonden voor de gehele massa. De benoemde rapportagetolerantie van 0,1% heeft geen gevolgen voor de controleaanpak en te verstrekken controleverklaring.

Er is sprake van een fout in het formulier wanneer uit de controle is gebleken dat (een gedeelte van) de gegevens over 2014 niet in overeenstemming is met één of meer van de toetsingscriteria zoals vermeld in paragraaf 3.2 van dit protocol.

Er is sprake van een onzekerheid in de controle wanneer er onvoldoende controle-informatie aanwezig is om te bepalen of (een gedeelte van) het formulier wel of niet in overeenstemming is met één of meer van de toetsingscriteria zoals vermeld in paragraaf 3.2 van dit protocol.

De accountant kan in het kader van de toepassing van dit protocol uitgaan van de juistheid van gegevens in bronsystemen die voor jaarrekeningdoeleinde zijn getoetst, tenzij hij indicaties heeft dat de bronsystemen op het punt van de uitgevraagde kostprijsinformatie onvoldoende betrouwbaar zijn. Als sprake is van onbetrouwbare indicaties zal de accountant deze aspecten nader onderzoeken of, als dit niet mogelijk is, de gevolgen voor de betrouwbaarheid van de kostprijsinformatie tot uitdrukking brengen in de controleverklaring.

Een voorbeeld controleverklaring is toegevoegd als bijlage 1 van dit controleprotocol.

Bijlage 1

Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring

Hieronder is een voorbeeldtekst opgenomen voor de goedkeurende controleverklaring bij het formulier ‘Vaststelling transitiebedrag 2014’.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Afgegeven ten behoeve van de Nederlandse Zorgautoriteit

Aan: opdrachtgever

Wij hebben het bijgevoegde, door ons gewaarmerkte, formulier vaststelling transitiebedrag 2014 (formulier) van .......... (naam instelling) te .......... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd.

Verantwoordelijkheid van het bestuur

Het bestuur van de entiteit5Afhankelijk van de aard van de entiteit vervangen door een meer passende aanduiding, zoals ‘het bestuur van de stichting’ of ‘het bestuur van de vennootschap’ is verantwoordelijk voor het opstellen van het formulier in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving zoals weergegeven in hoofdstuk 3.1 van het ‘Controleprotocol vaststelling transitiebedrag 2014 Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’. Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van het formulier mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Verantwoordelijkheid van de accountant

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het formulier op basis van onze controle. Wij hebben ons onderzoek verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het ‘Controleprotocol vaststelling transitiebedrag 2014 Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het formulier geen afwijkingen van materieel belang bevat.

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in het formulier. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het formulier een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.

Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van het formulier door de entiteit, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van het formulier, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het formulier.

Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle informatie voldoende en geschikt is om een basis voor ons oordeel te bieden.

Oordeel

Naar ons oordeel is het formulier vaststelling transitiebedrag 2014 van .......... (naam instelling) in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving zoals weergegeven in hoofdstuk 3.1 van het ‘Controleprotocol vaststelling transitiebedrag 2014 Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’.

Beperking in gebruik en de verspreidingskring

Het formulier is opgesteld voor de Nederlandse Zorgautoriteit met als doel .......... (naam instelling) in staat stellen te voldoen aan de van toepassing zijnde regelgeving zoals weergegeven in hoofdstuk 3.1 van het ‘Controleprotocol vaststelling transitiebedrag 2014 Voorheen begrotingsgefinancierde instellingen, die per 2014 zijn overgegaan op prestatiebekostiging: huisartsenlaboratoria en zelfstandige trombosediensten’. Hierdoor is dit formulier mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Het formulier met onze controleverklaring is daarom uitsluitend bestemd voor de Nederlandse Zorgautoriteit en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.

Plaats, datum

..........

Naam accountantsorganisatie

..........

Naam externe accountant en ondertekening met die naam

..........

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden

..........