Besluit van de inspecteur-generaal van het Onderwijs van 19 maart 2015, nr. 4509181, houdende vaststelling van de organisatie van en de mandaatbevoegdheden binnen de Inspectie van het Onderwijs (Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015)

Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    besluit: Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008

  • b.

    bewindspersoon: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

  • c.

    inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van het Onderwijs;

  • d.

    inspectie: Inspectie van het Onderwijs

  • e.

    inspectieleiding: inspecteur-generaal en de hoofdinspecteurs;

  • f.

    minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • g.

    ministerie: ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • h.

    wet: Wet op het onderwijstoezicht.

Artikel

2

Organisatie van de Inspectie van het Onderwijs

De inspecteur-generaal stelt de organisatie van de inspectie vast zoals deze is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel

3

(Onder)mandaatverlening geattribueerde toezichttaken en andere taken

§

2

Mandaatverlening ten aanzien van de aan de inspectie geattribueerde toezichttaken

Artikel

4

Voorbehouden aan de inspecteur-generaal

Aan de inspecteur-generaal is onder meer voorbehouden:

  • a.

    het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de bewindslieden van het ministerie en andere ministeries,

  • b.

    het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de secretaris-generaal van het ministerie en andere ministeries,

  • c.

    het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

  • d.

    het afdoen en ondertekenen van stukken gericht aan bewindslieden en secretarissen-generaal van andere ministeries,

  • e.

    de vaststelling van het jaarwerkplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, en het onderwijsverslag, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet,

  • f.

    de vaststelling van de toezichtkaders, bedoeld in artikel 13 van de wet,

  • g.

    de vaststelling van het thema rapport, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet,

  • h.

    de besluitvorming over toezichtinhoudelijke zaken die op het niveau van de inspectieleiding worden besproken,

  • i.

    het verlenen en intrekken van mandaten, en,

  • j.

    het nemen van een besluit op een bezwaar tegen een besluit van de inspectie.

Artikel

5

Mandaatverlening aan hoofdinspecteurs, directeuren Toezicht, directeur Rekenschap en Juridische zaken, directeur Kennis en inspecteurs respectievelijk auditoren

§

3

Ondermandaatverlening in het kader van andere taken krachtens het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008

Artikel

6

Voorbehouden aan de inspecteur-generaal

Artikel

7

Ondermandaatverlening door de inspecteur-generaal aan de hoofdinspecteurs, de directeur Staf, de plaatsvervangend directeur Staf, de directeur Kennis, de directeur Rekenschap en Juridische Zaken, de directeur Toezicht

§

4

Ondermandaatverlening in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

§

5

Plaatsvervanging

Artikel

9

Plaatsvervanging bij afwezigheid of verhindering inspecteur-generaal

Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering zijn bevoegdheid uitgeoefend overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2 bij dit besluit. Dit mandaat omvat niet de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van (onder)mandaten.

Artikel

10

Plaatsvervanging bij verhindering of afwezigheid

§

6

Slotbepalingen

Artikel

11

Intrekking Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs

Artikel

12

Inwerkingtreding en bekendmaking

Artikel

13

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De inspecteur-generaal van het Onderwijs, M. Vogelzang

Bijlage

1

Bij het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015

Deze bijlage bevat

I een organogram van de Inspectie van het Onderwijs

II een organisatiebeschrijving van de Inspectie van het Onderwijs

III de portefeuilleverdeling over de leden van het MT-inspectie

I

organogram van de Inspectie van het Onderwijs

II

Organisatiebeschrijving Inspectie van het Onderwijs

De inspecteur-generaal van het Onderwijs (IGO) is, conform de Regeling inspectie van het Onderwijs, verantwoordelijk voor de gehele inspectie. De inspecteur-generaal beheert daarnaast een aantal specifieke portefeuilleonderdelen.

Er zijn twee hoofdinspecteurs: een hoofdinspecteur primair onderwijs en speciaal onderwijs en een hoofdinspecteur voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs. De portefeuille van een hoofdinspecteur behelst zowel het toezicht in de genoemde sectoren, als de programma’s, projecten en thema’s die binnen de sectoren worden uitgevoerd. Behalve het toezicht in de genoemde sectoren beheren de hoofdinspecteurs een aantal specifieke portefeuilleonderdelen. De hoofdinspecteurs leggen verantwoording af aan de inspecteur-generaal.

De inspecteurs en hun medewerkers oefenen toezicht uit onder leiding van de directeuren Toezicht. De directeuren Toezicht leggen verantwoording af aan de hoofdinspecteur.

De directie Kennis en de directie Rekenschap en Juridische zaken staan onder leiding van een directeur Kennis respectievelijk een directeur Rekenschap en Juridische zaken. De directeur Rekenschap en Juridische Zaken legt verantwoording af aan de inspecteur-generaal, de directeur Kennis legt verantwoording af aan de hoofdinspecteur primair onderwijs en speciaal onderwijs.

De directie Staf staat onder leiding van de directeur Staf. Er is een plaatsvervangend directeur Staf die portefeuillehouder is voor deel van de teams die onder de directie Staf vallen. De directeur Staf legt verantwoording af aan de inspecteur-generaal.

De kwaliteitsmanager draagt zorg voor het kwaliteitsmanagementsysteem en legt verantwoording af aan de inspecteur-generaal.

III

Portefeuilleverdeling IGO-Hoofdinspecteurs

Mevrouw drs. M. Vogelzang

Inspecteur-generaal van het Onderwijs

Algemene eindverantwoordelijkheid

Specifieke onderdelen portefeuille:

• Ontwikkeling toezicht

• Rekenschap en Juridische zaken

• Staf

• Inspectieraad

• OR

De heer dr. A. Jonk

Hoofdinspecteur

Sectoren PO en SO

Overige onderdelen portefeuille:

• Onderwijsverslag

• Opbrengsten

• Kwetsbare leerling/Passend onderwijs

• Voor- en vroegschoolse educatie

• Sociale cohesie, actief burgerschap en veiligheid

• Werkverband islamitische scholen

• Europese scholen

• Nederlands onderwijs in het buitenland

• Tweedelijns toezicht Kinderopvang

• Vertrouwensinspecteurs

• Samenwerkend Toezicht Jeugdzaken

• Kennis

• Internationalisering

(vacant)

Hoofdinspecteur

Sectoren VO, MBO, HO

Overige onderdelen portefeuille:

• De leraar

• Fries

• VSV en Leerplicht

• Groen onderwijs

• Bestuurlijk handelen

Bijlage

2

Bij het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie van het Onderwijs 2015

Plaatsvervanging of afwezigheid

Artikel 1 – Melding aan de inspecteur-generaal

De gemandateerde die zich gedurende een bepaalde periode wil laten vervangen, meldt dit voornemen aan de inspecteur-generaal en vermeldt daarbij de periode van de vervanging en wie de plaatsvervanger voor die periode is.

Artikel 2 – Plaatsvervanging inspecteur-generaal

Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering diens bevoegdheid uitgeoefend door de hoofdinspecteur PO/SO, de heer dr. A. Jonk.